Sinds onheuglijke tijden is er in Vlaanderen altijd wel gewandeld over langere afstand. Steeds uit noodzaak, bij gebrek aan een snellere of comfortabelere verplaatsingswijze. Daarbij stond dan het bereiken van de bestemming centraal, niet zozeer de expliciete beleving van wandelplezier an sich. Bij pelgrimages was de voettocht zelfs onderdeel van boetedoening en lijden. Vandaag ligt dat anders: een langere wandeltocht wordt gewoonlijk bewust als ontspanningsmiddel of als sportieve aktiviteit aangevat, de wandelbeleving primeert op de te bereiken bestemming. Vlaanderen is vandaag dooraderd met vele duizenden kilometers bewegwijzerde en beschreven paden, routes en netwerken om die recreatieve ontspanning te ervaren. Wandelen groeide in de loop van de 20ste eeuw dan ook uit tot de meest democratische, laagdrempelige, recreatieve vrijetijdsbeleving.
We gingen op zoek naar de allereerste langeafstandswandelroute in Vlaanderen die speciaal voor sportieve en toeristische ontspanning werd ontwikkeld, inclusief wegwijzers, padbeschrijving en cartografische weergave. Terug naar de jaren voor de Tweede Wereldoorlog, de periode van het interbellum met snel ontwikkelende toeristische infrastructuur zoals campings, jeugdherbergen, openbaar vervoer en de bij wet vastgelegde 'congé payé'. Het was de 'Vlaamsche Toeristenbond' (V.T.B.) die in Vlaanderen vanaf 1935 een ambitieus padennet uitrolt onder de bezielende leiding van toenmalig ondervoorzitter Jozef Van Overstraeten. Met een afstand van 70 km wandelroute was het Door Verstraetepad slechts een bescheiden begin...

We gaan in dit verslag via archieven dus op zoek naar de roots van deze eerste langeafstandswandelroute in Vlaanderen, een brok compleet vergeten geschiedenis én we gingen ook op pad om te ontdekken wat er na zowat 85 jaren nog van overgebleven is... .
Tussen 1935 en 1940 werd vooral in de Ardennen door Touring Club de Belgique (T.C.B.) een ambitieus net aan aan langeafstandspaden uitgerold onder leiding van Maurice Cosyn. In Vlaanderen was het vooral de "Vlaamsche Toeristenbond" (V.T.B.) die het voortouw nam om de eerste lange wandelroutes uit te tekenen en te bewegwijzeren. De VTB ontstond deels uit de frustratie dat de sinds 1895 bestaande TCB te weinig appelleerde aan de Vlaming en zijn culturele identiteit, met name de taal. De belgicistische Touring Club trok voor WO II immers vooral leden aan uit het milieu van franskiljonse bourgeoisie, ook in Vlaanderen.

In een periode van sterk groeiende belangstelling rond eigen Vlaamse culturele initiatieven, groeide het ledenaantal van de pas in 1922 opgerichte "Vlaamsche Toeristenbond" als kool. In minder dan 10 jaren tijd was VTB helemaal verankerd in Vlaanderen en werd het ledenaantal van 100.000 overschreden. Er ontstond tussen TCB en VTB in Vlaanderen zowaar een wedloop om zoveel mogelijk nieuwe leden aan te werven. De lezers van hun veertiendaagse ledenbladen kregen telkens "barometers" en lijsten van de aanwervingssuccessen en propaganda-initiatieven uit de vele lokale afdelingen. Echt een obsessie tijdens de vooroorlogse jaren.
De man die dat VTB-ledenaantal sterk opdreef was tevens een groot promotor van het prille wandeltoerisme, de legendarische Jozef Van Overstraeten (1896 - 1986). Voor WO II was hij hoofdredacteur van het veertiendaags ledenblad 'De Toerist' en ondervoorzitter van VTB, vanaf 1952 werd hij voorzitter en hij zou aanblijven tot liefst 1980. Van Overstraeten stond bekend om zijn nogal autoritaire karakter maar droeg in belangrijke mate bij tot het succes en de uitstraling van VTB. Sommigen vereenzelvigden zelfs VTB met Jozef Van Overstraeten, zo hard drukte hij zijn stempel decennialang. Hij zette de krijtlijnen uit.

Al vanaf de stichting van VTB in 1922 was het een van de doelstellingen om wandelpaden te creëren. Dat gebeurde niet de eerste jaren maar VTB begon wel vanaf 1932 voor het eerst "toeristenmarschen" te organiseren, een in elke provincie. De allereerste "Toeristenmarsch" vindt plaats op 5 juni 1932 tussen Torhout en Brugge. Geen wedstrijd, al wie binnen 5 uren tijd de afstand van 20 km aflegt, krijgt een brevet. Instant succes: van de 189 ingeschreven deelnemers bereiken er 174 de eindmeet. Niet allen kwamen dus "frisch en gezond" aan de eindmeet, "vooral het onoordeelkundig lesschen van den dorst en ongemakkelijk schoeisel spelen sommigen parten", aldus het verslag hierover in het ledenblad.
In het zog van het succes van de wandelmarsen wil VTB ook wandelroutes ontwikkelen, verklaart de ondervoorzitter van VTB in een interview met het N.I.R. (voorloper BRT/VRT) in september 1932: "Verschillende dier schilderachtige wegen zijn reeds in bizonderheden bestudeerd". Onder dat vijftal van geplande routes hoort de " Gustaaf Segersweg", die Antwerpen zal verbinden met Hoogstraten via Brecht. Ook de vier andere route-ideeën dragen de naam van een relatief recent overleden Vlaamse culturele of historische persoonlijkheid. VTB baseert zich op het principe van straatnaamgeving om ook via wandelpadnamen eer te brengen aan Vlaamse prominente personen. Dat idee kadert ook volledig in het promoten van Vlaamse cultuur en identiteit, waarmee zowat alle aktiviteiten bij VTB verbonden zijn. "Door de natuur naar de cultuur" luidt het wandelmotto.

Over die sterke Vlaamse culturele verankering verklaarde Jozef Van Overstraeten vele jaren later (1960) het volgende: "wij hebben bewust het toerisme en het autotoerisme gebruikt als middelen tot ontvoogding van het Vlaamse volk en het is gebleken dat we het goed hebben voorgehad. Buiten alle partijpolitiek om werken wij min of meer onmerkbaar aan de bewustwording van de Vlamingen en ik geloof dat we op ons terrein geslaagd zijn." Voor wat wandelen betreft werd daarmee alvast in 1932 de toon gezet, de volgende decennia zouden bijna alle wandelpadnamen verbonden worden met een persoonsnaam. Tot vandaag bestaan er in Vlaanderen her en der nog lokale wandelroutes die een persoonsnaam dragen en oorspronkelijk een VTB-initiatief waren, al werden de routes in de loop der jaren sterk hertekend en geadopteerd door andere instanties, zoals plaatselijke toeristische organen.

Van het bescheiden plan van wandelroutes uit 1932 kwam aanvankelijk echter niet veel in huis. VTB verklaarde al in 1932 onvoldoende geldmiddelen te hebben voor een behoorlijke bewegwijzering. Plannen genoeg dus en ook de uitgave van wandelgidsjes werd in het vooruitzicht gesteld. Men wou naar het voorbeeld van Touring Club en de Nederlandse ANWB overal in Vlaanderen oriëntatietafels, rustbanken, gedenkplaten en andere infrastructuur plaatsen. Voorlopig komt er van de creatie van die vaste wandelroutes in Vlaanderen helemaal niks in huis, hoewel de VTB alvast vroeger alomvattende wandelplannen smeedde dan concurrent TCB. Op 1 november 1933 publiceert Kempens schrijver en letterkundige Dr Remi Sterkens in het VTB-tijdschrift van 1 november 1933 een oproep om een ode te brengen aan volksschrijver Hendrik Conscience door een al ontworpen Kempens Conscience-wandelpad te realiseren en in te huldigen.
In 1933 organiseert VTB voor het tweede jaar zijn provinciale "toeristenmarsen". Zoals gewoonlijk is Jozef Van Overstraeten ook zelf van de partij, ook in de provincie Vlaams-Brabant waar 43 wandelaars op tocht gaan over een 20 of 30 km lange "Zennemarsch" tussen Halle of Dworp en St-Genesius-Rode. Een deel van het traject loopt over het in 1932 door Frans Sablon uitgetekende plaatselijke maar onbewegwijzerde Conscience-pad. Van Overstraeten is er ongetwijfeld in contact gekomen met Luc De Weerdt, de man die mee dat wandelpad in een gidsje goot later. Wellicht groeide onderweg ook het idee bij Van Overstraeten om Halle in 1935 als gaststad te vragen voor de jaarlijkse VTB-landdag. Het met verfransing bedreigde Halle lag hem als meest zuidelijke Vlaamse stad immers na aan het hart.

Die landdag was ook een mooie gelegenheid om het reeds uitgetekende Conscience-pad te adopteren als eerste volwaardige VTB-wandelpad. En zo geschiedde op 26 mei 1935. De massaal bijgewoonde inhuldiging van het eerste VTB-wandelpad, het Conscience-pad tussen het Vlaams-Brabantse Halle en Beersel, was een succes over de ganse lijn. Daarmee was de toon gezet en was er eindelijk resultaat voort gekomen uit de jarenlange brainstorming rond VTB-wandelpaden.
Wie was de man naar wie het eerste langeafstandswandelpad werd genoemd?
Theodoor Verstraete werd geboren in 1851 te Gent maar verhuisde in zijn eerste levensjaar al naar Antwerpen, waar zijn ouders een artistiek leven leidden in de "Schouwburg van Verscheidenheden" (Théatre des Variétés). Terwijl muziek voor zijn familie wat inkomsten genereerde, lagen zijn talenten toch vooral in een andere kunstvorm: tekenen en schilderen. Hij ging in opleiding bij de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten, in een periode waarin nieuwe invloeden en stijlen in het traditionele landschapschilderen slopen.
Aldus begon hij zijn liefde voor horizonten, boeren-, natuur- en maritieme landschappen vorm te geven in een eigen en eigentijdse stijl: met sterke accentuering van lichtinval, uitgesproken kleuren en vibrerende luchten. In die landelijke sfeer bracht hij erg sfeervol op een wat onderworpen wijze eenvoudige plattelandsmensen in beeld in alledaagse taferelen. In de jaren '80 van de 19de eeuw brak hij via tentoonstellingen helemaal door, ook in de buurlanden. Zijn stijl sloot toen aan bij wat later 'het postimpressionisme' werd genoemd.
Hoewel Verstraete een groot deel van zijn leven in het toen nog erg rustige Brasschaat en het Kempense heidelandschap zou doorbrengen, was hij een reizend schilder, die ook een tijd aan de West-Vlaamse kust, in Zeeland, Noord-Brabant en Noord-Nederland inspiratie zocht in 'bewegende' horizonten, landschappen en kleurschakering. Daarbij trok hij er al eens op uit in een soort woonwagen.
In 1893 sloeg het noodlot echter toe, Verstraete werd getroffen door een hersenbloeding. Ondanks zijn relatief schilderssucces, had Verstraete het vele jaren financieel moeilijk om te overleven. Dankzij de Brusselse zakenman en kunstmecenas Henri van Cutsem, die regelmatig werken van hem opkocht (en een aantal weer terug schonk) en hem vele jaren financieel steunde, kon hij toch nog een redelijk leven leiden. Het ging echter van kwaad naar erger met zijn gezondheid, Verstraete vergleed naar krankzinnigheid en overleed in 1907 op 57-jarige leeftijd.

Vooral in de Antwerpse regio zijn nog een aantal sporen terug te vinden die met Theodoor Verstraete verband houden. Schilderijen van hem zijn te vinden in kunstmusea te Antwerpen, Brussel en Doornik. In de Antwerpse wijk Zurenborg werd in 1907 de Feniksplaats gewijzigd in Theodoor Verstraeteplaats en in Brasschaat werd in 1911 de Lindendreef omgedoopt tot Door Verstraetelei. In het Stadspark van Antwerpen kun je ook een standbeeld van Door Verstraete zien, er hangt een merkwaardig verhaal aan vast. Het is een beeldhouwwerk van Guillaume Charlier, dat in 1909 hier officieel werd ingehuldigd, meer dan 100 jaar geleden! Het toont een man met een bolhoed, bewonderaar van een schilderij, eigenlijk Theodoor Verstraete zelf, die naar een van zijn bekendste schilderijen in reliëf kijkt, de Dodenwake.
In feite hoorde dit monument niet in het Stadspark te belanden maar als onderdeel van het grafmonument uiteraard op de toenmalige begraafplaats Kiel (nu een park). Probleem daar was dat het opvallende grafmonument voor Verstraete naast dat van Hendrik Conscience zou komen en zo het zicht op dat van Conscience zou verstoren! Daarom verhuisde men het naar het Stadspark en op het Kiel bleef enkel de rest van het grafmonument: een grote hardstenen bak die men opvulde met groenblijvende planten! In 1936 sloot deze begraafplaats, Door Verstraete en 'zijn plantenbak' verhuisden naar de bekende begraafplaats Schoonselhof. Daar vergat men de bak echter opnieuw te vullen, er bleef enkel een fundamentplaat in over, zodat het graf eerder naar een stijlloze afvalbak evolueerde. Vzw Grafzerkje, een vereniging die oude graven in ere herstelt, nam in 2002 het graf van Verstraete onder handen en maakte er na 60 jaren weer een plantenbak van in plaats van een vuilbak. Merk ook op dat op de voorkant van de grafsteen de naam van de schilder oorspronkelijk verkeerd werd gespeld: VerstraeteN.
Terug nu naar ons wandelpad. Hoewel Verstraete vaak Kempense landschappen schilderde, zijn er mij verder eigenlijk geen aanknopingspunten bekend met het tracé van de wandelroute. Zelfs zijn verblijfsdorp Brasschaat ligt niet langs het traject. Niets wijst er op dat Theodoor Verstraete zelf een fervent wandelaar was.

Jozef Van Overstraeten was dan wel de grote bezieler van het project rond VTB-wandelpaden in de provincie Antwerpen, het is echter Lode de Bruyne geweest die het Door Verstraetepad concrete vorm heeft gegeven. Lode de Bruyne (1902 - 1949) was een van de belangrijkste bestuursleden van de VTB maar bleef in tegenstelling tot leiders Van Overstraeten en Leurs eerder wat in de schaduw van de VTB-werking. Hij was als 20-jarige al bij de vereniging betrokken vanaf de oprichting in 1922 en zou VTB mee door de donkere jaren '40 loodsen.

De Bruyne was vertrouwd met de Noorderkempense grensregio, hij gidste er over de grens meermaals groepen over de populaire ANWB-bondswandelwegen (de Nederlandse langeafstandspaden die al vanaf 1914 werden uitgezet), ondermeer ook langs Zundert. Niet zo toevallig dus dat het Zundertse gehucht 't Paaltje, waar de ANWB-bondswandelweg 'Te Voet door Noord-Brabant' ( Bergen-op-Zoom - Breda - Eindhoven) passeert, ook het noordelijke eindpunt van het Vlaamse Door Verstraetepad zou worden. Die connectie met de Nederlandse wandelpaden paste ook perfect in de verre droom van Van Overstraeten rond één Groot-Nederland.
Op 1 augustus 1935 kondigt de VTB via zijn ledenblad de openstelling van het Door Verstraetepad aan. Het evenement op 8 en 9 september 1935 (aanvankelijk wordt verkeerdelijk 9 en 10 september vermeld) valt samen met de jaarlijkse 'Toeristenmarsch' in de provincie Antwerpen. Uit het openingsprogramma blijkt dat er nogal 'ingevlogen' wordt bij VTB, de inwandeling is echt iets voor sportievelingen en stevige doorstappers....

Het vertrek is die zondag voorzien in halfdonker, om 6u30 op het zuidelijke startpunt van het Door Verstraetepad. Dat is bij het Rivierenhof te Deurne, ter hoogte van de Venneborglaan. Van daaruit zal helemaal tot Hoogstraten worden gewandeld, een afstand van liefst 52 km! Voorziene aankomst tussen 18 en 19 u. Tussendoor vindt halverwege te Brecht ook nog de officiële inhuldiging plaats, voor het gemeentehuis 'in de mooie Dorpstraat met hooge bomen'. Er zullen natuurliederen worden gezongen en er zijn muziekuitvoeringen. VTB-voorzitter prof. Stan Leurs zal er speechen, evenals iemand van het provinciebestuur. Ook de meeste burgemeesters van de padgemeenten geven present. Het programma voorziet dat om 14 u wordt verder opgestapt naar Hoogstraten. Wie zich niet zo'n marathonwandelaar voelt, sluit bij de hoofdgroep aan onderweg of in Brecht en wie op het einde in Hoogstraten leeggewandeld is, kan overnachten in een hotel.

Voor 'de onvermoeibaren die het gansche pad willen wandelen' is er mogelijkheid om in Hoogstraten te overnachten. Anderen kunnen tot 21 u een bus richting Antwerpen nemen. Ook fietsers zijn welkom, volgens Lode de Bruyne 'is het wandelpad over het algemeen goed befietsbaar'. Wie nog energie over heeft kan op maandagmorgen het pad helemaal uitwandelen van Hoogstraten naar Zundert (zo'n 20 km), met voorziene aankomst daar rond de middag!
Hoe die sportieve inwandeling die dag effectief verliep vernemen we uit de kranten De Standaard, Het Laatste Nieuws en Het Handelsblad, die er uitgebreid over berichtten op 10 en 11 september 1936. Er werd inderdaad om 6u30 vertrokken te Deurne. Tegen de middag aan bereikten de vroege vogels het Brechtse gehucht Locht:

"Tot hier kwamen het Schepencollege en verscheidene gemeenteraadsleden van Brecht de toeristen te gemoet. Na een hartelijk woord van welkom wandelden allen samen verder tot in het dorp, feestelijk getooid met leeuwenvlaggen. Hierin was ook het gemeentehuis niet achterwege gebleven. De hongerigen - en wie zou dat niet zijn na een marsch van meer dan 30 Km. - gingen zich verzadigen.

Toen de oude dorpsklok 1 u. sloeg, hadden zich heel wat belangstellenden, waaronder een groote groep fietsers uit Antwerpen en omgeving opgesteld voor het gemeentehuis waar door de zorgen van het gemeentebestuur een met bloemen versierd verhoog was klaar gemaakt. Wij noteeren de aanwezigheid van (...).

De Heer Burgemeester heet de V.T.B. van harte welkom in zijn gemeente en verheugt er zich over dat Brecht werd uitgekozen voor de inhuldiging van het wandelpad dat er dwars door loopt. Hij heeft woorden van lof en waardeering over voor den V.T.B. en zegt steeds verderen steun toe. Daarna komt Prof. Leurs
(noot: voorzitter VTB) aan het woord om in gloedvolle woorden den lof te maken van de heerlijke Kempen en het mooie Brecht en allen die aan de realisatie van het pad hadden meegeholpen een speciaal woord van dank toe te sturen.

Nu bestijgen een groepje frisch uitgedoschte trekkers het verhoog. Het zijn de "Trekkers ter Gulden Kim" en de "Vlaamsche Trekvogels". Zij laten over het stemmige dorpsplein een tiental meerstemmige natuurliederen weergalmen en voeren enkele reidansen uit begeleid met vedel en luit."
Tien liederen zingen, volksdansen, toespraken en pick-nick: blijkbaar lukt dat allemaal op een uur tijd want de karavaan zet zich weer in beweging om 14 u, "langs schilderachtige dorpkens en mooie velden".

"Fietsers bollen de wandelaars voorbij en keeren na een eind het wandelpad te hebben gevolgd terug naar huis. De moedige marscheerders van den V.T.B. die hun brevet voor de 50 Km. marsch willen behalen, wandelen onder het zingen van stapliederen verder door St Lenaerts, waar de heerlijke kerk bezichtigd wordt, langs de domeinen de Eester en de Hees door het schilderachtige gehucht Achtel en het dorp Wortel, waar de stemmige dorpskerk wordt bezichtigd, en stappen even blijmoedig als bij het vertrek na 18 u de oude vrijheid Hoogstraten binnen waar zij op het stadhuis worden verwacht."


Opnieuw toespraken en er is nog tijd voor een bezoek aan de zalen van het stadhuis en aan de 103 meter hoge kerktoren van Hoogstraten. Daarna wordt er ook nog eens afgesloten met "een gezellig bal", georganiseerd door de plaatselijk VTB-afdeling. Enkele "echte V.T.B.-globetrotters" (dixit) liepen de volgende dag ook nog het sluitstuk Hoogstraten - Minderhout - Zundert. De journalist van De Standaard sloot zijn verslag af met volgende conclusie:

"Het was een mooie dag voor V.T.B. en voor het Vlaamsche Kultureele leven want niemand zal ontkennen dat dergelijke toeristenpaden van het grootste belang zijn voor de ontwikkeling van den lust tot verstandig wandelen en de bevordering van het vreemdelingenverkeer en meteen van de toeristische industrie. Bovendien vormt het Door Verstraetepad een schakel tusschen Noord- en Zuid-Nederland, een bindteeken tusschen twee volkeren van hetzelfde ras en met eenzelfde kultuur."

Het hele traject tot de Nederlandse grens was in beide richtingen bewegwijzerd met blauw geschilderde betonnen paaltjes of geelzwarte emaillebordjes waarop blauwe richtingspijlen, 'Vlaamsche Toeristenbond' en het VTB-monogram. De bordjes waren aangebracht op huisgevels, tegen bomen enz.

In de loop van 1936 publiceert VTB ook een wandelgids in pocketformaat over het Door Verstraetepad. Een uitstekend gidsje, 64 pagina's dik en samengesteld door Lode de Bruyne. Naast heel wat heemkundige informatie over de plaatsen waar je als wandelaar passeert, zijn er ook een routebeschrijving in twee richtingen evenals 'een paar aanbevelingen' in terug te vinden. Achterin het gidsje ook een viertal uitneembare, geschetste kaarten van het hele traject op schaal 1/40.000.

Om bepaalde trajecten en verbindingen te kunnen opnemen, had VTB ook onderhandeld met privé-eigenaars van paden en domeinen: "De eigenaars laten de V.T.B.-ers welwillend door hun domein wandelen. Het is echter verboden er te kampeeren of luidruchtig te zijn teneinde het wild niet op te jagen. De eigenaars of hunne boschwachters hebben het recht de lidmaatschapskaart van den V.T.B. te eischen en in geval van overtreding deze te behouden om ze aan ons secretariaat door te zenden".
V.T.B. vond het ook nodig om de wandelaars enige gedragscodes mee te geven in verband met milieu en natuur. Meer nog dan vandaag was afval dumpen trouwens toen al een probleem...

"Ge gaat op wandel om te genieten van de heerlijke gave natuur! Denk er om dat deze natuur niet uw eigendom is, dat er na u nog menschen komen die ze even rein wenschen aan te treffen. Dus: laat alles zooals gij het gevonden hebt. Ruk geen takken of bloemen af, werp geen blikjes of papier weg. Hebt gij gepiknikt en wenscht ge de overschotjes niet mee te nemen, begraaf ze dan in den grond."
Idem voor vandalisme, niks nieuws onder de zon vandaag. De bewegwijzering van wandelpaden had toen zelfs vaker te lijden onder vandalisme. Graffitispuiters waren er nog niet, daarentegen waren beschilderingen op muren en inkervingen in bomen een pest: "Laat u nooit bekoren door dat brutale vandalisme dat namen en spreuken in boomschors kerft of de muren onzer historische gebouwen met opschriften bezoedelt. Vlaamsche toeristen houden van hun Vaderland met zijn rijkdom aan kunstschatten en frissche ongerepte natuurschoonheid. Zij zullen dit vandalisme steeds energisch bestrijden!" Aldus Lode de Bruyne op belerende toon in het gidsje over het Door Verstraete-wandelpad.
Al bij de inwandeling van het Door Verstraetepad bleek dat er schade was aangebracht aan de bewegwijzering kon een journalist van De Standaard vaststellen:

"Mogen de wandelpaden beschermd worden tegen het vandalisme van gewetenlooze vernielers! Want, eilaas, tijdens de wandeling konden wij reeds tot onze groote ergernis vaststellen dat men op een paar dagen tijds reeds gelegenheid had gevonden om enkele betonnen aanduidingspaaltjes te onthoofden en een emaille-plaatje door bekogeling met steenen onkennelijk te maken."

Beschadiging aan bewegwijzering was echt een probleem in de jaren '30, ook concurrent Touring Club de Belgique rapporteerde regelmatig moedwillige schade aan zijn padenmarkeringen.

De wandelpaden van VTB liepen allemaal in lijn, niet in lusvorm. Het openbaar vervoer was in die tijd sterker uitgebouwd dan vandaag en minstens even snel. Zelfs wie het traject helemaal uitwandelde tot in het Nederlandse Zundert, had transport om terug te keren: vanuit Zundert een bus naar de Belgische grens, daarna verder met bus en stoomtram naar Antwerpen via Brasschaat.

Met het Consciencepad (Halle - Beersel) en het Door Verstraetepad (Deurne - Zundert) had de Vlaamse Toeristenbond in 1936 alvast twee volledig bewegwijzerde en in een gids beschreven wandelpaden. Een summiere beschrijving van het Door Verstraetepad werd ook opgenomen in de gids 'Wandelingen door België' van de Antwerpse uitgeverij De Sikkel in 1938. Er werden nog enkele lange VTB-wandelpaden opengesteld het volgende jaar, allen in de provincie Antwerpen. Niet alleen had VTB zijn hoofdzetel in de stad Antwerpen, het provinciebestuur participeerde er ook aktief met subsidies voor nieuwe paden.
Werd het Door Verstraetepad een succes? Afgaande op de verkoop van het gidsje wel, het was in minder dan 2 jaren uitverkocht. Of er ook effectief veel over het Door Verstraetepad werd gewandeld is minder waarschijnlijk. Mogelijk was het succes toch niet zoals gehoopt, er werden twee jaren later al routewijzigingen in het vooruitzicht gesteld en er moest ook een betere bewegwijzering komen. Er stond eigenlijk al snel een grondige remake van het Door Verstraetepad op stapel, mogelijk onder een andere padnaam en met een nieuwe gids.

De ambitie van VTB om Vlaanderen van wandelpaden te voorzien was tomeloos. In de Ardennen werkte Touring Club de Belgique (TCB) aan hoge snelheid en met stevige overheidssubsidies aan een groot netwerk van toeristische wandelwegen sinds 1936 en wellicht vuurde dat ook V.T.B.-ondervoorzitter Jozef Van Overstraeten aan om hetzelfde te doen in Vlaanderen. Ongetwijfeld ook om TCB in snelheid te nemen door Vlaanderen te monopoliseren met VTB-wandelpaden en zo TCB zo maximaal mogelijk 'buiten te houden'.

Op 26 september 1937 stichtte VTB met veel enthousiasme eindelijk het al jaren geplande "Comité voor Wandelpaden". "Heel het Vlaamsche land moet binnen enkele jaren met een dicht net van schilderachtige VTB-wandelwegen overspannen zijn.", aldus comité-voorzitter Jozef Van Overstraeten in het ledenblad van V.T.B. De oprichting paste volledig in de wedloop tegen de TCB, die anderhalf jaar eerder in de Ardennen met het plan Cosyn al begonnen was met de uitrol van honderden kilometers bewegwijzerde langeafstandsroutes. De ambitie van Van Overstraetens wandelpadencomité is niet min: in een eerste ontwerp worden maar liefst 92 wandelroutes voorzien! Die zouden meestal twee steden in lijn verbinden en genoemd worden naar historische Vlaamse persoonlijkheden. Het toen al bestaande Door Verstraetepad is opgenomen als nummer 45 in die lijst.
Opvallend is dat men amper een goed jaar na de publicatie van de gids over het Door Verstraetepad en drie jaren na de padopenstelling al aan een naamsverandering denkt. Mogelijk zal de route naar dichter Jan van der Noot worden genoemd maar zeker is dat nog niet op dat moment. De wandelroute wordt ook niet geschrapt, het traject wil men grotendeels behouden. Dr. Remi Sterkens (1893 -1984), medeoprichter van de nog steeds bestaande Vereniging van Kempische Schrijvers, zal de taak op zich nemen om het Door Verstraetepad verder uit te werken. Zijn sterke literaire interesse was mogelijk de reden voor de geplande naamsverandering naar Jan van der Nootpad. Sterkens gaf in 1936 ook het bekende Sniederspad (de huidige GR 565) mee vorm.

1938 en 1939 waren gouden jaren voor de ontwikkeling van nieuwe VTB-paden. Het masterplan voor VTB-wandelpaden werd uitgerold aan een steeds sneller tempo. Jozef Van Overstraeten wou tegen 1940 het grootste deel van het ambitieuze padenplan gerealiseerd zien. Haast elke veertien dagen werd er wel een nieuwe V.T.B.-wandelroute officieel geopend in het Vlaamse land. Dat verliep bijwijlen nogal chaotisch. Publicaties van nieuwe routegidsen konden geen gelijke tred houden; lees: er was holderdebolder geen tijd om gidsen te publiceren, in het beste geval een tekst in het VTB-ledenblad. Idem voor de bewegwijzering: die was er vaak nog niet bij de opening, zodat het achteraf bekeken soms eerder om eenmalige huldebetonen, redevoeringen, feestvieringen en inwandelingen ging. Zonder padbeschrijving en vaak ook zonder padmarkeringen die het permanent karakter van een wandelroute kunnen bestendigen.
Vanaf de tweede helft van 1939 kwam aan de stroom van wandelpadinhuldigingen een vrij abrupt einde. De mobilisatie had ingrijpende maatschappelijke gevolgen. Zo werd VTB door de Belgische militaire overheid gesommeerd om alle padbewegwijzering weg te halen omwille van strategische redenen. De inhuldigingen van nieuwe wandelpaden gingen nog wel enkele maanden door maar met de uitbraak van WO II in mei 1940, was het ook daarmee volledig gedaan. Alles viel meer dan een jaar stil, tot de situatie onder Duitse bezetting enigszins stabiliseerde en men in de loop van 1941 wat bekomen was van alle verwoestingen en ontwrichtingen.

Donkere tijden. Niet het moment om nieuwe bewegwijzering aan te brengen of voor feestelijke inhuldigingen. In afwachting van het einde van de oorlog wil VTB-ondervoorzitter en bezieler van de VTB-wandelpaden, Jozef Van Overstraeten, voorlopig vooral focussen op de beschrijvingen van de al bestaande wandelroutes. Hij geeft die betaalde opdracht aan zijn trouwe medewerker en secretaris Hugo Eggenstein (1910 - 1981). Die aanvaardt de taak om wandelgidsen samen te stellen maar is er zich van bewust dat door de oorlogstoestand vele itineraria van wandelroutes zullen moeten worden gewijzigd, met name in militair gevoelige omgevingen van munitieopslagplaatsen, luchtdoelbatterijen, opgeëiste militaire eigendommen, enz... Eggenstein realiseert zich ook dat bij het einde van de oorlog alles opnieuw zal moeten worden herbekeken en dat daardoor publicaties van wandelroutes snel weer verouderd en onverkoopbaar kunnen worden. "Het is alleszins te veronderstellen dat de thans te volgen wegen niet zoo interessant zullen zijn als degene, die kunnen gevolgd worden wanneer deze hindernissen thans niet bestonden" laat hij weten aan Van Overstraeten in september 1941.

Als Antwerpenaar gaat Hugo Eggenstein vooral op verkenning op de paden die uitwaaieren vanuit de Antwerpse stadsagglomeratie. Eerst komt het Door Verstraetepad aan de beurt. Zoals al geprojecteerd in 1937, zat er - wellicht onder invloed van Remi Sterkens - een padnaamverandering aan te komen. Het wordt inderdaad het Jan van der Nootpad maar wel enkel voor het deel Antwerpen - Brecht. Het traject van het oude Door Verstraetepad werd immers in twee gekapt. Waarom? Omdat men bij V.T.B. de oorspronkelijke padafstand van 70 km veel te lang vond! Er waren daarvoor minstens twee wandeldagen nodig en de enige plaats met 'behoorlijke overnachtingsgelegenheid' was te Hoogstraten, dat helemaal niet halverwege lag, 'zoodat men ofwel te vroeg ofwel te laat zijn logies moest betrekken, al naar gelang men uit de richting Zundert of uit de richting Antwerpen opstapte'.

Het deel Brecht - Hoogstraten - NL-grens bij Zundert werd behouden als een aparte wandelroute, het Gustaaf Segerspad. Gustaaf Segers? Doet een belletjes rinkelen, want Van Overstraetens oorspronkelijke idee uit 1932 voor een wandelroute van Antwerpen naar Hoogstraten was toen al gekoppeld aan de naam Segers. Exit dus voor het eerste langeafstandspad en exit ook voor Door Verstraete en zijn schilderspalet. De twee nieuwe Vlaamse helden komen uit de literatuurwereld.

De naam Theodoor Verstraete werd door Jozef Van Overstraeten in de ijskelder gestopt voor een toekomstig te creëren wandelroute door de Kempische landschappen, waar de schilder zich thuis had gevoeld. Dat latere Door Verstraetepad zou er nooit komen, het idee werd nooit meer opgepikt.
Jonker Jan van der Noot (1539 - ongeveer 1595) was een 16de eeuwse Vlaamse dichter. Zijn poëzie was sterk geïnspireerd op de Franse renaissance-dichtkunst, soms ging het over vertalingen. Zowel zijn leven als werk waren vaak controversieel. Als reactionair calvinist moest hij in de woelige periode van de Beeldenstorm vluchten naar Engeland om zich dan later toch weer te vestigen in Antwerpen in vrede met het katholicisme. Op latere leeftijd gebruikte hij zijn poëtisch talent vooral voor commerciële opdrachten. Van der Noot was afkomstig uit Brecht en vestigde zich in de loop van zijn leven te Antwerpen. Het wandelpad dat in 1942 zijn naam adopteerde als gedeeltelijke opvolger van het Door Verstraetepad, vertrekt bij de stad Antwerpen en loopt tot Brecht, waar zijn geboortehuis stond ('t Verbrand Hof) en waar een standbeeld staat.
Gustaaf Segers (1848 - 1930) dan weer komt uit een heel andere tijd. Hij schreef een enorm oeuvre aan essays, novellen en romans bij elkaar, bijna steeds gesitueerd in een Kempisch decor. Rasechte Hoogstratenaar van geboorte tot dood. Als onderwijzer hechtte hij veel belang aan het correct gebruik van het Nederlands.
Voor het getransformeerde Door Verstraetepad heeft Hugo Eggenstein in juni 1942 het wandelgidsje over het 30 km lange Jan van der Nootpad (Antwerpen - Brecht) klaar en enkele weken later ook dat van het 37 km lange Gustaaf Segerspad (Brecht - NL grens). Officieel worden deze pocketwandelgidsen ons bezorgd door Jozef Van Overstraeten, vertelt de cover. De ongeveer 50 pagina's tellende gidsen worden verkocht aan 5 frank 't stuk via het VTB-secretariaat, toen gelegen aan de Sint-Jacobsmarkt te Antwerpen. Voor een halve frank meer wordt de gids ook opgestuurd na betaling via postchequerekening.

Hiermee neemt VTB ook een nieuwe start voor zijn wandelpaden, het Jan Van der Nootpad kreeg nummer 1 opgeplakt en het Gustaaf Segerspad nummer 2. Deze uitgavenreeks werd nog voortgezet tot 1960 met nummer 12, hoewel de meest uitgaven verschenen tijdens de oorlogjaren en kort daarna. Het moet gezegd dat 'de oorlogsgidsjes' kwalitatief minder waren dan de drie padengidsen die VTB voor 1940 had gepubliceerd (Consciencepad, Door Verstraetepad en Jan Hammeneckerpad). Dat had alles te maken met enerzijds de povere papierkwaliteit door schaarste en anderzijds Nazi-censuurregels waardoor geen kaarttrajecten in de gids konden worden afgebeeld. De Duitse bezetter legt VTB geen automatisch verbod op voor weergave van kaarten maar er mogen alvast geen militair gevoelige locaties op voorkomen, zelfs niet delen van de Antwerpse fortengordel, die eigenlijk zijn functie tijdens WO II al grotendeels verloren had. De gedrukte gids moet dan na afwerking nogmaals de Nazi-censuur passeren, wat vermoedelijk Van Overstraeten heeft doen besluiten om helemaal geen kaarten in de gidsen te laten opnemen, teneinde het risico op confiscatie te vermijden.

Het noordelijke traject van het voormalige Door Verstraetepad, wordt nogal 'bijgeschaafd' bij de omdoping naar Gustaaf Segerspad door Hugo Eggenstein. Waarom Eggenstein of De Bruyne die trajectwijzigingen tussen Brecht en de Nederlandse grens doorvoerde is wat onduidelijk, ze lijken niet meteen een verbetering, wel eerder integendeel. De in 1942 hertekende route loopt meer over steenwegen en grotere landwegen. Misschien maakte het niet zoveel uit qua wandelbeleving. Met name de intensiteit van het autoverkeer was toen niet vergelijkbaar met de huidige situatie en bovendien waren veel wegen en paden niet van die aard om er met hoge snelheid over te vliegen. Mogelijk stonden die trajectwijzigingen in verband met hoger genoemde gevoeligheid voor passage langs militair gerelateerde locaties. Officieel formuleert Eggenstein het zo in de gids: "Op bepaalde punten konden interessanter wegen gevolgd worden: sommige paden werden voor het publiek gesloten; hier en daar ontstonden nieuwe merkwaardigheden of diende op andere bijzonderheden de aandacht gevestigd enz." .
Zowat tegelijk met de uitgave van deze eerste twee wandelgidsen in het kader van een herstart, lanceert VTB nog iets nieuws: het Herinneringsboekje. Bedoeling is dat de wandelaar die onderweg is over een VTB-pad, zijn gidsje laat afstempelen op vastgelegde 'controleposten'. Met die stempels als bewijs kan hij bij een VTB-vertegenwoordiger zijn Herinneringsboekje laten valideren. Wie kan bewijzen dat hij acht VTB-paden afwandelde, "wordt een prachtig eere-diploma door den bond aangeboden". Pas twee jaren later kan VTB melden dat het 50ste genummerd boekje is afgehaald op het sekretariaat. Ze beloven een prijzentombola na afhaling van het 100ste boekje maar nog een jaar later, in 1945, horen we niks meer van het Herinneringsboekje. Evenmin van een tombola ter gelegenheid van het 100ste boekje... Sterker, vermoedelijk heeft niemand ooit 'een eere-diploma' behaald, want in 1945 waren er nog geen 8 wandelpaden gerealiseerd sinds de heropstart in 1942! Kortom: dat concept was een mislukking.

Nochtans wordt er tijdens de oorlogsjaren wel gewandeld over de VTB-paden. Internationale plezierreizen zijn immers grotendeels weggevallen en VTB neemt initiatieven om in groep de VTB-wandelpaden te verkennen. Ook de gidsjes verkopen goed, VTB wil de prijs (5 frank) bewust laag houden, eigenlijk verkopen ze ze met licht verlies ondanks de armzalige ersatz-papier- en drukkwaliteit. Het gidsje over het Jan van der Nootpad was na goed een jaar reeds uitgeput, dat van het Gustaaf Segerspad na twee jaren. Beide gidsen kregen een nieuwe druk, respectievelijk in 1944 en 1946. Bij die gelegenheid werd het startpunt (of eindpunt) van de route gewijzigd. Het Jan van der Nootpad vertrok vanaf 1944 bij het Sterckshof te Deurne, zodat de wandelaar eerst nog een extra wandeling van 2 km door de mooie parken van Het Rivierenhof voor de boeg had.
De Vlaamse Toeristenbond gaat door een moeilijke periode bij en na het einde van WO II. Terechte en onterechte vervolgingen voor vermeende oorlogscollaboratie van VTB-medewerkers veroorzaken ontslagen en bestuurswissels op alle niveaus. Inflatie en nog steeds papierschaarste heeft bovendien tot gevolg dat de uitgave van VTB-wandelgidsen wat met horten en stoten verloopt tussen 1946 en 1950. Uiteindelijk begint de werking rond VTB-wandelpaden ook wat weg te kwijnen. Halverwege de jaren '50 valt het concept op een handvol geïsoleerde initiatieven na, grotendeels stil. VTB leeft wel weer helemaal herop in de jaren '50. Zelfs Jozef Van Overstraeten is na een periode van opsluiting weer helemaal terug, aanvankelijk als redacteur en hoofdredacteur van het ledenblad onder pseudoniem Huib Ceulemans, vanaf 1952 als oppermachtig voorzitter van V.T.B., en dat tot liefst 1980! Het vooroorlogse masterplan rond de creatie van een honderdtal wandelroutes in Vlaanderen is echter op sterven na dood en begraven. De tijdsgeest is ook veranderd. Niet alleen verschuift de aandacht van VTB almaar sterker naar de interesses en behoeften van de autotoerist, het produkt van een lange dagwandeling in lijn raakt helemaal uit de mode in de jaren '60. Wie een auto heeft, rijdt liever ergens naar toe en maakt daar een luswandeling om zo weer terug te keren naar de auto.

Daarmee doofde ook de interesse voor de VTB-wandelroutes uit. Ze beantwoordden niet meer aan de vraag naar aantrekkelijke wandelmogelijkheden. In de jaren '50 verschijnt er soms nog wel een gids van een wandelroute of een padbeschrijving in het VTB-VAB-ledenblad maar daar blijft het bij. Zo verdwijnen ook het Jan van der Nootpad en het Gustaaf Segerspad - opvolgers van het Door Verstraetepad - in de vergetelheid. Begin jaren '50 waren de meeste gidsen niet meer verkrijgbaar en van systematische bewegwijzering was ook al lang geen sprake meer. De Vlaamse Toeristenbond zou in de loop van jaren '70 wel opnieuw wandelroutes ontwikkelen, maar die waren op andere leest geschoeid. Een heel verschillend verhaal, dat we wel eens op een andere keer vertellen.
Op de volgende pagina, een wandelverslag over het Door Verstraetepad in de 21ste eeuw!
Wandelverslag Door Verstraetepad
Bronnen:

Door Verstraetepad, te voet van Antwerpen naar Zundert, VTB, 1936
Jan Van der Nootpad, te voet van Antwerpen naar Brecht, VTB, 1942 en 1944
Gustaaf Segerspad, te voet van Brecht naar de Nederlandsche Grens, VTB, 1942
Toerisme, tijdschrift VTB, jaren 1922 - 1949
Het Schildersboek, Vlaamsche Schilders der negentiende eeuw, Pol de Mont, 1901
V.T.B.-archief, ADVN - Archief voor Nationale Bewegingen
V.T.B.-jaarboeken jaren '50
OKV-tijdschrift 2004/4
Vzw Grafzerkje
KBR-archieven
Krantenarchieven De Standaard, Het Laatste Nieuws, Het Handelsblad, De Grondwet
Wandelingen door België, uitgeverij De Sikkel 1936
Nog datzelfde jaar (1935) kon V.T.B. een tweede wandelroute inwandelen. Weer een primeur, voor het eerst ging het - gezien de afstand van 67,5 km tussen Deurne en de Nederlandse grens - om een meerdaagse tocht, een eerste bewegwijzerde langeafstandsroute dus. Het wandelpad door de Noorderkempen kreeg echter niet de naam opgeplakt van de Hoogstraatse letterkundige en auteur Gustaaf Segers zoals in 1932 aangekondigd maar van de inmiddels wat vergeten Vlaamse schilder Theodoor Verstraete. Het Door Verstraetepad dus.

In 1935 bewegwijzerde de "Vlaamsche Toeristenbond" (V.T.B.) het eerste recreatieve langeafstandwandelpad in Vlaanderen. Het liep tussen Antwerpen (Deurne) en de Nederlandse grens bij Zundert via Schoten, 's Gravenwezel, Sint-Job-in-'t-Goor, Brecht, Wortel, Hoogstraten en Minderhout. De wandelroute was evenwel een kort leven beschoren.

Theodoor Verstraete, 'Naar de Dodenwake'
Theodoor Verstraete-standbeeld in het Antwerpse Stadspark
Graf van Theodoor Verstraete, begraafplaats Schoonselhof
Eerste bewegwijzering V.T.B.-wandelpaden
Tips voor 'de marscheerder' in 1923
(Uit het V.T.B.-ledenblad)
Theodoor Verstraete, 'In den Boomgaard'
Door Verstraetepad, zoals gepubliceerd in 1938)
Aankondiging van het inhuldigingsprogramma voor het Door Verstraetepad in V.T.B.-ledenblad De Toerist op 1 augustus 1935
De 64 pagina's tellende wandelgids uit 1936 van het Door Verstraetepad, voorzien van een reeks
aparte kaartintekeningen. Een stippellijn geeft het traject weer. (kaartuitsnede)
Postkaart uit eind jaren '30 met een beeld van de wandelroute door de bossen rond Sint-Job-in't-Goor.
V.T.B.-wandelgidsen uit 1942
Uit de Nederlandse krant Dagblad De Grondwet
van 11 september 1935

V.T.B.-wandelcredo: cultuur via natuur

Theodoor Verstraete, met verf en penseel

8 september 1935: inwandeling van 52 km!

Teloorgang V.T.B.-wandelpaden

V.T.B.-comité voor wandelpaden

Oorlogsjaren: J. van der Nootpad & G. Segerspad

Startpagina > Wandelen > Wandelgeschiedenis > Door Verstraetepad