>
150 meter voorbij de afgelegen woning kom je op gelijk niveau met de talud
rechts. Er is hier een opening. Je kan hier even rechts wandelen om de eerste
100 meter spoorbedding van lijn 163A te exploreren. Zoek niet naar spoorbils,
die zijn sinds begin jaren '70 opgebroken. De bedding is erg overgroeid.
2.
Van Y Orgeo naar Saint-Médard (5,0 km)
> Je loopt verder
over het steenslagwegje dat naar links omhoog draait naar de de Rue du Point
d'Arrêt. Dit asfaltwegje ga je op naar rechts om wat verder bij de
eerste brug over spoorlijn 163A te komen.
Deze asfaltweg liep naar het voormalige treinstationnetje
van Orgeo bij lijn 165. Het gebouw staat er nog maar is nu een woonhuis.

> Het geeft je telkens weer een enorme kick als je
zo'n overgroeide tunnelconstructie uit de 'jungle' ziet opdagen: De grote
zwarte slokop. Wat een werk moet het niet zijn geweest in 1907-1910 om hier
zo diep in het landschap ingesneden een tunnel uit te houwen. Aan dit vergeten
kunstwerk van meer dan 100 jaren oud hebben honderden arbeiders gewerkt.
Met deze tunnel kruist spoorlijn 163A ongestoord en ondergronds nogmaals
spoorlijn 165, evenals enkele verkeerswegen. Het traject verloopt licht
dalend om verbinding te maken met de vallei van de Aise waardoor de spoorlijn
verderop zal lopen. Ik heb geprobeerd om GPS-gegevens op te nemen over de
lengte van de tunnel maar door de slechte ontvangst (ook geen GSM-ontvangst)
in de ingesneden en met bomen dichtgegroeide bedding, had ik onvoldoende
sattelietbereik om nauwkeurige gegevens te hebben. Ik neem dus maar aan
dat de tunnel 675 meter lang is.

tunnel
dan ook gevoed door een bron. Wees dus voorbereid. Verander van schoeisel,
trek een paar botten aan. Botten moeten stevig aan je voet zitten, zodat ze
niet worden vastgezogen in het slib. Neem eventueel ook een handdoek en een
extra paar kousen mee. Zelf had ik geen botten bij maar ik was wel gewapend
met een extra paar versleten schoenen die een prima alternatief vormen. Eens
dat natte en modderige stuk door heb ik de verzopen schoenen weer verwisseld
voor het droge paar. Op je blote voeten erdoor gaan zou ik niet aanraden.
Hoe diep is het aan het andere einde? Ongeveer 10 à 40 cm, dus helemaal
niet onoverkomelijk. Het stuk dat onderwater staat is ongeveer 20 à
40 meter lang. Een wandelstok is handig om voor jou uit de diepte te testen
vooraleer je een stap zet. Opgelet ook bij de doortocht door de tunnel: Wandel
niet middenin, maar langs één van de zijkanten van de tunnelbodem!

>
Hier staan we dus, de tunnel van Saint-Médard:
Een lange donkere passage van 675 meter. Je kan bij de ingang het licht aan
het einde niet zien, aangezien er een knik in de tunnel zit, ze draait lichtjes
in wijzerzin.
Overwoekerde
oude spoorbedding 163A
Stukken
van de bedding zijn redelijk goed begaanbaar, zoals deze passage tussen berkenbomen.
Orgeo,
in de vallei van de Vierre , op een mistige morgen
Eerste
brug over spoorlijn 163A
Vroegere aftakking lijn 163A van hoofdlijn 165
(Libramont - Bertrix - Virton)
<
Overgroeide spoorbedding, boogbrug Gribomont
Pad
tussen veld en de beboste spoorbedding.
Kort
bij de kruising met de Rue de Babinay
Misty
in een mysterieuse tunnel
Zuidelijke
kant tunnel Saint-Médard
Sleuf
voor afwatering, oorspronkelijk volledig bedekt met platen
In
de tunnel van Saint-Médard:
De
wat verdronken toegang tot de noordelijke kant van de tunnel
Op
regelmatige afstand zijn nissen gebouwd in de tunnelwand
> Loop je over de
bedding zelf dan moet je 's zomers af en toe door hoog opgeschoten planten
en struiken. 's Winters is er wel minder groen in de bedding, anderzijds staat
er wellicht meer water in. Opgelet als je op die bedding zelf loopt en de
spoorlijn zich net voor de brug van Gribomont opnieuw ingraaft: Langs de randen
van de bedding liggen mogelijk dikke lagen drijfmodder. Ik ben hier redelijk
steil afgedaald in de bedding. Het is niet zo'n goed idee. Er loopt een moerassige
beek waarin je kan worden opgezogen (makkelijk een halve meter). Dit geldt
ook voor de volgende 3 km, er zijn plekken waar die modder verraderlijk diep
kan zijn. 's zomers is het ook uitkijken naar mogelijke aanwezigheid van reuzenberenklauw,
een plant waarvan het sap en de bladhaartjes, in combinatie met zonlicht,
brandwonden kan veroorzaken. Vermijd elk contact met deze plant.
> Je komt boven de
spoorlijn al snel bij een asfaltwegje, de Rue de l'Abreuvoir die je links
inslaat om zo de brug van Gribomont over
te steken. Gribomont is nog een echt boerengehucht, er liggen enkele boerderijen
in de buurt van de spoorbrug.

spoorlijn
163A geen overwegen had. De verklaring hiervoor lees je uitgebreid op de volgende
pagina van dit railtrackingverslag.
> Voilà,
we zijn dus op de brug waar vlakbij tussen
1904 en 1972 spoorlijn 163A aftakte van hoofdlijn 165. Vanop de brug kijk
je in oostelijke richting: 100 meter linksvoor zie je duidelijk een opening
in een bosje. Ooit lagen daar de eerste spoorbils van lijn 163A.
>
We volgen de spoorlijn verder, deze keer met de spoorlijn links van ons. Aan
deze zijde heb je ook een prachtig zicht hoe de voormalige spoorlijn nu een
groen bebost lint vormt in het landschap, een safe heaven biedend voor vogels
en dieren op het landbouwplateau.
>
400 meter verder vlakt de spoorlijn weer uit, je kan nu de bedding schuin
oversteken om een pad te volgen langs de linkerzijde van de lijn, of je kan
op de bedding zelf lopen die vooral 's zomers nogal overgroeid is. Voor de
bedding zich weer begint in te graven loop je rechts van de spoorlijn. In
de bedding ligt een dikke humuslaag, overwoekerd met snelopschietende vegetatie
die andere planten weinig kans geeft.
>
Sommige delen zijn makkelijker te doordringen, zo zit er een kort stuk bij
dat afgezoomd is met berken. Het is echter makkelijker om rechts van de bedding
het pad te blijven volgen. Eigenlijk kan je gewoon van het eerste hoefijzerbrugje
langs een tweede hoefijzerbrugje tot de boogbrug
van Gribomont wandelen over een biezonder aangenaam wandelpad rechts van de
spoorlijn (1,4 km). Dit pad vormt een buffer tussen de wilde spoorbegroeiing
en de weides rechts daarvan.
> Zoals je merkt
maakt het boslint van lijn 163A hier een grote bocht. Die vroege (en dure)
aftakking en de grote bocht is te verklaren door het hoogteverschil (daling)
dat de spoorlijn moet overwinnen om de leisteengroeven in de vallei van de
Aise verderop te bereiken.
>
OK, we gaan er dus voor, de rough way, wat volgt doet de adrenaline wat sneller
spuiten. Wandel na de brug weer dadelijk rechts, met de spoorlijn aan je rechterzijde
dus. Waar de spoorlijn weer op niveau komt steek je schuin over. L163A loopt
nu weer links van jou en graaft zich sterk in. Er loopt niet echt een pad,
maar volg gewoon de rand van het struikgewas tussen spoorbedding en veld.
Kijk uit links, bijna bij het einde van het struikgewas moet je de verborgen
tunnel van Saint-Médard zien liggen. Daal nu steil af in de spoorbedding,
er is geen pad en er groeien braamstruiken en netels. Eventueel
had je de spoortunnel ook kunnen benaderen via de overzijde van de spoorbedding,
maar ik vond toen die kant van de bedding nog meer overgroeid met opschietende
bomen en struiken.
>
Aanvankelijk is het wandelen over een vrij droge spoorbedding. Ook hier zijn
de sporen al lang geleden opgebroken. In de zijkant van de tunnelwand zijn
een aantal nissen gebouwd. Het kleine beekje dat de tunnel instroomt vormt
echter aan het andere uiteinde een grote waterplas, waardoor de tunnel daar
wat onderwater staat. Bij het einde van de tunnel is er namelijk slibafzetting
en modderophoping. Daardoor wordt een vlotte waterdrainage van de beek die
door de tunnel loopt geblokkeerd, wat de vorming van 'een vijver' tot gevolg
heeft na decennia lang verwildering. Ik ben door de tunnel gelopen op een
hete zomerse dag na een periode van weken droogte, zelfs dan staat het einde
van de tunnel nog wat onderwater, het maakt dus niet veel verschil in welk
seizoen je hier bent. Vermoedelijk wordt het beekje door de
Waarom?
Om de waterafvoer door de tunnel te regelen werd centraal op de
> Van Jorgo Das kreeg ik een mailtje over zijn exploratie
in de St Médardtunnel: "
Langs de Muno-zijde
staat de tunnel inderdaad onder water en lijkt het onmogelijk zonder aangepast
materiaal de tunnel langs daar te betreden. Langs de kant van Orgeo kun je
wel in de tunnel, weliswaar niet door de bedding te volgen maar gewoon langs
de steile rand van de uitgraving, aangezien de bedding totaal overwoekerd
is door omgevallen bomen etc.. Er loopt een klein beekje door de tunnel en
er staan heel wat plassen, ook is er in het midden van de tunnel een goot/kanaaltje
waardoor de beek stroomt. Hierop liggen verroeste metalen afdekplaten en het
is oppassen want soms ontbreken er van zulke platen en zijn er putten. Ook
bocht deze tunnel een beetje, dus duurt het even voor je de uitgang ziet.
De wanden en plafond zelf lijken mij in betere staat te zijn dan deze van
St-Cécile." Zijn ervaringen op lijn 163A kan je lezen op
zijn website
www.oude-spoorlijnen.be
> ! Update 20 jul 10 !: De zuidelijke toegang tot de tunnel van St Médard is moeilijker geworden door verdere overgroeiing en een flink aantal gevallen bomen. Update 14 mei 12: Situatie is ongeveer dezelfde, moeilijke doorgang (gevallen bomen, wat onderwater) maar niet onmogelijk.
bedding
een kanaaltje aangelegd waarover afdekplaten liggen. Op
sommige
stukken zijn die platen verrot of ligt de geul open, waardoor je onverwacht
40 cm kan zakken.
>
Algemeen is de toestand van het tunnelgewelf, na zoveel jaren verwildering,
eigenlijk verrassend goed, in ieder geval veel beter dan in de tunnel van
Conques, 11 km verder. Wellicht te verklaren omdat er hier minder (poreuze)
baksteen voor
het gewelf is gebruikt dan in Conques. Slechts op
enkele
plaatsen is er beperkte waterinsijpeling. De
donkere
koker is ook een thuis voor vleermuizen, hoewel ze mogelijk moeilijk te observeren
zijn.
> Nadat je eindelijk het donkere tunnelgat uit
bent geraakt wacht je nog een stuk dat wat sterk overgroeid kan zijn en wat
onderwater kan staan. Het is een boeiende plek, met een gevarieerde plantengroei
en met beken die bij nat weer in watervallen hun loop verder zetten in de
spoorbedding. Eens door die jungle van modderstukken en gevallen bomen verbetert
het pad snel.
> Je krijgt wat de valse indruk dat je licht omhoog loopt
doordat de bedding minder diep ingesneden wordt. De beken links en rechts
die zuidelijk stromen verraden echter dat je wel degelijk nog steeds bergaf
wandelt. Het wordt uiteindelijk een grassige bedding die uitkomt op de Rue
du Babinay (N824).
> Merkwaardig dat je hier zomaar via de bedding op een
weg terecht komt omdat


>
Terug naar de brug want de 35,5 lange tocht langs en over spoor 163A vangt
aan in de andere richting. Wandel een 50 meter terug richting Orgeo en neem
dan het eerste wegje rechts, een met kiezel verhard pad dat daalt naar een
alleenstaande woning. Onderweg heb je een prachtig zicht over het dorpje Orgeo,
waarvan de kern rond een peervormige klokkentoren is geschaard in de vallei
van de hier nog heel jonge Vierre (de belangrijkste zijrivier van de Semois).
Start
van de wandeling, afdaling naar de spoorbedding
Cargokonvooi
onderweg naar Bertrix over lijn 165. De spoorlijn links (163A) ligt er natuurlijk
niet echt. Is gewoon een gefotoshopte simulatie van het oude knooppunt Y Orgeo.
In realiteit vind je nu nog enkel grasoverwoekering.
>
Zoals je merkt vanop de bakstenen boogbrug heeft de spoorlijn zich op korte
afstand diep ingesneden. In de bedding heeft een weelderige begroeiing van
ondermeer netels de dwarsliggers vervangen. Bomen - op zoek naar zonlicht
- hebben er al hoogtes bereikt van 15 meter.
> Je zou kunnen proberen
om in de bedding te lopen, maar voorlopig blijven we er nog even uit en volgen
we een parallel wegje. Net voor de brug naar links dus.
> 400 meter verder
komt de spoorlijn op niveau om wat verder boven het landschap te lopen op
een talud. Bij een woning loop je rechts onder een mooi hoefijzerbrugje.
Voormalig
treinstation van Orgeo (aan lijn 165)
Tweede
hoefijzerbrugje waar bovenop de spoorlijn loopt.
'Slow
traffic' over de brug van Gribomont
Er
loopt zuidelijk van de boogbrug van Gribomont duidelijk een paadje op de spoorbedding.
Iets verder is er echter nog weinig doorkomen aan, we liepen hier niet.
!!!
Escaperoute: De volgende 2 kilometer van spoorlijn 163A zijn
de moeilijkste. We raden dit traject niet aan voor families met jonge kinderen
of voor wandelaars die minder vlot te been zijn. Er zit een moeilijke afdaling
in naar de spoorbedding, de passage van de 687 meter lange tunnel van Saint-Médard
(zaklamp nodig) met valkuilen, een stuk dat onderwater staat (best extra schoenen
meebrengen) en een modderig en nat gedeelte met klauteren over en onder gevallen
bomen. Wil je dit vermijden steek dan niet de burg van Gribomont over, maar
volg rechts de Rue de l'Abreuvoir over 1,2 km, dan rechts de Rue du Babinay
op. Details: Zie in
het railbook.
Highway
to hell: Kokervorm, mist en steenverkleuring door vocht en mos creëren
een psychedelisch effect.
Unieke foto van de bouw van de tunnel met decauvillesporen om ballast af te voeren. Voor deze tunnel zou een laag gewapend beton zijn gebruikt voor de gewelfbekleding, vrij speciaal voor die tijd. Het verklaart mogelijk ook waarom het gewelf er na 100 jaren veel beter aan toe is dan dat van de langere tunnel van Ste-Cécile. Meer oude foto's over de bouw van de tunnel van St-Médard vind je op de geschiedenispagina.
Aan
de zuidelijke tunnelmond kom je in een wilde jungle terecht, een fantastische
setting met zelfs een waterval.
10
meter hoge waterval die de leisteenwand van de uitgeboorde spoorbedding blootlegt.
Bedding
verbetert snel.
>
We hebben nu precies 5 km over en op het tracé van spoorlijn 163A afgelegd.
Het moeilijkste stukje ligt net achter ons, de rest is piece of cake. Kortbij
wacht een boeiend gebied van meer vergane industriële glorie: Oude leisteengroeven,
waar onze spoorlijn dwars door trekt richting Herbeumont. Zie volgende pagina.
>
Als je de Rue Haute nog 100 meter verder volgt voorbij de brug heb je rechts
een mooi uitzicht op een bocht in het spoortraject van lijn 165. Dit is een
favoriete plek van treinspotters om vrachttreinen, komende van Bertrix te
fotograferen... iets voor spotters met geduld, want het kan wel een uur of
2 duren vooraleer er een trein langskomt. Passagierstreinen trekken meestal
slechts 2 of 3 rijtuigen.