8. Franse grens - Messempré - Carignan (8,9 km)
> De industrie
in de vallei van de Aunois heeft een lange geschiedenis. Vroeg in de 19de
eeuw was de hoofdaktiviteit hier gebaseerd op ambachtelijke metaalnijverheid.
De aanwezigheid van mineralen in de streek, een snelstromend beekje met
ononderbroken watertoevoer (de Tremble / Aunois) en de grote voorraad hout
voor brandstof (bossen van Muno en Messincourt) waren ideale factoren. Er
was ook bedrijvigheid toegespitst op laken- en leernijverheid. Het water
van de Aunois werd op vele plaatsen afgedamd. Vijvers werden aangelegd en
> Half 19de eeuw
ontstaan de eerste industriële bedrijven op grotere schaal. Vooral
de familie de
> Zowat vlak op de Frans / Belgische grens te Fond Jamais, staat een afgelegen huis.
Op oude foto's staat dat huis bekend als een douanekantoor, andere bronnen hebben het over een grenscafé. Later stond het bekend als het 'Maison Père Joseph' en diende het als vakantiehuis voor een school uit Jette.
Het gebouw wordt geflankeerd door een eeuwenoude linde.
Station
Messempré in de jaren '60, als terminusstation een spoorlay-out met
rangeer- en stationeermogelijkheid.
> Cabaret is er al
lang niet meer op de grens, toen ik er in 2008 nogmaals passeerde bleek ook
het café (voor goed?) gesloten te zijn. Dit zijn echt de laatste huizen
aan de Belgische zijde van de grens. Terwijl we boven op de spoorbedding al
een paar honderd meter in Frankrijk lopen is de weg N884 nu ook aan de grens
gekomen. N844 wordt D19.
Op
deze etappe komen we op bestaand spoor.
Belgische
douanepost van Muno in de jaren '60, aan de N884
en hieronder in 2009 (nu een woonhuis).
Spoorbrug
bij het station van Carignan, gebouwd bij de vernieuwde aansluiting in 1915
van de lijn Messempré - Carignan op de hoofdlijn naar Reims (foto Repesse-Libar)
> Desondanks wordt
er aan Franse zijde na al het gelobby werk gemaakt van de aansluiting, en
dat op de vooravond van WO I. De Franse Genie begint met de aanleg van de
spoorbedding tot de Belgische grens. Er zal een douanestation worden gebouwd
te Messempré en in Carignan zal de aansluiting worden aangepast met
een dubbele lijn. Er worden in een eerste fase treinkonvooien voorzien met
een rotatie van 5 per dag. Ze zullen vooral Belgische steenkool aanvoeren
om de Franse industrie in de vallei van de Aunois en het industriële
bekken van de Chiers te bevoorraden. De spoorafstand van de Luikse steenkoolmijnen
tot Carignan zou door de passage via Muno worden gereduceerd van 212 km (spoorovergang
via Ecouviez) naar 157 km! Uitvoer wordt gericht op de haven van Antwerpen,
die door de passage via Messempré en Muno 50 km korter zou komen te
liggen.
> Eind augustus 1914
gebeurt het dan: De Duitsers overrompelen België, WO I ontplooit. Sommige
dorpen langs de spoorlijn hebben hard te lijden onder het oorlogsgeweld, met
name Herbeumont wordt zwaar verwoest, maar ook in enkele Franse grensdorpen
wordt door de Duitsers lelijk tekeer gegaan. De beddingvan het internationale deel wordt in snel tempo uitgegraven en ten laatste in 1915
> Voorjaar 1914,
enkele maanden voor het uitbreken van WO I: Spoorlijn 163A in België
nadert haar volledige voltooiing na 10 jaar hard labeur. Aan Franse zijde
is er echter niet veel beweging om ook de internationale link tot stand te
brengen. Er ligt natuurlijk al 40 jaren het stuk spoor van 7 km tussen de
stations van Carignan en Messempré, maar het is het aansluitingsstukje
van 2 km tussen het station van Messempré en de Belgische grens dat
nog steeds niet is gerealiseerd.
> Er hangt in de
lente van 1914 nervositeit in de lucht aan Belgische zijde van de grens. Zoveel
jaren arbeid en een fortuin aan investeringen dreigen nutteloos te worden
als de Fransen niks doen. De Luxemburgse kamer van Koophandel nodigt de Franse
betrokkenen uit in Libramont. Aan Franse zijde: De burgemeester van Carignan,
de hoofdingenieur van de departementele spoorwegen en de heer Boutmy (eigenaar
van de belangrijkste fabrieken langs de spoorlijn Carignan - Messempré).
Van Belgische kant is ondermeer Wynand Hynen aanwezig (de politieker van Bertrix
die 14 jaren eerder de doorbraak heeft geforceerd voor de aanleg van spoorlijn
163A, hij is inmiddels 78 en zal 2 jaren later overlijden).
> 1 punt op de agenda:
De Franse voltooiing van de internationale verbinding. Op de vraag van de
Belgen waarom de Fransen zo lang talmen krijgen ze lik op stuk van de Fransen:
"De Belgische Spoorwegen hebben veel te lang onzekerheid gecreëerd
over de afwerking van hun deel". Ze verwijten de Belgen dat de NMBS heeft
laten uitschijnen dat de lijn Bertrix - Carignan geen absolute noodzaak is.
Ongelijk hebben de Fransen in feite niet. De aanslepende werken aan spoorlijn
163A kostten handenvol geld, 16 miljoen frank is er op dat moment al in de
spoorlijn gepompt (voor die tijd waanzinnig veel geld). Zoveel geld dat de
zin van de werken in vraag werd gesteld door de Belgische Spoorwegen zelf.
> Nu, het overleg
lijkt toch iets op te leveren: Beide partijen besluiten dan toch om zo snel
mogelijk de eindfase van de verbinding te voltooien. Dat was in april 1914.
De industriëlen houden de druk op de ketel en dringen er bij de Belgische
minister voor Spoorwegen, Segers, een paar dagen later op aan om dringend
in contact te treden met de overheid van het departement Franse Ardennen.
Heynen heeft het in mei 1914 over een kwestie 'van enkele dagen' op de vraag
van een journalist wanneer de Belgische spoorlijn volledig af is. In België
wordt in juni 1914 nogmaals 2,9 miljoen frank opzij gezet voor de afwerking
van de spoorlijn.
Pas
in 1914 wordt effectief werk gemaakt om die aansluiting te realiseren na druk
vanuit België. De dagelijkse frequentie van treinen wordt geraamd op
5 X H/T per dag.
> Hoe dat met die
verbinding afliep weten we ondertussen (zie kadertekst hogerop). Het industriële
spoorlijntje naar Carignan wordt door de Duitsers plots opgewaardeerd tot
onderdeel van een internationale spoorlijn. De singletrack wordt een dubbelspoor
met een betere aansluiting in Carignan op de hoofdlijn tussen Reims en Longwy.
> De spoorlijn wordt
na WO I door de Fransen weer op één spoor gebracht tussen Carignan
en Messempré en de grenssectie wordt weer gesloten. Vrachtvervoer boert
vrij goed op de enige dagelijkse trein: Tijdens het interbellum wordt er jaarlijks
zo'n 50.000 tot 100.000 ton vracht verspoord naar en van Carignan. Met het
passagiersvervoer gaat het heel wat minder goed. Gemiddeld amper 500 reizigers
per richting en per jaar! Die lage aantallen zijn te verklaren door het ongunstige
reisschema: Eind 19de eeuw reed er voor de rit van 28 minuten vanuit Carignan
een trein om 13u30. Retour vanuit Messempré was al om 15u30. Amper
reizigers hierdoor maar er waren wel 3 comfortklassen aan boord! Het reizigersvervoer
werd uiteindelijk afgeschaft in 1937.
Frankrijk
in richting Messempré-Messincourt
>
Laatste etappe op de historische spoorlijn. Eerst wandelen we over het beruchte
spoorstukje van bijna 2 km waar zoveel om te doen was, een erg aangenaam wandeltraject
door vrij dicht bos, tot de eerste huizen van Messempé-Messincourt
er aan komen. Wat verder ligt het verdwenen station van Messempré.
Over nog een opgebroken traject bereiken we 1 km verder het deel van de industriële
spoorlijn 19/3 dat ook nu nog in gebruik is. We volgen dit stuk spoor over
7 km helemaal tot Carignan-station (terminus).
> Als je tot Carignan
wil wandelen zal je mogelijk teleurgesteld zijn over het wandeltraject. We
blijven immers de spoorlijn trouw door er over te lopen of parallel te wandelen
op de asfaltweg tussen Carignan en de grens. Landschappelijk is het zeker
niet geweldig, autoverkeer en karakterloze fabrieken maken het er niet spannender
op. Het is echt wel iets voor railbuffs of voor zij die na 26 km Belgisch
spoor helemaal tot de finish willen gaan.
> Terug geraken in
België na je railtracking is ook niet evident. Geen bus vanuit Carignan
en uiteraard ook geen trein. Pas in Sedan kan je per bus de grens oversteken
(naar Bouillon)! Wandel dus terug op het einde (alternatief traject via wandelgids
Pays des 3 Cantons) of lift. Lambermont is aan Belgische zijde de kortst bijgelegen
halte van buslijn 163a, die je helemaal 'flashbacked' tot in Bertrix als je
wil.
2
km oorlogspoorweg / internationale connectie
>
Misschien heb je in de titel gemerkt dat we het spoornummer veranderd hebben
van 163A naar 19/3. Frankrijk en België hadden immers een verschillend
nummeringsysteem. De spoorlijn tot Carignan had in de periode dat ze deel
uitmaakte van het spoornet van de Compagnie des Chemins de Fer de l'Est als
nummer 7/5 (1871 - 1937). Toen de Franse spoorlijnen kort voor WO II genationaliseerd
werden onder 'SNCF' kreeg ze tijdelijk het nummer 2/6 toegewezen om dan na
de oorlog het definitieve nummer 19/3 te krijgen. In feite wordt dat nummer
amper gebruikt. Als men het over deze spoorlijn heeft gaat het gewoon over
de spoorlijn Carignan - Messempré.
> Behalve het nummer
zijn er een aantal verschillen met spoorlijn 163A. Deze lijn is nog in gebruik
er zijn op het traject wel overwegen. De twee Franse bruggen kan je bezwaarlijk
kunstwerken noemen, ze hebben geen architecturale waarde.
Terminus
Grenshuis
in de Fond Jamais

Stafkaart
uit de jaren '30. Spoorlijn 163A (België) en spoorlijn 19/3 (Frankrjk)
staan er op ingetekend met een zwarte lijn. Oranje lijnen zijn autowegen.
Het internationale deel van 4 km tussen de stations van Muno en Messempré-Messincourt
was tussen de 2 wereldoorlogen niet in gebruik, vandaar dus het onderbroken
lijntraject. Deze kaart werpt weer een ander licht over de loop van het spoortraject
tussen de grens en het station van Messempré. Van de spoorweg is er
ter plaatse op een bepaald moment 'geen spoor meer'. Ik had altijd gedacht
dat de spoorlijn ter hoogte van de letter A van het riviertje l'Aunois de
weg naar Carignan kruiste om voor het station van Messempré nogmaals
te kruisen. Dat blijkt volgens deze kaart niet te kloppen. De spoorlijn bleef
blijkbaar ten westen van de weg naar Carignan. Op het terrein ben ik nogmaals
gaan kijken en ook buurtbewoners ter plaatse bevestigen me dat de spoorlijn
wel degelijk de autoweg kruiste, achter het blockhaus liep ter hoogte van het
kruispunt bij het begin van de Rue de la Réunion des Eaux, en dan net
voor het station van Messempré weer de weg kruiste. Geen sporen van bruggen
bij deze kruisingen? Nee, want in Frankrijk werd gewoon met overwegen gekruist.
Conclusie is dus dat het internationale stuk op deze kaart slordig werd ingetekend.
De kaart toont ook de 2 Franse stations, Messempré-Messincourt
en Osnes-Pure. Beide stations zijn al lang verdwenen.
Ter hoogte van het station van Osnes stak de parallelle autoweg het spoor
over naar het dorp Osnes. Die weg (en overweg) is er nog steeds maar er is
een nieuwe en meer directe hoofdweg bijgekomen, waarover nu alle auto's rijden
(ingetekende oranje stippellijn).

Stootjuk bij het begin/einde van de
huidige spoorlijn 19/3 naar Carignan, de lijn is met een kleine kilometer
geamputeerd sinds begin jaren '80 en begint nu
bij de Prisma-fabriek van Thyssen-Krupp
Fietspad
Station
van Messempré-Messincourt, verwoest in 1914
Spoortraject
van de Franse grens naar Messempré
> Het stukje
spoorlijn tussen Messempré en Carignan is veel ouder dan de Belgische
lijn 163A. De uitbouw van het spoornet in Frankrijk gebeurde in de 19de
eeuw en begin 20ste eeuw hoofdzakelijk met privé-kapitaal. Maatschappijen
kregen concessies voor de uitbating. Pas in de jaren '30 van vorige eeuw
werd alle treininfrastructuur onder de koepel van de nationale treinmaatschappij
SNCF onder gebracht. In de Franse Ardennen was vooral de 'Compagnie des
Chemins de Fer de l'Est' aktief.
'Usine
de Messempré', rond 1905. Toen de belangrijkste fabriek in de vallei
van de Aunois en eigendom van industrieel Boutmy. (foto Duparque)
Schematische
lijnintekening uit een spoorboek van de jaren '60
Station
Carignan, terminus
Site
van het verdwenen spoorstation van Messempré
1973: Spoorlijn 19/3 ter hoogte van Messempré en gezien in de richting van België. De stationsgebouwen waren toen al opgebroken. Er lag toen nog wel een ontdubbeld spoor. Nu fietspad. (Foto Jacquot)
Blockhaus, nog herkenbaar aan de bunkertstijl van de onderbouw

> Na de wapenstilstand
werd de internationale verbinding op last van het Franse leger weer verbroken.
De sporen werden weggenomen, het lag voor de Franse militairen te gevoelig.
Toch hebben de Fransen de spoorbedding tijdens het interbellum niet zomaar
laten dichtgroeien, ze genoot een soort basisonderhoud. Vraag is natuurlijk
wat de zin daarvan was. Het gevolg was dat 20 jaren later, bij de nieuwe inval
van de Duitsers in 1940, de bezetter enkel maar spoorbiels hoefde mee te brengen.
En dat deden de Nazi's ook. In een mum van tijd was de internationale verbinding
weer hersteld! Ook dit keer was er haast bij. Andere spoorlijnen naar Frankrijk,
meer noordelijk, waren immers door het Franse verzet onklaar gemaakt doordat
bruggen over de Maas werden opgeblazen, zoals op de spoorlijn via Givet. In
de loop van WO II neemt het belang van lijn 163A en zijn internationale link
weer af als andere lijnen hersteld geraken.
> Na WO II werden
de sporen dit keer niet onmiddellijk weggenomen door de Fransen. Aan Belgische
zijde was het viaduct van Maurépire (Pont de La Blanche) immers verwoest
door afdruipende Nazi's, er was dus nog weinig strategisch belang. Er hebben
in de eerste jaren na de oorlog (tot 1949) regelmatig goederentreinen gereden
tussen het Belgische grensstation van Muno en Carignan, ze voerden vnl hout
af uit Muno dat zo via een lange omweg toch de Belgische markt kon bereiken.
Er zou zelfs een Franse toestemming zijn geweest voor passagiersvervoer per
autorail. Of dat effectief plaats vond is onduidelijk, zeer waarschijnlijk niet. Toen in België
lijn 163A weer was hersteld sloten de Fransen de deur weer naar Messempré!
Er was aanvankelijk wel bereidheid om de oude droom van internationaal passagiersvervoer
in vredestijd te realiseren maar onderhandelingen over uitbating en kosten
tussen Frankrijk en België leidden tot niets. Begin jaren '50 braken
de Fransen de sporen tussen Messempré en de Franse grens weer op, ze
werden sindsdien nooit meer terug gelegd.


> Waarom de Duitsers
hier zo gehaast waren om de verbinding te realiseren in 'blitzkrieg - stijl'
ligt dan wel weer voor de hand: Niet om de fabrieken in de streek een plezier
te doen natuurlijk maar om zo snel mogelijk de oorlogsfronten te bereiken,
temeer daar hun overrompeling kompleet vast liep, met name in de regio Verdun
en de Argonne, gelegen ten zuiden van de Ardennen (zie ook
GR
14) . Spoorlijn 163A en zijn Franse aansluiting vormden een echt doorsteekspoor:
Aansluiting
van Tagar SA (productie grote metalen vormen op maat)
> Terwijl we over
Franse bodem wandelen vormt de N884 links beneden in de vallei van de Tremble
/ Aunois de grens tussen België en Frankrijk. Piepend door de bomen
zie je de laatste Belgische huizen, het voormalige Belgische douanekantoor en nog iets verder een groepje huizen met de naam
l'Ermitage. Mogelijk woonde er lang geleden
dus een kluizenaar, maar sinds mensenheugenis is hier een café-cabaret.
Typisch zo'n etablissement langs de Frans-Belgische grens, je komt ze op
nogal wat grensplaatsen met Frankrijk tegen (ook te Carignan / Florenville
langs
Via Arduinna,
Longwy / Halanzy langs
Gaume Buissonnière
en
GR570, La Malmaison
/ Virton langs de Gaumeroute en
Gaume
Buissonnière). Bijna steeds aan de Belgische grenszijde gelegen
draaiden ze wellicht op goedkopere alcohol en tabak. Het geheel heeft sinds het vervagen van de landsgrenzen een wat trieste aanblik van verval.
> In 1865 werd
het door de Franse wet Migneret voor de spoorwegmaatschappijen mogelijk
om spoorlijnen te ontwikkelen die enkel een lokaal belang hadden. De Compagnie
des Chemins de Fer de l'Est maakt van die mogelijkheid onmiddellijk gebruik
om een aantal (relatief korte) lijnen te plannen die aftakken van de hoofdlijn
Reims - Charleville - Sedan - Carignan - Longwy.
> Een jaar later
al, in 1866 wordt een plan ontvouwd om vanuit Carignan een spoorlijn te
trekken door de vallei van de Aunois. Er worden 2 stationnetjes voorzien,
één te Osnes en één te Messempré. Ze
bedienen de dorpen Osnes, Pure, Messempré en Messincourt. De lijn
is echter vooral gericht op de openbloeiende industrie in de vallei van
de Aunois. De opening ervan wordt vooral om politieke redenen wat uitgesteld,
spanningen met Pruisen leidden immers tot een bloedige oorlog in de Franse
Ardennen in 1870. Amper een jaar later, op 5 september 1871 wordt de 6,4
km lange spoorlijn Carignan - Messempré in exploitatie genomen, daarmee
is de eerste departementele lijn in de Franse Ardennen geopend.
> Er is één
dagelijkse treinrotatie, passagiers- en vrachtvervoer combinerend. Al van
bij de start wordt gedacht om de lijn op termijn naar België te verlengen,
met name de fabriekseigenaren in de vallei van de Aunois zijn vragende partij.

In een rechte lijn loopt de spoorweg zuidelijk en je passeert
een overweg naar het dorp Osnes aan je rechterzijde.
Ofwel steek je deze overweg over en neem je de eerste links, ofwel loop je
verder over de hoofdverkeersweg zuidelijk.
> Na een flauwe bocht
in de hoofdweg komt de volgende fabriek er aan: Tagar
SA, gespecialiseerd in staalplaten met biezondere maten. Het is nog
slechts 2,5 km tot het station van Carignan nu.
> Ietsje verder ligt
La Foulerie SA, het vierde bedrijf dat van
de vervoersmogelijkheden van de spoorlijn Messempré - Carignan gebruik
maakt. Specialisatie: Ringvormige staalprodukten. De zetel van dit bedrijf
is gevestigd in een voormalig spoorgebouw (voor de heraansluiting
van spoor 19/3 in 1885/86?).
Spoorlijn
19/3 Messempré - Carignan
> Na WO II wordt
er nog een tijd doorgereden tot het station van Muno in België, vooral
ten dienste van de houtnijverheid rond Muno omdat de spoorlijn noordelijk
is opgeblazen door de Nazi's. Vanaf de jaren '50 valt alles weer terug in
de oude plooi met één dagelijkse vrachttrein per dag tot Messempré.
Vertrek 's morgens uit Carignan rond 8u30 voor een rit van zowat 30 minuten.
Onderweg worden in vier fabrieken wagons ontkoppeld en aangehaakt. Terugrit
rond 9u vanaf de fabrieken van Thyssen-Krupp SA. Begin jaren '80 werd de
spoorlijn ingekort. Halte Messempré verdween en 800 meter spoorweg
tussen Messempré en de fabriek van Thyssen-Krupp wordt opgebroken.
Spoorlijn 19/3 is na 140 jaren nog steeds in gebruik dankzij succesvolle
reconversie en specialisatie van de industrie hier. Een paar keer per week rijdt er nu nog een vrachttrein, meestal 's namiddags.
>
Ondertussen beweegt er ook één en ander in Frankrijk. Eigenlijk
is de lijn Carignan - Messempré altijd al ontwikkeld met het doel
er op termijn een internationale verbinding van te maken. Voortrekker aan
Franse zijde was vooral de industrieel Boutmy (enkele van zijn fabrieken
liggen langs de spoorlijn in de vallei van de Aunois), tegen dat idee waren
de Franse militaire strategen. Ze waren niet zo zeer beducht voor de Belgen
maar wel voor de Pruisen (Duitsers) na het zware debacle van de oorlog in
1870 die hier in de Franse Ardennen bloedig werd uitgevochten (zie ook wandelverslag
GR14).
Industrie
langs spoorlijn 19/3
>
Aan Belgische zijde is op amper 3 weken tijd is de spoorlijn plots inrijklaar tot aan de grens (met de hulp van dwangarbeiders)!
Hoe kan dat? De Duitsers moesten enkel nog de spoorbils en -staven laten aanrukken uit het depôt van Libramont. Alles wijst erop dat de Duitsers zo gehaast waren dat ze een
soort 'noodverbinding' realiseerden op het onbestaande Franse stukje. Daarbij zou het spoortraject mogelijk door de
valleibodem van de Aunois hebben gelopen. Feit is dat er in 1915 en 1916 nog
gewerkt werd om de internationale verbinding tussen de Franse grens en Messempré
in een definitieve bedding te leggen wat hogerop in het bos.
> OK, en wijle weg, Frankrijk in. Nabij de grens,
waar we het bos in duiken (en dus de geasfalteerde RAVeL-route verlaten),
ligt links aan de N884 het oude Belgische tolkantoor. De bedding van het beruchte
stuk spoor dat door de Duitse bezetter werd geëxploiteerd, is een prettig
wandelstuk. De hele tijd door bos, met bomen en struiken soms dicht op het
pad. Links de vallei van de Aunois, eigenlijk
gewoon de zuidelijke loop van de Tremble, maar net zoals het spoornummer verandert
ook dit riviertje van naam in Frankrijk. En we dalen ook nog steeds, tot Messempré
aan een voor treinen relatief groot hoogteverschil van gemiddeld 1,5 meter
per 100 meter.

De
kortste verbinding voor de aanvoer van vers kanonnenvlees (en de afvoer van
gewonden), wapentuig en ander logistiek materiaal vanuit Duitsland naar de
fronten rond Verdun. Wellicht is spoorlijn 163A in zijn hele bestaan nooit
zo intens in gebruikt geweest als in de woelige jaren 1914 tot 1916, onmiddellijk
na de opening. Van 1916 tot 1918 nam het Duitse oorlogsvervoer weer geleidelijk
af.
Spoorwandelen
Fabrieksaansluiting
van Prisma Thyssen-Krupp en Palfroid. Deze fabriekstractor
wordt door beide bedrijven gebruikt om de wagons ter plaatse te verslepen.
De Fransen hebben in het interbellum langs de grenslijn
met België nogal wat van die versterkingen gebouwd. Het centrale deel
van de woning was ingericht om soldaten te kazerneren, op het laagste niveau
een munitieopslagplaats en in de zolderruimte een waterreservoir van 1000
liter. Het huis diende als een uitvalsbasis van een vooruitgeschoven patrouillepost.
Maison Forte nr 17 'Bouchon des Sarts' had een controlerende functie over
de grenspassage tussen Muno en Carignan. Er zijn verscheidene van zulke 'blockhausen' in de streek.
>
Rechts loopt een weg naar het centrum van Messincourt maar we wandelen rechtdoor
richting Carignan over een weg die Rue de la Réunion des Eaux heet. Na een linkse
bocht steken we de Aunois over. Vlak na die kruising begon spoorlijn 19/3
naar Carignan. Er is sinds begin jaren '80 een volle kilometer spoor verdwenen
> Juist voor we
een kruispunt bereiken met een rechtse afslag was het station
van Messempré-Messincourt gelegen. Alles wat nog is overgebleven
zijn fundamenten van een platform, duidelijk herkenbaar. Ook hier kaalslag:
Het treinstation is omgevormd tot iets wat lijkt op een petanqueterrein.
>
Het mooie traject door bos daalt en mondt 1,3 km na de grensoversteek uit
op de D19. De rest van de railtrekking tot
Carignan wordt hier, puur landschappelijk bekeken, oninteressant. De volgende
kilometer is de loop van de spoorlijn uit het landschap gewist. De spoorlijn ging dus de weg over en verdwijnt in het struikgewas om dan achter het blockhaus door te lopen en kort voor het voormalige station weer de weg over te steken. Dit traject is nu niet meer te volgen.
> Wandelend volgen
we hier gewoon de D19 tot je 80 meter verder op een kruispunt
komt. Er staat hier nog een 'maison forte', eigenlijk een tot versterkt
woonhuis gecamoufleerde bunker van het blockhaustype.
>
De sporen beginnen dus bij de Prisma-fabriek
van Thyssen-Krupp. Hier is al 200 jaar fabrieksnijverheid, eigenlijk is het
al die tijd de belangrijkste fabriek geweest in de vallei van de Aunois. Vroeger
stond de fabriek bekend als de 'Usine de Messempré', eigendom van achtereenvolgens
de broers Schneider, de familie Boutmy (periode van de aanleg van de spoorlijn)
en vervolgens de familie de Wendel. Metaalwalserij is de belangrijkste aktiviteit.
> Vandaag is de firma
Prisma, behorende tot de Duitse groep Thyssen-Krupp, gespecialiseerd in zware
metalen onderdelen voor trucks. Er zijn een honderdtal werknemers. Het bedrijf
is als toeleveringsbedrijf aan slechts een paar autobedrijven (oa Renault)
kwetsbaar en conjunctuurgevoelig.
Luchtfoto van Carignan uit de jaren '60, sindsdien vrij onveranderd. Op
de voorgrond het station en stationsplein. De spoorlijn, die we sinds Bertrix
volgden, eindigt hier na 35,5 km wandelen wel op een merkwaardige manier.
De sporen dwarsen onbewaakt de stationssite daar waar de toegangsweg overgaat
in het stationsplein, entrée in grandeur! Rechts liggen de rangeer-
en stationeerlijnen van de lijn Carignan-Messempré. Hier worden de
wagons voor de fabrieken in de vallei van de Aunois ontkoppeld en aangekoppeld
voor een verdere reis door Frankrijk. Op de achtergrond van de foto zie
je duidelijk hoe na de verwoestende kaalslag van Wereldoorlog II het centrum
van Carignan helemaal werd heropgetrokken. (foto Lapie)



>
Wandel naar en onder een volgende brug die
de spoorlijnen overspant en neem net voorbij de brug de eerste straat rechts.
Ga dan rechts de brug op en steek zo de spoorlijnen over. Aan de andere zijde
eerst rechts, je komt na een bocht op een pleintje. Ga naar rechts, naar het
station van Carignan.
> We
zijn nu 35,5 km ver. Hier eindigt onze spoorspeurtocht.
>
We hebben het internationale deel tussen spoorlijn 163A (België) en spoorlijn
19/3 (Frankrijk) verlaten na het verdwenen station van Messempré. De
eerste kilometer van spoorlijn 19/3 is dus opgebroken in de jaren '80. Er
is gedeeltelijk een geasfalteerd fietspad
voor in de plaats gekomen. Een goeie 600 meter na het station van Messempré
bereiken we de eerste sporen.
> We zijn nu 29,5
km ver sinds we te Y Orgeo aan onze spoorwandeling begonnen. Tijd om het Franse
deel van deze railtracking voor te stellen.
'Et
j'entends siffler le train...'
Het verkeersteken 'S' betekent dat de machinist de treinfluit moet laten schallen
door de vallei van de Aunois. 'S' staat hier voor 'siffler' (=fluiten).
De reden ligt voor de hand:
Een kleine 100 meter verder is een onbewaakte overweg.
Spoorlijn
19/3 parallel met de weg naar Carignan
>
Zoals we al 29,5 km lang doen zou je ook hier op de spoorbedding kunnen lopen.
Hier liggen er echter sporen en rijdt er nog onregelmatig enkele malen per week een trein, meestal 's namiddags.
Waarschijnlijk zul je weinig problemen ondervinden door op de sporen te wandelen,
maar het is wel degelijk verboden, als politie of
spoorpersoneel je zo ziet wandelen, komen er gegarandeerd problemen van.
> Gevaarlijk is het
niet, er zijn geen tunnels of lange bruggen en de treinen mogen op deze lijn
maximaal 40 km/u rijden, soms zelfs maar 10 km/u is. Je zal dus wel niet dadelijk
overreden worden.Er is een parallelweg.
Lelijk
brugje waar de spoorlijn naar Carignan draait
Het administratief gebouw van fabriek La Foulerie is kenmerkend voor spoorarchitectuur, vroegere station?
Spoorlijn
19/3 (rechts) vervoegt de bedding van de hoofdlijn.
>
Naast Prisma SA ligt de fabriek Palfroid SA.
Ook de geschiedenis van dit bedrijf is direkt verbonden met de oude metaalnijverheid
in de vallei van de Aunois. Palfroid is een koudwalserij, sinds meer dan een
halve eeuw sterk gespecialieerd in damwandprofielen. Palfroid behoort tot
de mondiale staalgroep ArcelorMittal. Om hun treinwagons te rangeren gebruiken
Palfroid en Prisma een gemeenschappelijke dieseltractor.
> Bij het einde van
de Prisma-fabriek draait de autoweg wat af van de spoorlijn. We
zijn in Pure. Neem dan dadelijk rechts en
vervolg richting Carignan. Waar de weg weer de spoorlijn nadert was het station
van Osnes-Pure gelegen.
Carignan
In
tegenstelling tot de Belgische spoorlijn 163A heeft
lijn 19/3 wel enkele overwegen, ze zijn onbewaakt.
Spoorlijn 19/3 ter hoogte van fabriek La Foulerie, nog steeds in gebruik.
Locomotief op spoor 19/3 te Carignan.
Spoorlijn 19/3 geniet enkel het meest noodzakelijke onderhoud om transport mogelijk te houden.
Railtrack
19/3 tussen Messempré en Osnes
>
Carignan ziet er op het eerste zicht een wat grijze onaantrekkelijke stad
uit, geheel in lijn met de even karakterloze fabrieken en spoorbruggen die
we passeerden de laatste kilometers.
>
We naderen een eerste brugje op spoorlijn
19/3, eigenlijk het lelijkste en oninteressantste brugje van het hele traject
sinds Bertrix. Als je niet over de sporen loopt vervolg je de Rue
de Malakoff. Ze draait naar links en klimt naar de Avenue
Charles de Gaulle. Ga rechts over deze redelijk drukke weg, kruis de
spoorlijn over het bewuste brugje en neem dan de eerste links.
> Dit steenslagwegje
loopt naar de spoorlijn Reims - Longwy. Kruis
de sporen via een onbewaakte overweg en loop links en parallel met deze spoorlijn
naar Carignan toe. Even later vervoegt spoor 19/3 aan de andere zijde parallel
de spoorlijn Reims - Longwy. Beide lijnen lopen nu recht naar het station
van Carignan toe.
L'Ermitage
tijdens de eerste jaren van de 20ste eeuw. (foto Caen)
en hieronder in 2009: Verkrot café en autokerkhof.
Spoorwissel
bij Tagar SA
Wendel
heeft nogal wat fabrieksaktiviteit in de vallei. Houtzagerijen en metaaltoepassingen
(zoals draadtrekkerij) blijven de hoofdaktiviteit.
> Eind 19de eeuw
is het de heer Boutmy die eigenaar is van de belangrijkste bedrijven, hij
is dan ook een voortrekker van een internationale spooraansluiting naar Muno.
Aanvankelijk investeert hij zelfs persoonlijk in de verbinding.
> In de loop van
de 20ste eeuw ondergaat de industrie in de vallei van de Aunois een succesvolle
reconversie. 4 bedrijven maken nog gebruik van de dagelijkse cargotrein op
spoorlijn 19/3 voor de aan- en afvoer van produkten, wat het (winstgevende)
bestaan van deze spoorlijn verantwoordt.
> Dat weinig spannende
uitzicht heeft grotendeels te maken met de grote verwoesting tijdens de laatste
wereldoorlog. Van het centrum werd zowat 90% van de kaart geveegd. De woon-
en winkelwijk in het centrum is dus zowat volledig naoorlogs. Voor pittoreske
oude gebouwen en straatjes moet je niet in Carignan zijn.
> De toeristische
dienst van 'Les 3 Cantons' zoals Carignan en wijde omgeving tegenwoordig heet
heeft dat ook begrepen. Ze zijn dus niet in de stad gevestigd maar hebben
hun kantoor langs de weg naar Florenville, op de Belgische grens die daar
Ardennen en Lotharingen van elkaar scheidt.
> Toch heeft de stad
een rijke geschiedenis en als je er naar op zoek gaat vind je her en der nog
sporen daarvan terug, zoals de middeleeuwse burchtversterkingen rond Carignan
bvb.
>
Sinds we Sainte-Cécile verlieten is spoorlijn 163A - 19/3 haast onmerkbaar
over zowat 16 km aan één stuk door gedaald, van 320 meter hoogte
naar 165 meter. Onvermijdelijk kom je zo uiteindelijk in een rivierdal. In
Carignan is dat de vallei van de Chiers. Een blik op je topografische kaart
verraadt waarom er hier een nederzetting groeide, wellicht al in de Gallische
tijd: De Chiers ontvangt op de plaats waar de stad nu ligt een aantal beken
en riviertjes die allen hun bronnen hebben in de hoger gelegen Ardennen.
> Carignan was al
sinds het Romeinse tijdsvak bekend als een 'vicus', een versterkt handelstrefpunt
gelegen langs de belangrijke
Romeinse
heerbaan Reims - Trier die ZW - NO de stad kruiste.
> Gelegen in een
grensgebied tussen wisselende machtige spelers, viel Carignan vaak ten prooi
aan gewelddadigheden van oprukkende legers. Zo is Carignan lang deel geweest
van het
graafschap
Chiny (gelegen in de Belgische Ardennen). Later behoorde het tot het Hertogdom
Luxemburg, werd deel van de Spaanse Nederlanden om dan weer ingelijfd te worden
bij het Franse Rijk onder Lodewijk XIV.
> Eigenlijk was de
naam van de stad niet Carignan maar Yvois. Toen Lodewijk XIV rond 1662 Yvois
en zijn omliggende dorpen aan een graaf van een Italiaanse tak van het adellijke
huis Savoie uit Carignano schonk, kreeg Yvois de nieuwe naam Carignan. Men
spreekt nu nog van het Pays d'Yvois of van de inwoners van Carignan als Yvoisiens.
Spoorlijn
19/3 draait weer lichtjes weg bij het station van Carignan
Carignan
tijdens de verwoestende Tweede Wereldoorlog. Op de voorgrond de dubbele spoorlijn
Reims - Longwy, daarachter de lijn Carignan - Messempré.
'Wreed accident' in Carignan-station. Een stoomloc en wagons liggen er
op hun zij. Het is niet erg duidelijk wanneer en wat zich hier afspeelde.
Duitse legeruniformen verraden dat dit een foto is genomen tijdens de oorlog
en dat het misschien niet zomaar over een ongeluk gaat maar mogelijk het
resultaat is van bombardement of sabotage. (Feldpostkarte)