Voorstelling
>
Geen verslag over een lang wandelpad dit keer, maar een voettocht op zoek
naar sporen van wat ooit de spectaculairste treinlijn van België was:
Diep in de Ardennen liggen de resten van spoorlijn L 163A. Het terrein waar
het treintraject doorworstelde tussen Bertrix en Carignan (via Herbeumont,
Sainte-Cécile en Muno) was helemaal niet geschikt voor de aanleg van
een spoor: Dwars door de valleien van Vierre, Aise en Semois en door harde
leisteenlagen werkten honderden arbeiders 10 jaren lang aan deze spoorweg
van amper 26 km lengte. Met de bouw van lange tunnels en viaducten leverden
ze een huzarenstukje af. Deze treinverbinding was misschien wel de duurste
uit de Belgische spoorgeschiedenis, er werd een fortuin aan gespendeerd. En
waarvoor? Spoorlijn 163A bleek van weinig economisch nut. Enkel de Duitse
bezetter tijdens WO I en WO II trok er profijt uit door de spoorlijn te integreren
in een internationale militaire verbinding.
> Anno 2009 zijn de sporen al lang weer opgebroken. Wat
de railtracker nu vindt zijn monumentale souvenirs uit tijden toen er nog
stoomtreinen over de Semoisvallei rolden. In dit verslag duiken we diep in
die rampzalige geschiedenis én in de donkere tunnels op L163A en we
zetten je op het juiste spoor om zelf op exploratie te gaan.
> Cher visiteur francophone, je n'ai malheureusement ni la connaissance ni le temps pour une traduction approfondie en français. Considérez-le comme une opportunité de pratiquer le néerlandais. Si vous souhaitez réagir par courrier électronique vous pouvez écrire en français naturellement. N'hésitez pas à feuilleter nos pages néerlandophones.
> Dit spoorspeurverslag is vooral een eerbetoon aan
de duizenden anonieme gastarbeiders die hier in den vreemde, ver van huis
en familie - 100 jaar geleden - in harde omstandigheden een ongelooflijk
huzarenstukje hebben afgeleverd met de aanleg van deze spoorlijn. Het waren
niet zij die het waanzinnige idee hadden opgevat hier een spoorlijn te leggen,
integendeel, verscheidene onder hen hebben bij de bouw ervan hun leven verloren
en tientallen eindigden verminkt met de amputatie van een hand of een been
(bron ongelukken: G. Hossey, heemkundige).

>
Als kind van een jaar of 7 kampeerde ik ooit met mijn familie onder de machtige
spoorbrug van Conques - Herbeumont. Het beeld van die enorme bakstenen brugbogen,
hoog boven de Semois is altijd blijven hangen. Vaag herinnerde ik me de spanning
van aanzwellend treingeluid, een zeldzame vrachttrein onderweg naar het viaduct
hoog boven de tent. Het knarsend geluid van ijzer op ijzer door het groene
lover van dicht Ardens bos stierf een tijd later plots weer uit. Je wist dat
de trein de lange tunnel van Ste-Cécile was ingedoken. Gedreven door oude herinneringen
ben ik meer dan 30 jaren later het verhaal achter deze fantastische spoorlijn
opnieuw gaan opzoeken in Herbeumont. De ontdekkingen tijdens wandelingen over
de spoorlijn en de opzoekingen achteraf overstegen alle verwachtingen. Dramatiek
van waanzin en vergane glorie is nooit veraf.
> De camping onder het viaduct is er nog steeds, en ook
de prachtigste spoorbrug van de Ardennen ligt er nog, hoewel de tand des tijd
ongenadig knaagt in de miljoenen bakstenen. Maar het intensief spoorspeuren
leverde zoveel jaren later nog veel meer verrassingen op.
Credits
Jullie
ervaringen.
Bedankt
voor je verhelderende informatie omtrent de verdwenen spoorlijn bij de viaduct
van Conques /Herbeumont... de tunnels...
Onze zoon van 8 - met autisme en gefascineerd door treinen - maakte een dramatisch
moment mee toen we bovenop de viaduct stonden en we nergens meer treinsporen
vonden...
Dankzij jouw informatie konden we hem weer heel wat wijzer maken.
Zelf raakte ik nu geintrigeerd door de beschrijving omtrent de tunnels.
Marjan V.D.
Ik
ben ook geïnteresseerd in oude (Belgische) spoorlijnen, De laatste tijd
voornamelijk in Lijn 163a. Zodoende ben ik dus op uw site terechtgekomen.
Ik ben in januari de lijn gaan “verkennen” en heb dus ook gezocht
naar de tunnel van St-Médard. Vrijdag ben ik in een bevlieging ook
eens een nachtelijk bezoek gaan brengen aan de tunnel van St-Cécile
en het was me toch een heel andere ervaring dan overdag. Geen “licht
aan het einde van de tunnel” en het binnenkletterende water en je eigen
voetstappen klinken ’s nachts toch heel wat meer spooky. Je verslag
van de geschiedenis van de lijn heb ik met veel interesse gelezen. Goh, daar
moet je inderdaad wel uren mee bezig zijn geweest om de geschiedenis daarvan
op te sporen. Want gewoon op internet vind je bitter weinig daarover, over
de lijn zelf ook al niet trouwens. Ik wil je ook proficiat wensen met je site,
deze ziet er best wel professioneel uit.
J.
(...)
De tunnel van Saint-Médard hebben we 's nachts bezocht, moet ongeveer
tegen 2u geweest zijn. Aan de Orgeo-zijde stond er veel water (moerassig)
en er waren ook veel omgevallen bomen en struiken, flink klouterwerk. Het
water liep de tunnel in en vormt een riviertje dat ook in de afvoergang in
het midden loopt. Het einde (laatste 50m) stond tot 40-50cm onder water, maar
was vooral ook modderig. Een vriend heeft met waterdichte beenbeschermers
meerdere routes geprobeerd, maar overal was het minstens 30cm diep, dus zelfs
met laarzen niet echt mogelijk. Dus zijn we er gewoon doorgelopen. Twee van
ons hebben hun schoenen en kousen uitgedaan. Zij hebben veel afgezien in het
ijskoude water en met de stenen op de bodem, maar achteraf hadden zij wel
droge voeten en schoenen...
(...)
Wij hebben trouwens geslapen vlakbij de pont de la Blanche. Met onze gasten
wil ik het stuk van juist voor de tunnel van Linglé tot aan de pont
de la Blanche doen. Daar wil ik dan naar beneden rapellen tijdens het middageten.
Wij hebben dat toen ook uitgetest. Er zijn zelfs speciale ringen in de stenen
geplaatst en er waren houten balken om het touw te beschermen. Ideaal
dus.
Bedankt voor de uitleg op je site. Zonder waren we aan deze tweedaagse waarschijnlijk
nooit begonnen.
Lieven.
Beste
mensen, wat een aanrader, deze tocht. Afgelopen weekend het complete traject
van 163a gelopen, van Bertrix tot Carignan in Frankrijk. Fenomenaal! Het weer
was goed, vooral zondag was prachtig. Zaterdag werd het net droog toen ik
uit Bertrix vertrok. Afgelopen maanden heeft het veel geregend, maar de tocht
was goed te doen. Aanloop naar de tunnel St. Medard is erg overgroeid, maar
wel te doen. De tunnel zelf is een enerverende belevenis om door te trekken.
De andere zijde van de tunnel is een ware vijver, maar er is wel door te komen.
De tunnel van Ste-Cécile is ook goed toegankelijk: het hek staat aan beide zijden
helemaal open. De tunnel is breed genoeg om naast een snel stromende beek
droog naar de overzijde te lopen. Geen natte voeten dus! Het traject bij Muno
is wat saai, voorbij de Franse grens weer spannend. Voorbij Pure begint de
rails weer tot aan het station van Carignan. Een aardige cafebaas bracht me
in Florenville waar ik net op tijd was voor de trein naar Bertrix. Nogmaals:
prachtige tocht en een echte aanrader. Bedankt voor alle historische informatie.
Het tragische aspect van deze lijn is bijna concreet voelbaar. Overnachten
in Herbeumont viel niet mee: tot 16 maart zijn bijna alle hotels gesloten.
Uiteindelijk een plekje gevonden in Eurovillage, even buiten het dorp. Hartelijke
wandelgroeten uit Holland!
Harry.
In 1976 waren wij met de Scouts op kamp in Martilly een klein dorpje in de streek rond Bertrix. Ik was 12 jaar en het was mijn eerste kamp met de jongverkenners.
Ik was fier eindelijk bij de 'grote jongens' te horen. De jongverkenners zijn de 12 tot 16 jarigen. Het was ook mijn eerste grote kamp in de ardennen. Het was dat jaar een uitzonderlijke warme zomer wat het kamp nog aangenamer maakte. Een vast onderdeel en hoogtepunt van het 12-daagse kamp was de 3-daagse survival tocht met onze patrouille. (6 man)
Wij werden door de leiding in de buurt van Muno gedropt en dienden in 3 dagen (2 nachten) onze kampplaats terug te bereiken. Ik herinner mij nog dat het een af en toe hele onderneming was om het juiste pad te vinden, maar dat wij dan uiteindelijk op de oude spoorlijn zijn terechtgekomen en die grotendeels gevolgd hebben om terug te keren. Wat mij meest bijgebleven is was de 2e nacht. Ik denk dat het de tunnel van St.Medard was, in ieder geval, hij was lang en donker en boezemde mij als 12-jarige wel wat angst in. In ieder geval hadden wij besloten die nacht onze tent niet op te zetten en te overnachten aan het uiteinde van de tunnel, een 20-tal meter erin welliswaar, je weet nooit of het zou onweren. Bovendien had men gewaarschuwd voor hondsdolheid bij vossen en andere dieren. (alsof die ons zouden aangevallen hebben) In ieder geval heb ik toen een van de bangste en akeligste nachten van mijn toen nog jonge leven beleeft en is de herinnering altijd bijgebleven.
Ik heb mij later ook soms afgevraagd waar wij toen precies terecht waren gekomen en hoe die oude spoortunnels daar gebouwd werden enz....en dan kom ik plotseling op uw site terecht en daar ligt dan een heel verhaal met beeld en al aan mijn voeten! Gewoonweg fantastisch en chapeau waar u al die randinformatie vandaan hebt gehaald! Ik heb echt alles met veel belangstelling gelezen.
Angezien ik nu ook reeds een paar jaar actief met wandelsport bezig ben heb ik mij voorgenomen binnenkort eens naar die streek er op uit te trekken om wat herinneringen van vroeger boven te halen.
Marc V www.westwandelingen.be
De Ardennenspecial van het tijdschrift Nest (zomer 2009) besteedde aandacht aan enkele kunstwerken op spoor 163A, gebaseerd op dit verslag:
Blijf
jullie reacties en ervaringen inzenden! Mail
Nostalgie
& waanzin
Afstanden spoorlijn vs afstanden
railtrekking.
* Spoorlijn 163A begint niet in Bertrix
zelf, maar takt af van L165 in de buurt van Orgeo
(Over de afstanden van spoorlijn 163A verschillen derde bronnen nogal, van 24 tot 29 km tussen Y Orgeo en de Franse grens. Niks beter dan zelf metingen te nemen dus: De afstanden hieronder en in het Railbook zijn dus niet overgenomen uit andere bronnen maar zelf opgemeten en volgens mij dus de juiste.)
België:
* Bertrix station - Y Orgeo (deel van
L 165): 3,5 km (4,6 of 4,3 km railtrekking)
* Y Orgeo - Muno station (L 163A):
24,4 km (25,0 km railtrekking)
Internationale verbinding:
* Muno station - Franse grens: 1,6
km (1,6 km railtrekking)
* Franse grens - Messempré station:
2,3 km (2,3 km railtrekking)
Frankrijk:
* Messempré station - Carignan
station (L 19/3): 6,4 km (6,6 km railtrekking )
* De spoorlijn snijdt door 5 riviervalleien:
Vierre, Aise, Semois (allen in het bassin van de Semois) en over de waterscheidingslijn
Tremble / Aunois en Chiers (in het bassin van de Chiers)
* Het traject loopt door 2 erg verschillende
geologische gebieden: Ardennen en Gaume (Lorraine)
Meer gedetailleerde afstanden vind je in
het
railbook, opgesteld in printvriendelijk formaat.
Kunstwerken
* Uniek: Spoorlijn 163A heeft geen
enkele overweg en loopt volledig over een autonome bedding.
* 7 delen op ingegraven bedding.
* 16 delen op verhoogd talud.
* 27 bruggen (waarvan er 2 werden afgebroken),
waaronder 3 viaducten.
* 23 van de nu nog bestaande 25 bruggen
zijn de originele uit begin 20ste eeuw.
* 3 tunnels (675m, 250m, 1350m), we
railtracken dus 2275 meter ondergronds.
* 31 inferieure aquaducten.
* Zie ook de
pagina
over deze kunstwerken.
Bouw en exploitatie
* Bouwwerf van 1904 tot 1914. Vanaf
1906 zijn er 500 à 600 gastarbeiders aan het werk.
* Ingereden in augustus 1914 als militaire
lijn voor de Duitsers (WO I).
* Passagiersvervoer Bertrix - Muno
in vredestijd vanaf 1919 tot 1940 en 1949 - 1959.
* Passagiersvervoer internationaal
enkel tijdens WO I en WO II door de Duitsers voor oorlogsdoeleinden.
* 6 stations met zeer weinig reizigers,
mogelijk de eerste spoorlijn van België met bediening zonder spoorlijnpersoneel
in de stations (vanaf 1952).
* Laatste trein (vracht) in 1969.
* Alle stations zijn afgebroken (jaren
'70 -'80), sporen zijn opgebroken in 1972.
* Meer gedetailleerde uitleg lees je
op een speciale pagina over de
geschiedenis
van L 163A.
Buiten-sporig kostenplaatje
* Er wordt gezegd dat spoorlijn 163A
per kilometer/kost de duurste spoorlijn is die ooit in België werd
gelegd! Verscheidene bronnen melden een totaal prijskaartje van 28 miljoen
BeF voor 26 km spoortraject, in het begin van de 20ste eeuw een gigantisch
bedrag. Via eigen opzoeking komen we aan ongeveer 20 miljoen BeF. Reken
daarbij nog de kost van de volledige heropbouw van een viaduct in 1946.
* Het is zeker de minst rendabele spoorlijn
van België geweest als je kosten tegenover het aantal vervoerde passagiers
zet. Over de sporen rolden spooktreinen. In het dunbevolkte gebied waar
de spoorlijn doorliep stapten bijna geen reizigers op. Met vrachtvervoer
verging het niet veel beter. Het grillige traject van de spoorlijn had tot
doel de leisteenmijnen van de vallei van de Aise te bedienen. Tegen de tijd
dat de spoorlijn kon worden in gebruik genomen waren de meeste mijnen definitief
gesloten! De vrachttreinen versleepten verder voornamelijk hout uit de bossen.
* L 163A oversteeg buiten de oorlogsperiode
niet het belang van een lokale tramlijn maar het bouwprincipe van deze spoorlijn
zonder overwegen en dwars door verschillende valleien heeft veel weg van
hoe tegenwoordig een HST-lijn wordt gebouwd!
* Het drama zit hem ook in de ongelukkige
afspraken met de Fransen waardoor deze spoorlijn nooit onderdeel werd van
een internationale lijn voor passagiersvervoer in vredestijd. Meer zelfs:
Lijn 163A heeft meer kwaad dan goed gedaan: De enige jaren dat de lijn volle
bak draaide was toen de Duitsers zowel tijdens WO I als WO II de verbinding
met Frankrijk wel realiseerden en er misbruik van maakten om de oorlogsfronten
te bereiken!
* Ik denk dus niet dat het overdreven
is te stellen dat deze spoorlijn er eigenlijk nooit had mogen komen en dat
ze hoog op de lijst van Meest Nutteloze Werken uit de Belgische geschiedenis
thuis hoort.
Franse lijn 19/3
* Messempré - Carignan is aangelegd
in 1871, sluit aan op de spoorlijn Reims - Longwy.
* 6,4 km lang, 2 bruggen en verscheidene
(onbewaakte!) overwegen.
* Zeer beperkt passagiersvervoer van
1871 tot 1937. Stations Messempré en Osnes zijn afgebroken.
* Internationale link met de Belgische
lijn 163A enkel tijdens WO I en II op initiatief van de Duitse bezetter.
* Draait al 140 jaren lang succesvol
op vrachtvervoer van fabrieken langs de spoorlijn. Nu nog een onregelmatige bediening, enkele treinen per week langs 4 fabrieken.
* Spoorlijn met statuut van VUTR (voie
unique à trafic restreint) of spoor enkel van lokaal belang.
Benamingen
*
Spoorweg
163A wordt soms ook 165A genoemd.
Dat laatste nummer wordt maar de laatste decennia gebruikt in officiële
documenten. We refereren in dit verslag verder naar de lijn onder nummer
163A of L163A. 'L' staat voor 'lijn' of 'ligne'. Met het nummer 165A wordt
gerefereerd naar de direkte aftakking van lijn 165, Athus - Meuse. Het oudere
nummer 163A verwijst naar deze spoorlijn als onderdeel van een langere verbinding
met lijn 163 Gouvy - Bastogne - Libramont.
Het Franse deel van Carignan naar Messempré staat als nummer
19/3
vermeldt, maar het nummer wordt weinig gebruikt.
* Met de letter '
Y'
wordt een spoorkruising bedoeld, Y Orgeo bvb (knooppunt L165 en L163A).
* De naam van het dorp Orgeo wordt
niet uitgesproken als 'Orgeejo' maar als 'Ordjo'.
* Voor de namen van de tunnels
prefereren we de naam van het kortst bijgelegen gehucht:
* De tunnel
van Linglé wordt ook vaak vermeld als de tunnel van Mortehan
of Herbeumont. 'Linglé' wordt ook wel eens geschreven als 'Linglay' of 'Linglez'.
* De tunnel
van Sainte-Cécile wordt wel eens de tunnel van Conques of
Herbeumont genoemd. We refereren er verder naar als de tunnel van Ste-Cécile,
aangezien ze op het grondgebied van de gemeente Florenville (Sainte-Cécile) ligt en ze ook ter plaatse vooral die naam krijgt opgeplakt.
* Pont de
La Blanche heeft ook het 'viaduct van Morépire' (Maurépire
of Moraipire) als naam. Die laatste naam verwijst naar de leisteenmijn die
vlakbij ligt. 'La Blanche' dan weer refereert naar een lang verdwenen cafeetje
bij de brug waarvan de waardin de naam of bijnaam 'La Blanche' had.
* Naar
het
viaduct van Conques wordt ook wel eens gerefereerd als het viaduct
van Herbeumont omdat het Conques met Herbeumont verbindt. We refereren in
dit verslag verder naar de benaming 'viaduct van Conques' omdat Conques
het dichtst bij ligt. Met 'Pont de Conques' wordt niet het spoorviaduct
bedoeld, maar de autobrug vlakbij over de Semois.
* Het
viaduct
van Muno wordt ter plaatse ook wel 'Le Grand Pont' genoemd.






>
Op volgende pagina's lees je het hele verhaal over
de
bouw en de mislukkingen van deze lijn in historische context. We inventariseren
vervolgens de kunstwerken die voor de spoorlijn werden gebouwd. Voor we de
spoorlijn helemaal aflopen over 35,5 km (incl. de Franse connectie) en acht
pagina's
trajectbeschrijving geven we
je een pak
wandeltips mee om zelf eens te
gaan railtracken of spoorspeuren.
Hoe
is dit verslag opgebouwd?

>
Volgens online encyclopedie Wikipedia is Railtracking een subcultuur van Urban
Exploring (Urbex). 'Hierbij gaat het om in onbruik
geraakte, buiten gebruik zijnde of opgebroken spoor- of tramlijnen, waardoor
treinen hier niet, of alleen zeer voorzichtig, kunnen rijden. Het gevaar van
treinverkeer is hierdoor niet of nauwelijks aanwezig.' Voor alle duidelijkheid
hebben we het hier over de recreatieve vorm van spoorlopen. Uiteraard leggen
we met onze exploraties meer de klemtoon op het wandelaspect dan bij Urbex
het geval is, 'railtrekking' dus, subcultuur van railtracking...
> Inherent aan Urban Exporing in het algemeen is dat delen
van de aktiviteit in de schemerzone tussen illegaliteit en gezonde nieuwsgierigheid
vertoeven. Het is tijdens onze ontdekkingstocht niet anders. Enkele passages
tijdens het spoorspeuren langs L163A zijn verboden terrein. We refereren er
naar verder in dit verslag en stellen alternatieven voor. Natuurlijk hebben
we zelf niks illegaals gedaan ;-) .

Railtracking.
¿ Qué ?
>
Tot slot nog volgende Wikipediaregel over Urbex: 'Urban
exploring kan in bepaalde gevallen een gevaar betekenen voor de gezondheid.
Meer bepaald bij het betreden van verlaten gebouwen is, door de vaak bouwvallige
toestand, een reëel risico op het door vloeren zakken of ...etc...' U
weze gewaarschuwd.
>
Eigenlijk is bovenstaande tekst gewoon onzin. Als zevenjarige heb ik er wel
gekampeerd maar ik kan toen geen treinen gezien of gehoord hebben. De lijn
moet toen al gedeclasseerd zijn geweest. Ik moet de treinen er later bij gedroomd
hebben... Laat ons stellen dat het beeld van stomende treinen perfect past
bij de sfeer van Ardense mystiek en de megalomanie en dramatiek die onlosmakelijk
verbonden zijn met de historie van lijn 163A. Het is die melancholische sfeer
die we mede aan de hand van oude foto's wat laten herleven in dit verslag.
Laat het anderzijds ook duidelijk zijn dat de aanleg van deze spoorlijn er
eigenlijk nooit had mogen komen. De geldverslindende bouw trok een spoor van
waanzinnige vernieling in het landschap, een litteken van 26 km. Meer dan een halve eeuw deed men er over voor de spoorlijn er lag: 40 jaar plannen maken en weer afketsen en maar liefst 15 jaren om ze te bouwen. Eindresultaat: Misschien
wel het grootste nutteloze werk dat in België werd afgeleverd.
Feiten
& cijfers L 163A
> Op de volgende pagina's mixen we beelden van 21ste
eeuwse ervaringen met beelden van 100 jaar eerder. Nogal wat oude foto's
van de aanleg en voltooiing van de spoorlijn zijn afkomstig van een fotograaf
uit Bertrix, Louis Lenzen. Dankzij zijn prachtig fotografisch werk uit de
eerste 2
decennia van de 20ste eeuw is er heel wat bewaard over de aanleg van spoorlijn
163A, met name over het deel tussen Orgeo en Herbeumont. Zijn foto's zijn
voor die tijd baanbrekend van kwaliteit en voor de streek rond Bertrix nu
van onschatbare heemkundige waarde. Lenzen zou later in zijn leven nog voor
bekende postkaartuitgevers werken. Dankzij hem kunnen we vandaag de geschiedenis
van lijn 163A levendig documenteren. De locaties herontdekken en identificeren
waar Lenzen zijn foto's nam 100 jaar geleden was één van de
erg leuke zijaspecten bij ons onderzoek naar de spoorlijn. Soms was het
een stom detail op de foto dat identificatie mogelijk maakte. Lenzens foto's
illustreren ook treffend pijnlijk hoe verwoestend voor de natuurlijke omgeving
de aanleg van de spoorweg was.
Een reeks andere oude foto's is afkomstig uit een verscheidenheid van bronnen,
de fotomaker is vaak moeilijk te achterhalen. De recente foto's zijn zelf
genomen bij verschillende bezoeken in alle seizoenen. Andere foto's zijn
afkomstig van jullie, lezers van dit verslag. Zowel de oude als recentere foto's
zijn voor dit verslag vaak sterk 'bijgewerkt' om ze te laten aansluiten
bij de lay-out en opmaak van dit verslag.
> Voor de inkleuring en historische documentering van
dit verslag hebben we heel wat opzoekingswerk verricht, oa in de bibliotheken
van Bertrix, Florenville en Sedan. We zijn in het biezonder het bibliotheekpersoneel
van Bertrix en Florenville erkentelijk om te assisteren bij het opzoekwerk.
Een selectie van de bronnen die werden gebruikt voor dit verslag en die
zijn gepubliceerd in boek- of brochurevorm vind je op de pagina met wandelinfo. We wensen ook uitdrukkelijk enkele personen te bedanken die informatie aanbrachten en waarmee vaak intensieve gesprekken of lange emails gepaard gingen:
Sander van Canneyt voor zijn uitgebreide speurwerk.
Michael over de leisteenmijnen en de tunnel van Linglé.
René Incourt (zoon van de laatste stationchef van Muno) voor alle info uit eerste hand.
Julie Min van RSI Herbeumont.
Yves Crul en zijn medewerkers van 'Au coeur de l'ardoise'.
Tom van den Bouhede voor de informatie over oude tijdstafels.
Viktor Lansink van
Railtrash! voor de uitleg over mijnkamers. Kijk ook eens op de website
oude-spoorlijnen.be.
Collega spoorspeurder
Jorgo Das ging ook
op exploratie over lijn 163A en je leest er zijn ervaringen en ontdekkingen.
> Met dank ook aan zij die reageerden en nog per mail om hun
ervaringen en aanvullingen kenbaar te maken. Die informatie is in de volgende
pagina's verwerkt. Blijf jullie reacties en aanvullingen inzenden.
Viaduct
Conques in oktober 2005.
>
Op de volgende pagina lees je de hele geschiedenis van de duurste spoorlijn
en de opeenstapeling van ongelukkige feiten bij de uitbating ervan, waarna
we over 8 pagina's de spoorlijn een eeuw na de bouw ervan van beginpunt tot
terminus gaan railtracken.
Louis
Lenzen
Spoorwerkers
bij de tunnel van Linglé in 1908 (foto Lenzen)