> Deze wandelpaden danken hun bestaan aan Maurice Cosyn.
Als verantwoordelijke voor de wandelpaden van de toenmalige Touring Club
de Belgique (TCB) is hij werkelijk gepassioneerd door de creatie van wandelmogelijkheden.
Rond 1920 bestond er in de Ardennen zo goed als geen infrastructuur die
specifiek gericht was naar lange afstandswandelaars. Door zijn contacten
met de machtige TCB begon hij lokale wandeltrajecten te ontwerpen, in samenwerking
met de toen nog jonge lokale VVV-kantoren. Dat waren aanvankelijk korte
wandelstroken, zoals het ‘Sentier de la Lesse’ in 1921, slechts
15 kilometer lang. In de Semoisvallei werd zo ook rond die tijd een klein
netwerkje van wandelpaden uitgebouwd.
> GR 57 is één
van de populairste lange paden in de Ardennen. Deze route van 279
km (+ 7 km variante te Wéris) loopt voor een groot stuk door één van de mooiste riviervalleien
van de Ardennen en is erg afwisselend. De meeste etappes zijn te bereiken
per trein of bus en er zijn onderweg veel slaapmogelijkheden. Een
tocht op maat gesneden voor zij die op een niet te moeilijke manier willen
kennis maken met wandelen in de Ardennen.
> Het zuidelijke deel van de route
(Sentier du Nord) loopt door het Groot Hertogdom Luxemburg en vormt een
uitstekende staalkaart van wat wandelen in Luxemburg zoal te bieden heeft.
> Dit pad kan worden gezien als een variante
wandelroute van GR 5 tussen de Luikse regio en Diekirch. Eerst maak je kennis
met de Luikse grootstad. Het contrast nadat je Luik hebt verlaten kan niet
groter zijn: Je kom de Ardennen binnen, met dichte bossen en grassige plateaus.
Daarbij volg je ruwweg de loop van de Ourthe, van de monding tot in de buurt
van de oostelijke bronnen. Onderweg kom je langs talrijke historische stadjes,
dorpen en merkwaardigheden. In de buurt van de Luxemburgse grens klim je
uit de Ourthevallei en passeer je meteen ook de waterscheidingslijn tussen
het Maas- en het Rijnbekken. Eens over de grens daal je naar Troisvierges,
waar het Luxemburgse Pad van het Noorden overneemt. Langs de riviervalleien
van Woltz, Clerf en Sauer loop je zo naar Diekirch, waar het 279 km lange
pad eindigt. Onderweg is het vaak uitnodigend om af en toe de rugzak even
wat langer af te leggen om een historisch dorp of een brok natuur in detail te
exploreren.
Sentier du Nord in Luxemburg
Ontwikkeling
van GR57 en Sentier du Nord
Voorstelling
Oude markering langs het Sentier de l'Ourthe (Esneux). De wandelaar werd geleid
door bordjes waarop plaatsnamen en door witte verfstrepen met de tekst 'T.C.B'
+ het padnummer op bomen en palen.
Kaart uit 1938 : Een deel van het Luxemburgse Sentier du Nord. Jean Loiseau
vond hier inspiratie voor de eerste GR-paden in Frankrijk. Dit traject is
vandaag nog grotendeels identiek. De tentsymbolen op de kaart verwijzen niet
echt naar campings maar eerder naar 'kampeermogelijkheid'. De wandelaar kon in die tijd al
een overnachting vinden in een jeugdherberg maar de campings waren in het
beste geval grasvelden, die voor toerisme ter beschikking werden gesteld,
meestal zonder extra voorzieningen. De meeste kampeerplaatsen op deze kaart
verwijzen echter enkel naar plekken die kunnen dienen om een tent te plaatsen,
die tegenwoordig 'wildkampeerplaatsen' zouden kunnen worden genoemd. Loiseau
vermeldde over al deze plekken ook over welke 'faciliteiten' de vrijkampeerder
kon beschikken : Baadmogelijkheid, uit of in de wind, hoeveel tentjes er
kunnen worden opgesteld en of het gras eerst moest worden gemaaid.... Water
uit een beek beschouwde hij algemeen als drinkbaar water. (Kaart Loiseau)
Het oorspronkelijke wandelpad van de Ourthe eind jaren '30
> Gelijktijdig ontwikkelt Cosyn voor het Groot-Hertogdom
Luxemburg en ook in de Franse Ardennen nog eens een apart wandelnet. Als dank
zou de Luxemburgse overheid later nog een wandelpad naar hem noemen, het
'Sentier Maurice Cosyn', dat nu nog bestaat. Zijn enthousiasme was amper
te temperen. Eén van de 14 lange afstandspaden in Luxemburg was het 'Sentier du Nord' (Pad van het Noorden), waarbij Burg Reuland en Diekirch
met elkaar werden gelinkt over een afstand van ongeveer 75 km, meteen ook
het langste Luxemburgse pad van Cosyn. De Luxemburgse overheid maakte de
paden toegankelijk en zorgde zelf voor de markering. Ook nu nog is in Luxemburg
het beheer van de lange paden in handen van de nationale overheid.
> De oorlog '40-'45 bevroor echter elke verdere ontwikkeling
rond wandelpaden. Met de oorlogsjaren kwam er een flinke dip in het wandeltoerisme.
Ook na de oorlog moesten de Ardennen nog jarenlang hun wonden likken van
het vreselijke Ardennenoffensief waarbij hele dorpen werden verwoest. Steden
als Houffalize waren grotendeels van de kaart geveegd. Aan onderhoud, uitbouw en promotie van de paden werd dan ook niet
meer gedacht de volgende jaren. De Cosyndynastie van reisgidspublicaties
werd voort gezet door Paul Cosyn, maar het wandelnetwerk van Maurice was
definitief zijn bezieler en élan kwijt.
> Er zit een hiaat van enkele jaren waarbij er geen
initiatieven worden genomen voor het opnieuw uitwerken en onderhouden van
lange afstandwandelpaden. Ondertussen was in Frankrijk Jean Loiseau onmiddellijk
na WO II begonnen met de uitbouw van een basispadennet. Hij noemde zijn
paden 'grande randonnées' (of kortweg G.R.'s). Voor
de praktische uitwerking had Loiseau zich vooral gebaseerd op de ideeën
van...Maurice Cosyn.
Oude markering van het Sentier du Nord in de buurt van Schüttburg. Aanvankelijk
werden blauwe strepen gebruikt, die werden al snel vervangen door een gele
ruit + gele streep op blauwe achtergrond. Later viel ook het streepje weg
en gebruikt het Luxemburgs Ministerie van Toerisme nog enkel gele ruiten.
Vader en zoon bezig met de eerste markering van GR57 in de jaren '60. 2 verfpotten:
Eén voor de witte streepjes en één voor de rode streepjes.
(Foto Robyns)
> In 1959 werd een Belgische tak van de Franse GR's opgericht: Van een enthousiast vriendengroepje uit het Luikse zou dit initiatief enkele jaren later leiden tot de oprichting van het Comité Nationale Belge des Sentiers de Grande Randonnée,
kortweg C.N.B.S.G.R.
> De succesvolle realisatie van een eerste project,
de GR5 doortrekken van de Nederlandse grens naar Luxemburg, was de Groupement
de l’Ourthe des Syndicats d’Initiative (G.O.S.I.), zeg maar
de verenigde VVV’s van de Ourthedorpen, niet ontgaan. Het oude Ourthepad
van Cosyn had voor de Ourthegemeenten immers aanzienlijk bijgedragen tot
de toeristische ontwikkeling van de regio. Bewijs daarvan is een brief uit
1939, gericht aan Cosyn vanwege de burgemeester van Comblain-au-Pont : “De
creatie van het ‘Sentier de l’Ourthe’ had voor Comblain-au-Pont
zeer gunstige en bemoedigende resultaten. De omgeving hier werd relatief
weinig bezocht en dank zij het pad komen hier nu veel toeristen die hier
onze streek beter leren kennen. Onze gemeente dankt zijn ontwikkeling dus
voor een stuk aan het Sentier de l’Ourthe. Het zou wenselijk zijn
als systematisch propaganda zou worden gevoerd ten voordele van deze wandelingen,
teneinde nog meer bezoekers te krijgen.”
> Het is dus niet zo verwonderlijk dat er bij de heropleving
van het toerisme in de jaren '50 veel interesse is van de VVV’s om
Cosyn’s pad te ‘restaureren’. Op vraag van de VVV’s
begon het GR-comité na de GR 5 in 1965 ook het Sentier de l’Ourthe opnieuw te
markeren, ditmaal met de bekende witrode streepjes die zo typisch zijn voor
een G.R. Het G.O.S.I. sprong bij om het project logistiek en financieel
te ondersteunen.
> Uiteraard werd het verloop van de route hier en daar
ingrijpend gewijzigd, want sinds de 30’er jaren was er behoorlijk
wat veranderd in de landschapsstructuur. In 1965 werd de route gemarkeerd
door
Francis van Mechelen (zijn monument staat staat langs
GR
AE (15) en
Lucien Cailloux (toenmalig voorzitter van C.N.B.S.G.R.).
Op
8 mei 1966 werd de 150 km lange route officieel voorgesteld te Logne
onder de padnaam 'G.R.O. – G.R. 57 Vallée de l’Ourthe'.
Het traject liep net zoals in 1937 weer tussen Angleur en Houffalize (150
km). Het zou de
succesvolste route worden die de Waalse wandelorganisatie
(her-)ontwikkelde. Er zijn ondertussen al 7 herziene edities van de topografische
gids over G.R.O. (57) verschenen.
> Later werd de route verder doorgetrokken.
Zuidelijk in 1982 van Houffalize tot
Gouvy (nabij de oostelijke bronnen van de Ourthe)
Noordelijk werd in 1990 een verbinding
gemaakt dwars door Luik in het kader van de integratie van steden als cultureel
wandelpatrimonium.
Noordelijk werd GR57 nog iets verder
doorgetrokken, van Jupille tot in de buurt van het dorpje Barchon (aansluiting
op de internationale GR5 / E2). In feite werd hierdoor een stukje geïntegreerd
dat vroeger als GR 5 op de kaart stond.
Zuidelijk werd in de jaren ’90
het traject nog verder doorgetrokken over de Luxemburgse grens.
> Op het eerste zicht is de
zuidelijke doortrekking een beetje vreemd omdat we hier helemaal uit het bassin van de Ourthe zijn
en omdat het pad geen GR-markering meer heeft vanaf Troisvierges. Daar volgt
het pad de gele ruit van het
Sentier du Nord tot Diekirch waar de route
in de buurt van Diekirch (Gilsdorf) opnieuw aansluit op GR5/E2/
Ardennen-Eifelpad.
Daardoor is het Sentier de l’Ourthe met zijn 279 kilometer ook uitgegroeid
tot een alternatieve wandelweg voor GR5 waarop GR57 nu zowel noordelijk
als zuidelijk aansluit. Je kan het ook bekijken als een Waals
eerbetoon
aan Maurice Cosyn, de man waarmee het allemaal begon, want zowel het Ourthepad
als het Pad van het Noorden werden door hem ontworpen.
> Het 'Sentier du Nord' heeft in de loop van 80 jaren
weinig verandering ondergaan. Vandaag volgt GR 57 het Sentier du Nord niet helemaal, een stuk van 9 km tussen Weiswampach en Troisvierges hoort er niet bij. De padmarkering die Cosyn aanbracht, is zowat
geheel verdwenen maar er zijn toch nog bepaalde dingen herkenbaar. Vele
van de uitzichtpunten werden toegankelijk gemaakt dankzij initiatieven an Touring Club.
In die tijd vormden deze 'belvédères' onderweg zowel letterlijk als figuurlijk
dé hoogtepunten van de wandelpaden. Sommige van de banken of kiosken
op die plaatsen dateren nog uit de jaren ’30, toen de paden werden
ontworpen. Als je dus op zo’n uitzichtpunt even uitblaast van de wandelinspanningen
zit je misschien wel op een bank waar lang geleden ook de pionierende Ardennenwandelaars
hebben gerust.
> Langs GR57 en het Pad van het Noorden kom je heel
wat rare dingen tegen. Kijk ook even op de pagina die volledig is gewijd
aan
kruisen, grafstenen en gedenkstenen. Ook
in de
etappeverslagen bij deze trekking zullen
regelmatig vreemde zaken en verhalen opduiken. Aandacht zal ook gaan naar
de verscheidenheid in de natuur, ihb deze keer
vlinders.
Eerst gaan we op de volgende pagina echter wat dieper in op
praktische
informatie voor zij die echt interesse hebben om deze mooie en gevarieerde
tocht ook eens te lopen.
Enkele voorlopers van de
huidige
topografische gids (1972 - 1999) van G.R.O.
Langs
het pad
>
In de jaren '20 van de vorige eeuw boomt het toerisme in de Ardennen zonder
weerga. De regio wordt in die periode ook sterk ontsloten met openbaar vervoer,
waaronder de zogenaamde ‘tramways’ of buurtspoorlijnen, die toeristen
tot diep in de Ardense dorpen kunnen brengen.

> Cosyn’s ambitieus plan om voor de hele Ardennen
een netwerk aan paden te ontwikkelen vindt dan ook nogal weerklank, niet
enkel bij de hoteliers en toeristische diensten van de Ardennen, maar ook
in Brussel komt er vanuit de overheid een positieve reactie in de vorm van
subsidies.
> Cosyn ontwerpt daarom in 1934 een netwerk waarop
zowel lokale als nationale overheden, evenals zijn TCB zich zullen baseren
om ‘toeristische paden’ aan te leggen. Eén
daarvan is het 'Sentier de l’Ourthe'.
> Het gaat razendsnel. Tussen
1934 en 1939 wordt zowat 2/3de van het hele project gerealiseerd en loopt
er een heel netwerk aan lange paden door de Ardennen. Het 'Sentier de l’Ourthe'
is officieel helemaal klaar in 1937. Het traject loopt van Angleur (Luikse
agglomeratie) via Houffalize tot Clervaux (Luxemburg). Afstand 171
km.
>
Wat betreft het deel tussen Houffalize en Clervaux heb ik geen bevestiging
kunnen vinden dat het ooit effectief op het terrein werd gerealiseerd. Ondertussen
publiceert Cosyn een lange reeks lokale en regionale toeristische gidsen waarin
zijn lange afstandswandelpaden ook worden opgenomen. Hij had een hele filosofie
rond wandelen waarbij hij duiding, geschiedenis en contact met de natuur voorop
stelde.