>
In het gehucht Achterhoek, waar ook hier flink wordt gebeerd, houdt GR131
een hele tijd een noordelijke richting aan.
Vladslo soldatenkerkhof
> Vlakbij ligt immers het Duitse
soldatenkerkhof van Vladslo. De eenvoud van platte steentjes die elk
herinneren aan een Duitse soldaat overweldigt door het enorme aantal: 25.638
Duitse soldaten liggen hier begraven. Het standbeeld van 2 ouders die hier
treuren om hun 18-jarige gesneuvelde zoon Peter Kollwitz maken woorden en
uitleg overbodig: ‘Het Treurende Ouderpaar’
is een beeldengroep, ontworpen door
deze
klimplant een pallet van roodbruine kleuren op de gevels en torens.
> Je maakt er in thematische
zalen kennis met de meest kleurrijke historische figuren en markante
gebeurtenissen uit de rijke kasteelgeschiedenis en het kasteelleven. Er vindt
al eens een gelegenheidstentoonstelling plaats en voor kinderen wordt het
bezoek aantrekkelijker gemaakt rond het thema van 'het kasteelspook'. Zondagnamiddag
kan je er een gidsbeurt krijgen (inbegrepen in de toegangsprijs). Op andere
momenten bezoek je het kasteel individueel met een multimediagids in de hand.
>
Na een goeie kilometer over deze weg begint hij stilaan te stijgen, de eerste
en meteen ook de laatste klim op GR131. je stijgt zowaar van 20 naar 50 meter
hoogte. Doel zijn de antennes die voor jou opdoemen, dit is de Ruidenberg.
>
Over dit wegje dat GR 131 een hele tijd volgt schreef Marcel Gevaert in 1986
in het blad ‘Vakantiegenoegens’ het volgende: ‘Wat
is het lekker lopen op de kinderkopjes uit onze porfier-groeven van Lessen
of Quenast. Porfier is een hard stollingsgesteente uit versteende vulkaanpijpen.
En es-the-tisch! Kassei! Echt Zuid-Nederlands. Ik gedenk de mannen die in
een ver verleden dit kunstwerk maakten. Moge het nog lang ongerept hobbelig
blijven en moge het asfalt niet toeslaan.’ Tja, bye bye kassei.
Het kostte wellicht minder moeite voor de gemeentebesturen van Torhout en
Kortemark om asfalt te kappen over de kasseiweg dan de kasseibedekking wat
te onderhouden.
> Voorbij een kapel buig je af door na gehucht Belgiek
westelijk over meer asfalt te wandelen.
>
In deze 28 km lange etappe zit toch wel wat variatie. Middeleeuwse geschiedenis
herleeft rond het kasteel van Wijnendale, waarvan GR 131 ook het mooie domeinbos
doorkruist. Verderop zowaar een beklimming, de Ruidenberg met vergezichten
over West-Vlaanderen.
> Via het Bos van Koekelare kom je in de buurt van het
oorlogskerkhof van Vladslo. Voorbij dit dorp leidt GR 131 je naar de Handzamevaart,
waarvan de loop je gids wordt voor de resterende 5 km tot het mooie Diksmuide.
En zo ben je ook in de Westhoek en de IJzervlakte aangekomen.

Wijnendale waterburcht
> In het oude kasteel van Wijnendale schuilt een rijke
geschiedenis. De roots van het kasteel gaan terug tot de 11de
eeuw, toen Robrecht de Fries hier
een burcht liet optrekken rond 1085, wellicht ter bescherming van nabijgelegen
Torhout. Gwijde van Dampierre bouwde de
burcht uit tot een versterking met 12 torens binnen een heerlijkheid. Boudewijn
VII (Boudewijn-met-de-Bijl of ook Hapkin genaamd - vandaar de naam
van het streekbier) richtte een hogere rechtbank op voor de berechting van
rovers die kooplieden naar het florissante Torhout belaagden. Het verhaal
gaat dat hij ooit op de Grote Markt van Brugge een roofridder levend liet
koken. Ook op het einde van zijn leven bleef Boudewijn VII Wijnendale trouw,
hij stierf als Graaf van Vlaanderen toen hij onderweg was naar zijn kasteel
hier. De bossen van Wijnendale waren ook de site van een dramatisch ongeval
dat de dood van Maria van Boergondië
veroorzaakte in 1482 (zie lager).

> Hier vond ik prachtige begroeiing van goudveil bij
de Fonteinbeek. Gelukkig had Piet Hardeman in de topogids over GR 131 de
aanwezigheid van dit eerder zeldzame plantje al vermeld, kwestie dus van
even uit te kijken. Dit groeigebied is voor goudveil het belangrijkste van
West-Vlaanderen.
Wijnendale.
> Het zou een mooie naamsverklaring zijn voor Wijnendale
om te stellen dat de naam is ontstaan naar aanleiding van met wijnranken
beplante zuidflanken van het Wijnendaleplateau, maar die uitleg klopt helemaal
niet. Wellicht woonde er in de Frankische periode een zekere Wino
die zijn naam gaf aan het dal aan de rand van het plateau. Naar West-Vlaamse
maatstaven is het Wijnendalebos wel erg groot, zowat 265 ha. Aan de rand
ervan ligt het historische waterslot Wijnendale. Slechts een derde van het
bos is toegankelijk voor recreatie, een groot stuk wordt beschermd als stilte-
en rustgebied voor dieren en planten.
Maria van Bourgondië
> Eén van Vlaanderens meeste geliefde vorstinnen
was ongetwijfeld gravin Maria van Bourgondië (1457 -1482), dochter
van Karel de Stoute en Isabella van Bourbon en ook wel 'Maria de Rijke'
genaamd. Ze was de enige erfgename van het aanzienlijke rijk dat haar voorvaders
hadden uitgebouwd door erving, afkoop en verovering.
Pentekening van Wijnendale (rond 1612).
(tekenaar onbekend, bron Wiki).
> Wat verder langs de Kastanjedreef kom je langs de
ijskelder van het kasteel.
Leopold
III te Wijnendale
op 25 mei 1940,
(Foto bron onbekend)
Zenegroen
Pottebezem: Net voor GR 131 Koekelare bos verlaat kom je langs deze exotische
indringer: Een reuzenberenklauw. >
Langs
de paden van in Koekelare Bos groeit tijdens de lente op sommige plaats massaal
muur.
Goudveil
Maria
van Bourgondië.
( Michael Pacher, ca 1490)
>
Kort daarna rechts een mooi zicht op het kasteel. Iets verderop van de betonweg
af en links naar het bos van Wijnendale.
>Al
snel kom je zo bij de Fonteinebeek. Deze
beek ontspringt amper een goeie kilometer hogerop. Op de plaats waar we ze
kruisen is op die korte afstand al liefst 25 meter gedaald. Er kan dan ook
een beetje stroming op zitten.
>
De kapel aan je linkerkant herinnert aan
de dood van Maria van Bourgondië hier.
>Zo'n ijskelder was in feite de voorloper van de frigo.
's Winters werden grote brokken ijs uit de grachten rond het kasteel gebroken,
die werden opgeslagen in dit bakstenen gebouwtje. De ijskelder was ingegraven
en met bomen omringd om schaduw en koele temperaturen te generenen. Binnenin
werd vooral de vleesvoorraad van het kasteel bewaard.
>
Bij het bezoekerscentrum van Wijnendale vertrokken door de kastanjedreef
langs de kapel en de ijskelder van het kasteel.






>
Na de dood van Maria speelde Wijnendale een minder prominente rol in de Vlaamse
geschiedenis. Het waterslot werd bezit van de hertogen van
Kleef en van Ravenstein die het verder uitbouwden als een jachtslot.
In de 17de eeuw kwam het kasteel een paar maal onder Franse bezetting.
> 300 jaar geleden, in 1708, werd de veroveringsdrang
van Lodewijk XIV in de velden rond Wijnendale afgestraft door de geallieerde
legers van Engeland en de Nederlanden (olv oa generaal Marlborough). Het wapenfeit
ging de geschiedenis in als de Slag van Wijnendale
en betekende een ommekeer in de Franse inlijvingsdrang. In steden als Rijsel
en Gent moesten de Fransen capituleren.
> Het slot van Wijnendale werd verbeurd verklaard in de
jaren na de Franse Revolutie. Het kasteel viel daardoor ten prooi aan verwaarlozing
en plundering en in 1811 was het slot zo vervallen
dat onder het bewind van Napoleon het kasteel, op enkele torens na, grotendeels
werd afgebroken.
> Een Brusselse bankier, Jean-Pierre Matthieu,
kocht in 1833 de resten van het kasteel op. Hij liet het kasteel herbouwen
met behoud van de nog resterende torens, de ringgracht en ophaalbrug en integreerde
kamervleugels in 19de eeuwse stijl. Zijn zoon liet het kasteel later nog grondig
herbouwen in een romantiseerde stijl, gebaseerd op de oude ridderkastelen.
De bende van Baekelandt
> Het laatmiddeleeuwse gezegde ‘voor galg en rad
opgroeien’ is voor weinigen letterlijk zo van toepassing geweest als
voor Ludovicus Baekelandt. "Opgroeien als een jonge deugeniet, wiens
opvoeding totaal is verwaarloosd met als gevolg een leven in ondeugd en
boosheid dat eindigt met opknoping aan de galg of radbraking." Dat
is de betekenis van ‘voor galg en rad opgroeien'. Het enige verschil
is dat Baekelandt niet op het rad of aan de galg eindigde maar onder het
kapmes van de guillotine, het modemoordtuig uit zijn tijd (1803).
> Het verhaal van Ludovicus Baekelandt en zijn roversbende
behoort tot de meest verslonden misdaadliteratuur van de 19de eeuw, zij
het dat het ware verhaal in die boeken ferm werd aangedikt en ingekleurd.
>
Boven links, de antenne hou je aan rechterzijde en na een picknicktafel en
bank daal je zacht naar de vlakte. Over de geasfalteerde Steenstraat
daal je verder weer het vlakke land in.
> Wijnendale speelde voor het laatst een prominente rol
in 1940. Hier werd op het allerhoogste niveau overleg gepleegd onder de Belgische
gezagshebbers. Onder druk van de Duitse oprukking heeft Leopold
III zijn hoofdkwartier als opperbevelhebber van het Belgische leger
tijdelijk naar Wijnendale overgebracht. De inzet bij de discussies met zijn
belangrijkste ministers was erg hoog. Leopold III wou bij zijn troepen blijven
en zich desnoods overgeven aan de Duitse vijand, terwijl enkele van zijn ministers
dat helemaal niet wilden. De spanningen die hier werden opgebouwd zouden zware
repercussies hebben voor Leopold III en leidden bij het einde van de oorlog
tot de beruchte Koningskwestie, waarbij Leopold III in 1950 uiteindelijk verplicht
werd aan de troon te verzaken ten voordele van zijn zoon Boudewijn I.
> Vandaag wordt het kasteel nog steeds bewoond door de
familie Matthieu, maar grote delen zijn te bezoeken als museum. Architecturaal
is het kasteel niet zo'n geslaagde combinatie van restauraties in verschillende
stijlen, vooral tijdens de 19 de eeuw. Toch
oogt het geheel best indrukwekkend. Typisch voor Wijnendale is ook de overmatige
groei van wilde wingerd op de kasteelmuren. Vooral tijdens de herfst creëert
>
Na een lange rechte strook door het Wijnendalebos gaat GR 131 bij de bosrand
links en wat verder rechts over een verharde weg naar de asfaltweg van Torhout
naar Edewalle. En daar is de stank van beer weer. Rechts op deze asfaltweg,
waar wellicht meer gemotoriseerd verkeer doorkomt sinds ‘het Parijs-Roubaix’-
achtig kasseistrookje is geasfalteerd enkele jaren geleden.
> We zien hier een mooi voorbeeld van een verknoeid landschap
waar men zich in West-Vlaanderen nogal vaak aan bezondigd. Enerzijds zijn
er de smakeloze betonnen stallen van een stinky varkensbedrijf en anderzijds
is hier een oude kasseiweg begraven onder een laag asfalt.
Hoeve
met 'uilengat'
> We verlaten stilaan het Houtland voor de nattere vlaktes
van de IJzervallei. In lange zigzaggen loopt het pad naar Vladslo
toe. Kort voor Vladslo neemt GR 131 volgens de kaart in de topografische gids
blijkbaar een paadje links, over een veld dat wordt omgeploegd. Over de hoofdstraat
loop je wat later het centrum van Vladslo binnen. Op het dorpsplein is een
gezellig café. Even een paar Kriekbieren binnen gekapt en dan snel
door. Na Vladslo kom je echt het IJzerland binnen. Het wandelstukje naar Diksmuide
toe is prettig slenteren.
> Je loopt Vladslo uit en verderop loop je over een paadje
dat alsmaar mooier wordt en op het
> De naam Steenstraat verwijst hier, zoals wel vaker,
naar een oude Romeinse heerweg. Inderdaad, je wandelt hier over de oude Romeinse
weg die Het Frans-Vlaamse Kassel verbond met Aardenburg, een stadje gelegen
kortbij de plaats waar we bijna 70 kilmeter eerder aan dit Grote Routepad
begonnen. De Romeinen zochten hoog gelegen gebieden op om hun wegen aan te
leggen, niet zo verwonderlijk dus dat het traject over de Ruidenberg liep.
>
Verder kan je er in de lente ook ondermeer zenegroen, witte klaverzuring,
viooltjes en speenkruid waarnemen. Dit is zeker één van de leukere
wandelstukken van GR 131. Het opengestelde deel van het bos beslaat slechts
zowat een derde, het overige is rustgebied voor vogels en planten. Het Wijnendalebos
werd aangekocht door de Vlaamse overheid in 1983.
> Bij een mooie lijn eiken draai je rechts een onverharde
private weg op. Vlak voor de met 2 eiken geflankeerde ingangspoort van de
hoeve waarnaar dit pad leidt ga je links. Het veldwegje kruist verderop een
kaarsrechte geasfalteerde weg en vervolgt naar een hoeve met datum '1858'
en met een merkwaardig uilengat in de gevel. Rond deze hoeve in wijzerzin
en rechtdoor over een pad dat in zigzag rond nog maar een veebedrijf loopt.
> Over rustige asfaltwegjes loop je zo verder langs ‘laser-karaoke’
(!) d’Houtlandhoeve naar de bosrand
van het Koekelarebos toe.
<
d'Houtlandhoeve
Vladslo,
Sint-Maartenskerk
Oeverpad
langs de Handzamevaart
>
Het vernieuwde bezoekerscentrum, gevestigd
in de voormalige portierswoning en langs GR 131, werd recent uitgebouwd tot
een bezoekerscentrum voor het Houtland. Je vindt er ook info over andere wandel-
en fietsroutes. Open voor bezoek van 1 april tot 30 september (uitgezonderd
dinsdagen, 1ste zaterdag van de maand en zaterdagen in september).
>
De jonge Maria was dan ook een gegeerde bruid bij de Europese machtshuizen.
Ze huwde met Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk in 1477, een half jaar
nadat haar vader was omgekomen in een veldslag bij Nancy en ze het bestuur
had overgenomen. Van haar onvoorbereidheid als bestuurster en haar beperkte
interesse voor politiek werd geprofiteerd om haar machtspositie terug te draaien.
Met Maximiliaan kreeg ze 2 kinderen.
> In maart 1482 nam Maria
van Bourgondië deel aan een valkenjacht in de bossen van Wijnendale.
Haar paard struikelde over een gevallen boom en Maria kwam ten val. Aanvankelijk
hield ze zich sterk, maar de inwendige wonden waren blijkbaar serieuzer dan
gedacht. In de 21ste eeuw zou Maria dat ongeval wel hebben overleefd, maar
door de beperkte anatomische kennis van die tijd overleed Maria na enkele
weken aan de gevolgen van de opgelopen verwondingen. Ze overleed op 27 maart
1482 en was toen amper 25 jaar. Brugge was diep in rouw. Haar lichaam werd
met een lange rouwstoet opgebaard in Brugge. Het schitterend praalgraf bevindt
zich nog steeds in de Brugse Onze-Lieve-Vrouwkerk, naast dat van haar vader
Karel de Stoute.
Koekelare bos
> Van het Koekelare-bos schiet eigenlijk niet veel meer
over. 100 jaar geleden was het bos nog 342 ha groot, momenteel blijft daar
nog amper 67 ha van over. Vooral tijdens
WO I sneuvelde er nogal wat hout: In meer dan 100 ha naaldhout werd toen definitief
de bijl gezet. Langs alle kanten is het bos ingeperkt door verkaveling, veld
en wegen.
> Wat er van overblijft is echter vrij apart. Eerst trek
je door een perceel naaldbos, gelegen op
schrale grond. Verderop langs GR 131 wandel je door loofwoud
met een gevarieerde samenstelling. Behorende tot het Koekelarebos zijn ook
een stuk heide en een arboretum. De plukken
heide komen best tot hun recht in augustus
en september. Deze heidestukken worden wat beschermd, door de uitgroei van
pionierbomen – en gewassen, zoals berk en braam, in te perken. In feite
probeert men hier een stukje land te creëren dat moet doen denken aan
het oude landschap, voor in de 17de en 18de eeuw massaal braakland werd omgezet
in weide, veld en bos.
> Koekelarebos is doorsneden met dreven. Meest besproken
over dit bos is de aanwezigheid van zogenaamde Koekelaarse
den. Er is daar al heel
>
Het dorpje Edewalle dat je aan je linkerkant
ziet is nooit een onafhankelijke gemeente geweest, maar een parochie gelegen
op het grondgebied van verschillende gemeenten. Je bent hier op de grens van
Kortemark, Ichtegem en Handzame.
>
De oorsprong van de naam ‘Ruidenberg’ staat wellicht in verband
met ruig of ruw landschap. Het is een getuigenheuvel, net zoals bijvoorbeeld
de Kemmelberg, ontstaan uit ongelijke erosie van het landschap. De Ruidenberg
ligt op de waterscheidingslijn tussen het Noordzeebekken en de IJzervlakte.
Een lokale legende vertelt dat op de Ruidenberg de zielen van overledenen
verzamelen om er te samen naar de hemel te varen. Waar je bovenaan verder
links wandelt, stond in het begin van de 20ste eeuw nog een houten windmolen,
hij sneuvelde net zoals zowat alles en iedereen hier in Wereldoorlog I. Eens
boven links en dan heb je voor jou mooie uitzichten over het Vlaamse vlakke
land en verder weg de Vlaamse heuvels. Ook de IJzertoren kan je voor de eerste
maal aan de horizon zien. We zullen de voet van de IJzertoren naderen bij
het einde van deze etappe.
Boswachters
markeren kaprijpe bomen door op een ontschorst stukje stam een zegel te graveren.
Vrouwtje
van het oranjetipje
Canadese
ganzen
IJskelder
Wijnendale
rond begin 18de eeuw. (Flandria illustrata, 1732)
Grote
muur
Witte
klaverzuring
wat
inkt over gevloeid. Algemeen wordt aangenomen dat dit de Koekelaarse versie
is van een dennensoort uit het Middellandse Zeegebied. Een kweker uit Veldegem
zou met deze ingevoerde dennen-soort hebben geëxperimenteerd. Zaden zouden
zijn overgebracht naar het Koekelaarse bos in de 19de eeuw, waarna ze werden
opgekweekt en aangeplant vanaf 1882. Sceptici beweren dat het gewoon om Corsicaanse
den gaat. De waarheid ligt wellicht ergens tussenin: Een geografische variëteit
van de Corsicaanse den. Het bos waardoor je loopt herbergt alvast een aantal
prachtige exemplaren. Op zijn beurt is de Koekelare den nu een exportboom
geworden.
>
Het arboretum, waar je niet langs loopt, is in principe niet open voor publiek,
maar daar zou in de toekomst mogelijk verandering in komen. Het werd uitgebouwd
vanaf 1946 en herbergt een 140 soorten bomen.
>
Het bos wordt doorsneden door de snelle rechte Theresiaanse weg Beerst-Wijnendale.
Aan overkant wandelen over prettig bospaden, vaak grassig. Bij het laatste
stukje bos kom je weer op asfalt, in het gehucht Pottebezem,
waar je links loopt.
verharde weg is het de moeite waard om even GR 131 te verlaten.
>
GR131 volgt nu lange tijd de ‘Brugse heerweg’.
Links gelegen passseer je het Praetbos en
bij de volgende kruising met een
versterkingen afgedamd, waardoor het vogelleven hier toch
wel wat te lijden heeft.
Toch is er veel kans dat je tijdens de wandeling langs de Handzamevaart een
reiger ziet, of wilde ganzen in de natte weiden langs de oevers.
> Links ligt het dorpje Esen, het broekengebied tussen
de vaart en Esen zijn de Bethoosterse broeken, een overstromingsgebied bij
hoge waterstand. De dijk is flink opgehoogd, de broeken rechts richting Vladslo
en Beerst liggen een heel stuk
lager en zijn doorsneden met beken en kreken.
>
Van 'langdeurigen regen' was er nu geen sprake, integendeel, het warme lenteweer
langs GR 131 veroorzaakte eerder een snel uitdrogend keelgat, zelfs na een
paar Krieken in Vladslo.
> Zo kom je op de dijk van de Handzamevaart.
GR131 zal deze vaart kilometers lang volgen: Het doel zijn de kerk van Diksmuide
en de IJzertoren, beiden pieken uit het Vlaamse vlakke land in de verte.
moeder
Käthe Kollwitz-Schmidt. Hun zoon sneuvelde te Esen, waar oorspronkelijk
ook zijn graf was. Käthe ontworp de beelden in 1915 al maar ze werden
pas gehouwen uit Belgische kalksteen door 2 Duitse beeldhouwers in 1932. In
1956 werden de beelden (evenals het graf) van Esen naar Vladslo overgebracht.
Ze zijn beschermd sinds 1997.
>
De tekst op de gedenkplaat boven de afgesloten kapelingang leest als volgt:
'H. Joseph Byzonder patroon tegen overstrooming
en langdeuringen regen, bid voor ons.' De kapel werd opgericht in 1873
uit dankbaarheid nadat een dijkbreuk een jaar eerder grote schade toebracht
aan de akkers en het grazende vee op de weiden. Deze ramp werd echter snel
bedwongen.
Handzamevaart
> Deze vaart ontspringt als de Krekebeek in het grensgebied van
de dorpen Lichtervelde en Koolskamp. Talloze beken en kreken voeden de Handzamevaart,
waardoor de rivier zorgt voor de afwatering van maar liefst 17.000 hectaren.
> In het verleden greep de mens in door de loop van het
water onder controle te krijgen. Helaas zijn de oever-dijken van de Handzamevaart
met betonnen
>
Ondertussen komt de IJzertoren alsmaar dichter in het vizier. Kort voor Diksmuide
maakt de Handzamevaart nog een bocht en draait dan naar het centrum van
Diksmuide
toe. Het traject van GR 131 door het stadje Diksmuide werd in 2007 nog vernieuwd
en brengt je langs de mooiste plaatsen van dit compacte stadje. Vergeet onderweg
ook niet even in het voormalige begijnhof binnen te piepen.
> Het was lekker warm weer vandaag. Ben dan ook even in
de eerste winkel te Diksmuide binnen gelopen om wat extra drank in te slaan.
Via de monding van de Handzamevaart komt GR131 dan bij de IJzer, steekt de
brug van de IJzer over en komt zo bij de wandelpaal op de kruising van GR131
en de internationale
GR 130 IJzer.


Ze worden grotendeels als weide en hooiland aangewend.
> Het bouwen van dijken, rechttrekken van de loop op sommige
plaatsen en betonnering van de oevers zorgde voor een sterke ingreep op het
natuurlijke milieu. Waar vroeger bij overstroming het overtollige water op
een natuurlijke wijze het broekenland invloeide werd dit verhinderd door de
dijkenbouw. Dat zorgde al eens vaker voor ondergelopen huizen toen water een
andere uitweg zocht. Recent is men weer terug gekomen op de functie van de
broeken als overstromingsgebied bij watersnood.
> De Vlaamse overheid voert nu ook een aktief aankoopbeleid
van weiden in de vallei van de Handzamevaart. Hierdoor krijgen flora en fauna
(met name het gevarieerde vogelleven hier) weer volop kansen.
Skyline
van Diksmuide, zicht ter hoogte van de monding van de Handzamevaart in de
IJzer
Diksmuide
> Diksmuide lag op de IJzerfrontlijn
tijdens de verwoestende Groote Oorlog. Bij de Duitse verovering werden de
overblijvende inwoners die nog niet waren gevlucht, de stad uitgejaagd. Na
1918 werd nog gedacht om de spookstad te
behouden als herinnering aan de oorlogswaanzin in de IJzervlakte, een plan
dat enkele jaren later toch weer werd opgeborgen.
De heropbouw startte. Met mondjesmaat keerden de inwoners terug, aanvankelijk
behuisd in barakken. De middeleeuws uitziende gebouwen rond het marktplein,
zoals het
Diksmuide,
marktplein
mooie stadhuis of de Sint-Niklaaskerk zijn dus heropgetrokken in vredestijd
en zijn minder dan 100 jaar oud.
> Moeilijk voor te stellen in de 21ste eeuw dat Diksmuide
zo'n puinhoop is geweest. Het is nu een prettig en levendig
stadje waar het aangenaam kuieren is. Een omwegje langs het voormalige
begijnhof, waarvan de geschiedenis terug gaat tot de 13de eeuw, is ook de
moeite. De huisjes van het begijnhof zijn
natuurgetrouw heropgebouwd (1933). De gevluchte begijnen kwamen echter niet
meer terug. Sinds 1990 is het begijnhof een thuis voor een twintigtal mensen
met een lichte mentale handicap. De site is momenteel dringend aan restauratie
toe. Gehoopt werd om de VRT-Monumentenstrijd in 2007 te winnen, maar dit sympathieke
project haalde het net niet.
Begijnhof
Diksmuide
De
heerweg van Kassel richting Brugge is 2000 jaar na de Romeinen nog steeds
makkelijk te volgen.
einde
overgaat in een graspad tussen rietkragen. Onderweg raak je ook even een asfaltweg
waar een kapel staat.
> Ludovicus Baekelandt ( Bakelandt / Baekelant ) werd
in Lendelede geboren in 1774. Hij was eigenlijk een ongewenst kind, geboren
uit een relatie tussen zijn vader met diens stiefdochter. Zijn jeugd moet
ongelukkig zijn verlopen. Op zesjarige leeftijd sterft zijn vader en komt
hij als hulpje bij boeren terecht. Hij moet er op de wastines de koeien bewaken.
Niemand zorgt echt voor hem en zo groeit hij wat op als diefje door al eens
kleine dingen te stelen.
> Als tiener laat hij zich vrijwillig inlijven als reservist
in het leger van Napoleon. De tucht en regels die er heersen zijn niet voor
hem weggelegd en al vlug komt hij er in moeilijkheden en hij deserteert in
1801. Het is een woelige tijd met snelle machtswissels tussen het Oostenrijkse
en het Franse regime. In zijn geboortestreek staat men niet op hem te wachten,
hij krijgt er het etiket van landverrader opgeplakt. De Boerenkrijg (1798)
staat bij de plattelandsbevolking immers nog vers in het geheugen gegrift
en de Franse onderdrukking en zijn meeheulers kunnen op weinig sympathie rekenen.




Wijnendale
bos
Baekelandt ( 1802) uit 'Sententie der Fransche Republycke jegens Ludovicus
Baekelandt en zyne mede-pligtige...')
>
Baekelandt zoekt zijn toevlucht in de bossen van het Houtland en met een aantal
randfiguren begint hij een echte roversbende. Hun overvallen zijn meestal
zorgvuldig uitgekiend, ze richten zich vooral op rijkere boeren en burgers
die ze thuis overvallen of tijdens een hinderlaag onderweg en waarbij ze geld
en eten roven.
> Over het leiderschap van de bende is wat twijfel. Baekelandt
had er zeker een belangrijke rol in maar ook Jan Busschaert wordt wel eens
genoemd als dé man achter de roversbende. Rond hen was een groep van
meer dan 20 rovers en informanten gebouwd, veelal familie van elkaar en ook
vrouwen maakten deel uit van die bende. Wie klikte werd genadeloos uit de
weg geruimd binnen de bende. Meer dan een jaar lang zaaide de bende angst
en terreur in de streek van Langemark – Roeselare en wijde omgeving.
>
Over de schuilplaats van de bende is weinig zekerheid. Ze hielden zich op
in de bossen van West-Vlaanderen die in die tijd een stuk groter waren dan
nu. Het Vrijbos bij Torhout, de Munkebossen bij Ruddervoorde en het Wijnendalebos
dienden zeker als verzamelplaats. Uiteindelijk werd Baekelandt op 19 maart
1802 aangehouden in het huis van Barbara Bruneel (Babbe Stute), gelegen bij
het Wijnendalebos. Kort daarna wordt ook de hele bende opgerold.
> Op 3 augustus 1802 kwam hun proces voor op het Brugse
gerechtshof, onder massale belangstelling. Het verdict een half jaar later
was
"Baekelandt of de voorzaten van Robert en Bertrand" ,
waarin Dr J.B. Jansoone rond 1895 over 1552 bladzijden de lotgevallen en misdrijven
van de bende van Baekelandt vertelde op een vulgariserende wijze.
Het lijvige boek werd opgesmukt met meer dan 100 lithografieën.
100 jaren later leest het nog steeds als een spannend jongensboek.
zwaar:
Van de 33 bendeleden kregen er 22 de doodstraf voor roofmoord, struikroverij
en diefstal. Het is duidelijk dat het nieuwe Franse rechtssysteem met dit
proces een voorbeeld wou stellen om macht en orde te vestigen. De koppen rolden:
Op 2 november 1803 gingen de veroordeelden in Brugge onder de guillotine.
Mogelijk is op dat moment pas de mystificatie van Baekelandt ontstaan. Zoals
eerder gesteld had hij waarschijnlijk niet de hoofdrol in de misdaden van
de bende, maar zijn persoonlijkheid, leven en geweldige verschijning spraken
wellicht meer tot de verbeelding dan die van Busschaert. Baekelandt zou vlak
voor zijn onthoofding trouwens nog tot het volk hebben geproken om vergiffenis
te vragen en zijn bandietenleven te verklaren door zijn ongelukkige jeugd.
>
Na 1803 begint de legende. In 1856 schrijft Peter Domien Cracco het verhaal
over de bende. Baekelandt wordt daarin de spilfiguur. Pastoor Huys publiceert
in 1860 een geromantiseerde versie van de avonturen van de roversbende. Beide
boeken worden echte bestsellers, lezen als een soort jongensboeken en werden
zelfs meer dan 100 jaar later nog herdrukt.
> Eind 20ste eeuw gaan Baekelandt en zijn kompanen Robert
en Bertrand ook een stripleven leiden. Ze worden er zowaar in voorgesteld
als speelse vagebonden die opkomen voor verdrukten en tegen onrecht, een soort
Robin Hoods.
- Zijn hoofd moet vastliggen.
- Met eene koord binden?
- Neen, de keel moet vrij blijven.
- Dat is moeilijk.
- Met eenen riek? stelt Baekelant voor.
- Dat is het. Haal er een, Jef.
Eenige stonden later was de waard terug, met de grooten mestriek. Baekelant
legde het hoofd van de agent tusschen de twee tanden.
- Maar wat gaat ge met mij doen! kreet deze, die tot het laatste oogenblik
op redding gehoopt had.
- U straffen.
- Schenk mij genade, ik zal u trouw dienen.
- Dat hebt ge mij beloofd, toen gij voor den hongerdood stondt en gij hebt
uw gegeven woord gebroken. Wie dat eens doet, die zou dat de tweede maal
insgelijks doen. Geen genade!... Heksen kennen geen genade!... Geef de olie!...
En den trechter!... Baekelant, houd stevig vast... Tailland, ge gaat sterven
en Satan opzoeken, die u zal opnemen in zijn midden, omdat uw borst geteekend
is.
- Genade! Genade! huilde Tailland. Gena...
De derde maal kon hij het woord niet meer uitspreken. De heks duwde hem
met geweld eenen trechter tusschen de tanden, waarvan de punt zeer diep
in de keel schoot.
Een dof gereutel liet zich hooren.
De waard gaf den stoop met ziedende olie gevuld.
- Mijn groet aan Satan! kreet de heks.
De agent deed eene bovenmenschelijke poging om zich los te rukken. Hij was
echter te stevig vast gebonden en hoe meer hij trok, des te dieper drongen
de
koorden
hem in het vleesch der polsen en bezeerde hij zijne keel aan het ijzer van
den riek, dien Baekelant in het hoofdkussen stevig geplant had.
De heks goot de kokende olie in den trechter. Stuiptrekkend lag Taillland
op het bed. Een stond later was hij dood, bezweken in de verschrikkelijkste
pijnen, die men uitdenken kan.
- 't Is gedaan, zei Baekelant, zijnen riek wegwerpend. Die zal ons niet meer
in het gevang brengen.
- En mij niet meer verraden, sprak de heks. Satan hebbe zijne lieve spionnenziel.
- Hij heeft loon naar werken, zoo besloot de waard de lijkrede.
- En nu naar den over met het lichaam.
- Een vreugdevuurtje voor moeder Han.
- En voor gansch de bende!
>
De plek waar Baekelandt werd gearresteerd passeer je niet langs GR 131, het
huisje van Barbara Bruneel bestaat niet meer maar was gelegen kort bij het
gehucht Reiger (te bereiken via de bedreigde voetweg 21 – Fonteinpad!).
> Uit "Baekelant of de voorzaten van Robert en Bertrand"
van J.B. Florizoone uit 1895 nemen we even een stukje tekst over om de 'avonturen'
van Baekelandt in het Houtland te illustreren: De bende heeft agent Tailland
gevangen genomen. Hij had moeder Han, ook wel de heks genoemd en lid van de
bende eerder verraden. De bende heeft net zijn doodvonnis geveld.
"De twee mannen sleurden Tailland in het kleine vertrek, dat zich nevens
de gerechtskamer bevond en legden hem daar op het bed. Met sterke touwen bonden
zij zijne armen stevig aan de sponden vast.