> In het gehucht Achterhoek, waar ook hier flink wordt gebeerd, houdt GR131 een hele tijd een noordelijke richting aan.

Vladslo soldatenkerkhof

> Vlakbij ligt immers het Duitse soldatenkerkhof van Vladslo. De eenvoud van platte steentjes die elk herinneren aan een Duitse soldaat overweldigt door het enorme aantal: 25.638 Duitse soldaten liggen hier begraven. Het standbeeld van 2 ouders die hier treuren om hun 18-jarige gesneuvelde zoon Peter Kollwitz maken woorden en uitleg overbodig: ‘Het Treurende Ouderpaar’ is een beeldengroep, ontworpen door
deze klimplant een pallet van roodbruine kleuren op de gevels en torens.
> Je maakt er in thematische zalen kennis met de meest kleurrijke historische figuren en markante gebeurtenissen uit de rijke kasteelgeschiedenis en het kasteelleven. Er vindt al eens een gelegenheidstentoonstelling plaats en voor kinderen wordt het bezoek aantrekkelijker gemaakt rond het thema van 'het kasteelspook'. Zondagnamiddag kan je er een gidsbeurt krijgen (inbegrepen in de toegangsprijs). Op andere momenten bezoek je het kasteel individueel met een multimediagids in de hand.
> Na een goeie kilometer over deze weg begint hij stilaan te stijgen, de eerste en meteen ook de laatste klim op GR131. je stijgt zowaar van 20 naar 50 meter hoogte. Doel zijn de antennes die voor jou opdoemen, dit is de Ruidenberg.
> Over dit wegje dat GR 131 een hele tijd volgt schreef Marcel Gevaert in 1986 in het blad ‘Vakantiegenoegens’ het volgende: ‘Wat is het lekker lopen op de kinderkopjes uit onze porfier-groeven van Lessen of Quenast. Porfier is een hard stollingsgesteente uit versteende vulkaanpijpen. En es-the-tisch! Kassei! Echt Zuid-Nederlands. Ik gedenk de mannen die in een ver verleden dit kunstwerk maakten. Moge het nog lang ongerept hobbelig blijven en moge het asfalt niet toeslaan.’ Tja, bye bye kassei. Het kostte wellicht minder moeite voor de gemeentebesturen van Torhout en Kortemark om asfalt te kappen over de kasseiweg dan de kasseibedekking wat te onderhouden.
> Voorbij een kapel buig je af door na gehucht Belgiek westelijk over meer asfalt te wandelen.
Startpagina > Wandelen > GR 131
> In deze 28 km lange etappe zit toch wel wat variatie. Middeleeuwse geschiedenis herleeft rond het kasteel van Wijnendale, waarvan GR 131 ook het mooie domeinbos doorkruist. Verderop zowaar een beklimming, de Ruidenberg met vergezichten over West-Vlaanderen.
> Via het Bos van Koekelare kom je in de buurt van het oorlogskerkhof van Vladslo. Voorbij dit dorp leidt GR 131 je naar de Handzamevaart, waarvan de loop je gids wordt voor de resterende 5 km tot het mooie Diksmuide. En zo ben je ook in de Westhoek en de IJzervlakte aangekomen.
Wijnendale waterburcht
> In het oude kasteel van Wijnendale schuilt een rijke geschiedenis. De roots van het kasteel gaan terug tot de 11de eeuw, toen Robrecht de Fries hier een burcht liet optrekken rond 1085, wellicht ter bescherming van nabijgelegen Torhout. Gwijde van Dampierre bouwde de burcht uit tot een versterking met 12 torens binnen een heerlijkheid. Boudewijn VII (Boudewijn-met-de-Bijl of ook Hapkin genaamd - vandaar de naam van het streekbier) richtte een hogere rechtbank op voor de berechting van rovers die kooplieden naar het florissante Torhout belaagden. Het verhaal gaat dat hij ooit op de Grote Markt van Brugge een roofridder levend liet koken. Ook op het einde van zijn leven bleef Boudewijn VII Wijnendale trouw, hij stierf als Graaf van Vlaanderen toen hij onderweg was naar zijn kasteel hier. De bossen van Wijnendale waren ook de site van een dramatisch ongeval dat de dood van Maria van Boergondië veroorzaakte in 1482 (zie lager).
> Hier vond ik prachtige begroeiing van goudveil bij de Fonteinbeek. Gelukkig had Piet Hardeman in de topogids over GR 131 de aanwezigheid van dit eerder zeldzame plantje al vermeld, kwestie dus van even uit te kijken. Dit groeigebied is voor goudveil het belangrijkste van West-Vlaanderen.

Wijnendale.

> Het zou een mooie naamsverklaring zijn voor Wijnendale om te stellen dat de naam is ontstaan naar aanleiding van met wijnranken beplante zuidflanken van het Wijnendaleplateau, maar die uitleg klopt helemaal niet. Wellicht woonde er in de Frankische periode een zekere Wino die zijn naam gaf aan het dal aan de rand van het plateau. Naar West-Vlaamse maatstaven is het Wijnendalebos wel erg groot, zowat 265 ha. Aan de rand ervan ligt het historische waterslot Wijnendale. Slechts een derde van het bos is toegankelijk voor recreatie, een groot stuk wordt beschermd als stilte- en rustgebied voor dieren en planten.

Maria van Bourgondië

> Eén van Vlaanderens meeste geliefde vorstinnen was ongetwijfeld gravin Maria van Bourgondië (1457 -1482), dochter van Karel de Stoute en Isabella van Bourbon en ook wel 'Maria de Rijke' genaamd. Ze was de enige erfgename van het aanzienlijke rijk dat haar voorvaders hadden uitgebouwd door erving, afkoop en verovering.
Pentekening van Wijnendale (rond 1612).
(tekenaar onbekend, bron Wiki).

> Wat verder langs de Kastanjedreef kom je langs de ijskelder van het kasteel.

Leopold III te Wijnendale
op 25 mei 1940,
(Foto bron onbekend)
Zenegroen
Pottebezem: Net voor GR 131 Koekelare bos verlaat kom je langs deze exotische indringer: Een reuzenberenklauw. >
Langs de paden van in Koekelare Bos groeit tijdens de lente op sommige plaats massaal muur.
Goudveil
Maria van Bourgondië.
( Michael Pacher, ca 1490)
> Kort daarna rechts een mooi zicht op het kasteel. Iets verderop van de betonweg af en links naar het bos van Wijnendale.
>Al snel kom je zo bij de Fonteinebeek. Deze beek ontspringt amper een goeie kilometer hogerop. Op de plaats waar we ze kruisen is op die korte afstand al liefst 25 meter gedaald. Er kan dan ook een beetje stroming op zitten.
> De kapel aan je linkerkant herinnert aan de dood van Maria van Bourgondië hier.
>Zo'n ijskelder was in feite de voorloper van de frigo. 's Winters werden grote brokken ijs uit de grachten rond het kasteel gebroken, die werden opgeslagen in dit bakstenen gebouwtje. De ijskelder was ingegraven en met bomen omringd om schaduw en koele temperaturen te generenen. Binnenin werd vooral de vleesvoorraad van het kasteel bewaard.
> Bij het bezoekerscentrum van Wijnendale vertrokken door de kastanjedreef langs de kapel en de ijskelder van het kasteel.
> Na de dood van Maria speelde Wijnendale een minder prominente rol in de Vlaamse geschiedenis. Het waterslot werd bezit van de hertogen van Kleef en van Ravenstein die het verder uitbouwden als een jachtslot. In de 17de eeuw kwam het kasteel een paar maal onder Franse bezetting.
> 300 jaar geleden, in 1708, werd de veroveringsdrang van Lodewijk XIV in de velden rond Wijnendale afgestraft door de geallieerde legers van Engeland en de Nederlanden (olv oa generaal Marlborough). Het wapenfeit ging de geschiedenis in als de Slag van Wijnendale en betekende een ommekeer in de Franse inlijvingsdrang. In steden als Rijsel en Gent moesten de Fransen capituleren.
> Het slot van Wijnendale werd verbeurd verklaard in de jaren na de Franse Revolutie. Het kasteel viel daardoor ten prooi aan verwaarlozing en plundering en in 1811 was het slot zo vervallen dat onder het bewind van Napoleon het kasteel, op enkele torens na, grotendeels werd afgebroken.
> Een Brusselse bankier, Jean-Pierre Matthieu, kocht in 1833 de resten van het kasteel op. Hij liet het kasteel herbouwen met behoud van de nog resterende torens, de ringgracht en ophaalbrug en integreerde kamervleugels in 19de eeuwse stijl. Zijn zoon liet het kasteel later nog grondig herbouwen in een romantiseerde stijl, gebaseerd op de oude ridderkastelen.

De bende van Baekelandt
> Het laatmiddeleeuwse gezegde ‘voor galg en rad opgroeien’ is voor weinigen letterlijk zo van toepassing geweest als voor Ludovicus Baekelandt. "Opgroeien als een jonge deugeniet, wiens opvoeding totaal is verwaarloosd met als gevolg een leven in ondeugd en boosheid dat eindigt met opknoping aan de galg of radbraking." Dat is de betekenis van ‘voor galg en rad opgroeien'. Het enige verschil is dat Baekelandt niet op het rad of aan de galg eindigde maar onder het kapmes van de guillotine, het modemoordtuig uit zijn tijd (1803).
> Het verhaal van Ludovicus Baekelandt en zijn roversbende behoort tot de meest verslonden misdaadliteratuur van de 19de eeuw, zij het dat het ware verhaal in die boeken ferm werd aangedikt en ingekleurd.
> Boven links, de antenne hou je aan rechterzijde en na een picknicktafel en bank daal je zacht naar de vlakte. Over de geasfalteerde Steenstraat daal je verder weer het vlakke land in.
> Wijnendale speelde voor het laatst een prominente rol in 1940. Hier werd op het allerhoogste niveau overleg gepleegd onder de Belgische gezagshebbers. Onder druk van de Duitse oprukking heeft Leopold III zijn hoofdkwartier als opperbevelhebber van het Belgische leger tijdelijk naar Wijnendale overgebracht. De inzet bij de discussies met zijn belangrijkste ministers was erg hoog. Leopold III wou bij zijn troepen blijven en zich desnoods overgeven aan de Duitse vijand, terwijl enkele van zijn ministers dat helemaal niet wilden. De spanningen die hier werden opgebouwd zouden zware repercussies hebben voor Leopold III en leidden bij het einde van de oorlog tot de beruchte Koningskwestie, waarbij Leopold III in 1950 uiteindelijk verplicht werd aan de troon te verzaken ten voordele van zijn zoon Boudewijn I.
> Vandaag wordt het kasteel nog steeds bewoond door de familie Matthieu, maar grote delen zijn te bezoeken als museum. Architecturaal is het kasteel niet zo'n geslaagde combinatie van restauraties in verschillende stijlen, vooral tijdens de 19 de eeuw. Toch oogt het geheel best indrukwekkend. Typisch voor Wijnendale is ook de overmatige groei van wilde wingerd op de kasteelmuren. Vooral tijdens de herfst creëert
> Na een lange rechte strook door het Wijnendalebos gaat GR 131 bij de bosrand links en wat verder rechts over een verharde weg naar de asfaltweg van Torhout naar Edewalle. En daar is de stank van beer weer. Rechts op deze asfaltweg, waar wellicht meer gemotoriseerd verkeer doorkomt sinds ‘het Parijs-Roubaix’- achtig kasseistrookje is geasfalteerd enkele jaren geleden.
> We zien hier een mooi voorbeeld van een verknoeid landschap waar men zich in West-Vlaanderen nogal vaak aan bezondigd. Enerzijds zijn er de smakeloze betonnen stallen van een stinky varkensbedrijf en anderzijds is hier een oude kasseiweg begraven onder een laag asfalt.
Hoeve met 'uilengat'
> We verlaten stilaan het Houtland voor de nattere vlaktes van de IJzervallei. In lange zigzaggen loopt het pad naar Vladslo toe. Kort voor Vladslo neemt GR 131 volgens de kaart in de topografische gids blijkbaar een paadje links, over een veld dat wordt omgeploegd. Over de hoofdstraat loop je wat later het centrum van Vladslo binnen. Op het dorpsplein is een gezellig café. Even een paar Kriekbieren binnen gekapt en dan snel door. Na Vladslo kom je echt het IJzerland binnen. Het wandelstukje naar Diksmuide toe is prettig slenteren.
> Je loopt Vladslo uit en verderop loop je over een paadje dat alsmaar mooier wordt en op het
> De naam Steenstraat verwijst hier, zoals wel vaker, naar een oude Romeinse heerweg. Inderdaad, je wandelt hier over de oude Romeinse weg die Het Frans-Vlaamse Kassel verbond met Aardenburg, een stadje gelegen kortbij de plaats waar we bijna 70 kilmeter eerder aan dit Grote Routepad begonnen. De Romeinen zochten hoog gelegen gebieden op om hun wegen aan te leggen, niet zo verwonderlijk dus dat het traject over de Ruidenberg liep.
> Verder kan je er in de lente ook ondermeer zenegroen, witte klaverzuring, viooltjes en speenkruid waarnemen. Dit is zeker één van de leukere wandelstukken van GR 131. Het opengestelde deel van het bos beslaat slechts zowat een derde, het overige is rustgebied voor vogels en planten. Het Wijnendalebos werd aangekocht door de Vlaamse overheid in 1983.
> Bij een mooie lijn eiken draai je rechts een onverharde private weg op. Vlak voor de met 2 eiken geflankeerde ingangspoort van de hoeve waarnaar dit pad leidt ga je links. Het veldwegje kruist verderop een kaarsrechte geasfalteerde weg en vervolgt naar een hoeve met datum '1858' en met een merkwaardig uilengat in de gevel. Rond deze hoeve in wijzerzin en rechtdoor over een pad dat in zigzag rond nog maar een veebedrijf loopt.
> Over rustige asfaltwegjes loop je zo verder langs ‘laser-karaoke’ (!) d’Houtlandhoeve naar de bosrand van het Koekelarebos toe.
< d'Houtlandhoeve
Vladslo, Sint-Maartenskerk
Oeverpad langs de Handzamevaart
> Het vernieuwde bezoekerscentrum, gevestigd in de voormalige portierswoning en langs GR 131, werd recent uitgebouwd tot een bezoekerscentrum voor het Houtland. Je vindt er ook info over andere wandel- en fietsroutes. Open voor bezoek van 1 april tot 30 september (uitgezonderd dinsdagen, 1ste zaterdag van de maand en zaterdagen in september).
> De jonge Maria was dan ook een gegeerde bruid bij de Europese machtshuizen. Ze huwde met Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk in 1477, een half jaar nadat haar vader was omgekomen in een veldslag bij Nancy en ze het bestuur had overgenomen. Van haar onvoorbereidheid als bestuurster en haar beperkte interesse voor politiek werd geprofiteerd om haar machtspositie terug te draaien. Met Maximiliaan kreeg ze 2 kinderen.
> In maart 1482 nam Maria van Bourgondië deel aan een valkenjacht in de bossen van Wijnendale. Haar paard struikelde over een gevallen boom en Maria kwam ten val. Aanvankelijk hield ze zich sterk, maar de inwendige wonden waren blijkbaar serieuzer dan gedacht. In de 21ste eeuw zou Maria dat ongeval wel hebben overleefd, maar door de beperkte anatomische kennis van die tijd overleed Maria na enkele weken aan de gevolgen van de opgelopen verwondingen. Ze overleed op 27 maart 1482 en was toen amper 25 jaar. Brugge was diep in rouw. Haar lichaam werd met een lange rouwstoet opgebaard in Brugge. Het schitterend praalgraf bevindt zich nog steeds in de Brugse Onze-Lieve-Vrouwkerk, naast dat van haar vader Karel de Stoute.

Koekelare bos

> Van het Koekelare-bos schiet eigenlijk niet veel meer over. 100 jaar geleden was het bos nog 342 ha groot, momenteel blijft daar nog amper 67 ha van over. Vooral tijdens WO I sneuvelde er nogal wat hout: In meer dan 100 ha naaldhout werd toen definitief de bijl gezet. Langs alle kanten is het bos ingeperkt door verkaveling, veld en wegen.
> Wat er van overblijft is echter vrij apart. Eerst trek je door een perceel naaldbos, gelegen op schrale grond. Verderop langs GR 131 wandel je door loofwoud met een gevarieerde samenstelling. Behorende tot het Koekelarebos zijn ook een stuk heide en een arboretum. De plukken heide komen best tot hun recht in augustus en september. Deze heidestukken worden wat beschermd, door de uitgroei van pionierbomen – en gewassen, zoals berk en braam, in te perken. In feite probeert men hier een stukje land te creëren dat moet doen denken aan het oude landschap, voor in de 17de en 18de eeuw massaal braakland werd omgezet in weide, veld en bos.
> Koekelarebos is doorsneden met dreven. Meest besproken over dit bos is de aanwezigheid van zogenaamde Koekelaarse den. Er is daar al heel
> Het dorpje Edewalle dat je aan je linkerkant ziet is nooit een onafhankelijke gemeente geweest, maar een parochie gelegen op het grondgebied van verschillende gemeenten. Je bent hier op de grens van Kortemark, Ichtegem en Handzame.
> De oorsprong van de naam ‘Ruidenberg’ staat wellicht in verband met ruig of ruw landschap. Het is een getuigenheuvel, net zoals bijvoorbeeld de Kemmelberg, ontstaan uit ongelijke erosie van het landschap. De Ruidenberg ligt op de waterscheidingslijn tussen het Noordzeebekken en de IJzervlakte. Een lokale legende vertelt dat op de Ruidenberg de zielen van overledenen verzamelen om er te samen naar de hemel te varen. Waar je bovenaan verder links wandelt, stond in het begin van de 20ste eeuw nog een houten windmolen, hij sneuvelde net zoals zowat alles en iedereen hier in Wereldoorlog I. Eens boven links en dan heb je voor jou mooie uitzichten over het Vlaamse vlakke land en verder weg de Vlaamse heuvels. Ook de IJzertoren kan je voor de eerste maal aan de horizon zien. We zullen de voet van de IJzertoren naderen bij het einde van deze etappe.
Boswachters markeren kaprijpe bomen door op een ontschorst stukje stam een zegel te graveren.
Vrouwtje van het oranjetipje
Canadese ganzen
IJskelder
Wijnendale rond begin 18de eeuw. (Flandria illustrata, 1732)
Grote muur
Witte klaverzuring
wat inkt over gevloeid. Algemeen wordt aangenomen dat dit de Koekelaarse versie is van een dennensoort uit het Middellandse Zeegebied. Een kweker uit Veldegem zou met deze ingevoerde dennen-soort hebben geëxperimenteerd. Zaden zouden zijn overgebracht naar het Koekelaarse bos in de 19de eeuw, waarna ze werden opgekweekt en aangeplant vanaf 1882. Sceptici beweren dat het gewoon om Corsicaanse den gaat. De waarheid ligt wellicht ergens tussenin: Een geografische variëteit van de Corsicaanse den. Het bos waardoor je loopt herbergt alvast een aantal prachtige exemplaren. Op zijn beurt is de Koekelare den nu een exportboom geworden.
> Het arboretum, waar je niet langs loopt, is in principe niet open voor publiek, maar daar zou in de toekomst mogelijk verandering in komen. Het werd uitgebouwd vanaf 1946 en herbergt een 140 soorten bomen.
> Het bos wordt doorsneden door de snelle rechte Theresiaanse weg Beerst-Wijnendale. Aan overkant wandelen over prettig bospaden, vaak grassig. Bij het laatste stukje bos kom je weer op asfalt, in het gehucht Pottebezem, waar je links loopt.
verharde weg is het de moeite waard om even GR 131 te verlaten.
> GR131 volgt nu lange tijd de ‘Brugse heerweg’. Links gelegen passseer je het Praetbos en bij de volgende kruising met een
versterkingen afgedamd, waardoor het vogelleven hier toch wel wat te lijden heeft.
Toch is er veel kans dat je tijdens de wandeling langs de Handzamevaart een reiger ziet, of wilde ganzen in de natte weiden langs de oevers.
> Links ligt het dorpje Esen, het broekengebied tussen de vaart en Esen zijn de Bethoosterse broeken, een overstromingsgebied bij hoge waterstand. De dijk is flink opgehoogd, de broeken rechts richting Vladslo en Beerst liggen een heel stuk
lager en zijn doorsneden met beken en kreken.
> Van 'langdeurigen regen' was er nu geen sprake, integendeel, het warme lenteweer langs GR 131 veroorzaakte eerder een snel uitdrogend keelgat, zelfs na een paar Krieken in Vladslo.
> Zo kom je op de dijk van de Handzamevaart. GR131 zal deze vaart kilometers lang volgen: Het doel zijn de kerk van Diksmuide en de IJzertoren, beiden pieken uit het Vlaamse vlakke land in de verte.
moeder Käthe Kollwitz-Schmidt. Hun zoon sneuvelde te Esen, waar oorspronkelijk ook zijn graf was. Käthe ontworp de beelden in 1915 al maar ze werden pas gehouwen uit Belgische kalksteen door 2 Duitse beeldhouwers in 1932. In 1956 werden de beelden (evenals het graf) van Esen naar Vladslo overgebracht. Ze zijn beschermd sinds 1997.
> De tekst op de gedenkplaat boven de afgesloten kapelingang leest als volgt: 'H. Joseph Byzonder patroon tegen overstrooming en langdeuringen regen, bid voor ons.' De kapel werd opgericht in 1873 uit dankbaarheid nadat een dijkbreuk een jaar eerder grote schade toebracht aan de akkers en het grazende vee op de weiden. Deze ramp werd echter snel bedwongen.
Handzamevaart
>
Deze vaart ontspringt als de Krekebeek in het grensgebied van de dorpen Lichtervelde en Koolskamp. Talloze beken en kreken voeden de Handzamevaart, waardoor de rivier zorgt voor de afwatering van maar liefst 17.000 hectaren.
> In het verleden greep de mens in door de loop van het water onder controle te krijgen. Helaas zijn de oever-dijken van de Handzamevaart met betonnen
> Ondertussen komt de IJzertoren alsmaar dichter in het vizier. Kort voor Diksmuide maakt de Handzamevaart nog een bocht en draait dan naar het centrum van Diksmuide toe. Het traject van GR 131 door het stadje Diksmuide werd in 2007 nog vernieuwd en brengt je langs de mooiste plaatsen van dit compacte stadje. Vergeet onderweg ook niet even in het voormalige begijnhof binnen te piepen.
> Het was lekker warm weer vandaag. Ben dan ook even in de eerste winkel te Diksmuide binnen gelopen om wat extra drank in te slaan. Via de monding van de Handzamevaart komt GR131 dan bij de IJzer, steekt de brug van de IJzer over en komt zo bij de wandelpaal op de kruising van GR131 en de internationale GR 130 IJzer.
Ze worden grotendeels als weide en hooiland aangewend.
> Het bouwen van dijken, rechttrekken van de loop op sommige plaatsen en betonnering van de oevers zorgde voor een sterke ingreep op het natuurlijke milieu. Waar vroeger bij overstroming het overtollige water op een natuurlijke wijze het broekenland invloeide werd dit verhinderd door de dijkenbouw. Dat zorgde al eens vaker voor ondergelopen huizen toen water een andere uitweg zocht. Recent is men weer terug gekomen op de functie van de broeken als overstromingsgebied bij watersnood.
> De Vlaamse overheid voert nu ook een aktief aankoopbeleid van weiden in de vallei van de Handzamevaart. Hierdoor krijgen flora en fauna (met name het gevarieerde vogelleven hier) weer volop kansen.
Skyline van Diksmuide, zicht ter hoogte van de monding van de Handzamevaart in de IJzer
Diksmuide
>
Diksmuide lag op de IJzerfrontlijn tijdens de verwoestende Groote Oorlog. Bij de Duitse verovering werden de overblijvende inwoners die nog niet waren gevlucht, de stad uitgejaagd. Na 1918 werd nog gedacht om de spookstad te behouden als herinnering aan de oorlogswaanzin in de IJzervlakte, een plan dat enkele jaren later toch weer werd opgeborgen.
De heropbouw startte. Met mondjesmaat keerden de inwoners terug, aanvankelijk behuisd in barakken. De middeleeuws uitziende gebouwen rond het marktplein, zoals het
Diksmuide, marktplein
mooie stadhuis of de Sint-Niklaaskerk zijn dus heropgetrokken in vredestijd en zijn minder dan 100 jaar oud.
> Moeilijk voor te stellen in de 21ste eeuw dat Diksmuide zo'n puinhoop is geweest. Het is nu een prettig en levendig stadje waar het aangenaam kuieren is. Een omwegje langs het voormalige begijnhof, waarvan de geschiedenis terug gaat tot de 13de eeuw, is ook de moeite. De huisjes van het begijnhof zijn natuurgetrouw heropgebouwd (1933). De gevluchte begijnen kwamen echter niet meer terug. Sinds 1990 is het begijnhof een thuis voor een twintigtal mensen met een lichte mentale handicap. De site is momenteel dringend aan restauratie toe. Gehoopt werd om de VRT-Monumentenstrijd in 2007 te winnen, maar dit sympathieke project haalde het net niet.
Begijnhof Diksmuide
De heerweg van Kassel richting Brugge is 2000 jaar na de Romeinen nog steeds makkelijk te volgen.
einde overgaat in een graspad tussen rietkragen. Onderweg raak je ook even een asfaltweg waar een kapel staat.
> Ludovicus Baekelandt ( Bakelandt / Baekelant ) werd in Lendelede geboren in 1774. Hij was eigenlijk een ongewenst kind, geboren uit een relatie tussen zijn vader met diens stiefdochter. Zijn jeugd moet ongelukkig zijn verlopen. Op zesjarige leeftijd sterft zijn vader en komt hij als hulpje bij boeren terecht. Hij moet er op de wastines de koeien bewaken. Niemand zorgt echt voor hem en zo groeit hij wat op als diefje door al eens kleine dingen te stelen.
> Als tiener laat hij zich vrijwillig inlijven als reservist in het leger van Napoleon. De tucht en regels die er heersen zijn niet voor hem weggelegd en al vlug komt hij er in moeilijkheden en hij deserteert in 1801. Het is een woelige tijd met snelle machtswissels tussen het Oostenrijkse en het Franse regime. In zijn geboortestreek staat men niet op hem te wachten, hij krijgt er het etiket van landverrader opgeplakt. De Boerenkrijg (1798) staat bij de plattelandsbevolking immers nog vers in het geheugen gegrift en de Franse onderdrukking en zijn meeheulers kunnen op weinig sympathie rekenen.

Wijnendale bos
Baekelandt ( 1802) uit 'Sententie der Fransche Republycke jegens Ludovicus Baekelandt en zyne mede-pligtige...')
> Baekelandt zoekt zijn toevlucht in de bossen van het Houtland en met een aantal randfiguren begint hij een echte roversbende. Hun overvallen zijn meestal zorgvuldig uitgekiend, ze richten zich vooral op rijkere boeren en burgers die ze thuis overvallen of tijdens een hinderlaag onderweg en waarbij ze geld en eten roven.
> Over het leiderschap van de bende is wat twijfel. Baekelandt had er zeker een belangrijke rol in maar ook Jan Busschaert wordt wel eens genoemd als dé man achter de roversbende. Rond hen was een groep van meer dan 20 rovers en informanten gebouwd, veelal familie van elkaar en ook vrouwen maakten deel uit van die bende. Wie klikte werd genadeloos uit de weg geruimd binnen de bende. Meer dan een jaar lang zaaide de bende angst en terreur in de streek van Langemark – Roeselare en wijde omgeving.
> Over de schuilplaats van de bende is weinig zekerheid. Ze hielden zich op in de bossen van West-Vlaanderen die in die tijd een stuk groter waren dan nu. Het Vrijbos bij Torhout, de Munkebossen bij Ruddervoorde en het Wijnendalebos dienden zeker als verzamelplaats. Uiteindelijk werd Baekelandt op 19 maart 1802 aangehouden in het huis van Barbara Bruneel (Babbe Stute), gelegen bij het Wijnendalebos. Kort daarna wordt ook de hele bende opgerold.
> Op 3 augustus 1802 kwam hun proces voor op het Brugse gerechtshof, onder massale belangstelling. Het verdict een half jaar later was
"Baekelandt of de voorzaten van Robert en Bertrand" ,
waarin Dr J.B. Jansoone rond 1895 over 1552 bladzijden de lotgevallen en misdrijven van de bende van Baekelandt vertelde op een vulgariserende wijze.
Het lijvige boek werd opgesmukt met meer dan 100 lithografieën.
100 jaren later leest het nog steeds als een spannend jongensboek.
zwaar: Van de 33 bendeleden kregen er 22 de doodstraf voor roofmoord, struikroverij en diefstal. Het is duidelijk dat het nieuwe Franse rechtssysteem met dit proces een voorbeeld wou stellen om macht en orde te vestigen. De koppen rolden: Op 2 november 1803 gingen de veroordeelden in Brugge onder de guillotine. Mogelijk is op dat moment pas de mystificatie van Baekelandt ontstaan. Zoals eerder gesteld had hij waarschijnlijk niet de hoofdrol in de misdaden van de bende, maar zijn persoonlijkheid, leven en geweldige verschijning spraken wellicht meer tot de verbeelding dan die van Busschaert. Baekelandt zou vlak voor zijn onthoofding trouwens nog tot het volk hebben geproken om vergiffenis te vragen en zijn bandietenleven te verklaren door zijn ongelukkige jeugd.
> Na 1803 begint de legende. In 1856 schrijft Peter Domien Cracco het verhaal over de bende. Baekelandt wordt daarin de spilfiguur. Pastoor Huys publiceert in 1860 een geromantiseerde versie van de avonturen van de roversbende. Beide boeken worden echte bestsellers, lezen als een soort jongensboeken en werden zelfs meer dan 100 jaar later nog herdrukt.
> Eind 20ste eeuw gaan Baekelandt en zijn kompanen Robert en Bertrand ook een stripleven leiden. Ze worden er zowaar in voorgesteld als speelse vagebonden die opkomen voor verdrukten en tegen onrecht, een soort Robin Hoods.
- Zijn hoofd moet vastliggen.
- Met eene koord binden?
- Neen, de keel moet vrij blijven.
- Dat is moeilijk.
- Met eenen riek? stelt Baekelant voor.
- Dat is het. Haal er een, Jef.
Eenige stonden later was de waard terug, met de grooten mestriek. Baekelant legde het hoofd van de agent tusschen de twee tanden.
- Maar wat gaat ge met mij doen! kreet deze, die tot het laatste oogenblik op redding gehoopt had.
- U straffen.
- Schenk mij genade, ik zal u trouw dienen.
- Dat hebt ge mij beloofd, toen gij voor den hongerdood stondt en gij hebt uw gegeven woord gebroken. Wie dat eens doet, die zou dat de tweede maal insgelijks doen. Geen genade!... Heksen kennen geen genade!... Geef de olie!... En den trechter!... Baekelant, houd stevig vast... Tailland, ge gaat sterven en Satan opzoeken, die u zal opnemen in zijn midden, omdat uw borst geteekend is.
- Genade! Genade! huilde Tailland. Gena...
De derde maal kon hij het woord niet meer uitspreken. De heks duwde hem met geweld eenen trechter tusschen de tanden, waarvan de punt zeer diep in de keel schoot.
Een dof gereutel liet zich hooren.
De waard gaf den stoop met ziedende olie gevuld.
- Mijn groet aan Satan! kreet de heks.
De agent deed eene bovenmenschelijke poging om zich los te rukken. Hij was echter te stevig vast gebonden en hoe meer hij trok, des te dieper drongen de

koorden hem in het vleesch der polsen en bezeerde hij zijne keel aan het ijzer van den riek, dien Baekelant in het hoofdkussen stevig geplant had.
De heks goot de kokende olie in den trechter. Stuiptrekkend lag Taillland op het bed. Een stond later was hij dood, bezweken in de verschrikkelijkste pijnen, die men uitdenken kan.
- 't Is gedaan, zei Baekelant, zijnen riek wegwerpend. Die zal ons niet meer in het gevang brengen.
- En mij niet meer verraden, sprak de heks. Satan hebbe zijne lieve spionnenziel.
- Hij heeft loon naar werken, zoo besloot de waard de lijkrede.
- En nu naar den over met het lichaam.
- Een vreugdevuurtje voor moeder Han.
- En voor gansch de bende!
> De plek waar Baekelandt werd gearresteerd passeer je niet langs GR 131, het huisje van Barbara Bruneel bestaat niet meer maar was gelegen kort bij het gehucht Reiger (te bereiken via de bedreigde voetweg 21 – Fonteinpad!).
> Uit "Baekelant of de voorzaten van Robert en Bertrand" van J.B. Florizoone uit 1895 nemen we even een stukje tekst over om de 'avonturen' van Baekelandt in het Houtland te illustreren: De bende heeft agent Tailland gevangen genomen. Hij had moeder Han, ook wel de heks genoemd en lid van de bende eerder verraden. De bende heeft net zijn doodvonnis geveld.
"De twee mannen sleurden Tailland in het kleine vertrek, dat zich nevens de gerechtskamer bevond en legden hem daar op het bed. Met sterke touwen bonden zij zijne armen stevig aan de sponden vast.

 

 

 

 

 

 

GR 131 Kreken - Ieperboog (128 km)