> Esneux bestaat trouwens uit 2 delen: Het commerciële centrum tussen de Ourthebrug en het station enerzijds en het oude centrum met ondermeer de kerk en het gemeentehuis anderzijds. Beide delen zijn verbonden met een trap, de 'Vieux Thier', bestaande uit 156 brede treden.
Sart-Tilman:
'De grote adelaar van de overwinning.'
Aanlooproute Tilff
> Een lange etappe, in
feite was het beter om dit in 2 stukken te doen. Zij die de eerste etappe
door Luik niet zo zien zitten kunnen aanpikken vanuit Angleur (treinstation),
ofwel vanuit Tilff (treinstation) vanwaar een gemarkeerde aanlooproute GR 57
vervoegt net voor het schitterende uitzichtpunt 'la Roche aux Faucons'.
> Ik vond dit een verrassend
mooie tocht vol afwisseling. De hoogtepunten voor mij waren de vele vlinders,
het uitzichtpunt 'La Roche aux Faucons', een schitterend veld vol bloemen
en het stokoude dorpje Xhignesse.
> Veel wandelaars nemen Angleur als hun startpunt van GR 57 en skippen de eerste etappe vanuit Barchon omdat Barchon moeilijker te bereiken is dan Angleur en omdat velen de doortocht door de stad Luik liever niet doen. Zowel het beginpunt van deze tweede etappe, Angleur, als het eindpunt Hamoir, zijn vlot te bereiken met de trein via Luik en dan de spoorlijn door de Ourthevallei. Er is ook een gemarkeerde aanlooproute van 2 km tussen het treinstation van Tilff en GR 57 op de hoogten ten zuiden van de univgebouwen van Sart-Tilman. Hierdoor verkort je deze etappe met zowat 8 km.
>
Horeca langs het tweede deel van deze etappe, te Comblain-au-Pont, Comblain-la-Tour en Hamoir. Heb je eerder iets nodig, wandel dan 1 km vanaf GR 57 naar het centrum van Esneux of Poulseur. Supermarkt onderweg: In Comblain-au-Pont is een Eurospar in het centrum. Verschillende campings langs het traject, ook te Tilff maar de jeugdherberg daar is enkel voor groepen.
De Ourthe gezien vanop de 'Roche aux Faucons'
Ferme de Rosière, gezien
vanop de Roche aux Faucons
Pionierbegroeiing zoals berk op deze helling 'in herstelling' na jarenlange
vervuiling
> Als de stijging
meer geleidelijk wordt kom je in het arboretum van het park. Het is wat
vreemd om hier in dit bos, dat redelijk ongemoeid wordt gelaten, coniferen,
sparren en andere uitheemse boomsoorten te zien opdoemen. Er staat een 6-stammige
eik (linkerzijde net voor je links afslaat) en een merkwaardige gekrulde beuk-
in feite een genetische afwijking (aan de rechterzijde kort na een afslag naar links).
> Verder door
bos en langs een ronde zitbank met een menhir als leuning. Eigenlijk is dit bankje een eerbetoon aan Jean d'Ardenne (zie hoger in dit verslag).
> Het pad loopt nog een tijdje door het bos van Anthisnes om dan plots op een steengroeve te botsen. GR57 omcirkelt de huidige mijn
in wijzerzin. Van de mijn zelf zie je in feite enkel de hoge berm. De stoffige
weg langs de mijn gaat na een tijdje over in een weg waarbij een geleidelijke
daling wordt ingezet door meer open landschap met aan de éne kant
wijkbebouwing en aan de andere kant mooie uitzichten over de Ourthe-oevers.
> Weer aan het
treinstation van Angleur voor een lange
etappe onder een zomerse zon. GR 57 loopt in Angleur langs een vervallen
kasteel en voorbij de kapel van Notre Dame de Bonsecours, die vol ex-voto’s
hangt. Aanpalend is een oude hoeve. Daarna zigzagt het pad omhoog het bos
in. De bossamenstelling hier bestaat vooral uit beuk met een mengeling van
andere soorten, zoals eik, hulst en tamme kastanje. Het pad passeert trouwens
een prachtexemplaar van zo’n tamme kastanje. Aan een hoogspanningsmast
vlakt het pad uit en loopt over een kaal terrein dat beheerst overgelaten
wordt aan de natuur.

> De zanderige,
voedingsarme bodem hier is altijd al een heidegebied geweest, tot vorige
eeuw vooral aangewend als hooiland en graasgebied voor vee. Tussen 1938
tot 1966 krijgt het natuurlijke milieu in deze omgeving het zwaar te verduren
door uit de vallei opwaaiende fabrieksdampen van zwaveldioxide en fijn stof
dat lood- en zinkhoudend is. De boombegroeiing in het bos van Streupas,
waardoor GR57 nu loopt, had zwaar te lijden onder die vervuilende uitstoot
van de fabrieken van Vieille-Montagne in Angleur. Na het sluiten van de
meest vervuilende industrie in 1966 ontwikkelt zich al snel weer een nieuw
bos op de heuvels van Streupas.
> Onder toezicht
van de nabijgelegen universiteit van Sart- Tilman wordt besloten om hier
terug een heidegebied in te creëren, het landschapstype dat hier eeuwenlang
was. Wat je nu ziet als wandelaar, neerkijkend in de richting van de vallei
van de Ourthe, is een gebied waar zogenaamde pionierplanten alle kans krijgen
zich te ontwikkelen. Heide is zo’n typische pionierplant. Wat bomen betreft zijn het vooral berken die de pioniersrol opnemen, gevolgd door trager groeiende eiken.
> De eerste jaren
wordt hier elke herfst gemaaid op een hoogte van 20 cm om de heide meer
kans te geven zicht te ontwikkelen, ten nadele van andere sneller opschietende
struikgewassen. Een gedeelte van het terrein werd ook afgegraven (die ‘banden’
zijn nu nog te zien op de helling) om meer kans te geven aan vegetatie die
een arme voedingsbodem prefereert, zoals dus heide.
> De universiteit
van Luik barstte in de jaren '60 uit haar voegen. Er werd toen besloten
om uit te wijken naar de heuvel van Sart-Timan. Bij de uitwerking van het
architecturale project werd geprobeerd om de gebouwen zoveel mogelijk te
integreren in de bestaande groenzone, en daar is men goed in geslaagd. In
november 1967 werd de nieuwe univ ingehuldigd. In de groenzones werden faciliteiten
voor zachte recreatie ontwikkeld zoals gezondheid-, leer- en wandelpaden
en enkele delen kregen een specifieke botanische bestemming.
>
Het is prettig wandelen hier over de '
Corniche St
Jacques'. Ik slaag er in om na veel geduld een koninginnenpage close-up
te fotograferen. Hij voelt zich hier thuis op deze grassige, zonnige helling.
Wat verder passeer ik een verwilderde vlinderstruik en fotografeer er ondermeer
een ‘Spaanse vlag’ en een groot dikkopje. Mijn dag kan nu al niet
meer stuk. Zie ook de
vlinderpagina.
> Hier ook draait het pad even naar rechts om verder de rand van de Ourthevallei te volgen
door het bos van St Jacques, vooral uit eik en lager uit beuk bestaand. Rechts
liggen de terreinen van de universiteit van
Sart-Tilman.
>
Oorspronkelijk konden de vleugels van het beeld, dat uit hout en ijzer is
opgebouwd, worden aangedreven door middel van een ‘chasse’ (zoals
bij een WC met hoge waterspoelingsbak). Dit beeld van Francis André
was één van de eerste beelden (1971) van het openluchtmuseum
voor beeldhouwkunst dat enkele jaren later (1977) werd opgericht en ondertussen
meer dan 100 beelden telt.
>
De boerderij is gegroeid uit een nederzetting van cisterciënzermonniken in 1192. Ze kwamen van de abdij van Signy l'Abbaye (Frankrijk - langs GR 12). Wellicht verbleven ze hier niet lang, in 1202 stichtten ze namelijk in Seraing de abdij van Val-Saint-Lambert. Het landgoed van Rosière bleef echter nog lang in hun bezit. Tegenwoordig is er een paardenmanège gevestigd.
Doorkijkje
op de Ourthe en Tilff
> Wat later loopt
GR57 door een groot botanisch bos met denaanplantingen die typisch zijn
voor Noord-Amerika. Het pad komt bij een golfveld en draait voor een poort
naar links. Opgelet voor de afspanning rond het golfveld. Voor de eigenlijke
afspanning loopt een dubbele ijzeren draad waar stroom op zit. En niet een
beetje stroom! Letterlijk een ‘schokkende ervaring’
om in contact te komen met deze draad.
> GR57 passeert
een bushalte in de buurt van de faculteit fysica van de univ en steekt iets
later de drukke N663 over. Een brede bosweg afgezoomd met hoge planten (zoals
leverkruid), die nogal wat vlinders aantrekken, leidt naar de boswoning
van Famelette. Hier vertrekt een gemarkeerde aanlooproute van 2 km naar
het treinstation van Tilff (groepsjeugdherberg,
camping, treinstation). De hoofdroute loopt geleidelijk wat omhoog om langs
een kampad hoog boven de Ourthe te lopen.
> Zo bereik je
één van de mooiste uitzichtpunten over de Ourthe: 'La
Roche aux Faucons' (Valkenrots), een prima plek voor een picknick
terwijl je van het uitzicht geniet. Het pad houdt nog even hoogte, loopt
langs een paar weiden en daalt dan in de vallei van de Ourthe, die wordt
bereikt bij de mooie manègehoeve van Rosière
die je al zag liggen van op de 'Roche aux Faucons'.
>De volgende kilometers zullen we dus tesamen lopen met
GR 576 en in tegengestelde richting met het Sentier de l'Ourthe et de Néblon, gemarkeerd met een konijnsymbool. Dus rechts lopen aan de Ferme de Rosière en zo in de Ourthevallei blijven door langs de muur van de boerderij te wandelen. Kort daarna zien we op de rechterzijde een prachtige monumentale linde. Ter hoogte van de linde ligt aan onze linkerzijde wat verstopt een bronnetje waarvan het water niet drinkbaar is (officieel althans).
Mooie linde in de buurt van de Ferme de Rosière
> Het pad vervolgt door de Fond de Rosière nu door een overstromingsgebied van de Ourthe. Het kan hier modderig zijn bij nat weer en 's zomers zijn delen sterk overgroeid met 2 soorten exotische woekerplanten: Reuzenbalsemien uit de Himalaya en Japanse duizendknoop. Ze worden wel bestreden maar om ze hier weg te krijgen (ze verdringen immers de natuurlijke begroeiing) zal meer nodig zijn. Maar misschien vind je de paarse bloemen van de reuzenbalsemien wel mooi.
> We lopen wat verder door een strookje bos en stijgen wat om achter enkele huizen door, over een smal pad de drukke hoofdweg door de Ourthevallei te bereiken. Links deze weg op en helaas deze zowat 600 meter volgen.
Een haag van reuzenbalsemien langs GR 576
> Voor het bereiken van het eigenlijke centrum van
Esneux (alle voorzieningen) verlaat GR57 (nog steeds te samen met
GR576) deze brede asfaltweg door rechts af te slaan over een wegje dat naar het
Parc du Mary leidt.
> Esneux is een zeer oude nederzetting, al minstens sinds de 9de eeuw is er hier bewoning. Toeristisch ontwikkelde Esneux zich vrij snel na de aanleg van de spoorlijn door de vallei van de Ourthe in 1865. Ongetwijfeld is het ook Jean d'Ardenne geweest die het dorp uitstraling en bekendheid gaf door zijn geschriften. Er vestigden zich nogal wat kunstenaars in de omgeving en ook de vele belle epoquevilla's zijn daarvan nog een bewijs.
> Jean d'Ardenne (1839 -1919) is een pseudoniem voor Léon Dommartin. Hij schreef de eerste echte Ardennengidsen in de 19de eeuw. Hij woonde in Esneux en later in Spa. Als schrijver, journalist, reiziger en natuurliefhebber bracht hij ook Esneux onder de aandacht. Zo was hij ondermeer ook stimulator van het bomenfeest dat sinds 1905 nog jaarlijks plaats vindt in Esneux. Het dorp is hem niet vergeten. Het gemeenteplein is naar hem genoemd en ook een originele rustbank op dat pleintje heeft zijn naam.
Taxus
> Over GR 57 lopen we door het arboretum. Na een grote parking, banken en infoborden rechts van de vallei in dezelfde richting verder wandelen. Zo passeer je verderop langs een reeks vijvers. Je moet trouwens even opletten want
GR 57 splitst hier af naar links, terwijl GR 576 rechtdoor loopt. Dadelijk na de vijvers is het wat klimmen.
Vijver in het Parc de Mary
exacte locatie. GR 57 komt er niet langs. Momenteel is men opnieuw bezig om met een meerjarenproject het Parc de Mary wat te herinrichten, oa werken aan het bomenbestand en aangepaste recreatieve voorzieningen. Het totale domein omvat - inclusief de aangrenzende bossen - zowat 100 hectaren. Het is een aangenaam bospark, met onderweg een aantal rustbanken.
> Het bospark van Esneux is gemeente-eigendom. Het werd al opgekocht in 1914 van de kasteeleigenaars van het domein 'Rond Chêne', Montéfiori-Lévi. Die hadden het tevoren al ingericht als landschapspark. Er is ondermeer een 3 hectaren groot arboretum, ontwikkeld in 1918 en sindsdien wat vergroeid met de rest van de bosomgeving. Tussen 1950 en 1990 was er immers geen onderhoud meer aan het arboretum. In 1990 vond opnieuw herinrichting plaats.
> Merkwaardig is ook dat zich hier de dikste boom van België bevindt, een sequoia of mammoetboom met een omtrek van maar liefst 9 meter. De sequioa staat eigenlijk op het stuk privé-park tot ook vandaag nog tot het kasteel Rond Chêne behoort. Zie Google Earth voor de
>
Het wandelen gaat vlot hier over brede paden. GR57 komt zo langs één
van de monumentale beeldhouwwerken die deel uitmaken van het open beeldenmuseum
van Sart-Tilman : ‘De grote adelaar van de overwinning, aangedreven
door een ‘shitmotor'.
De
steengroeve van Anthisnes in haar glorietijd, met futuristische 'luchtspoorlijnen'
(postkaart)
Langs
een met eendenkroos bedekte vijver
Esneux
| Insekten in de omgeving
van Sart-Tilman |
 |
 |
 |
 |
| Hommel |
Bloemvlieg |
Lieveheersbeestjes |
Spaanse vlag |
| Zomerbloemen langs GR57 in de buurt van Sart -
Tilman |
 |
 |
 |
| Moesdistel |
Harig wilgenroosje |
Fuchskruiskruid |
> De steengroeve
van Bois d’Anthisnes is sinds 1923 in exploitatie. Aanvankelijk werd
hier vooral grijze steen ontgonnen voor de produktie van plaveien (voor
steenwegen) en blokken steen voor de bouw van ruwe constructies (zoals dammen
en kaaien). De mijninstallaties waren voor die tijd zeer modern: Er was
een soort luchtspoorlijn, rails op staketsels waardoor de steen gemakkelijk
van op hoogte kon worden getransporteerd. De mijn was met een fabrieksspoorlijn
verbonden met het station van Poulseur en dus ook met het nationale spoornet.
Na WO II daalde de vraag naar plaveien sterk ten voordele van asfalt en
beton. De mijn onderging een succesvolle reconversie naar de produktie van
bouwmaterialen. Deze mijn is altijd een belangrijke werkgever geweest in
de streek, honderden arbeiders kwamen uit de Ourthedorpen in de verre omgeving.


>
Op een koude winteravond, 3 januari 1929, liep de terugreis naar huis voor
een aantal van die arbeiders fataal af. Hun busje kwam in de ijskoude Ourthe
terecht tussen Poulseur en Comblain-au-Pont. Gezien de erg koude watertemperatuur
in die periode van het jaar hadden de arbeiders bijna geen kans om levend
de oever te bereiken. In het ijskoude en snelstromende Ourthewater stierven
14 arbeiders. De hele regio was geschokt door het gebeuren. GR57 passeert
deze tragische plek langs de Ourthe niet.
De
begrafenis van 6 van de verdronken mijnwerkers bracht in de koude winter van
1929 een massa volk op de been te Sougné-Remouchamps. (postkaart)
Rustpunt
in het Bois d'Anthisnes
>
Als GR57 de ingang van het gehucht Sart bereikt
moet men rechts afslaan over een landweggetje dat een asfaltweg kruist en
over een nauw pad tussen prikkeldraad nog even verder daalt. Door een nat
weidelandschap en dan scherp links naar het gehucht Mont. Zoals de naam van
het gehucht doet vermoeden loopt GR57 naar Mont
flink omhoog. Het pad gaat niet door Mont maar draait aan een grenspaal links
en in de buurt van een watertoren rechts. Zo kom je langs de Roches Noires. Vergeet niet tijdens de daling even links te kijken voor een mooi zicht op
deze dolomietrotsen. Daarna kom je via een “geologisch standbeeldenpark”
aan de toren van St Martin, omgeven door een kerkhof. Hier heb je een mooi
uitzicht over Comblain-au-Pont en de rotspartijen
aan de andere Ourthe-oever.
Comblain-au-Pont,
Tour Saint-Martin
> Comblain-au-Pont
is een goeie etappeplaats om een dagje te blijven hangen. Het Ourthedorp
lijkt zich toeristisch te profileren rond de geologische merkwaardigheden
in de streek, zoals de rotswanden Les Tartines en de Roches Noires. Verder
zijn er grotten (te bezoeken), ontstaan door wateruitslijting. Er is een
standbeeldenpark rond het thema geologie (waarlangs GR57 het dorp binnen
kwam) en er loopt een geologisch pad van 12 km in de streek, voorzien van
verklarende borden, ook in redelijk goed Nederlands. Qua praktische voorzieningen
vind je er alle winkels en overnachtingsmogelijkheden.
> GR57 gaat bij
de ingang van Comblain meteen links en klimt naar de parking bij het grottencomplex
van Comblain. Hier voorbij klimt het pad even door bos tot het plateau weer
wordt bereikt. Door weidse graanvelden loopt het pad over een oude veldweg
naar de monumentale hoeve van Raideux. Onderweg
passeer ik een smal maar diep veld waarop een massa akkerbloemen. Het was
overweldigend, zo’n schoonheid en prachtig kleurenpalet.
Comblain-au-Pont, geologisch interessant gelegen op de rand van de Calestienne
> Tijdens de periode
van de Franse Revolutie werden de meeste bezittingen van kerken en kloosters
verbeurd verklaard en Stavelot verloor hierdoor Raideux aan de staat. Het
gebouw kwam vervolgens in privé-handen. Het is een prachtige nederzetting,
opgetrokken in een stijl die typisch is voor de Condroz, een vierkantshoeve
in kalksteen en zandsteen. Ze heeft een enorme ingangspoort waarboven nog
steeds het wapenschild van de abdij van Stavelot prijkt. De betonlaag die
het buitenerf bedekt, vloekt wat met de omgeving maar laten we niet vergeten
dat hier ook nu nog in de 21ste eeuw aan landbouw wordt gedaan en de omgeving
moet aangepast zijn aan modernere landbouwmachines.
>
De hoeve van Raideux is gelegen midden op een vruchtbaar plateau waar al tijdens
de Romeinse periode bewoning bestond. Deze hoeve heeft een eeuwenoude geschiedenis,
die terug gaat tot minstens de 13de eeuw. Voor het eerst wordt melding gemaakt
van het bestaan van dit domein in een akte van 1488. Ze was toen al in het
bezit van de kloostergemeenschap van Stavelot (vandaar dus het wapenschild
boven de ingangspoort) en bleef dat tot eind 18de eeuw.
Al
eeuwen oud als de hoeve van Raideux zelf, de geplaveide toegangsweg ernaar
toe (GR 57)
Raideux,
de ingangspoort tot de hoeve, met het wapenschild van Stavelot ( zie ook
GR14
bij Stavelot)
> GR57 draait
voor de hoeve scherp links over een andere toegangsweg en komt zo weer langs
het andere uiteinde van het schitterende korenbloemenveldje. Verderop loopt
GR57 door het bos van Comblain. Een rechte dreef loopt uit in een beukengalerij
en komt langs een monumentje, opgericht in 1975 ter ere van de Belgische,
Russische en Amerikaanse strijders die vochten voor de bevrijding van Anthisnes
in WO II.
> Even verder
een ander oorlogsmonument, dit maal ter herinnering aan Nicolas Compère,
bekend als de eerste Belgische weerstander die tijdens WO II (13 mei 1940)
gefusilleerd werd door de vijand. Hier links en aan de boerderij Tolumont
nog eens links. GR57 loopt nog even door open landschap om dan af te dalen
over een holle asfaltweg met uitzichten over de Ourthevallei.
> Zo bereik je de N654, hoofdweg door de Ourthevallei, om Comblain-la-Tour
binnen te lopen. Er lijken niet veel faciliteiten voorhanden in dit dorp. Ook bronnen lijken schaars in de dorpen langs de Ourthe.

> GR57 steekt de
Ourthe over en loopt langs de spoorweg het dorp weer uit. Het pad passeert
een spectaculaire rotspartij en draait een paar honderd meters verder onder
de spoorweg door. GR57 volgt gewoon verder de spoorweg over een schaduwrijk
wegje.
> Even nog stevig
omhoog naar het plateau om over een oude steenweg - die gedegradeerd werd
tot veldweg - naar het oeroude dorpje Xhignesse
te lopen.
Oude
toegangsweg naar Xhignesse
> Wallonië
heeft zowat 3700 sites die als beschermd monument zijn geklasseerd. Ze zijn
vaak herkenbaar aan het blauw-witte metalen bordje dat is aangebracht. Uit
deze lange lijst hebben 156 monumenten het biezonder statuut gekregen van
'uitzonderlijk patrimonium'. Tot deze laatste groep hoort de kerk van Xhignesse.
Wat de kerk zo speciaal maakt is het feit dat ze een goed bewaard voorbeeld
is van Romaanse religieuze bouwstijl.
> Xhignesse is
een oud dorpje. Hoewel er een (gerestaureerde) bron is in het dorp die de
naam ‘Fontaine Romaine’ draagt, is het ontstaan van het dorp
waarschijnlijk te situeren in het Merovingische tijdvak.
> Een aannemelijke
hypothese stelt dat er een bijhuis van het machtige klooster van Stavelot
werd opgericht rond het jaar 700
op grond die werd geschonken door Plectrude, echtgenote van Pepijn van
Herstal. Mogelijk kwam deze nederzetting er op een plaats waar eerder al
een Romeinse of Merovingische nederzetting was.
> Feit is dat
in de buurt (tussen het huidige Xhignesse en Hamoir) tussen 1968 en 1971
een grote Merovingische necropolis is bloot gelegd, met meer dan 250 graven,
allen gedateerd tussen ruw weg 550 en 700 n/C. De talrijke voorwerpen die
hier werden gevonden zijn tentoongesteld in het museum van Marche-en-Famenne.
Langs de begraafplaats van de Merovingers loopt GR 57niet, het pad van Ourthe en Néblon doet dat wel.
> In de vroege
middeleeuwen groeit Xhignesse uit tot de moederparochie van een gebied dat
zich uitstrekt tot Stavelot en op een kaart van vandaag ongeveer 22 parochies
zou omvatten. Opgravingen uitgevoerd tussen 1971 en 1974 brengen een primitieve
basilicaconstructie aan het licht, gelegen op een plek op ongeveer 200 meter
van de huidige kerk.
>
De Romaanse kerk die er nu nog staat werd in 1934 al biezonder genoeg bevonden
om ze te klasseren. Vooral aan het koor herken je de typische Romaanse bouwstijl
van de Maas-Rijnregio. Dit is van buitenaf gezien dan ook het mooiste deel
van de kerk, met mooie ronde bogen. Binnenin is de kerk minder interessant.
Het grondplan is eenvoudig en ondanks de witgeverfde muren weerspiegeld het
interieur nog een beetje de sfeer van de donkere vroege middeleeuwen. Dikke
muren waar door boogvensters wat schaars zonlicht wordt binnengeworpen. Een
eenvoudig grondplan van toren, middenbeuk, transept, koor, 2 zijkapellen en
langs iedere kant een zijbeuk zijn typisch voor Romaanse architectuur. Het
plafond bestaat uit een ongewelfde houten bedekking. Het huidige kerkmeubilair
leek me niet zo biezonder. Het is in feite typische plattelandskunst. Door
diefstal in het verleden zijn de meest waardevolle zaken verwijderd naar een
veiligere plaats. In de vloer zijn nog een aantal oude grafstenen ingewerkt.
Het gebouw onderging een laatste restauratiebeurt in 1992. De kerk is meestal
open voor bezoek! Er bevinden zich rond de kerk ook enkele gerestaureerde
grafkruisen.
Merovingische
vondst uit Xhignesse
(museum Marche-en-Famenne)
Xhignesse,
Romaanse kerk
> Biezonder merkwaardig
is ook het vreselijke verhaal over het complot en de moord op de pastoor
van Xhignesse. We hebben het verhaal hierover uit het verslag van GR 57 geknipt maar we brengen het in 2012 weer in een verslag over het Ourthe-Néblon wandelpad.
> Aan de kerk
draait het pad nog even naar rechts, door een pluk bos, om dan scherp links
af te dalen in de Ourthevallei. Hier loop je de spoorwegbrug onder om dan
via diezelfde spoorwegbrug over de Ourthe te lopen. Een prettig paadje loopt
langs de Ourthe in een brede bocht naar Hamoir.
Onderweg zijn er kleine keienstrandjes en picknickbanken.
> Hamoir komt
in zicht. Onderweg staat een aanlooproute geverfd naar het treinstation kort
bij de kerk. Ik moest nog lopen om uiteindelijk nog net op tijd de laatste
trein naar Luik te halen. Voor mij het einde van een schitterende, lange
wandeldag. ’t Was te warm om aangenaam te zijn, maar er was veel te
ontdekken onderweg.
Xhignesse