> De
EVEA had als grondidee om het Verenigd Europa te promoten door (regionaal)
grensoverschrijdende initiatieven te realiseren. Eén van die ideeën
was het creëren van toeristische faciliteiten voor verschillende recreantengroepen,
ondermeer voor wandelaars. Aldus was EVEA meteen ook een voorloper van de
bredere Europese wandelvereniging (EWV), die pas in 1969 werd opgericht,
en ondermeer de E-paden uitwerkte. Concreet werden in 1957 de eerste stappen
gezet om een grensoverschrijdende wandelweg, de Ardennen-Eifel Rundweg of
Sentier Ardennes-Eifel te ontwikkelen. Andere initiatieven zijn ondermeer
de ontwikkeling van het Maas-Rijnpad (Monthermé - Andernach) voor
wandelaars, de Groene Weg Ardennen-Eifel (Rethel - Sinzig) voor gemotoriseerde
toeristen en de creatie van de Duits-Belgische en Duits-Luxemburgse natuurparken.
De EVEA bestaat nog steeds en focust tegenwoordig vooral op culturele uitwisseling.
Frankrijk is sinds 1998 geen lid meer van de EVEA. Het
duurde echter nog vele jaren vooraleer het Ardennen-Eifelpad ook op het
terrein werd gerealiseerd.
> Elk van de
4 landen werkte op een eigen manier aan de realisatie van het Ardennnen-Eifelpad,
met ondermeer een eigen markering. Zie daarvoor op de volgende pagina.
>
De regio’s Eifel en Ardennen hebben een geschiedenis die nauw in elkaar
verweven is. Al vanaf het Gallische tijdvak was deze regio één
en later zijn de - in de loop van de geschiedenis - ontstane grenzen vele
malen verschoven.
> Onder initiatief
van de Belgisch-Luxemburgse politieker/schrijver/visionair Pierre baron
Nothomb werden in 1953 grensoverschrijdende contacten gelegd tussen het
Groothertogdom Luxemburg, de Duitse Eifel en de Belgische Ardennenregio.
Doel was, om – met de verschrikkingen van de 2 Wereldoorlogen vers
in het geheugen – tot een betere verstandhouding en samenwerking te
komen tussen de aangrenzende regio’s. Het was ook een periode waarin
de drang naar Europese samenwerking op economisch en cultureel vlak sterk
opwelde. Zo sloten een aantal politiekers en vrije culturele groepen uit
deze 3 gebieden een samenwerkingsverbond. Hieruit werd in 1956 in Kronenburg
de EVEA (Europese vereniging voor Eifel en Ardennen) geboren. Belangrijkste
initiatiefnemers waren voor België Pierre Nothomb, voor Luxemburg Georges
Wagner en voor de Eifel Dr Josef Schramm van het Eifelverein.

Een ander initiatief van de EVEA : Grünen
Straße Eifel-Ardennen, een 500 km lang autotraject
Geschiedenis
van het AE-pad
Misschien
wel het mooiste deel van het hele AE-traject is de tocht langs de rivier Semois.
Dit traject is gebaseerd op het vooroorlogse 'Sentier de la Semois' van Touring
Club de Belgique (T.C.B.) en Cosyn en werd ontworpen rond 1920. Sentier de
la Semois kreeg nr 4 als padnummer en was gemarkeerd met ronde borden (foto).
Europamonument te Ouren met de vlaggen
van België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Niet langs AE maar aan
E2/GR5/Maas-Rijnpad op een drielandenpunt. Ingehuldigd in 1977.
GR 15 / 151 / 16
SENTIER ARDENNE-EIFEL / ARDENNEN-EIFEL-PFAD
ARDENNEN-EIFEL-RUNDWEG
GR AE (SENTIER DE GRANDE RANDONNEE DES ARDENNES ET DE L'EIFEL)
>
In de Eifel bestond
al een zekere wandelcultuur, geschraagd door een aktieve organisatie, het
Eifelverein. Met de ontwikkeling van gemarkeerde paden werd door het Eifelverein
al meer dan 100 jaar geleden aangevangen (Vulkanweg) . Het Ardennen-Eifelpad
werd er in de jaren '60 over een combinatie van al bestaande langeafstandspaden
geloodst. Zie voor meer geschiedenis over het Eifelverein ook het tekstvak
over Adolf Dronke elders op Trekkings.be
>
Ook in Luxemburg werd
het Ardennen-Eifelwandelproject geïntegreerd in het nationale net van
langeafstandspaden. Het Luxemburgse deel was snel klaar. Er bestond hier
namelijk al voor de Tweede Wereldoorlog een wandelpadennet. De familie Cosyn
was in het eerste deel van de 20ste eeuw erg aktief in het uitgeven van
boeken en artikels over voornamelijk de Ardennen en Luxemburg. Ondermeer
via Touring Club hadden ze een pioniersrol in het ontwikkelen, voorstellen
en promoten van toeristische en recreatieve aktiviteiten. Daarbij was het
ontwikkelen en beschrijven van lokale paden over korte afstand in samenwerking
met de toeristische diensten zeer populair. De publicaties van de familie
Cosyn waren echte bestsellers, in de eerste plaats bij de rijkere bourgeoisie
die het zich kon veroorloven om de stad regelmatig te ontvluchten. Vooral
Maurice Cosyn gaf (met de steun van Touring Club) ook de aanzet tot het
ontwikkelen van de eerste lange wandelpaden in Wallonië en Luxemburg.
Tussen 1920 en 1940 zien we de creatie van een kompleet net van lange-afstandspaden,
zowel in de Belgische als in de Luxemburgse Ardennen. Het is ook een periode
waar de Ardennen voor iedereen vlot bereikbaar worden door de snelle ontwikkeling
van het trein- en tramnet. Paden zoals het Sentier de de la Haute Sûre
(AE) en Le sentier du Nord, aangelegd rond 1935-1936, bestaan nu nog. Met
de Tweede Wereldoorlog kwam alles tot een halt. Na de oorlog werd het onderhoud
en de markering van de paden van de 'Touring Club de Belgique et de Luxembourg'
overgenomen door het Ministerie van Toerisme. In Luxemburg werd Maurice
Cosyn daarom terecht vereerd met zijn eigen wandelpad, Sentier Maurice Cosyn,
een traject dat trouwens door het Ardennen-Eifelpad een stuk zal worden
gevolgd. Ook grote delen van andere 'Cosyn-paden' zoals het eerder genoemde
Sentier de la Haute Sûre zullen door het Ardennen-Eifelpad worden
gevolgd. Af en toe loopt het AE-pad in Luxemburg wel over een uniek eigen
traject, zoals in Klein-Zwitserland.
>
Voor de Waalse Ardennen
nam de (toen nog piepjonge) wandelorganisatie 'Comité National Belge
des Sentiers de Grande Randonnée' (C.N.B.S.G.R) het initiatief. In
mei 1964 kregen ze van de EVEA de concrete vraag om werk te maken van de
padrealisatie door de Waalse Ardennen. De naam van deze vereniging (die
ook nu nog instaat voor dit pad), werd afgekort tot SGR, toen in 1977 in
Vlaanderen Grote Routepaden werd opgericht. Het traject werd in het GR-plan
geïntegreerd onder de naam 'Sentier de
Grande Randonnée du Groupement Européen des Ardennes et de
l'Eifel', kortweg GR AE. Dit pad was (tesamen met GR56 en GR57) één
van de eerste creaties van SGR, na het doortrekken van GR5 door Wallonië.
Langs het pad kom je enkele kilometers na Harzé vandaag een monument
tegen ter herinnering aan Francis Vanmechelen (1931-1976), als lid van 'Les
Amis de la Nature' (zusterorganisatie van SGR) een stille kracht achter
GR AE.
Zuidelijk deel.
De eerste markering dateert uit 1965 (Semoisvallei) en vanaf 1969 verschenen
de eerste (eenvoudige) wandelgidsen over GR AE. Hoewel... AE door de Belgische
Ardennen was aanvankelijk een eerder onsamenhangend geheel. De eerste delen
die werden gerealiseerd waren Orval-Bouillon, daarna Bouillon-Sorendal (Franse
grens) en Martelange-Habay. Niet verwonderlijk dat de omgeving rond Bouillon
en Florenville eerst aan bod kwam. Ook hier waren namelijk al recreatieve
paden in gebruik dankzij de initiatieven van Maurice Cosyn en Touring Club.
Het huidige wandelpad langs de Semois tussen Sainte-Cécile en Herbeumont
bijvoorbeeld werd in 1921 uit het niets gemaakt door Touring Club en de
VVV van Florenville. Het zuidelijke deel (GR AE-S) werd volledig in 1978
met de verbinding Habay-Florenville.
Noordelijk deel.
De realisatie van het noordelijke deel van de GR AE kende een nog veel langere
geschiedenis. Het eerste deel dat werd uitgewerkt was Werbomont - Houffalize
(47 km), in 1965. Een verlenging van 18 km tot Aywaille kwam er bijna 10
jaar later. Vreemd genoeg bleef het daar bij, een volledig geïsoleerd
stuk AE. Financiële evenals praktische problemen lagen aan de grondslag
van de hiaten. De verbindingen naar Monschau in het noorden (1991) en naar
Martelange in het zuiden kwamen er 17 jaar later! (Zie lager). Het duurde
dus zowat 26 jaar vooraleer het Waalse deel klaar was.
> Deze megatrekking loopt door 4 landen en verbindt het mooiste van de Ardennen
met dat van de Eifel. Het Ardennnen-Eifelpad werd door de eerste golf van
frisse Europese dromers gecreëerd in de jaren '50 als een concrete
realisatie voor Europese integratie, en dat in een periode van (toen nog)
gecontroleerd grensverkeer. Vreemd genoeg is dit internationale pad in deze
tijd van open grenzen zijn grensloze glans aan het verliezen. Terwijl Europese
paden zoals de Santiagoroute een steil opgaande populariteit meemaken plooit
het Ardennen-Eifelpad terug in zijn verschillende nationale voegen. Veel
wandelaars kennen stukken van het AE-pad, erg weinigen wandelen het pad
ook over de andere landsgrenzen en nog minder (misschien wel geen 10 per
jaar) wandelen dit pad ook helemaal.
>
Dit verslag is een poging om de verschillende puzzelstukjes van het Ardennnen-Eifelpad
nog eens bij elkaar te leggen evenals de info die er over beschikbaar is.
Uiteraard wandelden we het Ardennen-Eifelpad ook, ter illustratie daarvan
een etappeverslag. Deze pagina's vormen geen reisgids maar vergemakkelijken
misschien wel je planning voor een AE-tocht, en anders laat je je gewoon
eens op virtuele wandelschoenen 793 km meeleiden door 4 landen, langs het
mooiste natuurschoon dat het oude Ardennenmassief en de Duitse Eifelregio
te bieden hebben.
Deeltje uit de wandelgidsenreeks van
Cosyn (jaren '30). In feite de eerste topografische gidsen over paden die
de basis zouden vormen van het Ardennen-Eifelpad in Luxemburg en België.
Lange-afstandspaden met routebeschrijvingen, uitleg over bezienswaardigheden
en kaartmateriaal. De voorlopers van de moderne GR-topogidsen.
>
Het originele plan was een route creëren die in België en Frankrijk
liep als volgt: (GH Luxemburg -) Martelange - Florenville - Sorendal (Fr)-
Givet (Fr) - Lessevallei - Ourthevallei - Spa - Malmedy - Eupen (- Duitsland).
Het Belgisch traject eindigt in het Franse grensdorpje Sorendal (Semois).
De bedoeling was dat de Fransen het Ardennen-Eifelpad zouden doortrekken
naar de Maasvallei om dan een noordelijk traject te ontwerpen tot Givet.
Vanaf hier zouden de Walen dan de rondweg vervolledigen door AE via de Lesse-
en Ourthevallei naar de Oostkantons te leiden. Vandaar de Duitse benaming
‘Ardennen-Eifel-Rundweg’. Dat is allemaal anders verlopen. De
Fransen hadden in Sorendal al een aansluiting op GR12 (naar Parijs), evenals
een mooi traject naar Monthermé (GR12C). De Fransen verkozen om die
GR12 wat te verleggen om aan te sluiten op het Belgisch traject van GR12.
Het oude traject vanuit Sorendal naar Montcornet-en-Ardenne werd hun deel
van het AE-pad. Daarmee loopt AE wat dood en werd de grote cirkel nooit
rond gemaakt. In Wallonië werden ondertussen de Ardennen verder ontsloten
door de creatie van
GR14. De cirkel werd
dan maar rond gemaakt in 1991 met een verbinding tussen Aywaille en Monschau.
Een ‘mini-rondweg’ dus met een wel erg lang endeldarmtraject
naar en door de Semoisvallei.
>
In
Frankrijk realiseerde de Fédération Française de la Randonnée
Pédestre (FFRP) het pad als een GR. Het was oorspronkelijk niet de
bedoeling om het pad te laten eindigen in Montcornet-en-Ardenne.

De
kaart van Touring Club hierboven dateert van rond 1935. Maurice Cosyn deed
met de de hulp van Touring Club en de toeristische diensten baanbrekend (
of 'padbrekend') werk tijdens het eerste deel van de 20ste eeuw in het ontwikkelen
van lange paden. De kaart hierboven bewijst dat Cosyn zijn paden ook internationaal
linkte en zo bijdroeg tot grensoveschrijdende trajecten. Je zou Cosyn's 'Sentier
International' kunnen zien als een voorloper van het AE-pad. Ook toen al werd
over grote afstand de Semois gevolg en passeerde de route door Luxemburgs
Klein-Zwitersland. Tussenin liep de route 80 jaar geleden wel aanzienlijk
anders maar Cosyn legde wel de basis waarop het huidige padennet van Wallonië
en Luxemburg is geënt. Het was ook Cosyn die met zijn 'sentier international
aan de embryonale basis ligt van de creatie van wat nu GR 5 (Noordzee - Middellandse
Zee) wordt genoemd.
>
De oude generatie van Europese dromers is ondertussen
naar het eeuwige wandelparadijs verrezen. Een andere generatie en andere ideeën,
in 2005 werd in Wallonië de benaming GR AE vervangen door een karakterloos
nummer : GR AE werd GR 15. Update aug
07: AE wordt in 2008 nogmaals herdoopt en opgedeeld in GR15 / GR 151 en GR
16, zo verkapt en begraaft het huidige bestuur van SGR schaamteloos de oude
AE helemaal. Toch zal de wandelaar die
in de 21ste eeuw over het Ardennen-Eifelpad loopt af en toe nog worden herinnerd
aan de wandelpioniers van de 20ste eeuw. Schramm, Nothomb, Cosyn of Vanmechelen:
Hun namen zijn vereeuwigd langs het AE-pad. Dit is een tocht over Europese
(wandel)-geschiedenis.

Voor de ontwikkeling van de 'Grande Randonnées'
in Wallonië en van GR AE in het biezonder werd dus ook in Wallonië
vooral gebruik gemaakt van het padennet dat Maurice Cosyn (zie de alinea
over Luxemburg) ontwikkelde. De tocht langs de Semois bvb is gebaseerd op
Cosyns pad 'Le Sentier de la Semois' (Florenville-Monthermé). Zijn
initiatieven zouden later in België als fundament dienen voor de start
van het Grande Randonnée-wandelnet, en sommige van die paden (zoals
GR57 en delen van het GR5-pad in Luxemburg) zijn de padtrajecten die Cosyn
80 jaar geleden ontwierp. Het is dan ook geen verrassing om vast te stellen
dat het eerste deel van AE dat SGR creëerde (Orval-Bouillon) gewoon
een combinatie is van Cosyns paden 'Le sentier d'Orval' en 'Le sentier de
la Semois'. Het huidige traject van AE door Wallonië loopt onder meer
door een stukje Hoge Venen en Condroz, maar het zijn vooral de Ardense hoogvlaktes,
intieme riviervalleien en uitgestrekte bossen van gemengd loofwoud en dennen
die de wandelaar zullen bijblijven van het noordelijke deel. Via de 'Gaume
Ardennaise' en de schitterende kronkelende Semoisvallei word je dan over
het zuidelijke deel naar de Franse grens geleid.
Tekst
herbewerkt juni 10
Trekkers
in de jaren '60 hadden geen flashy topografische gidsen om hun GR-tochten
af te leggen. Dit zijn de eerste 'handleidingen' die verschenen over de eerste
AE-delen in Wallonië. Documenten uit 1965 - 1970, bestaande uit geschetste
kaarten en op stencil getypte bladen waarop wat praktische info. Dat was alles.
De
eerste generatie gedetailleerd uitgewerkte Waalse gidsen over verschillende
delen van het AE-pad. Ze werden uitgebracht tussen 1971 en 1982. Echte topografische
gidsen waren het nog niet, want kaartmateriaal ontbrak. Daarentegen was de
routebeschrijving al zeer gedetailleerd. Vaak beschreven ze per gids niet
meer dan 40 km traject. De volgende generatie AE-gidsen had voor het eerst
echte topografische kaarten.