Noot: de huidige Oostkantons (Eupen - Malmedy - Sankt-Vith) behoorden in 1911 nog tot het Pruisisch grondgebied. De paden daar (op de kaart bruin-oranje stippellijnen) werden uitgewerkt door het Eifelverein. Pas na 1920 zouden de Oostkantons van Duitsland naar België 'verhuizen'.

De lijst van wandelpaden, uitgetekend door Charles J. Comhaire en te bewegwijzeren op het terrein door zijn vereniging Le Vieux-Liège:

Liège - Herve - Aachen. Bewegwijzering: wijst richting Luik, er wordt een L aan toegevoegd naar Luik, een A naar Aachen.
Luik bij de Pont d'Amercoeur - Thier de la Chartreuse - Robermont - Bois-de-Breux - Beyne - Fléron Croupet - La Clef - Ayeneux - Soumagne - José - Herve - Battice - Croix Polinard - Thimister - Clermont-sur-Berwinne - Henri-Chapelle - Vivier - Château de Streversdorp - Montzen - Hoof - Moresnet - grens - 'Neutraal-Duitsland' (= ex-Neutraal Moresnet) - Altenberg (nu Kelmis). Vanaf de grens tot Aken bewegwijzerd het Eifelverein met een gelijkaardig minderdanteken van gele kleur. Of je kunt de tram naar Aken nemen. In 1911 werd route 1 helemaal bewegwijzerd.

Liège - Aubel - Aachen. Bewegwijzering: + een L aan toegevoegd richting Luik, een A richting Aachen.
Luik - Jupille - Wandre - Dalhem - Aubel - Gemmenich - Drielandenpunt waar weg 1 wordt vervoegd evenals het Eifelvereinpad naar Aken.

Liège - Visé - Aachen. Bewegwijzering: + een L richting Luik en een A richting Aachen.
Luik - Herstal - Oupeye - Hermalle - Visé - vallei van de Voer - Drielandenpunt - vervoeging wegen 1 en 2 en verder over het Eifelvereinpad naar Aken.

Liège - Spa - Malmedy. Bewegwijzering: + een L richting Luik, een M richting Malmedy.
Luik - Chenée Vieux-Barrière - Vesderbrug - Thier des Crikions- Embourg La Hazette - Les Cours - Beaufays - Beaufays kerk - Croix Michel - Château de Gomzé - Blindef - La Haute Folie - Deigné - Hautregard - Jehanster - Mont-Winamplanche - Marteau - Spa - Francorchamps - Malmedy (samenkomst met route 8).
Route 4bis met bewegwijzering is een diverticulum (variant traject / niet op de kaart) via Louveigné - Theux - ruïnes Franchimont - Spa. Het is onduidelijk of deze route ooit werd bewegwijzerd.

Liège - Bastogne - Trier. Bewegwijzering + een L richting Luik, een T richting Trier.
Luik Monument Gramme aan de Pont de l'Exposition (= de huidige Pont de Fragnée) - Luik Quai de l'Ourthe - Luik oude molen Aguesses - Luik Spoorviaduct en rechts - Luik Rue de Kinkempois - Luik Route de La Belle Jardinière en eerste holle weg links en hogerop rechts - Angleur Bois de Kinkempois (verdwenen sinds WO I) - Opnieuw vervoeging met Route de la Belle Jardinière - 3 oude grenspalen langs de weg - Bai Fawe rechtuit pad op - Uitzicht boven Luik - bos - Romeinse tumulus - Sart-Tilman - rechte veldweg - links langs bosrand - rechts door dennendreef - 'A la croix bleue' links - Famelette - oude steenweg - einde rechts dalen - zicht op Esneux - Ferme de Nomont - verkeersweg rechts - weg links - La Roche-aux-Faucons (rotsen) - pad met splitsingen naar culminerend punt met belvédère- Croix Véré - rechtdoor en kruisende weg links naar Plainevaux - dorpscentrum Plainevaux - rechts dalen en pad door weide - Le Moulin - Li Fène Pire (rotsen) - Hoûte-si-Ploû - La Grange centrum links - Kapel Simon rechtdoor - Villers-aux-Tours - Anthisnes - La Ferme de l'Au-delà des Bois - Comblain-la-Tour Ourthebrug over en rechts langs spoorlijn - (aftakking route 13 bij het oude postgebouw van Comblain-la-Tour = kruising huidige Rue des Ecoles met Rue du Vicinal) - Comblain uit langs spoorlijn - daarna eerste spoorunderpass en dadelijk rechts - Xhignesse - Hamoir - Rochers de Sy - Logne burchtruïnes - Vieuxville - Izier oud kasteel - Villers-St-Gertrude - Roche à Freyne - Heyd - Wéris megalieten en dolmen - Fisenne kerk - Blier - Amonines - Marcouray - Cielles - La Roche - Rochers de Mousny - Wyompont - Bastogne - Arlon - Luxemburg.
Het pad vertrok bij het Monument Gramme in Luik en was in 1911 al bewegwijzerd tot Xhignesse en dat bleef enkele jaren zo. Er was te Xhignesse wellicht een probleem om de Ourthe te kruisen, later kon dat via een spoorlijnpasserelle, pas in april 1914 werd de bewegwijzering zuidelijk van Xhignesse doorgetrokken. Het is weinig waarschijnlijk dat deze route ooit werd bewegwijzerd zuidelijk van de Ourthevallei richting ultieme eindpunt.

Aachen - Bastogne. Bewegwijzering + een A richting Aken, een B richting Bastogne.
Vertrek Aken over een Eifelvereinpad met een rode O op witte achtergrond, afsplitsing en dus begin Chemin de Touristes nr 6 te Astenet.
Astenet - Baelen - Dolhain Pont d'Arcole - Limbourg - Goé - Béthane - Stuwmeer Gileppe - Jalhay - Cherneux - Spa - Coo waterval - Trois-Ponts - Lierneux - La Baraque Fraiture - Houffalize - Bastogne. Vanuit Bastogne wordt nog een voortzetting voorzien naar Chimay - Florenville - abdij Orval tot Avioth (Frankrijk).

Liège - Limbourg - Monschau. Bewegwijzering + een L richting Luik, een M richting Monschau. Via de Vesdervallei en het Hertogenwald.
Chenée Vieille Barrière - Chenée kerk - Les Cours - Vaux-sous-Chèvremont - Ster - Chaudfontaine - Bois Les Dames - La Brouck - Fraipont - Pepinster - Verviers - Limbourg - Goé - Stuwdam Gileppe - Hertogenwald - Chêne du Rendez-Vous (boom) - Maison Drossart -


Liège - Aywaille - Malmedy. Bewegwijzering + een L richting Luik, een M richting Malmedy. Langs de Ourthevallei (Tilff - Esneux - Poulseur) en de Amblèvevallei.
Luik Pont d'Amercoeur - Chenée Vieux-Barrière (hier begint de bewegwijzering) - Chenée Rue Neuve - Vesderbrug - onder spoorviaduct - beneden aan de Thier des Crikions rechts - Sauheid - Au Bout du Monde (rotsen) - Sainval - Tilff Place du Saucy - Tilff Place de l'Eglise - Tilff Avenue de la Grotte - Tilff Chapelle Ste Anne links - Tilff Grotte Ste Anne - Ourthepad langs oever naar Méry - Ourthebrug Méry over (treinstation) - links oeverpad Ourthe - Hony Rue du Centre links - Ourthe oversteken en pad rechts - Ourthe volgen - Esneux Avenue St-Michel - Esneux kerk - Esneux trappenpad tegenover de kerk afdalen - Esneux beneden links en langs station - Esneux langs Ourthe zuidelijk - Evieux - Souverain-Pré - La Gombe spoorbrugpasserelle over - Poulseur centrum rechts - Poulseur kerkhof - Chanxhe Ourthebrug over - Chanxhe kerk links - paden naar Fraiture (nu gedeeltelijk steengroeve en niet meer te volgen, route 13 splitst naar rechts af in voormalig bos bij Chanxhe, nu groeve) - Fraiture - Rouvreux - Gotale - Château d'Amblève - Aywaille - Dieupart - Sougné brug - Amblève kade - Remouchamps grotten rechts - Remouchamps links langs voormalig station en rechts stijgende weg langs kruis en verder rechtdoor en dalen - Sedoz - Ninglinspo-vallei omhoog - bijna boven rechts dalende holle weg en weer stijgen en naar rechts - padenwissels dalend naar Quarreux - Quarreux Gare - Naze - Targnon moulin - Targnon - Stoumont kerk - Chapelle Sainte-Anne - La Gleize kerk - Coo station Roanne-Coo (route 6 sluit aan)- Coo waterval (route 6 splitst weer af) - zigzag stijgen naar Belvédère Jean - Belvédère de Ster - Parfondruy - Stavelot Gare sporen over - Stavelot kerk - Stavelot Place du Marché (= Place St Remacle) - Stavelot voormalige abdijkerk links houden - Stavelot Rue Gustave Dewalque links - brug en stijgende weg - Stavelot pad door ruïnes oud kasteel - langs Amblève - Passerelle de Challes - Wavreumont Fontaine - Oude grenspalen 123-126-127-129-131 - source miraculeuse - Pouhon des Iles - Malmedy Place de Rome - Malmedy kerk (samenkomst met route 4).

Opmerking: deze Chemin de Touristes nr 8 vond Comhaire zelf misschien wel de aantrekkelijkste, omwille van de vele attraktieve passages en bezienswaardigheden rond de valleien van Ourthe en Amblève.


Liège - Huy - Namur (rechteroever Maas). Bewegwijzering + een L richting Luik, een N richting Namur. Door de Maasvallei.
Luik Monument Gramme - Luik Quai Gloesener - Luik Viaduct Kinkempois - Luik Renory - Seraing 'Li Bai Vivi' (= Le Beau Vivier) - La Croix St-Hubert (= scheidingspunt met route 11, vandaag militair kerkhof Ougrée) - Seraing La Chatqueue - La Boverie - Val-Saint-Lambert - Ivoz centrum - Ramet - Engihoul - Clermont-sous-Huy - Hermalle-sous-Huy - Ferme de Hottine - Ombret - Château de Gée - Tihange - Huy - Ahin - Vacheresse - Le Trou Manteau - Ruïne du Château de Beaufort - Ben - Andenelle - Andenne - Loyers - Lives-sur-Meuse - Jambes - Namur.
Verderzetting naar Thuin voorzien.

Liège - Huy - Namur (linkeroever Maas). Bewegwijzering + een L richting Luik, een N richting Namur. Door de Maasvallei.
Luik Saint-Gilles - Thier de Tilleur - Rues de Cimetière - Mabotte - Waleffe - Bois des Pourceaux (?) - Jemeppe - Rue des Tomballes - Rue des Kessalles - Flémalle-Grande - Flémalle-Haute - Chokier - Château de Chokier - Château d'Aigremont - Les grottes dites 'd'Engis' - Les Kessales - Château de Warfusée - Amay - Ampsin - Huy - Statte - Bas-Oha - Java - Seilles - Namêche - Marche-les-Dames - Beez - Namur.


Liège - Dinant. Bewegwijzering + een L richting Luik, een D richting Dinant.
Luik Monument Gramme - Luik Quai Gloesener - Luik Viaduct Kinkempois - Luik Renory - Seraing 'Li Bai Vivi' (= Le Beau Vivier) - La Croix St-Hubert (= scheidingspunt met route 9, = kruispunt bij militair kerkhof Ougrée) - Bois des Boncelles - Seraing Bois de la Vecquée - Ruisseau du Chera (beek) - La Neuville - Les Sept Fawes - St-Séverin-en-Condroz - Le Fraineu (Fraineux) - Villers-le-Temple - Saint-Vitu - Château d'Abée - Ramelot - Modave - Ciney - Dinant. Verderzetting naar Chimay voorzien. Begin 1912 bewegwijzerd tot Ruisseau du Chera.
Verbinding Chanxhe - Comblain-la-Tour (oorspronkelijk 8bis genaamd, niet op de kaart) met bewegwijzering + een C richting Chanxhe en nog een C richting Comblain-la-Tour, vormt een verbinding tussen routes 5 en 8. Aftakking van route 5 bij het toenmalig postgebouw van Comblain-la-Tour (kruising Rue des Ecoles met Rue du Vicinal). Aansluiting op route 8 in het bos bij Chanxhe (nu steengroeve). In de lente van 1914 wordt deze route zuidelijk verder doorgetrokken via Comblain-Fairon tot Hamoir als alternatief op route 5, die via Xhignesse naar Hamoirloopt.
In de zomer van 1913 werd beslist het groene plusteken te vervangen door omwille van plannen om dit pad verder door te trekken, het werd op 6 maart 1914 ook effectief op het terrein gewijzigd.
Chanxhe gare - Chanxhe brug oversteken (eerste tekens) - Chanxhe kerk links - paden naar Fraiture (nu gedeeltelijk steengroeve en niet meer te volgen, route 8 splitst af naar links in voormalig bos bij Chanxhe, nu groeve) - Fraiture - Doux-Flamme station Liotte - Amblève oversteken - Comblain-au-Pont station sporen oversteken - Pont de Sçay Ourthe oversteken en links - Comblain-au-Pont via stijgende en dalende bospaden en Rue du Moulin naar kerkhof en oude Tour St Martin - dalen naar centrum en kerk Comblain-au-Pont - Ourthe oversteken en rechts Quai Kepenne - pad tussen Ourthe en rotsen en verderop door weiden - Comblain-la-Tour links houden over paden en straten door centrum tot aansluiting op route 5.
Verlenging Comblain-la-Tour - Hamoir (vanaf lente 1914): Comblain-la-Tour Ourthebrug over en links - oude weg naar Comblain-Fairon - ingang dorp rechts en links dalende straat - erf grote hoeve oversteken - links en daarna rechts rond de kerk van Fairon - einde dorp links oeverpad langs Ourthe en volgen tot Hamoir.


Andere bewegwijzering:


gele bollen of strepen zonder achtergrondkleur op plaatsen waar de standaardtekens bij gebrek aan geschikt steunpunt niet goed kunnen worden aangebracht, bvb op rotsen of op de stam van dunne bomen.

teken ingevoerd vanaf augustus 1913 om op een padsplitsing een niet te volgen pad aan te duiden, enkel wanneer er op het juiste pad geen geschikt steunpunt is voor de gewone bewegwijzering.
Terwijl het volgen van een gemarkeerde wandelroute tegenwoordig de evidentie zelve lijkt, vond Comhaire het meer dan 100 jaar geleden nodig om in de krant La Meuse (12 april 1912) de wandelaar grondig te brieven over hoe dat in zijn werk gaat:
"Het principe van een "Toeristenweg" is elementair als volgt: over het hele traject zijn geverfde tekens aangebracht op muren, rotsen, bomen, afsluitingen. Een cirkel, een kruis, een X, een W, een pijl, twee verticale strepen, enz. Eén enkel teken voor een bepaalde wandelweg. Het volstaat om al gaande te blijven uitkijken of je nog een teken tegenkomt langs de gevolgde weg. Het is ook voldoende om op het moment dat je aankomt bij een wegenkruising, hoe klein ook, uit te kijken naar een volgend teken 10 of 20 meter verder langs een van de wegen. Kinderlijk eenvoudig".
Inderdaad, zo'n uitleg hoeft in de 21ste eeuw zelfs niet meer maar begin 20ste eeuw was het volgen van een met geometrische tekens gemarkeerd pad nog een nieuwigheid. Vergelijk het met uitleggen vandaag hoe het (vrij recent)e wandelknooppuntennetwerk in elkaar zit.
In de krant La Meuse van 21 oktober 1911 had Charles Comhaire al eerder gepresenteerd hoe de bewegwijzering juist in elkaar zat. De hoofdkleuren van de bewegwijzering zijn geel-karmijnrood, niet toevallig, het zijn ook de kleuren van de stad Luik en de Waalse vlag, een symboliek waaraan Comhaire sterk is gehecht. Idem voor de verbindingswegen waar groene tekens symbool staan voor een andere Waalse trots; het zijn de kleuren van Franchimont (cfr het heldhaftige militair verzet van de 600 Franchimontezen).
Comhaire: "We adopteerden - en zullen adopteren naargelang verdere studie en uitvoeringswerken - tekens die in rood worden geverfd op een gele achtergrond. Soms zullen kortere verbindingswegen - een diverticulum - tussen hoofdwegen, gemerkt worden met een groen teken maar wel op eveneens gele achtergrond. Men herkent hier zonder moeite de nationale kleuren in van Luik en Franchimont. (...) We voegen aan de tekens van een wandelroute telkens twee letters toe, die staan voor de beginletters van de start- en aankomststad. Daardoor kunnen toeristen die eender waar de wandelroute oppikken meteen vaststellen welke richting ze moeten uitgaan. Op het aankomst- en vertrekpunt, evenals op aansluitingen met andere toeristenwegen, zullen geelrode borden worden geplaatst met naast het wegteken ook expliciet de eindbestemming op aangegeven en eventueel de belangrijkste etappes (noot: cfr het Eifelverein-systeem)."
Zo'n infrastructuur van bewegwijzering op poten zetten kost natuurlijk geld. Bovendien wil Le Vieux-Liège na het beëindigen van de belangrijkste werken ook een kaart of gids publiceren. Daarom worden bij de stad Luik subsidies aangevraagd. Het stadsbestuur stemt in met een subsidie van 300 franken, op voorwaarde dat Le Vieux-Liège voor de 'Chemins de Touristes' samenwerkt met een archeologische vereniging van Luik en met de net opgerichte toeristische dienst van Luik. Ook vanuit de nog jonge Touring Club de Belgique (TCB) kan Le Vieux-Liège rekenen op 500 frank subsidie voor de bewegwijzering in de provincies Luik en Luxemburg. Toch lijkt het niet zo vlot te lopen met de effectieve uitvoering van die subsidiëringbeloftes vanuit de overheden. Le Vieux Liège moet nogal geduld hebben.

De vereniging pakt de werken snel aan, al in de lente van 1911, nog voor het routeplan wordt gepresenteerd in de krant La Meuse. Alle uitgetekende routes worden ook tegelijk aangepakt voor bewegwijzering. Op zondag 9 juli 1911 kan de eerste 'Chemin de Touristes' officieel worden opengesteld met een inwandeling. De route met nummer 1 loopt via het Land van Herve tussen Luik en Aken. Wie er die zondag bij wou zijn, moest vroeg uit de veren: al om 6 u 10 moesten deelnemers de trein in Luik nemen om dan om 8u41 aan de start van de inwandeling te zijn bij het treinstation van Aken (er was toen een tijdsverschil tussen Duitsland en België). Daar werd eerst plaatselijke bewegwijzering van het Eifelverein gevolgd, een geel <- teken richting Belgische grens, daarna het rode >-teken van Toeristenweg nr 1 van Le Vieux-Liège, door het Land van Herve richting Luik.

En het ging vooruit. Nog geen maand later, op de eerste zondag van augustus 1911, kon een eerste deel van de route boven de Ourthevallei (nr 5) worden ingewandeld, Luik - Sart-Tilman - Plainevaux - Anthisnes - Hamoir. Amper enkele weken later, op donderdag 23 augustus 1911, was het de beurt aan een inwandeling van een eerste routedeel Luik - Spa - Malmédy (route nr 4), met een dagetappe van Luik naar Winamplanche. Er werd toch wel over stevige afstanden gewandeld, ondanks het geaccidenteerde landschap. Wie mee wou voor deze inwandeling, moest ook al om 7u30 aan het viaduct van Chenée zijn. De terugtocht op het einde richting Luik gebeurde dan per trein. In oktober 1911 vindt nog een vierde inwandeling plaats, het eerste deel van de route Luik - Aywaille - Malmédy (route nr 8) is immers al van tekens voorzien tussen Luik en Aywaille. Wie geen lid is van Le Vieux-Liège kan ook altijd deelnemen aan deze wandeltochten van Le Vieux Liège, mits een bijdrage van 1 frank voor een grote wandeling en 50 centiemen voor een kleine.
Op bezienswaardige sites, zoals bij ruïnes en op uitzichtpunten, wil Le Vieux-Liège ook informatieve borden plaatsen met toelichting over de site. Al die tekstborden wil Comhaire bovendien ook in twee talen, niet Frans-Nederlands maar Frans-Duits. Bedoeling is uiteraard om behalve interesse te wekken bij de Luikse bevolking, ook de Duitse wandelaars en toeristen naar de Ardennen te lokken. De Duitse grens lag - vanuit Luik bekeken - toen ook nog een stuk korter bij België. Comhaire hoopt dan ook dat de Duitse kranten veel aandacht zullen besteden aan de 'Chemins de Touristes'. Dat zou later niet echt geval blijken te zijn voor zover we konden nagaan, zelfs het ledenblad van het Eifelverein zou de volgende jaren geen aandacht aan de langeafstandspaden in de Ardennen schenken.
In 1912 wordt niet gewacht tot de lente om de bewegwijzeringswerken te hervatten, al in februari zijn de vrijwilligers van Le Vieux-Liège alweer op pad in het Land van Luik. In april 1912 publiceert Charles Comhaire ook opnieuw de lijst van de Chemins de Touristes in de krant La Meuse. Op zondag 12 mei 1912 wordt met een avondmaal in het Hotel de l'Ourthe te Comblain-la-Tour de eerste verjaardag gevierd van de Chemins de Touristes. Bij die gelegenheid wordt ook de verbindingsroute Chanxhe - Comblain-la-Tour ingewandeld. Het valt ook nu op dat er een stevige afstand wordt afgewandeld. Blijkbaar is er bij Le Vieux-Liège een groep van afgetrainde wandelaars die lange dagmarsen onderneemt en worden er waar mogelijk alternatieven voorzien voor minder snelle wandelaars, die weleens als 'amateurs' worden betiteld! Een eerste groep vertrekt die zondag al om 8 uur 's morgens te Chenée bij Luik om via Esneux (route 8) naar Poulseur te wandelen. 's Namiddags sluit dan een andere groep aan (de 'amateurs') en wordt dan die verbindingsweg Chanxhe - Comblain-la-Tour (route 13) ingewandeld, gevolgd door een banket. En zo gaat het ook in 1912 en 1913 volop door. Zo raken de dubbele Chemins de Touristes langs de Maasvallei tussen Luik en Namen helemaal bewegwijzerd.
In de loop van 1913 en 1914 al wordt ook op bepaalde routedelen de bewegwijzering hersteld. Meer dan vandaag wellicht was vandalisme aan bewegwijzering immers tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw al een probleem. Routetekens werden vernield of eenvoudig weg genomen. Inwoners van dorpen wisten immers vaak niet wat die bordjes met rare tekens betekenden en verwijderden ze of de tekens verdwenen eenvoudigweg door boomkap. Voor het lokale blad 'Le Petit Esneutois', licht Charles Comhaire de inwoners van Esneux - een Ourthedorp waarlangs twee Chemins de Touristes lopen - in over deze nieuwe borden en doet hij een oproep:
"we vragen aan de inwoners van Esneux om deze tekens te respecteren. Binnenkort verschijnt er ook een brochure met beschrijving en plan met daarop de uitzichtpunten, monumenten, ruïnes en andere bezienswaardigheden langs het parcours. In Duitsland zijn de toeristen erg gediend met zo'n praktische organisatie en kan men zeer lange trajecten afleggen zonder het risico verkeerd te lopen. (...) Het zou jammer zijn indien de bewegwijzering niet behouden blijft".
Ook die TCB-gidsen die Comhaire schreef over het Land van Luik en 'Nieuw-België', vinden hun weg naar duizenden wandelaars. Mogelijk ligt in deze intensieve opdrachten voor TCB de verklaring waarom we na WO I niet veel meer horen van de Chemins de Touristes. Comhaire is 62 jaar als hij op 11 november 1931 overlijdt. Daarna is het helemaal over en out met dit stukje wandelgeschiedenis. Eind jaren '30 van de twintigste eeuw zou je hier en daar nog wel tekens van de Chemins de Touristes hebben gevonden maar inmiddels was een nieuw tijdperk aangebroken. De Belg kreeg meer ademruimte voor vrijetijdsbeleving door kortere werktijden en betaalde vakantie en zo zagen elders in de Ardennen frisse nieuwe initiatieven rond langeafstandswandelen het daglicht.
Waren de Chemins de Touristes van Charles Comhaire en Le Vieux-Liège achteraf bekeken een succesvol initiatief geweest? Niet zo eenvoudig te zeggen maar niks wijst er op dat de routes druk werden gebruikt. Comhaire was aanvankelijk erg enthousiast over het concept en misschien wat voortvarend. Zo dacht hij aanvankelijk dat dankzij bewegwijzering de wandelaar zelfs geen kaart of gids meer zou nodig hebben en hij zorgeloos de weg kon vinden. Misschien was de tijdsgeest in België toen nog niet rijp genoeg voor dit meerdaags stappen over doorgaande wandelroutes. Het was iets geheel nieuw in België. Aan de faciliteiten onderweg zal het niet hebben gelegen: campings bestonden er haast nog niet maar er waren wel veel hotelletjes en herbergen onderweg en het openbaar transportnet aan treinen en trams was al sterk ontwikkeld. Wandelen op de Chemins de Touristes vroeg misschien wat meer voorbereiding dan een korte luswandeling van een aantal uren. Zomaar op pad gaan en tekens volgen was echter wat te simplistisch gedacht. Feit is ook dat de wandelaar van begin 20ste eeuw geen toegang had tot de overvloed aan praktische planninginfo die vandaag bestaat. Dagwandelingen, waarbij de wandelaar op het einde weer op zijn beginpunt komt, waren 100 jaar geleden al veel populairder, ook vandaag is dit type wandelroute nog steeds meer in trek dan wandeltochten in lijn, laat staan meerdaagse tochten in lijn.
Waar het wellicht vooral mangelde met de Chemins de Touristes was de communicatie van het project naar een groot en internationaler publiek toe. Comhaire publiceerde over de wandelwegen van Le Vieux-Liège enkel via de krant La Meuse en via interne 'circulaires' van het Comité van de Toeristenwegen. Nochtans was het zijn bedoeling om zeker ook de internationale toerist aan te spreken. Er werd altijd wel een kaart en / of gids in het vooruitzicht gesteld maar die kwam er nooit voor zover we weten. Het doelpubliek werd dus eigenlijk slecht bereikt en beperkte zich dus vooral tot wie toevallig de sporadisch verschenen krantenartikels in La Meuse bijhield en tot de leden van Le Vieux-Liège zelf. Ondanks de toeristische populariteit van sommige Ardennendelen waar de Chemins de Touristes doorliepen, zoals de valleien van Ourthe en Amblève, is het daarom waarschijnlijk dat wandelaars deze bewegwijzerde routes weinig hebben gebruikt. Misschien waren Comhaire en Le Vieux-Liège hun tijd lang vooruit met dit pionierproject. Feit is wel dat Comhaires project inspiratie zou bieden voor latere ontwikkelaars van wandelroutes.

En de vereniging Le Vieux-Liège? Wel die bestaat nog steeds na 125 jaren. Na de dood van stichter en voorzitter-voor-het-leven Charles Comhaire wordt vanaf 1932 bestuurlijk het roer helemaal omgegooid. De basisopdracht is vandaag echter eigenlijk nog steeds dezelfde dan in 1894, toen Charles Comhaire Le Vieux-Liège oprichtte: bescherming en respect van waardevol patrimonium en interesse voor heemkundige geschiedenis. En Le Vieux-Liège trekt ook nog regelmatig op excursie, al is de tijd van eigen wandelroutes en stevige voettochten wat Le Vieux-Liège betreft, al lang zelf een eigen stukje merkwaardige, waardevolle geschiedenis gaan leiden...
Bewegwijzerde langeafstandspaden waren iets heel nieuws in de Ardennen, hoe pakte Le Vieux-Liège dat praktisch aan? Gazet van Brussel in 1915: " Het zijn de leden van de afdeeling van 'den toeristenweg' die zich met de kleine wegwijzers gelasten. In de week begeven zij zich naar hun lokaal, in de Feronstréestraat te Luik en daar houden zij zich onledig met het schilderen, van de kleine plaatijzeren bordjes. Den volgenden Zondag begeeft men zich op weg, van al het noodige voorzien: penseelen, verfpotten, nagels, hamers en ladder. Met de toelating van den eigenaar wordt het pad, dat op een vorigen tocht was verkend, zorgvuldig afgebakend door middel van de plaatjes, die aan goed in 't oog vallende boomen of muren worden genageld. Het is buiten kijf dat die wegwijzers een echten dienst bewijzen aan alwie met de grillige vaak verholen paadjes in de Hooge venen of de Ardennen niet grondig is vertrouwd".
In de krant La Belgique vernemen we nog meer details. Met 5 nageltjes werden de plaatjes bevestigd en de prijs voor één plaatje was 5 centiemen. Per kilometer kon de kostprijs aan plaatjes soms oplopen tot 10 franken. De padmarkeerders legden op één dag tussen 5 en 20 km af, afhankelijk van de terreinmoeilijkheden onderweg. Met Ripolin-verf werden de gegalvaniseerde plaatjes in rode en gele kleuren beschilderd.
Wandeltoerisme, moest als democratische tijdsbesteding in België nog ontluiken rond het begin van de 20ste eeuw. Toch werd er diep in de Ardennen - vanaf 1910 - al naarstig gewerkt aan een uitgekiend en uitgebreid netwerk van honderden kilometers bewegwijzerde langeafstandswegen voor wandelaars. We spitten op deze pagina voor het eerst de compleet in vergetelheid geraakte ontstaansgeschiedenis van de eerste bewegwijzerde langeafstandspaden in België naar boven. Dit is het merkwaardige verhaal van Luikenaar Charles Jacques Comhaire, de vereniging 'Le Vieux-Liège' en hun (letterlijk) baanbrekend werk van 'Chemins de Touristes' (Toeristenwegen).

Charles Comhaire was een fervent wandelaar, zijn ijver naar Waalse wetenswaardigheden en nieuwsgierigheid dreven hem over duizenden kilometers paden en wegen in Wallonië, wellicht tienduizenden! Ondanks het feit dat je meer dan 100 jaar geleden ook al 'moderne middelen' had om je te verplaatsen (waaronder een sterk uitgebreid tram- en treinnet en het fietstoerisme) verkoos Comhaire toch meestal het benenwerk voor een verplaatsing. Bij Touring Club de Belgique noemt men Comhaire 'un pédestrian infatigable' (=een onvermoeibare voetganger).

Zijn verschijning, inclusief 'outdoordress' van die tijd, wekte blijkbaar ook nogal opzien. Volgend verhaal werd opgetekend door Louis Gavage in 1924. Locatie: Esneux, een dorp aan de Ourthe. Er vindt op 17 november 1924 een vergadering plaats naar aanleiding van plannen om een deel van de Ourthevallei om te vormen tot stuwmeer.
"De vergadering was al begonnen toen we een personage zagen aankomen dat er een stevige pas op nahield. Hij droeg een vilten hoed die vol deuken zat en een losse mantel met schouderkappen. Die mantel zou een groene kleur moeten hebben maar had duidelijk zoveel hemelwater over zich heen gehad dat hij er grijsachtig groen uitzag, een soort wanhopige kleur tegen alle regels van chemie en fysica in. Hij droeg hoge lederen beenbeschermers (getten) met hier en daar inkervingen en schoenen met spijkerzolen. Verder droeg hij een bril en had hij een zware snor. Zijn ogen keken extreem levendig, priemend uit de begroeiing van zijn wenkbrauwen. Een arendsneus, flinterdunne lippen en een smal baardje zoals Napoleon III, vervolledigden het fysieke plaatje.(...) Geïntrigeerd door deze curieuze combinatie van sérieux en fantasie, vroeg ik aan mijn buur wie deze ter elfder ure opgedoken man wel mocht zijn. ' Charles Comhaire', zegt hij, 'de stichter-voorzitter van Le Vieux-Liège'. Waarom hij zo laattijdig opdaagt, heeft te maken met zijn gewoontes. Hij was helemaal te voet vanuit Luik komen aanzetten en had zo'n 17 kilometers afgelegd. Wel erg verdienstelijk in het tijdperk van de auto. En op deze wijze hadden we kennis gemaakt met de stichter en eerste voorzitter van Le Vieux-Liège. We doopten hem 'Sint-Comhaire'. Hij kende zijn Land van Luik tot in zijn kleine teen, zo grondig had hij het te voet doorkruist." (vrij vertaald)
Comhaire legt verder in deze lokale mededeling ook uit dat zijn project voor zowel toeristen als de lokale bevolking niks dan voordelen biedt. Volgens hem kunnen ook de lokale commerçanten een nieuwe bron van inkomsten aanboren door de passage van wandelaars en waarom zou ook de dorpsbevolking zelf geen gebruik maken van de kennis van deze bewegwijzerde paden om aangename reizen te maken, in plaats van over stoffige wegen te wandelen? Nog volgens Comhaire is het wenselijk dat leerlingen van de lagere school in de lessen aardrijkskunde zouden worden onderwezen over de Chemins de Touristes.

Het plan en / of de gids die Comhaire en Le Vieux Liège in het vooruitzicht stellen over de Chemins de Touristes is er wellicht nooit gekomen, we vonden daar geen bewijs van. Wel publiceert Comhaire in de loop van de jaren 1913 en 1914 over enkele Chemins de Touristes in de krant La Meuse summiere routebeschrijvingen.
In augustus 1914 breekt ook in België de Eerste Wereldoorlog uit. Uiteraard heeft de brute Duitse inval en bezetting een ontwrichtende invloed op het ganse maatschappelijke leven, zo ook op recreatief wandeltoerisme. Vanaf de tweede helft van 1915 lijkt het dagelijkse leven zich op een aantal vlakken te normaliseren. Voor binnenlands wandeltoerisme ontstaat er zelfs een kleine bloeiperiode, hoe raar dat ook mag zijn. De verklaring hiervoor zijn de reisbeperkingen die onder de Duitse bezetting van kracht zijn. Er is een algemeen uitreisverbod van kracht voor wie daarvoor geen bijzondere reden en permissie heeft. Waar de rijkere midden- en hoge klasse van de maatschappij vroeger al eens andere Europese horizonten gingen opzoeken voor een vakantie moeten ze nu noodgedwongen op zoek naar alternatieven in eigen land. Niet toevallig kende bijvoorbeeld het binnenlands wandeltoerisme in neutraal maar gedeeltelijk 'afgesloten' Nederland tijdens die moeilijke jaren net een bloeiperiode. De eerste ANWB- langeafstandswandelroutes in Nederland hadden vanaf 1914 groot succes.

In Luik hernam Le Vieux-Liège zijn excursies en wandelingen. Ook op de Chemins de Touristes. Wel vonden we geen bewijs dat er verder onderhoud aan de wandelwegen plaats vond, zoals herstel van bewegwijzering. Misschien gebeurde dat wel maar dan eerder discreet. Waarschijnlijker is het dat rustigere tijden werden afgewacht. Het lijdt ook geen twijfel dat er veel beschadiging was aan de bewegwijzering als je weet dat bijvoorbeeld heel wat grote bossen, waaronder het uitgestrekte Hertogenwald, werden omgekapt op last van de Duitse bezetter en dat er schade was aan bruggen en signalisatie op de weg.

Overigens vond al voor het uitbreken van de oorlog niet iedereen het een goed idee om wandelwegen te bewegwijzeren, net omwille van strategisch-militaire redenen. Een anonieme lezer van de krant La Meuse schreef daarover al in 1912 een ellenlange brief, die de krant publiceerde. Hij vond dat met routebewegwijzering de deuren van het met forten versterkte Luik wijd open werden gezet voor de eventuele vijand, met name de Duitsers. Die moesten maar de wandeltekens volgen om snel en discreet in Luik te geraken. Comhaire zelf pareerde in naam van het Comité des Chemins de Touristes die kritiek vlot enkele dagen later in een nog langere brief. Daarin ridiculiseert hij de argumenten van de briefschrijver en stelt hij dat geen enkele vijand zo gek gaat zijn om de zigzaggende en slingerende, vaak smalle paadjes te volgen die door Le Vieux-Liège zijn uitgezet. Bovendien beschikken de eventuele vijanden ongetwijfeld al lang over de meest gedetailleerde kaarten van de Belgische militaire topografische diensten.
Een ander bewijs dat wandeltoerisme helemaal niet stil viel tijdens de oorlogsjaren, is dat Charles Comhaire op vraag van Touring Club de Belgique de opdracht aanvaardt om een uitgebreide wandelgids te maken met korte wandelingen door het Land van Luik. Een gelijkaardige gids over wandelexcursies rond het Brusselse, was voor TCB immers een ongelooflijk commercieel succes geweest rond 1916. In volle oorlogstijd werden immers tienduizenden exemplaren verkocht van deze Brusselse gids. Charles Comhaire ging dus op pad voor een Luikse versie en moet in 1916 - 1917 -1918 de focus dus vooral op dit soort kortere wandelingen hebben gelegd. Het resultaat wordt gepubliceerd in de periode rond de beëindiging van WO I, eind 1918: "Environs de Liège, 60... et quelques promenades" draagt zijn wandelgids als titel, een werkstuk van zowat 350 pagina's vol praktische korte wandeltochtbeschrijvingen. Daar waar Comhaire eerder vooral 'de toerist' bediende met de Chemins de Touristes, is dit werk vooral bedoeld voor wat hij zelf "promeneurs" noemt, eerder rustige gelegenheidswandelaars. Hoewel het dit keer geen bewegwijzerde wandelingen betreft, legt hij ook nu een bepaalde systematiek aan de dag om een overzichtelijk schema te hebben van zijn verschillende uitgeschreven wandelingen.

Je zou denken dat Comhaire van de gelegenheid gebruik maakt om ook de "Chemins de Touristes" volop in de verf te zetten in deze gids maar dat doet hij niet, naar de Chemins de Touristes van Le Vieux-Liège refereert hij in de TCB-gids amper. We vermoeden dus wat dat zijn enthousiasme over het netwerk aan langeafstandwandelroutes en het nut ervan toch enigsinds was bekoeld. Na het verschijnen van deze Land van Luik-gids van TCB doet hij dat werk trouwens nog eens over. België krijgt er als gevolg van het Verdrag van Versailles na WO I, in 1920 nog flink wat territorium bij: de Oostkantons Malmédy, Eupen en Sankt-Vith, Nieuw-België genaamd toen. Comhaire is er als de kippen (of als een Waalse haan!) bij en gaat alle paden in de regio afwandelen en verkennen en publiceert hierover in 1922 voor TCB een nog dikkere wandelgids! In maar liefst 480 pagina's beschrijft hij zo maar even 140 wandelingen en blijkbaar kwam hij nog pagina's tekort! De rest moest dan maar kort worden samengevat op het einde van de gids.
Rond het jaar 1910 werd in België een eerste wandelnetwerk aan langeafstandspaden uitgerold, meer bepaald ten zuiden van Samber van Maas. Dat initiatief danken we aan een merkwaardige en bijzonder gedreven Waal: Charles-J. Comhaire. Een man van het type dat eigenlijk zeven levens nodig heeft om al zijn dromen en passies voluit na te jagen maar die dat allemaal in één leven probeerde te persen. De rode draad in al die passies was de grote liefde voor zijn geboorteregio Luik en bij uitbreiding de hele Waalse cultuurgeschiedenis: archeologie, patrimonium, landschapsinrichting, de Waalse taal, folkloristische gebruiken, architectuurgeschiedenis,... Hij publiceerde tientallen rapporten, bijdragen en boekjes van zijn exploraties, in tijdschriften of in eigen publicaties. Vaak hielden de onderwerpen verband met archeologische of geschiedkundige ontdekkingen in en rond Luik, de Ardennen en de Hoge Venen, niet zelden het resultaat van zijn eigen terreinexploraties. Veel later volgden ook zeer uitgebreide wandelgidsen.
Comhaire was vooral ook een man van aktie en daadkracht op alle vlak. Zo was hij eind 19de eeuw bestuurslid in verschillende wallingantische aktiegroepen die fulmineerden tegen erkenning van de nederlandse taal in Vlaanderen en Brussel, ronduit anti-Vlaamse standpunten. De Vlaamse taal werd immers gezien als dialect en folkloristisch patrimonium, op gelijk niveau met het Waals. Veel Walen kregen schrik voor een mogelijke gedwongen tweetaligheid en Vlaamse politieke overmacht door invoering van de algemeen meervoudige stemplicht voor mannen in 1894, waardoor het kiespubliek vertienvoudigde. Frans moest de suprematie behouden in heel België voor ontwikkeling, opvoeding, administratie enz. Standpunten die in de huidige tijdsgeest ondenkbaar zouden zijn. In een andere merkwaardige publicatie stelt Comhaire in 1905 de grondwettekst over de Belgische driekleur aan de kaak. Tot vandaag komt die kleurenvoorstelling op de vlag immers merkwaardig genoeg niet overeen met wat in de Belgische grondwet staat! In het zog van deze discussie wordt ook het Waalse verlangen naar een eigen Waalse vlag weer aangezwengeld door Charles Comhaire. Hij wil er een in Luikse kleuren (geel-rood) met daarop de blazoenen van de belangrijkste Waalse steden. Dat voorstel haalt het echter niet binnen de Waalse patriottische beweging, uiteindelijk wordt het de bekende stappende haan - wel in de Luikse kleuren- die de trots van Wallonië zal moeten uitstralen.

Charles Comhaire stichtte in 1894, op 25-jarige leeftijd, ook de vereniging 'Les Amis du Vieux-Liège', met als doel onderzoek naar en bescherming van het Waals historisch / folkloristisch patrimonium. De vereniging voert ook concreet aktie om historisch waardevolle gebouwen te redden van de sloophamer, voor die tijd ronduit vooruitziend. Reeds enkele jaren na de oprichting veranderde de vereniging haar naam in het kortere 'Le Vieux-Liège'. Kort na de stichting opende Le Vieux-Liège ook al een folkloristisch museum te Luik.
Nog een onderwerp dat Comhaire sterk intrigeerde: de Romeinse en middeleeuwse wegen door Wallonië en over de Hoge Venen. Hij deed zelf uitgebreid terreinonderzoek naar sporen van ondermeer de Via Mansuerisca, de eeuwenoude, onder veen verdwenen postromeinse weg die de Hoge Venen dwarste. Zijn spijkerschoenen hebben hem begin 20ste eeuw zonder twijfel ook over de toen gloednieuwe recreatieve paden van het Eifelverein geleid. De uittekeningen en bewegwijzering van 'Wanderwege' van het Eifelverein, de zogenaamde 'Eifelvereinswege' waren immers in die eerste jaren van de twintigste eeuw volop in ontwikkeling. Ook de bewegwijzerde recreatieve langefstandspaden in het Zwarte Woud (waarschijnlijk de eerste ter wereld) had hij al uitgebreid verkend.
Sterke interesse voor oude wegen, zijn liefde voor het gevarieerde Ardense natuurlijk en historisch landschap en de tijdsgeest van ontluikend toerisme, moeten voor Charles-J. Comhaire de fundamentele drijfveren zijn geweest om zowel letterlijk als figuurlijk ook in de Ardennen 'een stap verder te gaan'. Als fervente wandelaar begon hij naar Duits voorbeeld kaartschetsen te maken met lange wandelroutes in zijn eigen geliefde Luikse Land en verder. De te volgen paden zelf zag hij via kaarten wellicht grotendeels al voor ogen met zijn bagage aan wandelervaring. Met behulp van zijn eigen vereniging Le Vieux-Liège begon hij deze wandelroutes begin 1911 ook te bewegwijzeren op het terrein.
Comhaire noemde deze Waalse wandelwegen "Chemins de Touristes" (=Toeristenwegen). Mogelijk haalde hij die benaming uit de toen populaire Luxemburg / Eifel -gids van Jean d'Ardenne, waarin de auteur in de editie van 1909 schrijft over de "chemins de touristes" van de Eifel (overigens in niet al te lovende woorden, d'Ardenne vond de bewegwijzering van die Eifelvereinswege in de buurt van Gerolstein chaotisch en ronduit een vervuiling van het landschap). Charles Comhaire maakte trouwens een haarscherp onderscheid tussen 'de toerist' en 'de wandelaar' (promeneur). Een toerist is een liefhebber van ongerepte natuur, van grote, mysterieuze wouden, wilde rotspartijen, verre, aanlokkelijke horizonten, groene en rustuitstralende vlakten van weiden of van akkers met rijpend graan en van intiem kabbelende beekjes. De toerist is een marcheerder, de eeuwige pelgrim die niet wordt gestopt door afstanden, inspanning of vermoeidheid. De steilste beklimmingen schrikken hem niet af, ze trekken hem eerder aan, enz.
De 'promeneur' (= wandelaar) daarentegen, beschouwt Comhaire eerder als een 'flaneerder', niet zo gedragen door de passie van de vrijheid en het pittoreske, misschien laten zijn gezondheid of zijn werkuren ook geen lange, stevige wandeltochten toe? Of vreest hij hierdoor voor zijn sociale positie?
Comhaire klasseert zichzelf duidelijk bij de eerste groep, die van de 'toeristen'. Vreemd toch hoe de perceptie van het woord 'toerist' is veranderd. 100 jaar geleden was het haast een eretitel voor een avonturier op zoek naar aktieve beleving of verkenning in het natuurlijk en cultureel landschap maar sinds de opkomst van massatoerisme in de jaren '60 van vorige eeuw, heeft het woord 'toerist' al eens vaker een minder fraaie bijklank... Maar goed, in de tijd van Comhaire waren die Chemins de Touristes dus duidelijk niet bedoeld voor 'promeneurs' maar voor 'toeristen'.
Bronnen:
KBR, krantenarchieven La Meuse, La Belgique, Le Quotidien, Le Soir, Journal de Liège, Gazet van Brussel, Le Télégraphe.
Station Scientifique des Hautes-Fagnes
Les sentiers touristiques d'avant 1940, verslag Roland Huysmans, archief SGR
De verhouding van etnische en civiele elementen in het discours van de Vlaamse en de Waalse Beweging, thesis Laura De Walsche 2008.
Les Congrès national wallon: een persstudie, Davy Van Assche
De intrede van het publiek, museumbezoek in België 1830 -1914, Liesbet Nys, 2012
Le drapeau wallon, Institut Destrée
Weet je in Wallonië, Denise van Dam,1992
Universiteitsbibliotheek Gent, afbeeldingen
Environs de Liège, 60... et quelques promenades, TCB, Comhaire
Eupen - Malmédy, TCB, Comhaire

Tijdschrift Brabantse Folklore 1931 - 1932
Brochure Le Grand Site de la Boucle de l'Ourthe, Esneux, Neupré
Cercle Historique d' Esneux
Onderzoek mmv Jean-Pierre Englebert
Charles Comhaire richtte binnen Le Vieux-Liège een speciale groep op, een 'Comité spéciale', om zijn routeplan verder in detail uit te werken, de bewegwijzering klaar te maken en deze aan te brengen langs de gekozen wandeltrajecten. In de ochtendeditie van de krant La Meuse publiceerde Charles Comhaire op 21 oktober 1911 een uitgebreid, zelfgeschreven artikel waarin hij voor het eerst de "Chemins de Touristes" voorstelde aan een breder publiek. Bij dit krantenbericht hoorde ook een schematisch kaartje, waaruit blijkt dat grondig werd nagedacht over de structuur van dit nieuwe concept. 11 wandelwegen waren er in eerste instantie voorzien. Centraal start- en aankomstpunt is uiteraard de stad Luik, van hieruit waaieren de meeste routes uit in oostelijke, zuidelijke en westelijke riching. Secundaire start- of aankomstplaats is de Duitse stad Aken, dat heeft alles te maken met de aansluitmogelijkheden op het routenetwerk van het Eifelverein. Daarmee sloot Charles Comhaire en Le Vieux-Liège aan op een voor België helemaal nieuw idee van recreatie.
Comhaires uitgebreide wandelingen brachten hem vanuit Luik tussen 1905 en 1909 ongetwijfeld ook over de toenmalige Pruisische grens. Die grens lag voor WO I trouwens een stuk korter bij Luik dan vandaag, aangezien over de Belgische Oostkantons toen nog de Pruisische vlag wapperde. Hij leidde ook een aantal uitstappen met Le Vieux Liège, de vereniging die hij zelf had gesticht en waarvan hij zijn hele leven voorzitter zou blijven. Haast wekelijks was Le Vieux-Liège op tocht, gewoonlijk voor een 'promenade historique', een intensieve wandeldag waarbij wandelen werd gecombineerd met een rist bezoeken aan historische sites of gebouwen. Een van de succesvolste verkenningstochten van Le Vieux-Liège had in 1909 Baraque Michel als uitvalsbasis. Toen was de bekende, op 'het dak van België' gelegen herberg ook nog een grenshuis. Van hieruit werd de wijde omgeving verkend, waarbij de deelnemers onderweg semi-wetenschappelijke gidsbeurten kregen over de Hoge Venen, de historische grenspalen en kruisen en de oude wegen, enz. Tesamen met professor Frédericq gidste Comhaire de grote grote groep rond.

Een eerbetoon aan pionier Charles J. Comhaire en vereniging 'Le Vieux-Liège', die al vanaf 1910 de Ardennen ontsloten met bewegwijzerde wandelroutes.

Vereniging Le Vieux-Liège op wandelexcursie in de Hoge Venen rond 1909
Vereniging Le Vieux-Liège op wandelexcursie in de Hoge Venen rond 1909
'Onbekend is onbemind', devies van de
125-jaar oude vereniging Le Vieux-Liège
Charles J. Comhaire in winterse wandeluitrusting
Plan getekend door Charles Comhaire met daarop het netwerk aan Chemins de Touristes van Le Vieux-Liège, met telkens vermelding wegnummer en bijhorend sigalisatieteken. Het werd gepubliceerd door de krant La Meuse in het jaar 1911. Hieronder een hedendaagse versie op basis van bovenstaand plan.
Voorbeeld signalisatieteken, hier voor toeristenweg 9 (in dit geval symbool O) en een letter voor de richting (in dit geval L voor Luik)
Onderweg naar 'Het einde van de wereld':
Wandelweg nr 8 liep tussen Sauheid en Tilff over een pad langs de rotsformatie 'Au bout du Monde'.
Onderweg over wandelweg nr 8 door de smalle vallei van de Ninglinspo
Herdenkingszuil van Le Vieux-Liège nabij La Roche-aux-Faucons te Esneux. De zuil, geïnspireerd op de oude grensstenen van het Prinsbisdom Luik, werd geplaatst op 27 september 1970 ter herinnering aan een herdenkingsfeest op deze plek op 20 februari 1944. Toen bestond de vereniging Le Vieux-Liège precies een halve eeuw. De plek om dat te vieren werd toen niet toevallig gekozen. Ze ligt langs het oude tracé van de Chemin de Touristes nr 5 (Luik - Trier).
Bewegwijzering met een X aan de rand van
de Hoge Venen bij Pouhon des Cuves.
Hier liep wandelweg nr 8, Luik - Malmedy
Gidsen van Touring Club de Belgique uit 1918 en 1922, de tientallen lokale wandelingen werden uitgezocht en beschreven door Charles Comhaire.

1. Waalse trots

2. Charles Comhaire, de onvermoeibare stapper

3. De eerste 'Toeristenwegen' in België

4. Op pad met penselen, verf, nagels en een ladder

5. Wandelen tijdens de oorlogsjaren

6. Spoorloos verdwenen Toeristenwegen

Startpagina > Wandelen > Wandelgeschiedenis > Charles Comhaire