5. Tunnel van Linglé tot station Herbeumont (2,5 km).
La voie des pierres qui parlent
> Wat er nog
over was van de burcht van Herbeumont verviel in ruïne en zou nooit
meer worden heropgebouwd. Bijna 300 jaren later, in 1938, kregen de steenhopen,
die vroeger de trotse burcht vormden, erkenning als beschermd monument.
Vanaf 1973 werd er op de site archeologisch onderzoek verricht. Sindsdien
werden ook in verschillende fases restauratie- en consolidatiewerken uitgevoerd.
Vanaf 1993, toen de burchtruïnes de status kregen van 'uitzonderlijk
Waals patrimonium', werd de restauratie grondiger aangepakt. Een bezoek
is best de moeite, al mag je de burcht van Herbeumont niet vergelijken met
bijvoorbeeld de burcht van Godfried te Bouillon. Bezoek is gratis. Voorzie
20 à 30 minuten ter plaatse.
>
Opnieuw word je hier geconfronteerd met hoe ingrijpend de aanleg van de spoorlijn
op het landschap moet zijn geweest, in 'een sleuf' wandel je naar de volgende
brug, onderweg zijn hoge steunmuren gebouwd.
Uitgewaaierd
koolzaad langs spoorlijn L163A
Tunnel
Linglé in de winter.
De
noordelijke tunnelingang
(kant Mortehan) rond 1986
(ingezonden foto M.)
Picknickbank
kort na de tunnel van Linglé
Pont
de la Garenne
>
Kortbij liggen de ruïnes van het versterkte
kasteel van Herbeumont. Aangezien de spoorlijn ter hoogte van de toegangsweg
(op de brug) diep ingesneden ligt geraak je er niet zomaar. We suggereren
om door te wandelen tot de voormalige stationsite om vandaar naar het centrum
van Herbeumont te wandelen en dan de Rue du Château te nemen. Onderweg
naar het kasteel heb je dan vanop de brug een mooi uitzichtpunt over de spoorbedding.
>
500 meter na de schuine Pont de Garenne loop je onder de 15de
brug van spoorlijn 163A. Bovenop loopt de Rue du Château die
Herbeumont verbindt met zijn middeleeuwse kasteelruïne. Dit is één
van de mooiste bruggen van spoorlijn 163A: Gebouwd in hoefijzervorm, maar
met een asymetrische 'draai' in het gewelf. Het lijkt of één
van de 'poten' van de brug een stap vooruit zet, net zoals de wandelaar die
er onder door loopt. Het bakstenen spant verkeert in een niet al te beste
staat, ook hier is vochtabsorptie de boosdoener.
> Het oude spoortraject
is jarenlang overgroeid geweest hier, maar werd in het kader van een RAVeL-verbinding
hier al in de jaren '80 weer 'gecleared'. De laatste grote opruiming van te
hoog opgeschoten bomen en struiken dateert van 2006, in de aanloop naar de
openstelling van het wandelpad 'La voie des pierres qui parlent'.
Semois,
gezien vanaf spoorlijn 163A
>
Vanuit de buik van de tunnel van Linglé
vervolgen we de wandeltocht naar Herbeumont. Na deze tunnel passeren we nog
3 bruggen, waaronder een hele mooie bij het centrum van Herbeumont. Dit korte
deel eindigt op het verlaten en kaalgeslagen stationsplein van Herbeumont.
Tunnel
van Linglé
Kasteelruïne
van Herbeumont
>
De tunnel van Saint-Médard brak door een hoogvlakte tussen de vallei
van de Vierre en die van de Aise. Via de tunnel van Linglé breekt spoorweg
163A weer door in een ander rivierdal, we zijn aangekomen in de schitterende
vallei van de Semois.
> Kort nadat we weer
het zonlicht aanschouwen passeer je een picknickbank,
strategisch geplaatst op een plek waar je een mooi doorkijkje hebt over de
koningin van de Ardense rivieren, de Semois. De Semois kronkelt in de omgeving
van Mortehan en Herbeumont in vreselijk veel lange en scherpe meanders door
het harde Ardense schiefergesteente op haar traject tussen Aarlen en Monthermé.
> De spoorbedding
ligt op een 280 meter hoogte hier, de Semois stroomt zowat 40 meter lager.
Scherp rechts maar moeilijk zichtbaar vanaf de picknickplaats ligt 'de Ravenrots'
(La Roche aux Corbeaux), onderwerp van een lokale wandeling.
Herbeumont
Station Herbeumont
Bouwwerf
van spoorlijn 163A te Herbeumont in 1909. Waar nu de brug van de Rue du Château
ligt lag toen een noodbrug. (foto Lenzen)
<
Aronskelk
Zuidelijk
tunneleinde
> Met een lengte
van 250 meter is dit de kortste tunnel van spoorlijn 163A. Naar deze ondergrondse
passage wordt nogal eens gerefereerd als de tunnel van Herbeumont of de
Tunnel van Mortehan. Teneinde het niet te verwarrend te maken noemen we
ze in dit verslag de tunnel van Linglé, naar de naam van het kortst
bijgelegen gehucht.
> Als je je ogen
10 minuten gewenningstijd geeft dan kan je er zonder zaklamp door, anders
gebruik je best een kunstmatige lichtbron tijdens je wandeling. Het einde
van de tunnel zie je ondanks de relatief korte afstand niet meteen, doordat
er een knik in tegenwijzerzin in de tunnelloop zit. Deze tunnel is in zeer
Brug
nr 13: Pont de Longue Roye, boven de N884
Traject
(in gele stippellijn) over 400 meter van L163A tussen Pont de Garenne en de
hoefijzerbrug onder de Rue du Château. Onder de beboste oeverkam stroomt
de Semois. Boven ligt het centrum van Herbeumont. De spoorbedding is wat onzichtbaar
doordat in de kam werd gegraven. (oude postkaart)
Een
hoge steunmuur zorgt er voor dat het kerkhof en een aantal huizen bovenop
niet wegzakken door grondverschuiving
goede staat. Er is wel waterinsijpeling door de wanden, maar het is zeer
beperkt, je kan er dus probleemloos op droge voeten door. Nochtans, in het
boek 'Langs oude Ardense spoorwegen' van Gunter Hauspie lezen we een andere
ervaring: 'Blind fietsen we over steengruis dat
gedurende jaren van de wanden is gebrokkeld, en door plassen van insijpelend
water. Weet echter dat dit maar klein bier is vergeleken bij wat ons straks
nog te wachten staat... (Noot: Verwijzing naar de tunnel van Ste-Cécile)
... Net voor we het einde bereiken moeten we
door een gordijn van neergutsend water.' Het lijkt erop of er ondertussen
een paar gaatjes zijn gedicht?
> Je hebt zeker
gemerkt dat er barelen voor en na de tunnel staan. Eerst dacht ik dat die
barelen er waren geplaatst om gemotoriseerd verkeer
> Deze burcht
met zijn schitterende ligging boven enkele Semoismeanders is uiteraard gebouwd
om strategische redenen. Het oorspronkelijke bouwsel stamt uit de 13de eeuw,
een periode waarin de landadel zijn plaatselijk gezag verankerde door overal
versterkte vestingen te bouwen.
van de tunnel weg te houden, maar er blijkt meer te zijn. De tunnel zou
in privé-handen zijn, officieel mag je er dus niet doorlopen. Vreemd
toch, want waarom loopt er dan een officieel recreatief pad door dat met
veel media-aandacht werd aangekondigd? We hebben het hier uiteraard over
'La Voie des Pierres qui parlent' (Pont de La Blanche - Herbeumont). Wel
nu blijkt dat het Waalse gewest al jaren aan het onderhandelen is om deze
tunnel terug te krijgen van de privé-eigenaar en dat zou binnen afzienbare
tijd gebeuren. Bij de uitwerking van 'La voie des pierres qui parlent' moest
echter alles voor 2007 worden afgewerkt. Die wandeling kadert immers binnen
een Europese Leader+ project (regionale ontwikkeling) waarvoor een aanzienlijke
geldpot beschikbaar was en er moest dus 'resultaat' zijn voor het meerjarenplan
ten einde liep. 'La Voie des Pierres qui parlent' moest dus anticiperen
> In de jaren '80
werd de tunnel gebruikt door een kruitfabriek om er munitie te testen, de
tunnel was toen zelfs aan de zuidelijke kant volledig dicht gemaakt met
dikke houten balken, terwijl de noordelijke kant eigenlijk toegankelijk
was. Er stonden toen ondermeer een verlichtingsinstallatie en een soort
schietstand. Enkele betonnen blokken op de tunnelbodem zijn nog een overblijfsel
uit die periode.

Fotograaf
Louis Lenzen nam vanop de noodbrug tijdens de werken in 1909 bovenstaande
foto (links). Vanop de kort daarna gebouwde definitieve hoefijzerbrug ziet
de toenmalige bouwwerf er anno 2009 zo uit (foto rechts). Rechts op de oude
foto merk je op de immense bouwwerf de eerste stellingen van een steunmuur
in opbouw die er nu nog steeds staat. De sporen die er toen lagen waren decauvillesporen,
bedoeld om bouwsteen aan te voeren en steenballast af te voeren. Nu ligt er
een fijn laagje grint om het voor wandelaars en fietsers aangenaam te maken.
Gerestaureerde
burchtruïnes van Herbeumont
Herbeumont,
Pont Rue du Château
Mogelijk
uitzicht van de middeleeuwse burcht van Herbeumont, hoog boven Semoismeanders.
(PK)
Zuidelijke
tunnelingang (kant Herbeumont) rond 1912. De tunnel is klaar. Hier ligt nog
niet het definitieve spoor, het gaat wellicht over een werkspoor (foto Nels).
>
Het wandeltraject over spoorlijn 163A is hier weer erg mooi. In de lente heeft
het iets paradijselijks met fris bladgroen en bloemenboorden langs de spoorzate.
> Met de creatie
van het pad 'La voie des pierres qui parlent' is de spoorbedding weer beter
toegankelijk gemaakt. Toen ik hier eind jaren '90 met de fiets passeerde,
was alles erg overgroeid hier.
> Herbeumont
behoorde tot in de 13de eeuw tot de gronden van de heren van Orjeo (Orgeo).
Zoals nogal wat dorpen in de streek kreeg ook Herbeumont zijn zelfstandige
erkenning met burgerrechten door de wet Beaumont, in 1268. De burcht kwam
er korte tijd later en had een controlerende functie over 2 belangrijke
verkeerswegen die beiden uit Frankrijk kwamen (uit Sedan en uit Carignan).
In de loop der eeuwen kwam de burcht in eigendom van verschillende adellijke
huizen. De muren werden daarbij verscheidene malen herbouwd en versterkt,
naar de ontwikkeling van eigentijdse verdedigingstaktieken.
> In augustus 1657
bezetten de Fransen de burcht enkele dagen. De troepen van Lodewijk XIV
trokken zich - na het sluiten van een vredesverdrag - terug, echter niet
zonder eerst alles plat te branden.
> Spoorlijn 163A
verwijdert zich al snel weer van de Semois en bereikt 1 km na de tunneluitgang
de spoorbrug waarmee superieur voor de derde maal de N884 wordt gekruist (Pont
de la Longue Roye). De N884 heet hier ten noorden van Herbeumont 'Rue
des Champs Simon'. Ook deze brug is in zeer goede staat en net zoals de Pont
de Wilbeauroche is de baksteenonderwelving gecementeerd om veilig autoverkeer
mogelijk te maken. Ook hier is de oorspronkelijke brugreling in smeedijzer
bewaard gebleven. Bij de brug staat alweer een 'menhir' met infopaneel recht
en vlakbij ligt camping 'La Garenne'.
> Als je de omgeving
wat grondiger wil verkennen kan dat door met de wandelkaart van Herbeumont/
Florenville/ Chiny hier kortbij het lokale pad 'La Roche des Corbeaux' (6
km) op te pikken. Als je onder de brug de Rue Boulois volgt in noordelijke
richting kom je na 1,4 km langs een Sint-Barbarakapel, gelegen op een kruispunt
van oude mijnwerkerspaden tussen Herbeumont en de Aisevallei.

> De bedding van
spoorlijn 163A begint zich weer wat in te graven en is licht verhard met fijn
grind. In de verte is de volgende kruising met een verkeersweg al zichtbaar,
ditmaal een inferieure kruising. 700 meter na de Pont de La Longue Roye lopen
we onder de Pont de Garenne, een schuine
overbrugging.
>
Helemaal ongemerkt zijn we bij de Pont de Garenne weer vlak bij de Semois
gekomen en ook bij het centrum van het dorp Herbeumont. Spoorlijn 163A loopt
hier ingesneden op een beboste richel die Herbeumont
en de 50 meter lager gelegen Semois van elkaar scheiden. De spoorlijn zal
zich na de brug nog dieper in die richel insnijden. De luchtfoto hieronder,
genomen in de jaren '60 maakt het duidelijker hoe de spoorlijn ingeperst werd
tussen de Semois en Herbeumont-centrum.
Enkel
nog sneeuwmannen en de lonely railtracker wachten dezer dagen op het lege
perron van Herbeumont op een stoomtrein...
Graf Serge Reding, Herbeumont
Ter hoogte van het Sentier de Vivy ligt bij de voormalige stationssite een blok beton met daarin een basrelief van het NMBS-logo.
> De bedding opent
zich, we komen op niveau. Hier staat de laatste menhir van 'La Voie des pierres
qui parlent'. Het station van Herbeumont,
een kaalgeslagen vlakte waarover een laag asfalt is gekapt. In Herbeumont
weten ze precies nog niet goed wat aan te vangen met de open ruimte. s' Zomers
parkeren er wat lelijke campervans. Let ook op de dubbele 'avenue' die van
het station naar de N884 te Herbeumont leidt. Nog maar een voorbeeld van hoe
groots de spoorbouwers het in het begin van de 20ste eeuw bekeken,
met alle grandeur er op en er aan. Je zou hier ook een groot stationsgebouw verwachten, maar er heeft enkel een schuilhokje gestaan! Er was ook een weegbrug. In de jaren '70 was het hele stationsplein
nog gekasseid.
> Hoe het centrum van Herbeumont bereiken? Neem bij het
begin van het stationsplein links een pad (Sentier de Vivy) waarlangs ook de inwoners van
Herbeumont gingen om het station te bereiken. Je kan ook de avenue op wandelen (Avenue
René Demarteau) en dan links via het parkje het centrum bereiken. De toeristische dienst en het kasteel bereik je het snelst door scherp links de Rue des Combattants te nemen.
>
Herbeumonts centrum is eigenlijk niet biezonder attraktief, de toeristische
populariteit dankt het dorp vooral aan zijn centrale ligging in een gebied
waar de Semois wild meandert door de Ardennen. Het dorp vormt een uitstekende
basis voor enkele van de allermooiste wandelingen in de Ardennen of voor recreatie
op en langs de Semois. In en rond Herbeumont is van oudsher een uitstekend
aanbod van overnachtingsmogelijkheden: Zowel sociaal toerisme, campings, hotels
als vakantiehuisjes zijn overvloedig aanwezig. In het dorpscentrum zijn verder
enkele cafés en restaurants en een VVV-kantoor.
>
Een getuigenis schetst de woelige periode die Herbeumont meemaakt tussen 1900 en 1910. Ze is afkomstig van poëet en cartoonist Georges Delauw die zijn Herbeumont in 1905 bezoekt: 'Ruimte voor de vooruitgang. Ik zag een Herbeumont dat sterk veranderd is. Er zijn nu ook gendarmes in het dorp van mijn vader. Een horde Italianen, Fransen en Vlamingen heeft mijn geboortegrond bestormd, gewapend met het houweel, wapen van de verwoesters. Ze vernietigen het woud, breken de rotsen open en vervuilen de rivier. Ze zijn hier voor de bouw van een spoorlijn en om een tunnel te boren. Het zal de indrukwekkendste tunnel van België worden. Van 1100 inwoners is de bevolking hier gestegen naar 1300. Elk huis is een café geworden. De zaken draaien hier. De arbeiders slapen bij de inwoners. Geruzie, geweld, gebakkelei. De wraakzoekende leisteenwerker wacht een Italiaan op en slaat die zonder enig motief met een stok als hij het café verlaat. Rellen. Hier, waar men tot voor kort hoogstens de bellen van een troep vee hoorde, klinkt nu een schel fluitgeluid. Hier vreet de industriële kanker de rotsen in brokken op. Het geweld dringt door tot in de wilde rust van een plaats als Hardifontaine, waar tot voor kort enkel het gekabbel van de Semois en de roep van een eenzame vogel te horen was. Langs het hele traject van de weg die van Herbeumont naar de priorij van Conques leidt is nu in de schaduw van de sombere rotsen een barakkengehucht opgetrokken. Het zijn kroegen, cabaretten, grotendeels bestemd voor de arbeiders.'
Noot:
Delauw spreekt hier over een stijging van het bevolkingsaantal. In die periode vindt er echter ook een grote uitstroom van inwoners plaats. Luxemburg is in die tijd erg verarmd en buiten de landbouw (en in Herbeumont het harde leven als scailton) is er weinig toekomst voor jonge Luxemburgers. Specifiek in Herbeumont valt in de eerste jaren van de 20ste eeuw ook veel werk weg door de sluiting van enkele leisteenmijnen. Alles wijst er op dat Herbeumont tussen 1900 en 1910 procentueel één van de hoogste emigrantencijfers van de provincie had. Bestemming was Amerika en de Herbeumontois werden extra aangevuurd door het droomverhaal van hun dorpsgenoot Jean Nicolas Perlot, die fortuin had gemaakt in de Amerikaanse goldrush. Er waren toen zelfs 2 reisbureautjes in Herbeumont gevestigd. Vermelden we tenslotte nog dat 1914 erg dramatisch was voor Herbeumont: Zowat het hele dorp werd door de Duitsers geplunderd en afgebrand. Na 1914 stabiliseerde de situatie in Herbeumont. De honderden gastarbeiders aan de spoorlijn waren weg en de emigratiegolf naar Amerika kwam tot een halt. De Belgische overheid kwam na de oorlog financieel tussen beide bij de wederopbouw van het dorp. Vanaf de jaren '20 zou toerisme de lokale economie een stimulans geven.


> Op
het perron van Herbeumont zijn we bijna halfweg het Belgische traject van
spoorlijn 163A (12,5 km spoor of 13,2 km over de wandelroute vanaf de brug
Rue Haute Y Orgeo).
> Voor ons liggen
de spectaculairste overblijfselen van de spoorlijn, meteen ook het spannendste
deel van deze tocht. Zie volgende pagina.
Serge
Reding, sterk als een brug op spoor 163A...
>
Eén van Herbeumonts bekendste zonen is zonder twijfel Serge Reding.
Hij behoort tot de generatie legendarische sportmannen van rond 1970, in het
gezelschap van ondermeer Eddy Merckx en Jacky Ickx.
> Eigenlijk is zijn
geboortenaam Serge Gérard (° 1941), naar zijn ongehuwde moeder,
zijn vader heeft hij nooit gekend. Hij groeide op in het Brusselse Oudergem
in een ongelukkig milieu. Het tij keerde toen zijn moeder in 1953 huwde met
Ernest Reding, een Brusselse ambtenaar, afkomstig uit Herbeumont. Zijn stiefvader
adopteerde hem volledig als zijn zoon. Serge krijgt voor het eerst een echte
vader, hun relatie is zeer goed, in die mate dat Serge Reding in interviews
later meestal zegt dat hij in Herbeumont is geboren. Herbeumont en zijn stiefvader
liggen hem nauw aan het hart.
> Zijn carrière
als gewichtheffer bouwt hij uit via Brusselse sportclubs. Het sportieve hoogtepunt
bereikt hij tijdens de Olypische Spelen van 1968 in Mexico. Traditioneel is
gewichtheffen een show-offsport tussen Russen en Amerikanen, zeker in de jaren
van koude oorlog: Een demonstratiekans bij uitstek om figuurlijk voor de wereld
duidelijk te maken wie de sterkste is. Komt daar in dat duel even een Belg
tussengewrikt: Serge heft in de klasse +90 kg bij de combinatie drukken-trekken-stoten
555 kilogram, goed voor een zilveren medaille! Hij wordt gekroond tot Belgische
sportman van het jaar, zelfs Eddy Merckx voorafgaand. Dat succes herhaalde
zich in 1969, op het WK-gewichtheffen, waar hij vice-wereldkampioen werd.
Hij krijgt dat jaar de Nationale Trofee voor Sportverdienste.
>
Onder de brug van Rue du Château zijn we bijna aan het eindstation van
deze etappe: 300 meter is het nog tot de site van het voormalige treinstation
van Herbeumont en nog steeds loopt de bedding sterk ingesneden ("une
sicatrice indélébile" noemt de heemkundige Guido
Hossey het spoor, "een onuitwisbaar litteken'). Oorspronkelijk wilden de ingenieurs van spoorlijn 163A de lijn via een tunnel recht onder het centrum van Herbeumont doortrekken. Omwille van instortingsgevaar voor de bovenliggende woningen werd dit plan afgeketst. In de plaats kwam dus de bocht met ingegraven sleuf tussen de Semois en het dorpscentrum.
> Bij de uitgraving daarvan stortte op 18 mei 1909 de kerkhofmuur van Herbeumont naar beneden. Daarbij werden een aantal kisten en overblijfselen van kinderlijkjes mee naar beneden gesleurd. Verscheidene families hadden de pijnlijke taak om in het puin de overblijfselen van hun kinderen te determineren. Nog in Herbeumont kwam tijdens de werken op 15 maart 1907 de kleine Bertha terecht onder de decauvilletrein, haar been werd verbrijzeld.
>
Redings populariteit is op een hoogtepunt: Zijn krachtvertoning, gecombineerd
met zijn bescheiden karakter maken hem biezonder geliefd bij het publiek.
Privé gaat het ondertussen minder voor de wind: Zijn stiefvader overlijdt
en zijn Poolse vriendin misbruikt zijn naïviteit voor een ticket naar
het Westen.
> Op het sportieve
vlak beleeft hij na 1969 enkele mindere jaren. De coming man is de Rus Alexejev
die onoverwinnelijk lijkt. Er wordt gefluisterd dat de Rus anabole steroïden
neemt (waarvan ook Reding wordt beschuldigd). Hij is gedeprimeerd en mentaal
niet opgewassen tegen de successen van de Rus en wil in navolging meer kracht
putten door vele kilo's te verdikken. Na de mislukte OS van München in
1972 wordt alles ingezet voor Montréal 1976. Zover komt het echter
niet. Op 28 juni 1975 wordt Serge Reding dood aangetroffen op het bed van
zijn Filippijnse vriendin in Manilla. Als doodsoorzaak wordt na autopsie ter
plaatse een hartstilstand als gevolg van obesitas opgegeven. Geruchten in
de pers hebben het echter over moord... Het leven van Serge Reding eindigde
in een gordijn van mist, hij werd amper 34 jaar.
Pont
de la Longue Roye