

> Deze
etappe die is één van de wildste en mooiste van het hele Belgische
GR-net. Een paar raadgevingen in verband voor wie niet vertrouwd is met
*Geen voorzieningen zoals cafés of bushaltes. Er is geen
permanente bewoning. Pas op het einde van de etappe, te Botrange
en Mont Rigi, heb je eet- en drinkfaciliteiten, toiletten en bushalte.
* Neem voldoende voedsel en water mee. Het
veenwater van de beken is niet ondrinkbaar, maar het smaakt niet lekker.
* Eventuele uitwijkmogelijkheid is om halweg GR 573 te verlaten door links
te klimmen naar het natuurcentrum Ternell (café, snack, bushalte).
* Vertrek op tijd 's morgens, bijna de hele etappe
verloopt stijgend (van 190 meter naar 692 meter).
* Laat je niet verrassen door het donker.
Aangekomen op Herzogenhügel heb je nog 8 km voor de boeg tot het natuurcentrum
Botrange (café, snack, bushalte). Reken voor die 8 km toch 2,5 à
3 uren extra. Met name over de 3,5 km tussen Herzogenhügel en Pont
Libert (waar je het riviertje Helle verlaat) wandel je mogelijk veel langer
dan vermeld in de topografische gids. In die gids wordt immers wandelafstand
automatisch omgezet in wandeltijd in een verhouding 4 km = 1 uur, wat in
dit geval niet goed klopt. Er zijn hier immers stroken die soms erg geaccidenteerd
zijn (venige passages en veel boomwortels in het pad). Het gebied is sowieso
te boeiend om zomaar door te rushen.
* Controleer de weersvooruitzichten op voorhand.
Het regent en sneeuwt op het Hoge Venenplateau aanzienlijk meer en vaker
dan op lager niveau. Mist kan hier zeer snel opzetten.
* Draag stevig schoeisel en aangepaste kledij.
Gevoelstemperatuur kan door wind op de open delen nog een stuk lager liggen
dan officieel aangekondigd.
* Wandel niet enkel op basis van de padmarkering maar volg je pad ook in
de topografische gids of met gedetailleerde kaarten,
zodat je altijd weet waar je je ongeveer bevindt.

Weser te Eupen
Brede wespenorchis
Kanaal en tunnel Hill - Gileppe
Pad
naar Herzogenhügel
< GR 573 door de vallei
van de Hill
> Vandaag de klim naar de Hoge Venen langs de Hill
of Helle. Letterlijk zowel als figuurlijk het hoogtepunt van de 160 km lange
GR 573. ’t Belooft warm te worden, tot 32° in de Kempen. In de
bossen van het Herzogenwald en hoog op de Venen hoop ik dat de temperaturen
> In Eupen de Vesder
over, kort bij de plaats waar de Hill in de Weser vloeit. Ook vlakbij splitst
GR 15 af van GR 573, dus even opletten om op het juiste pad te blijven.
Na het kruisen van de weg Eupen-Malmédy volgt GR573 dus de vallei
van de Hill. De rivier zal tijdens het grootste deel van de tocht de rode
draad blijven: We zullen haar volgen tot enkele kilometers voor haar brongebied.
> Aan de stuwdam komen een paar paden te samen. De
padmarkering is even niet zo duidelijk. Volg gewoon de Hill verder om na
100 meter boomwortels een smal pad te vinden dat kort bij de oever blijft.
Grenspaal België - Pruisen
Picknickplek langs de Hill
> De volgende uren zal GR573 steeds langs deze kant
van de oever blijven (de Hill rechts houden dus). Soms loop je iets verder
verwijderd van de rivier zelf, bvb als de oevers wat te steil worden. Aanvankelijk
volg je uitgesleten paden die over nogal wat boomwortels lopen, hogerop
gebruik je een goede piste om de tocht te vervolgen.
> Genoeg picknickplekken onderweg, best leuk om bij
dit heet weer met de voeten in de snelstromende Helle te picknicken. Onderweg
zijn er verder geen voorzieningen. Tussenin volg je af en toe een paar korte
stukken over meer ruwe paden. De weg door de vallei bereikt een hele tijd
later de stuwdam op de Hill.
> Bij de brug over de Hill te Herzogenhügel heb
je nog de mogelijkheid om alternatief een goed wandelpad te volgen dat je
snel 3 kilometer verder brengt. Het hoofdpad blijft echter de Hill volgen.
In de laatste Franstalige editie stond als wandeltijd voor de volgende 4
km 1 uur genoteerd. Reken op de dubbele wandeltijd omwille van een pad dat
niet vlot wandelt en om jezelf de tijd te gunnen van de wilde omgeving te
genieten!
> Na de Spohrbach steekt GR573 de Hill dus over. Vlak
na de oversteek heb je links een klein afgeschermd gebied van laagveen.
Vroeger liep GR573 hier dwars door, nu is het extra beschermd omdat in dit
typische landschap van laagveen enkele unieke plantensoorten een habitat
hebben, zoals beenbreek en gevlekte orchideeën.
Veenbranden
> De Hoge Venen werden in het verleden vaak door vuur
geteisterd. Velen denken dat in zo’n natte omgeving vuur weinig kanten
op kan, maar dat strookt niet met de werkelijkheid. Veenbranden zijn vaak
moeilijk te bestrijden omdat het vuur zich ondergronds in de turflaag smeulend
voortzet. De voorbije eeuwen stonden delen van de Hoge Venen talloze malen
in brand, enkele van de meest desastreuze branden:
> In 1684 raakte een brand die ontstond in augustus
zo pas uitgedoofd in de winter, de turflaag was op plaatsen tot 2 meter
diep uitgebrand!
> In juli 1911 was er een brand die verscheidene weken
duurde en een grondlaag van ongeveer 40 cm vernielde. Op den duur moest
het leger mee worden ingeschakeld om het vuur onder controle te krijgen.
> In 1947 brak er brand uit eind augustus, men kreeg
deze onder controle op 17 september dat jaar en dan nog dankzij intense
regenval. Tegen die tijd was er zowat 2500 hectaren van de wijde omgeving
tot aan het militaire kamp van Elsenborn plat gebrand. Bestrijding kan vaak
enkel effectief gebeuren door de brandhaard te isoleren door uitgraving
van geulen.
> De laatste belangrijke brand vond plaats in het Steinleyvenn
(omgeving Monschau) in augustus 2004. Wellicht zijn zondagswandelaars daarvoor
verantwoordelijk. 150 hectaren werd in de as gelegd. Tegenwoordig wordt
zo’n brand echt professioneel bestreden. Er werd een politiehelikopter
ingeschakeld die in een eerste fase de omvang van de brand vaststelde en
de richting waarin de vlammen zich verplaatsten. De helikopter dropte vervolgens
vanop lage hoogte in een lijn een aantal brandslangen naar de vuurhaard.
Brandweerwagens konden immers de brand in het veen niet van kortbij benaderen.
Brandslangen hoefden dus enkel nog ter plaatse worden aangekoppeld. Extra
regenwater en bemanning werden per helikopter gedropt. Toen de brand een
dag later weer heropflakkerde, overvloog de helikopter nogmaals het gebied,
dit keerl met een warmtecamera. Deze is in de eerste plaats bedoeld om vermiste
personen op te sporen maar kwam nu handig van pas om smeulende stukken veenturf
te lokaliseren. Mede hierdoor was de brand 2 dagen na het ontstaan vrijwel
helemaal onder controle.
De Hill te Herzogenhügel

Hoge Venen
> Het plateau van de Hoge Venen is voor het grootste
deel gelegen boven 550 meter. Hoogste punten zijn Baraque Michel (672 meter)
en Botrange (694 meter). Botrange is ook het hoogste punt van België.
Toeristen die de Hoge Venen niet kennen en op een zondag eens met de auto
naar het hoogste punt van België rijden zijn vaak teleurgesteld als
ze merken dat Botrange niet een berg is, maar eigenlijk slechts een lichte
verhoging in een vrij vlakke omgeving. Je kan moeilijk spreken van bergen
hier.
> Eens het Hoge Venen-plateau bereikt vanuit de Ardennen,
zijn de hoogteverschillen eerder zacht en is het reliëf licht golvend.
Hierdoor is de afwatering vrij slecht waardoor het typische sponsachtige
veenlandschap is ontstaan. De beken die van het plateau afwateren voeren
bruinachtig gekleurd water mee. Dit water, dat uit de veengrond loopt, is
zuur en bevat weinig mineralen. De bruine kleur is afkomstig van microscopische
onverteerde plantenresten, waaruit het veen zelf bestaat, overgebleven door
gebrek aan zuurstof bij de vertering. De schuimtaarten op het water kan
je niet echt zien als klassieke vervuiling. De onverteerde resten bevatten
schuimvormende elementen (plantaardig saponien, niet-verzadigde vetzuren).
In de turbulentie van de beken vormen zich hierdoor witte en vettig aanvoelende
schuimvlokken. Dit water is niet echt ondrinkbaar, maar lekker smakend natuurwater
is het zeker niet. Planten, dieren en vissen voelen zich maar in zeer beperkte
mate thuis in dit milieu.

> Een tijdje later kom je weer op een bredere piste
die traag maar regelmatig verder stijgt. Na een korte maar stevige klim
over een steil pad bereik je een asfaltwegje. Rechts hier. Dit wegje wordt
al snel weer onverhard en steekt in een bocht de Spohrbach over (rustbank).
Kort na deze beek verlaat GR 573 de brede bospiste. De volgende kilometers
zijn een stuk avontuurlijker. Deze plaats heet Herzogenhügel,
van oudsher een grenspunt en kruispunt van paden op de rand van het veenplateau.
Sinds 2008 ligt hier een brug over de Hill, voordien moest je het riviertje
doorwaden bij hoogwater of rondwandelen over een gemarkeerd variant traject
van GR 573. We staan nu voor misschien wel het boeiendste deel van GR 573,
de doorsteek over de Hoge Venen.
> In de vallei van de Hill wandelen we aanvankelijk over
asfalt door een woonwijk, langs een groot open zwembadcomplex en tennisterreinen.
Bij een bareel gaat het pad rechts het Hertogenwoud in. Kort daarna zie ik
enkele brede wespenorchideeën in bloei. Verderop gaat het pad een brug
over, de Pont Guerrier, op de plaats waar
een zijriviertje, de Soor, in de Hill mondt. Dadelijk links over een houten
brug en rechts om de Hill stroomopwaarts te volgen.
Gevlekte veenorchidee

















>
Langs drie zijden aan de rand van de Hoge Venen helt het plateau sterk af,
naar de Ardennen en het land van Herve, waarin diep ingesneden rivieren vloeien.
Enkel aan de oostelijke (Duitse) rand is er geen sterke daling. Hier gaat
het land over in de Eifel, waar zich het culminerend punt bevindt op 747 meter,
Hohe Acht (langs het
Ardennen-Eifelpad).
Ondanks de verlatenheid en klimaatonvriendelijke omgeving van het gebied werden
door de Venen over de eeuwen heen nogal wat landsgrenzen getrokken. Souvenirs
daarvan zijn de verscheidenheid aan oude grenspalen die her en der voorkomen.
In de Romeinse periode werd er zelfs een militaire weg dwars over het plateau
aangelegd, de Via Mansuerisca.
> Door het harde klimaat en de ongeschikte bodem voor
gewassen bleven de Hoge Venen grotendeels leeg aan bebouwing, dorpen groeiden
enkel aan de rand van het veenplateau. In de natuurlijke omgeving van de Hoge
Venen horen de sparrenaanplantingen oorspronkelijk niet thuis. Net zoals in
de Ardennen werden deze pas aangeplant vanaf de tweede helft van de 19de eeuw,
toen werd geconstateerd dat dit type boom veel sneller hout opleverde dan
inheemse soorten. Vooral de papierindustrie en de zware metaalnijverheid (houtskool
als brandstof) waren vragende partij voor meer hout. In dit gebied groeiden
enkel veenmossen en –grassen met verspreid groeiend loofbomen, zoals
berk, die proberen te overleven in wind en in een zure bodem. Een landschap
dat wat doet denken aan de toendra’s van Lapland.
* Wijk niet af van de officiële wandelpaden
op het plateau.
* In periodes van droogte, zware weersomstandigheden of om natuurbeschermende
redenen kunnen delen van het natuurpark Hoge Venen worden verboden, dit
wordt aangekondigd met een rode wimpel,
in principe blijft GR 573 toegankelijk.
* Ga niet wildkamperen op de Hoge Venen.
Het gebied is immers uiterst kwetsbaar en er is al een grote recreatieve
druk.
! Als gevolg van schade door de grote veenbrand van 25 april 2011 is het hoofdtraject van GR 573 afgesloten voor onbepaalde duur over een afstand van 3 km tussen de brug over de Helle bij Herzogenhügel en een plaats op de kaart met de naam Clefaye. Volg het gemarkeerde variante traject ter plaatse.
Kruis van de verloofden (Croix des fiancés)
> Op zaterdag 21 januari 1871 verlieten François
Reiff en Marie-Josèphe Solheid te voet het café van het dorpje
Jalhay, gelegen aan de rand van het hoogplateau. In de aanloop naar hun
huwelijk dienden ze nog wat formaliteiten te vervullen in het geboortedorp
van Marie-Josèphe, Xhoffraix. Dat dorp is gelegen net aan de andere
kant van het Hoge Venenplateau. De meest rechtstreekse weg is door dwars
over de Venen te lopen, een tocht van 15 à 20 km.
> ’s Winters kan het echter op de Venen gevaarlijk
zijn om te verdwalen: Mist en sneeuw en koude temperaturen kunnen een zeer
misleidend effect hebben. Zelfs ’s zomers kan je hier verdwalen, maar
Marie Josèphe denkt de Hoge Venen te kennen. Als kind kwam ze er
vaak spelen. François, afkomstig uit Bastogne, is helemaal niet vertrouwd
met de Hoge Venen. Hij is niet van de streek, maar is hier als arbeider
om mee aan de bouw van de stuwdam op de Gileppe te werken. De Hoge Venen
kent hij eigenlijk niet.
Gehlenkreuz
(Croix Lorraine)
> Laijns opschrift 'O crux, ave spes unica' (Wees gegroet
o kruis, mijn enige hoop). Opgericht in 1974 door Léon Gehlen ter ere
van zijn broer Jean uit Sourbrodt. Jean werd tijdens WO II verplicht dienst
te nemen in een Naziregiment dat bestond uit Elzassers en Lotharingse soldaten.
Het kruis van Lotharingen vormde voor de Fransen, ihb tijdens WO II, een contrasymbool
tegen het Nazi-hakenkruis. Een fles in de sokkel van het kruis verhaalt de
geschiedenis van Sourbrodt en de rol van Jean Gehlen als hoofdboswachter bij
de aanleg van het dennenbos hier eind jaren '50 op de rand van de Fagne Wallonne.
> We wandelen nog even een stuk door maar eerst iets over
de kruisen en grenspalen die overal op en rond het Veenplateau te vinden zijn.
In de plaats van huizen en dorpen wordt menselijke aanwezigheid hier vooral
vertaald in talloze kruisen die uit het veengras pieken. Ze accentueren en
versterken dramatisch de ruwheid en verraderlijkheid van het landschap. Elk
kruis heeft zijn verhaal. We pikken er het meest tot de verbeelding sprekende
en meest bekende drama uit:
>
Dus de hele tijd rechtdoor. Onderweg steek je een veenbeek over: Dit is de
zeer jonge Rur, een riviertje dat door de Eifel zijn loop stroomafwaarts zoekt
via Monschau en daar ondermeer een enorm stuwmeer vormt. (Zie ook het wandelverslag
op deze website over het
Ardennen-Eifelpad).
De Rur mondt uiteindelijk op zijn internationale tocht uit bij het Nederlandse
Roermond. Je komt langs het Croix Gehlen.
Tunnel Hill - Gileppe
> De intunneling die je hier ziet
is bedoeld om een stuwmeer op de Weser te voorzien van extra water vanuit
een zijvallei. Om het stuwmeer te bereiken werd in 1949 een tunnel aangelegd
van 1,2 km lang en 2,3 meter breed. Ze breekt door de waterscheidingslijn
die de vallei van de Hill en die van de Weser / Getzbach scheidt. Het hoogteverschil
met het stuwmeer op de Weser is amper 10 meter, verval van het tunnelniveau
is dus zowat 1 cm per meter tunnel. De loop van de Hill zelf wordt hier
eveneens gecontroleerd, door een kleiner stuwmeer.
> Geen toegang dus, spijtig, want ik had wel op zoek willen
gaan naar de veenorchideeën. Groot was mijn verrassing toen ik even later
toch enkele orchideeën zag, zomaar langs de padrand. Op dezelfde plaats
groeide ook nog het gele beenbreek, nog zo’n uniek plantje voor de Venen.
GR 573 wandelt dus nu rond de meest kwetsbare delen van dit laagveen. De volgende
kilometer wandel je voornamelijk over knuppelpaden door grassig gebied.
> Gaandeweg wordt de doorgang echter moeilijker. Het is
oppassen waar je je voeten zet af en toe want je kan verrassend diep wegzakken
in veenmodder. Passages over boomwortels, drassige veenplekken en knuppelpaden
wisselen elkaar nu snel af. Er is hier flink aan bomenkap gedaan, ook jonge
bomen zijn gekapt. Ik vermoed dat dit een aktie is om de verdere uitzaaiing
van den tegen te gaan. GR 573 blijft trouw de Hill volgen door een ruw gebied.
> Uiteindelijk bereik je een brugje: De Pont
Libert, genaamd naar de Waalse Marie-Anne Libert (1782 -1865) die zich
toelegde op plantenstudie, in het biezonder op paddestoelen. Hier steek je
dus de Hill over. Het moeilijkste deel van de tocht ligt daarmee achter de
rug, we verlaten hier ook de Hill. Het pad loopt wat omhoog, langs een bosrand
met schitterend uitzicht over de Fagne Walonne.
Croix Christiane
> Het kruis in blauwe steen bij de padafslag staat
er om Léonard Christiane te herdenken. Hij kwam op 15 juli 1839 op
de Fagne Walonne om er gras te maaien. Op de terugweg naar huis werd hij
getroffen door de bliksem.
>
Helemaal op het einde van deze open weg ga je nog door een strookje bos om
de weg Sourbrodt – Baraque Michel te bereiken. Kort links-rechts naar
het natuurcentrum van Botrange. Hier vind
je een bezoekerscentrum, toeristische dienst,
boekenwinkel en een veenmuseum. Er zijn toiletten en je kan er een snack eten
of iets drinken. Een bezoek aan het museum is van harte aanbevolen.
>
Doorheen de hele 20ste eeuw nam het areaal ingenomen door het eigenlijke veenlandschap
verder af, veroorzaakt hoofdzakelijk door uitdroging na menselijke tussenkomst.
Terwijl er enkele honderden jaren geleden nog 12.000 hectaren hoogveen waren
is dat vandaag meer dan gehalveerd. De bosaanplantingen zuigen het veenwater
op en brengen andere begroeiing mee. Zo horen primaire planten zoals heide
en pijpestrooitje hier eigenlijk ook niet thuis.
> Recent wordt de bescherming van het oorspronkelijke
landschap, dat vrij uniek is voor West-Europa, echter veel sterker ter harte
genomen. Sparaanplantingen worden na kap soms niet meer herplant en wilde
uitzaaiing van sparren wordt aktief tegengaan zoals je zelf verder langs GR573
zal zien. Sinds begin jaren ’90 zijn een aantal zones slechts uitzonderlijk
toegankelijk voor wandelaars en dan nog onder begeleiding van een erkende
gids. Andere zones kunnen tijdelijk worden afgesloten omwille van brandgevaar
of om natuurstimulerende redenen zoals voor de bescherming van het met uitsterving
bedreigde korhoen. Die noodzakelijke maatregelen zijn er nodig omdat een massa
wandelaars en toeristen worden aangetrokken door dit verrassend woeste gebied
dat sterk contrasteert met de geconcentreerde verkaveling en wegenstructuur
elders in België en Nederland.
> We stelden hier de Hoge Venen maar erg kort voor, zonder
ook maar te proberen allerlei boeiende aspecten uit de doeken te doen. Zo
leeg als dit landschap is, zo vol is het van rijke verhalen over natuur, geschiedenis
en klimaat. Vele boeken zijn er over de Hoge Venen geschreven en dit biezonder
gebied heeft een groot aantal natuurfans die er met hart en ziel aan zijn
verknocht. Wil je over bepaalde aspecten meer weten, dan moet je zeker verderop
langs GR 573 het natuurcentrum van Botrange bezoeken. Je vindt daar ondermeer
een museum en een uitgebreide selectie aan publicaties over de Hoge Venen.
>
Het is ook erg moeilijk om te achterhalen wat er in het hoofd van François
omging toen het begon te dagen dat zijn geliefde stervende was van uitputting
en koude. De overlevering heeft het altijd over dat briefje met de raadselachtige
tekst ‘Marie is net gestorven en met mij zal hetzelfde gebeuren’.
Er is echter geen hard bewijs dat dat briefje heeft bestaan. Je kan je ook
afvragen of François in de barre weersomstandigheden en met een onderkoeld
lichaam nog in staat was om te schrijven. En kon hij op dat moment nog rationeel
denken? Dat hij nog een briefje zou geschreven hebben toont aan dat hij ondanks
de emoties toch nog over een zekere nuchterheid moet hebben beschikt.
Croix des fiancés rond 1920 (oude postkaart)
Vallei van de zwak ingesneden Hill op het plateau
Veenmossen
>
Wat heeft zich daarna afgespeeld, toen hij Marie achterliet? Zij moet hem
eerder onderweg verteld hebben dat er in de Baraque Michel hulp was te bereiken.
Is hij in paniek geraakt? Heeft hij gedreven door overlevingsdrang alsnog
geprobeerd hulp te vinden, maar is hij weer verdwaald? Is hij verdwaasd van
verdriet en een schuldgevoel gaan dwalen zonder doel of hoop tot hij zelf
bezweek? Moeilijk te zeggen.
> De boodschap in de tekst zou ook kunnen worden geïnterpreteerd
alsof Reiff na de dood van Marie zelfmoord plande. Er zijn inderdaad bronnen
die suggereren dat beiden bewust en voorbedacht de dood zijn ingegaan. Die
stelling lijkt moeilijk te staven en eerder onwaarschijnlijk, zeker wat de
voorbedachtheid bij Marie betreft.
> Een variante van het verhaal werpt nog een andere blik
op het gebeuren. Volgens die versie is Marie onderweg flauwgevallen van vermoeidheid.
François zou haar hebben achtergelaten om hulp te zoeken. Tijdens zijn
dwaaltocht kwam Maria weer bij bewustzijn en ze besloot zelf alleen Baraque
Michel te bereiken. Onderweg daar naartoe, bij grenspaal 151, stortte ze weer
in van uitputting, nadat ze even tevoren nog haar onderrok had uitgetrokken
om deze in een struik op te hangen als herkenningsteken. Ze rustte dan tegen
grenspaal 151 met haar hoofd uit de wind om wat later weer het bewustzijn
te verliezen en te sterven.
> We moeten het wegenpatroon door de Hoge Venen ook anders
voorstellen dan nu het geval is. Langs grenspaal 151 lag toen nog niet echt
een weg, de ‘nieuwe’ Vèkée werd pas later aangelegd.
> Mijn persoonlijke mening na de kernelementen van het
verhaal over te houden is dat Marie op een gegeven moment zo uitgeput was
door de moeilijke tocht dat ze niet meer verder kon, mogelijk viel ze flauw.
François heeft haar dan bedekt met zijn overjas om haar zo warm mogelijk
te houden en is dan alleen op zoek gegaan naar hulp, daarbij als niet-kenner
van de Hoge Venen verdwaald, en eveneens omgekomen van koude en uitputting.
Het antwoord over hoe het drama zich echt ontrolde op die winterdag in 1871
is voor eeuwig opgelost in de mist of de sneeuw op de Hoge Venen, net zoals
het leven van de geliefden.
> Als je het huidige Croix des Fiancés eens wil
zien, het ligt niet langs GR 573: Wandel naar Baraque Michel en dan 1 km links
op de Neue Veckée. Of je kan tijdens de etappe van morgen bij het Briamontkreuz
rechts NO wandelen over 1 km. Gebruik een stafkaart, staat er op gemarkeerd.
GR
573 door veengebied
Plechtigheid bij het nieuwe Croix des fiancés
in 1931 van TCB (foto Bonjean)
>
Je krijgt er een interessante voorstelling over de geschiedenis en evolutie
van het natuurpark Hoge Venen volgens een self-guidancesysteem. Zorg er voor
dat je een uurtje voorsluitinguur (18 uur) arriveert als je het centrum wil
bezoeken.
GR 573 door de Fagne Wallonne
Pont Marie-Anne Libert
> We hebben de hoogtelijn van 600 meter overschreden.
Bij het einde van het bos volg je links de bosrand mee, steeds rechtdoor tot
je een piste bereikt (infoborden). Hier komt het variante traject, dat sinds
Herzogenhügel was afgesplitst, er weer bij. GR 573 loopt nu zuidelijk
over een brede onverharde weg. De eerste brandweg rechts neem je niet, maar
pas bij een kruis neem je rechts een paadje.Deze plek heet ‘La
Béole’.
>
Als je het bos door bent ga je niet rechtdoor maar links over een brede brandgang
voor 200 meter. Dit pad draait rechts en voor je zie je hoe GR573 over een
zowat kaarsrechte brandgang de Fagne Walonne
helemaal zal dwarsen.
Fagne Walonne
> De Fagne Walonne vormt met zowat 2400 ha het grootste
aaneengesloten veengebied van de Hoge Venen. Eén plant domineert
de hoogvlakte: Pijpenstrootje. Deze in bussels groeiende grassoort voelt
zich uitstekend op venige grond, zijn agressieve uitbreidingdrang heeft
de Fagne Walonne wat overwoekerd en verdringt lagere planten waaronder het
typische veenmos. Aldus verdwijnt ook op plaatsen met intensieve groei van
deze grassoort de sponzige natte bodembedekking. Vroeger werden de harde
grassprieten aangewend om een verstopte pijpsteel schoon te maken, vandaar
de naam. Pijpenstrootje sterft maar traag af vanaf de herfst. Als de oude
bladeren in de lentemaanden helemaal verdroogd zijn en de nieuwe graspieken
nog niet de overhand hebben is de Fagne Wallonië erg vatbaar voor veenbrand,
in die mate dat bij het uitblijven van regen delen van de Hoge Venen worden
afgesloten voor wandelaars. De rode vlag wappert dan over de bedreigde delen.
Pijpestrootje en andere grassoorten geven aan het landschap van de Hoge
Venen in de late herfst ook zijn karakteristieke rossige kleuren. Rechts
heb je een typisch zicht over de Hoge Venen van grassen en lage begroeiing
waaruit – verspreid staand – dennen, berken of een door de wind
misvormde, zeldzame beuk proberen te overleven. Uit de Fagne Wallonne wateren
een aantal beken uit. Uiteraard de Hill (Helle), maar zo dadelijk kruisen
we de belangrijke afwatering die de prille rivier Rur vormt.
Croix
Gehlen
Croix
des fiancés, kruis bevindt zich nu in het natuurcentrum Botrange
Croix Christiane
>
Hoewel de dorpsbewoners van Jalhay hun hadden ontraden over de Venen te trekken
die zaterdag, wil het koppeltje toch zo vlug mogelijk de huwelijksformaliteiten
vervullen. De geliefden waren nog niet lang vertrokken uit Jalhay of het begon
hardnekkiger te sneeuwen over de venen. Wat zich toen afspeelde zullen we
nooit helemaal weten, maar zeker is dat de 2 jonge mensen nooit in Xhoffraix
zijn aangekomen. Toen de nacht viel begon op de immens kille leegte van het
veenplateau voor de 2 een dwaaltocht en een gevecht voor hun leven. Overmand
door vermoeidheid en kilheid bezweek Marie-Josephe, bij de Belgisch-Pruisische
grenspaal 151 (langs de huidige 'nieuwe' Vèkée, een rechte weg
door het hoogveen).
>
Kenden ze de venen beter dan hadden ze misschien Baraque Michel nog kunnen
bereiken, gelegen op amper 1 km van de grenspaal. Daar was toen al een (onbemande)
schuilplaats voor reizigers die door onguur weer werden overvallen, en er
was een noodklok.
> François Reiff moet op het ogenblik van het drama
bij de grenspaal nog kracht hebben gehad. Volgens de overlevering van het
verhaal schreef hij op een papiertje met potlood het volgende: ‘Marie
vient de mourir, et moi je vais le faire’. (‘Marie is net gestorven
en met mij zal hetzelfde gebeuren’). Die boodschap liet hij achter op
het lichaam van zijn bezweken geliefde. François moet dan getracht
hebben om terug te keren op zijn stappen. De sneeuw had echter de sporen verderop
volledig uitgewist en eens te meer verdwaalde hij. Hij stierf op 2 km van
de grenspaal waar zijn toekomstige bruid de dood vond.
daarvoor
de Hoge Venen trotseren. De oudere bronnen geven aan dat het koppel op zondag
22 januari 1871 de oversteek waagde, terwijl het waarschijnlijk op zaterdag
21 januari 1871 moet zijn geweest. Beiden moesten immers terug op hun werk
zijn maandag. François was bouwarbeider aan de stuwdam op de Gileppe
en Marie-Josèphe werkte in Halloux als huismeid. Bij een vertrek op
zaterdag hadden ze dan zondag nog de tijd om terug te reizen per trein.
> Over de weersomstandigheden op die fatale 21 januari
verschillen de geraadpleegde bronnen grondig. In één verhaal
wordt melding gemaakt dat er al bij hun vertrek 75 centimeter sneeuw lag.
Op het plateau waaide volgens sommige bronnen een sneeuwstorm, volgens andere
was het er erg mistig en nog een andere bron maakt melding van een scherpe
zuidoostenwind op de fatale dag. Feit is dat het koppel voor hun vertrek in
Jalhay gewaarschuwd was dat de Venen er ‘mauvaise’ bij lagen.
Ze hadden immers ’s morgens afgesproken in Café Mixhe, te Jalhay.
De broer van Marie, Lambert, die in het café werkte, evenals enkele
gasten, had hen nog afgeraden om de tocht te ondernemen. De twee hebben er
nog een maaltijd genomen en zijn dan tegen de middag aan vertrokken. Laatste
getuigen hebben hen kort na hun vertrek nog langs de weg van Jalhay naar Xhoffraix
gezien, vechtend tegen stormweer. Jeugdige overmoed? Niet echt, want Marie
was 24 en François 32. Roekeloosheid? Wellicht.
> Toen bijna 2 maanden later het lichaam van François
werd gevonden schreef een krant van Verviers hierover een kort bericht: ‘Vorige
maandag, rond 5 uur ’s avonds, werd op een mijl van Solwaster het lijk
van een onbekende ontdekt. Hij droeg een nieuwe kiel van linnen, een pet van
velours en een broek van zwart satijn. Verder droeg hij een nieuw hemd van
fijn linnen, een katoenen gilet en lichte schoenen’. Pas een dag later
meldt dezelfde krant dat ‘de onbekende’ François Reiff
is. De kledij van François maakt duidelijk dat hij gewoon ‘op
zijn zondags’ gekleed was en helemaal niet was voorbereid op zo’n
barre tocht. François droeg blijkbaar geen handschoenen en ze hadden
geen bagage bij met extra rantsoen. Een andere bron meldt dat op het lichaam
van zijn geliefde Marie een overjas werd gevonden. Mogelijk heeft François
dus zijn overjas gebruikt om Marie te verwarmen of om haar lijk te bedekken,
wat voor een deel verklaard waarom hij zo licht was gekleed toen men zijn
stoffelijke resten vond.
>
Er brak eind januari een lange koude periode aan. François' lichaam
werd ontdekt op 13 maart 1871, pas na de grote dooi op het einde van de winter.
De plaats heet ‘Les Biolètes Fagnes’ en ligt langs de Via
Mansuerisca, een oude Romeinse weg. Op 22 maart 1871 werd het goed bewaarde
lijk van Marie-Josephe gevonden door een Duitse douanier op ronde. Het lag
in het slijk langs de Vèkée, aan de voet van grenspaal 151.
> De vader van Marie-Josephe Solheid, Johann-Joseph plaatste
in de zomer van 1871 ter herinnering aan zijn dochter een eenvoudig houten
kruis langs de oude weg naar Xhoffraix. Die weg werd toen nog vrij veel gebruikt.
Francois’ collega-bouwvakkers uit Solwaster herdachten hem met een kruis
aan de Biolètes Fagnes. Beide kruisen werden rond 1893 vervangen door
één kruis dat werd geplaatst daar waar Marie-Josèphe
is bezweken, bij grenspaal 151. Rond 1900-1905 was ook dit kruis in slechte
staat en werd het weer vervangen door een nieuw kruis. Het oude kruis kwam
in een museum te Verviers terecht.
> Het kruis van 1906 werd in augustus 1931 alweer vervangen,
het derde kruis werd geplaatst door Touring Club. Op 20 september 1931 vond
er een kleine inhuldigingsplechtigheid plaats. De tekst op dit kruis luidde:
‘R.I.P. – A la mémoire des fiancés –
François
Reiff, de Bastogne et Marie-Josèphe Solheid de Xhoffraix. – Morts
dans la neige en janvier 1871 – Don-du-Touring-Club – 1931’.
In 1984 viel dit kruis aan vandalisme ten prooi. Toen werd ook het huidige
kruis geplaatst, ditmaal door ‘les Amis de la Fagne’. Het kruis
dat je kan zien in het bezoekerscentrum van Botrange (langs GR 573) is dus
niet het allereerste, maar wel het 'Touring Clubkruis' uit 1931.
>
Voor deze vertelling heb ik een tiental variante versies van dit drama gelezen,
geschreven tussen 1920 en 2009. Hier en daar zijn detailverschillen in de
verhaallijn. Lange tijd werd het bestaan van het eerste kruis der verloofden
gesitueerd in het begin van de 20ste eeuw. Recenter opzoekingswerk op kaarten
en in verslagen heeft dan bewezen dat er al vroeger herdenkingskruisen waren.
> Over de dramatische gebeurtenissen zelf is er geen twijfel
over de kern van het drama. Het koppel, dat mekaar voor het eerst ontmoette
op de kermis van Jalhay tijdens de zomer van 1871, wilde de trouwplannen niet
langer uitstellen en wou, ondanks het barre winterweer,
Croix
des fiancés 1931 - 1984, natuurcentum Botrange



Verdwijnen in de venen
> Het verhaal over de verloren gelopen familie verscheen
in Humo naar aanleiding van één van de meest opmerkelijke
verdwalingen en verdwijningen van de voorbije jaren op de Hoge Venen: Dit
is het verhaal van Raoul Vanderdonck die de venen introk en voor altijd
spoorloos verdween.
> In de late namiddag van 19 januari 2004 parkeert de
40-jarige Nederlander Raoul Vanderdonck zijn auto in de buurt van Sourbrodt,
op een parking bij Bôsfagne. De man komt uit Nederlands Lilmburg,
net over de Belgische grens. Hij wil nog snel een stukje pad verkennen als
voorbereiding voor een tocht met collega’s uit het rusthuis waar hij
werkt. Het is niet de eerste keer dat Raoul komt wandelen in de Hoge Venen,
hij is enigszins vertrouwd met het gebied. Veel tijd heeft hij niet meer
om het traject te verkennen op die korte winterdag, het zal snel donker
worden. Rond 18 u belt hij met zijn GSM naar zijn vrouw om haar te verwittigen
dat hij wat later zal thuis zijn en dat ze zich niet hoeft ongerust te maken.
Dat was het laatste wat geweten is van Raoul. Later die avond belt zijn
vrouw hem zelf terug, maar er wordt niet meer geantwoord.
Verdwalen in de venen
> Het verhaal van de twee geliefden die door ontbering
omkwamen is een extreem voorbeeld van hoe verdwalen echt slecht kan aflopen.
In de meeste gevallen komen wandelaars terug op het juiste pad. Toch laten
ook ervaren wandelaars zicht soms vangen aan de Hoge Venen. Volgend uittreksel
komt uit het boek ‘Blaren, eelt en natte voeten’ van Herbert
Paulzen, het hele verhaal over Paulzen’s liefde voor de Hoge Venen
is 11 blz lang.
> ‘Hartje winter. Een
heel vroege ochtend door de week. Die nacht was verse sneeuw gevallen. Slechts
een kenner of een idioot gaat dan door de Venen. Ik was een idioot toen.
Ik dacht het pad te herkennen in die eindeloze witheid. Er was geen zuchtje
wind. Het vroor licht. Ik keek om naar de sporen die mijn zolen hadden gemaakt.
De lucht was grijs, dik, zwaar; Het begon te sneeuwen. Het pad verdween.
De boskragen in de verte verdwenen. Ik zag niets meer. Sneeuwvlokken bedekten
mijn eigen spoor. Vlak voor me zag ik uit de sneeuw een stok steken. Ik
liep er langs. Zag toen nog een stok en wist dat hier een pad of spoor moest
lopen. Voet voor voet schuifelde ik over de witte vlakte en volgde de stokken.
Gekkenwerk. Iedere boswachter zou woedend op me zijn geweest – maar
dat was ik al op mezelf. Ik bereikte een bos. Dom doolde ik urenlang tussen
de besneeuwde bomen, tot ik bij een weg kwam. Ik had mijn les geleerd. Sindsdien
doe ik hier geen gekke dingen meer. Maar wat ben ik van het gebied gaan
houden.’
> In 2004 verscheen in het tijdschrift Humo een artikel
over twee families waarbij een dagje uit in de sneeuw van de Hoge Venen
ontaardde in een nachtmerrie. Vier volwassenen en 4 kleine kinderen van
2 tot 8 jaar. Ze waren naar Botrange gereden om er wat in de sneeuw te spelen.
In de buurt van Botrange hadden ze bordjes gezien van een 6 km lange wandeling.
Aangezien 6 km betekende dat ze op anderhalf uur terug zouden zijn, leek
hen dat een redelijke afstand met de kinderen. Ze hadden geen kaart bij
van de Venen en hadden verder enkel wat Samsonkoekjes en een thermosje koffie
mee. Het aanvankelijk verharde pad begon over te gaan in een slijkweg vol
modderige putten die door het sneeuwlaagje slecht zichtbaar waren. Na 3
uren wandelen begon het donker te worden, ook de temperatuur begon dramatisch
te dalen, tot -12 (weerstation Mont Rigi). De gevoelstemperatuur lag door
een opgestoken wind echter nog een stuk lager. Qua kledij was de familie
ook niet uitgerust voor zo’n nachtelijk avontuur op de Venen: De kinderen
droegen laarsjes en de volwassenen hadden geen sjaal, muts of handschoenen
aan. De blauwe merktekens van het wandelpad hadden ze al een tijdje niet
meer gezien en een lichte paniek maakte zich meester in de groep, de volwassenen
probeerden bij de kinderen de moed er in te houden en stimuleerden hen met
het zingen van liedjes.
> Gelukkig had één van hen wel een GSM
bij waardoor de hulpdiensten konden worden verwittigd. Er was hen beloofd
dat een helikopter zou komen zoeken, maar door ijsvorming op de schroeven
kon deze niet opstijgen. Uiteindelijk bereikte de familie op eigen kracht
weer Botrange rond halfnegen, meer dan 5 uren later dan voorzien. Ze kregen
medische zorgen toegediend want sommigen waren onderkoeld. Wat er juist
is misgelopen is wat onduidelijk, het wandelpad was blijkbaar veel langer
of de familie is dan toch verkeerd gelopen. Enkele uren extra kunnen echter
snel tot bevriezing, of erger, de dood leiden als je niet bent voorzien
op de harde klimaat- en reliëfomstandigheden.
> Gelukkig bleven de families steeds op paden. Paniekreacties
zouden er kunnen toe leiden dat paden worden afgesneden om sneller een vermeend
doel te bereiken waardoor wandelaars kompleet verloren of letterlijk op
zeer ‘onvaste’ ondergrond terecht komen. Feit is dat vele wandelaars
slecht voorzien zijn op dit ruwe landschap, vaak hebben ze zelfs geen wandelkaart
bij van de omgeving, zoals bij deze familie het geval was. Ook onaangepaste
kledij tegen sterk afkoelend weer of omslaan van het weer (mist, sneeuw)
veroorzaken bij sommige wandelaars paniek en leidden tot ondoordacht gedrag
en verdwaling.
> Door aanwijzigingen per GSM slagen de hulpdiensten
er tegenwoordig in de meeste verloren gelopen wandelaars naar een asfaltweg
of duidelijk oriëntatiepunt te leiden. Veel recreanten die verloren
geraken zijn langlaufers die van de piste zijn afgeweken, maar soms gaat
het over hele groepen: Klassen of scouts die het terrein onderschatten en
overmand worden door vermoeidheid.
>
De volgende dagen vinden er zoekakties plaats. Tientallen vrienden en familieleden,
leger en politie kammen een afgebakend gebied uit, gelegen tussen een aantal
asfaltwegen. Aan de hand van zijn GSM-oproep wordt uitgezocht waar Vanderdonck
zich moet hebben bevonden op dat tijdstip. Er wordt gevreesd dat de man gevallen
is, het gebied aan de rand van het plateau is immers sterk geaccidenteerd,
eigenlijk is het er niet typisch venig. De zoektocht in de bossen levert niks
op. Een helikopter wordt ingeschakeld die de meer open gebieden overvliegt.
Ondanks de sneeuw zou Vanderdonck moeten opvallen want hij droeg die bewuste
avond een knalrode jas.
>
Hij moet zowat 2500 jaar geleden in het veen zijn terecht gekomen, mogelijk
als godenoffer. Ik had het geluk in het museum van het Deense Silkeborg helemaal
alleen te zijn toen ik er de man van Tollund ging opzoeken. Het was een erg
beklijvend contact. Het lichaam van de meer dan 20 eeuwen oude man lag er
bij of de man gewoon een slaapje aan het doen was en elk moment zijn ogen
zou kunnen openen. Zo levendig! Dit maar om te zeggen dat in een veenbodem
blijkbaar geheel andere verteringsprocessen plaatsvinden dan in vastere grond.
>
Ondertussen worden allerlei theorieën gevoed over wat er met Vanderdonck
kan zijn gebeurd. Even wordt gevreesd dat de man mogelijk zelfmoord pleegde
of dat hij naar het één of ander exotisch oord is gevlucht met
een vriendin. Die wilde ideeën passen echter totaal niet in het plaatje.
Vanderdonck is een man met een stabiel leven en een klein kind van 2 jaar.
> Wat is er gebeurd die avond? Mogelijk was hij op het
moment dat hij zijn vrouw belde al verdwaald, maar wou hij zijn echtgenote
niet ongerust maken, in de overtuiging dat hij het pad wel terug zou vinden.
Het moet op dat moment al donker zijn geweest en er was geen maanlicht die
nacht. Het begon ook nog te sneeuwen. Dat hij zijn GSM niet meer opnam kan
ook zijn doordat de batterij eenvoudigweg plat was.
> Er is gewoon niks meer teruggevonden van Raoul Vanderdock.
Een jaar later al, in 2005, werd Raoul Vanderdonck officieel dood verklaard,
zonder dat zijn lichaam ooit werd gevonden. Wat er later op die bewuste avond
is gebeurd blijft een mysterie.
> Kan het veen iemand opslokken?
Misschien een wat vreemde vraag, maar naar aanleiding van het verdwijnen van
Raoul Vanderdonck was deze vraag weer aktueel. In hetzelfde Humo-artikel wordt
Jean-Marie Groulard aan het woord gelaten. Groulard is nu 77 en ‘fagnard’
bij uitstek, al sinds 1954 leidt hij wandelaars door de venen en nam hij deel
aan talloze zoektochten naar verdwaalde wandelaars. Volgens Groulard kan het
zijn dat Vanderdonck van zijn pad is afgeweken om bvb een behoefte te doen.
Zelfs een korte afstand van een paar tientallen meters kan voldoende zijn
om verdwaald te geraken. In het gebied waar Vanderdock verdween bevinden zich
ook door Amerikanen gegraven putten uit WO II die als schuil- en slaapplaats
konden dienen. Ook daar werd gezocht, zonder resultaat.
> Update 05 okt 09: Bijna 6 jaar na zijn vermissing werden de stoffelijke resten van Raoul Vanderdonck gevonden. De Aarschotse schaapsherder Marc Morren hoedt een kudde van honderden schapen op de Hoge Venen die er voor zorgt dat de unieke vegetatie van de venen op een traditionele wijze kort wordt gehouden. Op 1 oktober rond 9u30 liep hij achter zijn kudde op zo'n 300 meter van de weg Malmédy-Eupen door het beschermde veengebied 'Les Potales'. Plots merkte hij iets vreemds, hij raapte het op en het bleek een menselijke schedel te zijn. Hij wist niet meteen wat te doen, zijn GSM werkte niet om de politie te verwittigen. Hij legde de schedel dan maar in zijn auto. Eerst had hij nog een afspraak, om 15 u reed hij dan naar Jalhay om er aangifte te doen bij de politie. Terug op de plek vond men ook nog een kaaksbeen. Later heeft de politie dan kledij en autosleutels gevonden. De familie van Vanderdonck werd op de hoogte gebracht. Enkele dagen later bevestigde het parket van Verviers officieel dat het om het lichaam van Raoul Vanderdonck ging. Daarmee werd voor de betrokken familie een pijnlijk hoofdstuk afgesloten. Uiteindelijk zijn de resten van Vanderdonck ontdekt op een plek die veel verder lag dan het gebied dat destijds is uitgekamd. Het mysterie blijft hoe Vanderdonck in zo'n fatale omstandigheden is verzeild geraakt maar vooral hoe een boomlange man, gekleed in een knalrode jas niet eerder werd ontdekt?
> Kan het veen zomaar iemand opslokken?
Daarop antwoordt Groulard volmondig ja. Er zijn nogal wat verhalen bekend
van reizigers die bij de oversteek van het Hoge Venenplateau helemaal verdwenen,
met name voor WO II, toen er nog weinig of geen verharde wegen door de venen
liepen. De staat van de onverharde verbindingen was soms zo slecht dat reizigers
moesten afwijken van de weg en in onbekend terrein verdwaalden in mist of
sneeuw of op onstabiele ondergrond terecht kwamen.
> Echte moerassen zijn er niet volgens Groulard, wel verraderlijke
gaten in het veen die 15 à 30 meter groot zijn en waarin je wel degelijk
kan worden opgezogen. Zogauw je geen vaste grond meer kan bereiken gaan de
soppende veenmossen als drijfzand werken. Groulard haalt het verhaal aan van
een groep jongens waarvan er één op een gegeven moment wegzakte
tot zijn middel in het veen. Zijn makkers konden hem er niet uitsleuren want
ze dreigden zelf weg te zakken. Een boswachter heeft hem er moeten uitsleuren
met zijn voertuig via een touw rond de borst van de jongen.
> Nog volgens Groulard kan in zo’n gat een mensenlichaam
op 2 à 3 dagen door het veen worden verzwolgen onder zijn eigen gewicht.
Vreemd is dan wel dat er in de Hoge Venen bij mijn weten nooit veenlijken
zijn teruggevonden. Het is bekend dat veenbodems slecht verteren, van menselijke
lichamen zouden dus zelfs na eeuwen nog sporen moeten opduiken. Ik haal hier
het bekende voorbeeld van de Tollundman even aan, die werd gevonden rond 1950
in Denemarken. (Zie mijn foto's hieronder.)
> Terug op GR 573. Onderweg heb je infopanelen die elementen
uit het veenlandschap verklaren. Je kruist een ander pad en vervolgt rechtdoor.
Bij de volgende kruising ga je rechts en over meer knuppelpaden. Dit is best
een interessant gebied, waar je oude turfstekerijen kan zien.
>
Terug op GR 573, die bij het natuurcentrum van Botrange nog steeds tesamen
loopt met GR 56 (Oostkantons) en waarvan er hier een variant traject afsplitst.
Vlak voor het natuurcentrum nemen beide paden een goed grintpad in noordwestelijke
richting. Onderweg kom je langs plukjes heide, je kan hier ook dopheide vinden.
Deze heidesoort komt minder frequent voor dan de meer algemene struikheide.
Waar het pad naar links gaat kan je eventueel 200 meter rechts wandelen om
zo uit te komen bij het hoogste punt van Wallonië: Signal
de Botrange.
dat
naar nergen leidt is duidelijk: Afronding van de kaap van 700 meter. Het werd
hier gebouwd in 1923 op initiatief van baron Baltia, die toen koninklijk commissaris
voor de Oostkantons was. GR573 gaat dus links, weg van Botrange en loopt over
een educatief knuppelpad.
Signal de Botrange
> Hoogste punt van Wallonië en de Benelux. 694
meter. De naam is afkomstig van het lichtbaken bovenop de toren die niet
enkel reizigers gidste maar ook weer als geografisch markeringspunt dienst
deed. Deze plek heeft dan ook altijd gediend als referentiepunt bij het
registreren van geografische punten en lijnen. De oude merkpaal in dit verband
is de zogenaamde 'pyramide Tranchot' uit 1807, genaamd naar een Franse kolonel
die stafkaarten ontwierp aan de hand van driehoeksmeting in de periode van
het Napoleontische regime.
> De huidige toren dateert uit 1934. Tegenwoordig heeft
Signal de Botrange vooral een toeristische functie. Een enorm parkeerterrein
en een taverne vangen vele zomerse wandelaars en winters langlaufers op.
Dopheide
>
<
Butte Baltia,
op naar 700 meter.
Butte Baltia
> De Butte Baltia is een trap van een goeie 20 treden
die je nog 6 meter hoger brengt dan het hoogste punt van België op
694 meter boven de zeespiegel. Het opzet van dit trapje
Beenbreek
Pijpestrootje
Oude
turfstekerij
Tranchot-paal
>
In de lente is dit ook een goede plek om de veengrassen in bloei te zien.
GR573 kruist de asfaltweg Eupen – Malmédy, loopt nog even rechtdoor
en loopt bij de rand van de Fagne de Poleûr kort links langs de bosrand.
Hier neem je het wandelpad over knuppelpaden dat in een brede cirkel over
de Fagne de la Poleûr loopt. Dit is
een zeer mooie omgeving en wat flora betreft een uiterst interessant veengebied.
Het was schitterend om onder het
vroege avondlicht over de venen een veldje bloeiende beenbreek te ontdekken.
> Het natuurleerpad over plankenpaden door de Fagne
de Poleûr vormt een uitstekende introductie over de geologie, natuur
en geschiedenis van de Venen. Infoborden langs het pad, met tekst in het
Nederlands, verklaren je de opvallendste landschapselementen. Zelfs wanneer
in overige delen van het natuurgebied van de Hoge Venen de rode vlag wappert
voor brandgevaar blijft het natuurleerpad gewoonlijk toegankelijk. Ter hoogte
van het café-restaurant van Mont-Rigi
heb ik de GR573 verlaten voor vandaag. Prachtige etappe.
De
piepjonge Rur
'Wortelpad' langs de jonge Hill. Uitgroei van den wordt aktief bestreden hier,
vandaar de vele jonge boomstompen.
