

> Het was in feite wat te warm op deze
eerste wandeldag. En de aard van het parcours van deze etappe is niet meteen
biljartvlak. Geen enorme hoogteverschillen maar een flink aantal keren op
en af.
> Deze GR begint op een plek waar ik ook een jaar eerder
ben gepasseerd langs de
GR 57: Bij het
treinstation van
Angleur,
daar waar de tentakels van grootstad Luik raken aan de eerste stukjes groen.
Kruispunt dus van GR-paden: Het beroemde pad langs de Ourthe, maar ook het
pad langs de terrils van Wallonië (GR 412) en dus ook GR 573. Ook voor
lange fietspaden is deze plek een knooppunt, overal zijn op de verkeerspalen
behalve witrode GR-tekens ook geelblauwe tekens aangebracht. Klaar voor
GR 573 ditmaal. Ik ga hem over 160 km volledig lopen in de richting waarop
hij ook in het begeleidende gidsje beschreven is.
> Aanvankelijk volgen we hetzelfde traject dan GR 412
(Sentier des Terrils). De rotonde bij het treinstation van Angleur over,
dan het
Ourthekanaal over via een brug en
daarna dadelijk rechts om de Ourthe stroomopwaarts te volgen. Tussen de
Ourthe en het Ourthekanaal dus.

Engels gras
Herdenkingsmonument fort Chaudfontaine
< Vaux, ruïnes maka
Onder spoorbrug te Vaux >
geleidelijk echter een aparte vegetatie te groeien die je bijna nergens
in de Benelux vindt, ook niet op de vele kolenterrils van Wallonië.
De enige vergelijkbare plaats is de omgeving rond de oude zinkmijnen van
Kelmis (Moresnet), niet ver van het drielandenpunt B / D / NL.
> GR 573 komt ook voorbij een stuw op de Ourthe en
niet ver van de samenvloeiing van de Vesder in
de Ourthe. Nog in deze omgeving loopt het Ourthekanaal dood in een
modderbos van reuzenbalsemien en wilgenroosje. Langs een oude gekasseide
laadkaai met fabriekshangars gaat GR 573 bij een dubbele overbrugging de
Ourthe over.
> Na de brug splitsen GR412 en GR573 in Chenée
bij een druk kruispunt. GR573 gaat rechts en houdt een zuidelijke richting
aan. Voorbij de kruising met nog een drukke weg neemt de wandelroute een
rechte stijgende weg. Na zowat 150 meter moet je een onopvallend paadje
links nemen dat zeer scherp stijgt.
> Eindelijk weg van de drukte. Het lawaai van fabrieken
en vooral van autoverkeer zal echter tijdens de rest van zowat de hele etappe
regelmatig terug keren. Over hoge trappen blijft GR573 flink doorstijgen.
De vegetatie bestaat vooral uit berken en grassen, eigenlijk pionierbegroeiing
nadat ook hier de uitstoot van de Vieille Montagnefabrieken de natuurlijke
omgeving decennia lang kapot maakte. Hogerop komt er meer variatie met beuk,
tamme kastanje en vooral jonge eikbegroeiing.
> Zo kom je langs de rand van een verkaveling, behorende
tot het dorp Mehagne. Het pad loopt een
tijd achter de huizen door, daalt tenslotte over een geasfalteerde wijkweg
en neemt plots een trappenpad links dat je snel in de vallei van de Vesder
brengt.
> Bij gerestaureerde resten van een ‘maka’
steek je de Vesder over te Vaux-sous-Chèvremont.
Buste van St Begga, dochter van Pepijn van Landen en moeder van Pepijn van
Herstal, stichter van het Karolingische rijk.
Ingang fort Chaudfontaine
> Het natuurreservaat is helaas niet vaak toegankelijk.
Het is misschien alleen al om gezondheidsredenen niet opportuun om hier
bvb met kinderen rond te wandelen. Kleine teleurstelling, maar de weinige
plantensoorten krijgen er zoveel ruimte dat ze zicht overvloedig konden
ontwikkelen, in die mate dat ze door de afspanning heen zonder probleem
ook de wegrand, en het jaagpad tot op de Ourthe-oever overwoekeren. En zo
kan je hier dus op deze eerder lelijke plek zeldzame zinkviooltjes met honderden
uitbundig zien bloeien van mei tot augustus tussen de straatstenen en de
vuile berm. De bloemetjes zijn witgeel tot diepgeel gekleurd.
> De wetenschappelijke naam is Viola lutea subspecie
calaminaria of
Viola calaminaria. De naam verwijst naar La Calamine (Kelmis). Onnodig
te stellen dat dit een bedreigd plantje is (ook al groeit het hier overvloedig).
Ook Engels gras (paarse bloemen) voelt zicht hier blijkbaar op deze vervuilde
industriële grond goed thuis. Raar, meteen de eerste verrassing van
de dag die viooltjes.
> Maar hier bij Angleur zijn dus ook nog een paar resten
te zien, in de vorm van een half dichtgemodderd kanaal. Ze dateren eigenlijk
van na de Hollandse periode toen rond 1845 het plan voor een kanaal weer
vanonder het stof werd gehaald. Ditmaal liepen de werken en het kanaal na
enkele jaren dood door de opkomst van 'de ijzeren weg' die hier het economische
nut voor goederenvervoer over een kanaal overbodig maakte.
Chèvremont
> De basiliek in neogotische stijl werd gebouwd vanaf
1877 op initiatief van een lokale orde van Karmelieten om Chèvremont
tot een groot bedevaarts- en bezinningsoord te maken. Ter gelegenheid van
het 50-jarig bestaan kreeg de kerk de status van basiliek.
Bont zandoogje, zijn vleugels spreidend naar de zon die op het GR 573-pad
valt. Eén van de meest voorkomende vlindersoorten in België. Vliegt
uit van de vroege lente tot diep in de herfst. Op een zonnige dag zie je hem
zeker
in de buurt van bosranden of op brede bospaden, waar hij constant heen en
weer vliegt tussen zonlicht en schaduw.
Ourthekanaal
> Dat Ourthekanaal is nog een vreemd overblijfsel uit
de tijd dat de Hollanders hier de plak zwaaiden. Willem I had het idee om
de Maasvallei en het Moezelbekken door middel van een kanaal te verbinden.
Met de afscheuring van België werd dat plan ook meteen van de kaart
geveegd. De meest leuke resten van die kanaaldoorsteek kan je vandaag nog
zien ter hoogte van het Waalse dorpje Buret en het Luxemburgse Hoffelt,
waar het de bedoeling was de waterscheidingslijn te breken met een lange
ondertunneling. Zie ook wandeltocht
'La Traversée des Pays et des
Ages'.

Zinkviooltje
> Meer dan 100 jaar werd op de terreinen
waar het natuurreservaat ligt afval gestort van zinkfabriek Vieille Montagne.
Dit soort fabriek was er verantwoordelijk voor dat Luik en onmiddellijke
omgeving een reputatie kregen van een onaantrekkelijke, vieze stad. Milieunormen
bestonden toen amper en de vuiligheid van afvalprodukten werd door schouwpijpen
maar de lucht ingeblazen of het werd in de buurt gedumpt, zoals hier op
het l’île aux Corsaires. Wat er aan oorspronkelijke vegetatie
aanwezig was ging gewoon kapot aan de vervuiling van zware metalen (zink,
lood).
> Vieille Montagne is sinds eind jaren '60 gesloten,
de terreinen werden eigendom van het huidige Umicor. Op die gronden, eigenlijk
meer afvalbergen of lage terrils, begon zeer
>
De weg tussen Ourthe en Ourthekanaal is afgezoomd met een mooie platanenrij.
Nogal wat joggers en wandelaars zoeken hier op de rand van de grootstad ademruimte.
Verderop langs de Ourthe passeert GR573 het natuurreservaat ‘l’île
aux Corsaires’, in beheer door Natagora (de Waalse tegenhanger
van Natuurpunt). Race er niet in joggingspeed langs maar hou je ogen open,
dit is één van de merkwaardigste natuurreservaten van Wallonië
(sinds 2005).
Interieur van de neogotische
basiliek van Chèvremont
>
De kapel werd hier gebouwd op initiatief van Engelse jezuïeten in 1686
en groeide al snel uit tot een bedevaartsoord. Binnenin veel ex-voto's.
> Na de brug rechts, langs een bakker en slager en bij
het kerkhof omhoog. GR573 loopt langs de kruisweg
die het dorp met het heiligdom van Chèvremont linkt. Onderweg kom je
langs enkele indrukwekkende essen. Eens alle kruiswegstaties gepasseerd eindigt
je korte pelgrimstocht een flink stuk hoger bij de mooi gelegen kapel
van Chèvremont.
>
Voor wie al eens vaker in de Ardennen wandelt, komt een 'maka' niet zo onbekend
voor. Het is een Waals woord voor de mechanische aandrijving en installaties
van een smederij. Ze zijn steeds bij water en bos te vinden en maakten deel
uit van talloze ambachtelijke ijzersmeltbedrijfjes die de Ardennen ooit rijk
waren. Hier in Vaux-sous-Chèvremont is enkel een oude muur van een
werkplaats bewaard om de lange geschiedenis (17de - 20st eeuw) van deze plek
als maka niet helemaal uit te wissen.
>
Eigenlijk is het niet het eerste gebouw dat hier werd gezet. In de middeleeuwen,
minstens al sinds de 8ste eeuw, was er een versterkte burcht die door de Luikse
machthebber Notger werd verwoest. Een paar kilometer verder over GR 573 kan
je mooi zien hoe de heuvel, waarop de huidige basiliek staat, echt de omgeving
domineert. De basiliek is meestal open voor een bezoek. Vlakbij is ook een
restaurant met erg redelijke prijzen.
> Ondertussen toch tot de vaststelling gekomen dat ik
niet erg snel vorder met al dat stijgen en dalen bij die middaghitte, ik ben
dat niet meer gewoon na lange tochten over de vlakkere GR570 en de TBW die
aan GR 573 vooraf gingen.
> Na Chèvremont door bos dalen in de vallei van
de Ruisseau de la Casmatrie, een zijbeek van de Vesder. Via een brugje de
beek over en weer stijgen uit het bosvalleitje. Via een draaiende asfaltweg
stijgt GR573 verder, waarbij je over je schouder een mooi zicht hebt over
de hoog gelegen basiliek van Chèvremont en over de valleien van Vesder
en Ourthe naar Luik toe.
> GR573 komt langs een soldatenkerkhof en kort daarna
langs de ingang van het fort van Chaudfontaine.
>
Vlakbij staat een groot bord over
'Le Tour de la
Vesdre', dit is het startpunt van een 160 km lange wandelroute die
een groot stuk van GR 573 combineert met GR 563 (zie ook bij
wandelinfo).
Even later sta je voor de
basiliek van Chèvremont.
Fort Chaudfontaine
> Dit fort maakte deel uit van een hele fortengordel
rond Luik. De grootste Belgische steden hadden zo’n fortengordel.
Militair architect was Brialmont, die ook de fortengordel rond Antwerpen
ontwierp. Fort Chaudfontaine werd gebouwd vanaf 1880 en onderging een eerste
zware belegering op 11 en 12 augustus 1914. Bleek dat vooral de plafonddikte
een zwak punt was, ze bezweken onder het geweld van de Duitse obussen. Toen
zo ook het munitiedepot van het fort werd geraakt op 13 augustus ’s
morgens vroeg, veroorzaakte dat een enorme explosie, die uiteindelijk tot
de overgave van het fort leidde.
> Kort na het fort is het even opletten om de juiste paden
te volgen. Je wordt op een parking bij het fort geconfronteerd met paden die
alle richtingen uitlopen. Gelukkig is ook hier de padmarkering goed gebeurd.
Aanvankelijk volgen er een paar scherpe padwissels over rotsig terrein.
Kuuroord Chaudfontaine
> Een bron met een watertemperatuur van bijna 37°
zette Chaudfontaine op de kaart van het kuurtoerisme. Die enige warmwaterbron
van België was al eeuwen lang bekend maar tot eind 17de eeuw werd er
in feite ‘niks mee gedaan’. De relatief hoge temperatuur bereikt
het regenwater na een reis van zowat 60 jaren insijpeling tot 1600 meter
diepte, waarbij de temperatuur oploopt tot 55°. Uit die diepte wordt
het weer opgestuwd om hier in Chaudfontaine het daglicht te zien, ondertussen
verrijkt met allerlei mineralen.
>
De flora op de zuidelijk georiënteerde hellingen hier is erg gevarieerd,
vooral langs het geasfalteerde wegje waarlangs GR573 verder daalt in de richting
van Chaudfontaine. Je kan hier zelfs (op het juiste moment) wilde orchideeën
vinden. Dit wegje brengt je in Chaudfontaine
vlakbij het gerestaureerde treinstation in art nouveaustijl (café).
De wandelroute loopt langs het casino en over de Vesderbrug. Recht tegenover
ligt Source-O-Rama. Hier is ook de toeristische dienst gevestigd.
>
71 soldaten sneuvelden er toen op die bloederige augustusdagen. Vlakbij ligt
een militair kerkhof. Tijdens het interbellum wordt het fort aangepast en
versterkt met voor die tijd moderne materialen, met name gewapend beton. Tijdens
WO II kon vanuit het fort even weerstand worden geboden, maar de aanvallen
van de Luftwaffe leidden al snel tot capitulatie. Na WO II verliest het fort
zijn strategische waarde. Er is nu een commerciële organisatie aktief
die in en rond het fort avonturenparcours heeft aangelegd voor groepen kinderen
en volwassenen.
>GR573
loopt over de Vesderbrug naar rechts en draait 200 meter verder naar links
achter het ‘Maison Sauveur’. Hier
ontstond het kuurtoerisme in Chaudfontaine.
>
De stad zoekt naar een nieuwe identiteit en uitstraling. Begin jaren ’80
komen Duitse projectontwikkelaars met een megalomaan project op de proppen
dat Chaudfontaine weer op de kaart moet zetten. Water blijft het thema, maar
er wordt wel erg radicaal te werk gegaan. Een oud kuurhotel wordt tegen de
grond gegooid. Een park met 500 bungalows wordt voorzien, het casino en hotels
moeten restyled worden en centraal moet een soort subtropisch zwemparadijs
komen in de vorm van betonnen piramides.
> Het project gaat in 1989 ten onder aan corruptie en
een reeks processen. Onafgewerkte betonnen skeletten ontsieren nog jarenlang
het centrum van Chaudfontaine.
>
Simon Sauveur zag in de 17de eeuw in de heilzame werking van het water hier
een interessante bron van inkomsten, met het bekende gevolg. Sauveur had enkele
baden, gelegen in een eenvoudige lemen hut.
> Vanaf 1711 werd alles grootser aangepakt: Familiebedrijfjes
richtten hotels en termen op en Chaudfontaine kwam op de kaart als kuuroord.
Vanuit Luik was Chaudfontaine over de weg moeilijk bereikbaar, gasten kwamen
dan ook vaak per boot over de Vesder. Half 18de eeuw telde Chaudfontaine ’s
zomers duizenden badgasten, veelal afkomstig uit de rijkere bourgeoisie. Namen
als Victor Hugo en de zus van Napoleon passeerden in de 19de eeuw en gaven
het kuuroord een zeker élan. De nieuwe spoorlijn vanuit Luik maakte
Chaudfontaine ook veel beter toegankelijk.
> De eerste wereldoorlog zet een punt achter die glorietijd.
Het dorp had al die tijd wel een zekere bekendheid als thermaal station maar
zou nooit tippen aan de grandeur en uitstraling die Spa kende. In de twintigste
eeuw raakt alles in het slop; Kuren raakt uit de mode en van Chaudfontaine
blijft enkel nog de merknaam van het bekende gebottelde mineraalwater overeind.
Belles Fontaines
Casino Chaudfontaine
Maison Sauveur
Belles Fontaines
Treinstation Chaudfontaine: Treinen stoppen er al lang niet meer, maar het
station is beschermd omwille van zijn fijne art nouveaustijl
>
Recent lijkt Chaudfontaine echter een tweede adem gevonden te hebben, in de
21ste eeuw wordt weer aangeknoopt met de traditie van kuren en water. In de
plaats van een subtropisch zwemparadijs kwam er 'Source-O-Rama'.
> Je kan moeilijk naast het enorme gebouw in het centrum
kijken waarin Source-O-Rama is gevestigd. Over de architecturale smaak van
zo’n gigantisch prefabgebouw met het uitzicht van een fabriek in het
centrum van Chaudfontaine is wellicht al heel wat inkt gevloeid. Feit is dat
het project een zeker succes kent, vooral bij schoolgroepen.
> Source-O-Rama is een populair-wetenschappelijk project
rond water met de druppel ‘O’ als symbool. Het
kuren en verzorgingssessies, de ideale plek om te crashen na een week op en
af over GR 573?
> Vandaag vormt Chaudfontaine dus een weinig harmonieuze
mix van gebouwen met water als thema.
> Naast de ‘fabriek’ van Source-O-Rama liggen
nog de monumentale ‘Belles Fontaines’ uit 1747. Dé plek
om je watervoorraad bij te vullen met Chaudfontainewater recht van de tap!
Officieel is het water niet drinkbaar, maar dat bordje staat er vooral om
de verantwoordelijkheid van de gemeente te dekken omdat het water niet vaak
wordt gecontroleerd.
> Chaudfontaine is ook startpunt van de 51 km lange wandelroute
‘
Tour de Chaudfontaine’, waarvan je ongetwijfeld verder langs
GR573 de opvallende oranje tekens met een witte ‘C’ zal merken.
opende
zijn deuren in 2003. Privé-sponsor van het project is ondermeer mineraalwater
Chaudfontaine, sinds 2003 eigendom van Coca Cola. Naar deze gebouwen verhuisde
ook de regionale toeristische dienst vanuit het Maison Sauveur.
> Elders in het dorp heropende het luxueuze wellness-centrum,
Château des Termes, in 2001. Het warme bronwater wordt tegenwoordig
naar dit centrum afgeleid. Je kan er genieten van allerlei
>
Achter het Maison Sauveur (18de eeuw, Sauveur heeft er eigenlijk nooit gewoond)
klimt GR573 over een oud wandelpad dat nog is aangelegd 100 jaar geleden als
Chaudfontaine zijn eerste wandelinfrastructuur ontwikkelde.
> In brede zigzags klim je zo omhoog. Het pad vlakt uit
en steekt de heuvelrug door via de Pont du Diable
(Duivelsbrug). Het is een merkwaardig brugje, een ideale plek om op een bank
even uit te blazen.
Pont du diable
Oud wandelpad naar Pont du diable
Pont du Diable (Duivelsbrug)
> Het biezonder schilderachtig brugje Pont du diable
is een vreemde constructie. Behalve de doorgang als wandelpad lijkt het
geen uitgesproken functie te hebben. De meest gangbare uitleg is dat het
brugje gebouwd werd voor de aanleg van een spoorlijn. Mogelijk is echter
ook dat ze werd aangelegd midden 18de
eeuw als recreatieve attraktie voor de wandelende bourgeoisie die zich
in Chaudfontaine in de baden kwam vergenoegen.
> De stenen overspanning is in ruwe bruine schist, overgaand
uit natuurlijke rotsen op niveau. De stenen zijn zorgvuldig geschikt. Aan
beide zijden zijn rustbanken om het al zittend allemaal eens rustig te bekijken
en je eigen theorie te verzinnen over het nut en de oorsprong van dit brugje.
De Ardennen zouden de Ardennen niet zijn als er aan het Duivelsbrugje ook
weer geen volkslegende aan zou zijn verbonden.
> Volgens de overlevering vormde de Pont du Diable voor
de inwoners van het dorpje Ninane een cruciale doorsteek door de heuvelkam
op hun pad naar Chaudfontaine. De boeren van Ninane bereikten via het brugje
Chaudfontaine en de vallei van de Vesder om er hun vee en groenten te slijten.
Op een morgen constateerden de dorpsbewoners van Ninane dat het brugje was
ingestort en zo het pad naar Chaudfontaine blokkeerde. Er was geen doorkomen
aan. Alles zou moeten worden heropgebouwd, wat weken arbeid zou kosten.
Op een inderhaast bijeen geroepen volksvergadering vonden de boeren niet
dadelijk een snelle oplossing. 's Nachts woedde een hevig onweer over Ninane
en in een bliksemschicht verscheen plots de duivel in hoogst eigen persoon
die hen toesprak: 'Ik kan vannacht een nieuwe brug bouwen' sprak de duivel,
'als compensatie wil ik wel dat de eerste levende die zich onder de brug
begeeft zijn ziel aan mij schenkt'. De boeren, allen godvrezende christenen,
weigerden aan die verleiding toe te geven. Dagen gingen voorbij en de inwoners
van Ninane kregen af te rekenen met armoede, doordat ze Chaudfontaine niet
meer konden bereiken. Honger dreef hen weer naar de plek waar de brug was
en waar Satan wachtte. Door wanhoop gedreven stemden ze alsnog in met zijn
voorstel. De volgende morgen was de brug helemaal heropgebouwd door Satan,
die nu geduldig wachtte op zijn beloning. De boeren van Ninane legden een
grote zak aan de voet van de brug. Uit die zak sprong geen mens, maar een
ander levend creatuur, een bok. Ze huppelde onder de brug door recht in
de armen van de ongeduldige duivel, die daarop vloekend verdween in de donkerte...
> Een stenig pad daalt vervolgens naar de wijk La Brouck.
Voor een voetbalveld wordt je naar een pad bij de spoorweg geloodst. Aan de
spoorweg rechts, langs de citéwijk La Brouck,
voorbij een volkscafé. Daarna draait GR 573 over een smal pad rechts
weg en klimt over een grassige heuvel naar het plateau. Het pad daalt vervolgens
weer naar de spoorweg maar loopt voor een kleine spoorwegtunnel scherp rechts
om weer even naar een heuveltop boven de Vesdervallei te stijgen.
> GR 573 blijft maar op en af lopen als een jojo. Een
snelle daling volgt over een bospaadje en rond een paar huizen, door een wijk
met veel hondengeblaf, richting Trooz. Even
rechts op de drukke brede weg Luik - Verviers door de vallei van de Vesder
om al snel weer links deze weg te verlaten. Zo kom je bij ‘La
Fenderie’.
>
Aan de andere kant van de brug daalt het pad in een beekvallei. De beek even
volgen, oversteken en weer stijgen in de andere richting. Je komt in meer
open landschap van bos en wild opgeschoten berk en eik tussen grasgebieden.
In een infohut die ook als schuilhut kan dienen
bij slecht weer hangen allerlei panelen met informatie over de natuur in de
omgeving.
Bois-les-Dames
> Voor de tweede maal hebben we hier met een kalamijn
gebied te maken. Meer dan een eeuw lang heeft de grote zinkfabriek van Prayon,
aan de oever van de Vesder, via fabriekspijpen de grootste vuiligheid uitgestoten:
Zink, lood, cadmium, zwaveldioxide, het is hier allemaal decennialang neergeslagen
op het Bois-les-Dames. Op den duur is het bos er helemaal aan kapot gegaan.
In de plaats dus kwam hier, net zoals te Angleur (waar we vanmorgen passeerden),
een aparte begroeiing tot ontwikkeling die in staat is te weerstaan aan
de zware metalen die andere planten vergiftigen. Update okt09: Helaas werd de infohut zwaar aangepakt door vandalen.
> Ook
hier steelt het zinkviooltje de show. Heb je de zinkviooltjes in Angleur gemist,
hier is een tweede kans om ze te spotten. In de grasgebieden vlakbij de hut
zijn deze gele viooltjes her en der te vinden. Amper na een minuutje zoeken
ontdekte ik ook hier deze zeldzame viooltjes. Andere typische planten die
je hier mogelijk ontdekt zijn ondermeer de zinkboerenkers, naast planten die
niet typisch zijn voor dit milieu maar wel vrij goed gehard zijn tegen deze
vervuiling, zoals koekoeksbloem of blaassilene. Interessant om te zien hoe
decennia na de sluiting van de vuile fabriek van Prayon toch ook hier de natuur
moeizaam herstelt. Behalve grassen kan je er ook pionierplanten zien zoals
berk en struikheide, gevolgd door jonge eiken die uit de grassen opschieten.
Pad naar Pepinster
Het hoge kasteeltje, met oprijzende torentjes dateert gedeeltelijk uit de
17de eeuw en werd opgetrokken in Maaslandse renaissancestijl.
Trooz, kapel ND des grâces.
GR 573 in de omgeving van Prayon.
Bois-les-Dames
> Zo loop je Nessonvaux
binnen. Bij de grote weg door de Vesdervallei links. Onderweg
>
Sporen van de oude metaalnijverheid zijn er eigenlijk nog weinig, wel is mooi
te zien hoe de loop van de Vesder hier werd aangepast door middel van afdamming
en kanalisering om de waterkracht optimaal te benutten voor energieproduktie,
vroeger door watermolens, nu door een elektriciteitsturbine.
> Passeer je hier op een zaterdag- of zondagmiddag loop
dan even het binnenkoertje op. Het kasteeltje zelf is privé maar er
is een café waar je een streekbiertje kan drinken en er is een permanente
en
La Fenderie
> Hier, op een plek waar de Vesder een vrij groot verval
heeft, werd midden 17de eeuw een ambachtelijk bedrijf voor ijzerbewerking
gevestigd, één van de vele tientallen gelijkaardige bedrijfjes
in de Ardennen. Eind 17de eeuw werd overgegaan tot specialisatie in de vervaardiging
van klinknagels.
> Rond 1850 vindt er aan de vooravond van de industriële
revolutie in de Ardennen een eerste grote herstructureringgolf plaats. Het
betekent het einde van vele traditionele ambachtelijke ijzerbedrijfjes.
Anderen worden opgeslorpt in grotere industriële gehelen, zo wordt
La Fenderie rond 1850 eigendom van de familie Ancion die ook andere metaalbedrijven
in de streek bezit.
> Meer dan een eeuw later, in 1976, koopt de gemeente
Forêt de gebouwen op om ze in 1984 weer te verkopen aan Mr Scheen
die een elektriciteitsturbine installeert op de Vesder.
>
GR 573 stijgt langs de oude gebouwen van 'la Fenderie' naar een brug over
de spoorweg vlakbij een plek waar de spoorlijn Luik - Verviers een tunnel
uit 1841 uitkomt. Rechtsvoor zie je een steengroeve. GR 573 zal straks boven
deze groeve passeren. Het wordt dus nog een tijdje klimmen, eerst door bos,
dan over een asfaltwegje dat door een wijk draait en tot slot de top bereikt
in een omgeving van open veld vlakbij de zandsteengroeve
van het bedrijf Gralex.
> Een mooi graspad brengt je dan een afgelegen gehucht
van Olne binnen, Gelivau. Even opletten als
je weer in bewoning komt. GR 573 neemt een diep ingesneden pad rechts, afgezoomd
door haagbegroeiing. Bij regen is dit pad wellicht meer beek dan pad.
>
Voorbij het station van Nessonvaux stijgt GR 573 over een draaiende weg. Bij
een paar huizen links, over een goed paadje dat erg gelijkmatig stijgt. Uiteindelijk
kom je zo een tijd later boven op het plateau aan de rand van het dorp Transenster.
Links op de asfaltweg en even zoeken naar een paadje rechts, dat tussen huizen
door loopt. Bij een V-splitsing het hogere pad nemen dat scherp afdaalt. Met
de regen was het flink schuiven onderweg.
> Beneden komt ook dit pad uit op een asfaltweg. Rechts
over enkele honderden meters tot GR573 rechts een kleinere asfaltweg neemt.
Onderweg heb je mooie uitzichten over het dorp Goffontaine links. Ondertussen
daal je langzaam in de Vesdervallei. Er volgen een paar snelle pad- en richtingveranderingen,
zo steek je ook kort na elkaar 2 beboste beekvalleien over. Langs die laatste
beekvallei stijg je weer het bos uit.
> Even na een oorlogsmonumentje aan de bosrand kom je
bij een afgelegen en gedeeltelijk vervallen boerderij. Hier links, in feite
volg je nu en de volgende kms altijd hetzelfde hoofdpad. Langs het kasteeltje
‘Les Mazures’, het pad houdt de
hele tijd redelijk niveau tot in een bocht bij een grotere asfaltweg. Splitsing
GR 573! Je moet hier een belangrijke keuze maken, maar dat is voor
morgen. Einde voor deze etappe. Aan je voeten ligt het industriële dorp
Pepinster.
tijdelijke
fototentoonstelling rond streekgebonden thema’s. Lokale heemkundigen
zullen je met plezier en kennis van zaken een woordje uitleg verschaffen over
de streek. Haal je beste Frans of – nog beter – je beste Waals
maar boven.
vervoegt
GR5 (Noordzee – Middellandse Zee) zich
bij het traject van GR 573, voor slechts een paar honderd meters echter. Een
schildering op een spoorbrugje vertelt dat het van hier nog 1550 km is over
GR 5 tot Nice, dat is dan eigenlijk nog scherp berekend. Onze route loopt
nog een tijdje rechtdoor om dan in het centrum van Nessonvaux rechts te gaan
naar het treinstation. Via de voetgangerspasserelle over de sporen.