> Opmerking: We wandelden
de hele gemarkeerde Via Arduinna in 2008. De jaren voordien verkenden we
ook al delen van het traject in het kader van andere langeafstandswandelingen.
Zo kunnen we je de regio in foto's tonen die in de vier seizoenen zijn genomen.
Het grootste deel van de tocht werd alleen afgelegd, behalve één
keer waarbij we tijdens een speciale wandeldag van het Luxemburgse Genootschap
van Santiago de Compostela het gezelschap kregen van wandelmaat Ludo en
zijn hond Arco.

> Start van Via Arduinna
in het mooie dorpje Suxy. Suxy is tegenwoordig
wel goed ontsloten door toegangswegen en -paden, maar uit welke richting
je ook komt, altijd gaat er een lange passage door woud mee gepaard om Suxy
te bereiken. Het dorp heeft dan ook zijn ontstaan te danken aan een middeleeuwse
setting van kolenbranders, die hier toen, diep in de donkere bossen bomen
kwamen loggen om ze tot houtskool te reduceren. Het uitzicht van Suxy is
'very Ardennen': Huizen opgetrokken in grijze Ardense steen. Het kille,
stoere karakter van de leisteen wordt verzacht door overkalking van de muren.
Vanop afstand gezien ligt het 'witte' Suxy er schitterend bij, harmonieus
gekadreerd in een uitgestrekt groen palet van weiden en beboste heuvelkammen.
Suxy staat dan wel niet op het lijstje van 'mooiste dorpen van Wallonië',
het heeft wel volop charme en karakter.
> Nanananaaa, hoog tijd
om uit de sloffen te schieten en te gaan daydreamen langs de Via Arduinna,
gewapend met bronwater - made in Suxy - en... een brok 'Santiagozeep'. Het
pad loopt Suxy uit over de asfaltweg richting Chiny, om kort na de oversteek
van de rivier Vierre links af te slaan en te vervolgen over een kleinere asfaltweg.
Even opletten nu, want na een bocht kom je bij een wegsplitsing
waar hoofdtraject en variant traject van Via Arduinna ieder een eigen richting
volgen.
> LINKS voor het hoofdtraject
en meteen krijgen we ook een minder harde weg van steenslagbedekking onder
de voeten. Helemaal tot de stuwdam op de Vierre ligt het traject voor de hand.
Je volgt steeds maar de licht slingerende weg door de stille vallei van de
Vierre. Aanvankelijk heb je prachtige uitzichten over de tot meer uitgedijde
Vierre, verderop is het zicht over de Vierre 's zomers wat belemmerd door
hoge en dichte bomengroei. In oktober als de goudgele kleuren van de loofbomen
weerspiegelen in het roerloze water is het hier werkelijk schitterend wandelen.
Onderweg kan je op een van de visserplatforms uitblazen, de verhitte voeten
even in de Vierre afkoelen of gewoon genieten van de stilte en het gevarieerde
vogelleven hier.
> De Vierre wordt na 5 kilometer wel erg breed. De reden
wordt verderop duidelijk: afdamming.
Kwestie van in de juiste stemming te komen bij de start gaf de cafébaas
van 'Le Stop' mij een brok zeep in de vorm van een 'Coquille St-Jacques'.
> De stuwinstallaties op
de Vierre dateren uit 1965. De dam is 134 meter lang en 12 meter
hoog.
> De Vierre is tesamen met de Rulles de belangrijkste
zijrivier van de Semois. Hoewel de Vierre in vogelvlucht hier op minder
dan 1 km van de Semois stroomt, vloeit de Vierre pas vele kilometers verder
in de Semois, in de buurt van Jamoigne. De Vierre ontspringt uit een samenvloeiing
van beken op de hoogtes boven Neufchâteau en wordt snel een brede
rivier.
> De bedoeling van deze stuwdam is - zoals dat met de
meeste stuwdammen het geval is - om electriciteit op te wekken. Vreemd genoeg
zie je rond de stuwdam echter helemaal geen turbine-installaties. Dat komt
omdat het water van het stuwmeer via een ondergrondse galerij naar de vallei
van de Semois wordt geleid, die een goeie 20 meter lager stroomt dan de
bedding van de Vierre. De stuwdam en het stuwmeer dat zo'n 1,5 miljoen kubieke
meter water bevat is dus verbonden met een elektriciteitcentrale, gelegen
aan de oever van de Semois, op 1,5 km van Pont St-Nicolas. Om de onderaardse
tunnel door de waterscheidingslijn van beide valleien te blazen werd in
de leisteen een galerij gedynamiteerd aan een snelheid van ongeveer 100
meter per maand. Hiervoor werden 9000 kilo explosieven gebruikt. De uitgegraven
schiefersteen werd herbruikt om bospaden in de streek te verharden. De waterpijp
is 827 meter lang en loopt in hoefijzervorm naar de elektriciteitsturbine
in de vallei van de Semois. Het verval onderweg is slechts 0,9 %, de laatste
42 meter is dat echter 33 %. In de electriciteitscentrale bevindt zich een
turbine waarvan de werking wat te vergelijken is met die van een watermolen,
met dat verschil dat het 'rad' horizontaal draait ipv verticaal. Output
van de centrale is zowat 2000 Kilowatt per uur. Het uitzicht van de Vierrevallei
veranderde dus in de tweede helft van de 20ste eeuw drastisch met de aanleg
van de stuwdam.
van 'Hey Jude', waarmee de Beatles een jaar eerder een hit hadden. 'Daydream'
werd een gigantisch succes en topte de hitlijst van meer dan een dozijn
Europese landen in 1969. Lange concerttournees en ontelbare televisieoptredens
gingen ten koste van het schrijven van nieuwe hitsongs en na een tanend
succes splitte de groep in 1975.
> Pas in 2005 vond een reünie plaats, ter gelegenheid
van de 'Golden Years' in het Antwerpse sportpaleis. Een laatste groot optreden,
waarbij de groep nog eens een lang uitgerekte versie van 'Daydream' zong,
gebeurde ter gelegenheid van het 0110-concert te Brussel in oktober 2006.
We waren bij de gelukkigen die de song voor de allerlaatste maal live hoorden.
Zanger-drummer Freddy Nieuland, die ook Wallace Collection oprichtte, overleed
namelijk in 2008.
Een Sint-Jacobsschelp wijst je meteen de goede riching
aan.
>
De lokale geschiedschrijver van Suxy is bijzonder trots op het feit dat de
Belgische popgroep Wallace Collection ooit
nog een tijd in Suxy repeteerde. Hier in godvergeten Suxy werd volgens hem
één van de bekendste songs uit de Belgische popgeschiedenis
geboren: 'Daydream'. Zegt het nummer je niks?
Misschien wel als je het refrein hoort (zet het clipje
aan en geniet van Flower Power made in Belgium...).
> Platenuitgever EMI zag in 1969 wat in de groep die was
samengesteld uit een bont allegaartje van zowel pop- als klassiek geschoolde
muzikanten. Wallace Collection kreeg de kans om in de Londense Abbey Road
Studio's een langspeler op te nemen, daaruit koos EMI 'Daydream' als single
track. De lange 'nanananaaaa....' fade-out is eigenlijk wat geïnspireerd
op de gelijkaardige songopbouw
Via
Arduinna langs de Vierre
>
In dit wandelverslag lopen we van aan de stuwdam nu echter verder
zuidelijk richting Orval.
> Via Arduinna loopt over een prettig pad langs de
Vierre-oever. De rivier wordt hier door
de afdamming gereduceerd tot een brede beek met een laag debiet. De rotsblokken
in het water vertellen ons dat we nog steeds in de Ardennen wandelen, maar
niet voor lang meer.
> 1 km na de stuwdam draait het pad scherp rechts omhoog
om even later nog scherper links te draaien. Via Arduinna moet hier hogerop
lopen om de rotsige rechteroever van de Vierre te overwinnen. Het pad was
op het moment dat ik er liep erg omgewoeld door boskapmachines.
Het
dal van de Vierre tijdens de zomer
>
Officieel loopt het traject voor ruiters en paardenkarren hier ook over maar
in de praktijk leek me dat door het kapot gemaakte pad zo goed als onmogelijk.
Wat verder verandert Via Arduinna snel na mekaar van pad. De bewegwijzering
was hier goed, maar aangezien de tocht hier door produktiebos loopt kan verdere
boskap hier in de toekomst voor moeilijkheden zorgen bij het vinden van het
pad.
> Je komt wat later het bos uit bij een lager gelegen,
onderhouden piste die je rechts oploopt om kort daarna te arriveren bij het
gedenkteken voor gevallen strijders van de oorlog '40 -'45 gewijd aan Notre
Dame du Maquis.
> Verlies je de Via Arduinna-tekens toch in het bos voor
je ND du Maquis bereikt, volg dan eventueel de witrode tekens van de TransSemoisienne
- Sentier de la Semois (GR 16). Dit GR-pad splitst hier midden in het bos
wel af van Via Arduinna, maar als je na een tijd bij een brug over de Vierre
arriveert (Pont des Croisettes) kom je - door bij de brug de Vierre NIET over
te steken maar 100 meter rechts te wandelen - weer bij Via Arduinna ter hoogte
van ND du Maquis.
> "Op
een plaats die 'Les Croisettes' heet en op 150 meter stroomafwaarts van
de samenvloeiing van de Vierre met de beek Ruisseau des Arrignans steekt
een duivelssteen uit de grond. Zijn bovengronds volume is ongeveer 1 kubieke
meter en het oppervlak is gemarkeerd met een rond gat, veroorzaakt door
de hoefafdruk van het legendarische Ros Beiaard. 12 heksen vierden sabbat
rond deze vervloekte rots waarop de duivel in hoogst eigen persoon rustte.
Sint-Thibald, beschermer van de kolenbranders, besprenkelde de megaliet
met wijwater, waardoor de duivel voorgoed verdreven werd. Desondanks werd
de steen later nog steeds gewantrouwd en vermeden. Een andere legende heeft
het over een schat die onder de steen verborgen ligt en over stoutmoedigen
die probeerden de schat te bemachtigen op een maanloze middernacht en bij
stormweer, daarbij op blote voeten bezwerende verzen prevelend. "
Jouw
foto hier
>
Bij de stuwdam op de Vierre is een
kruispunt van
langeafstandspaden. Komende uit Suxy splitst de 205 km lange
Gaume
Buissonnière (blauwe G.B.-tekens) hier af naar rechts richting
Chiny. Een ander pad waarmee we al een tijd samen liepen is het
Ardennen-Eifelpad
(GR AE ook bekend hier als GR 151). Ook dit pad loopt rechts verder richting
Chiny, tesamen met de
TransSemoisienne of
het Sentier de la Semois (GR 16).
>
We zijn hier aangekomen op de eerste
cuesta van de Gaume, een cuesta is een heuvelrug van harder gesteente
dan het omliggende en gecreëerd door ongelijke erosie van het landschap.
In de Gaume zijn er zo drie lange cuesta's. We staan hier op de eerste, de
cuesta waarop ook Florenville is gelegen. Tijdens de variante etappe merk
je in de buurt van Martué en Florenville mooi de geologische ongelijkheid.
Typisch voor de Gaume is dat dit harder gesteente bestaat uit kalkhoudend
zand. Linksvoor is een groeve waar deze steen wordt geëxploiteerd.
> Op dit kruispunt komt
een grotere weg van rechts, de N840, die Pin met Orval verbindt. We zullen
deze weg over een uur opwandelen richting Orval.
> Bij Notre Dame du
Maquis verlaat Via Arduinna de Ardennen voorgoed. Op
de tocht naar het zuiden zijn we aangekomen in Belgisch Lotharingen,
meer bepaald de Gaume.
> Na 100 meer kom je
bij het grote picknickterrein van Moyen-Izel,
'La Rochette'. De site is zowat volledig opgetrokken in hout, inclusief
een aantal speeltuigen. Passeer je hier in slechte weersomstandigheden dan
vind je in de overdekte constructies een prima schuilplaats. Je zou hier
ook je tent kunnen recht zetten voor de nacht, hoewel dat eigenlijk niet
officieel toegelaten is. Meestal is de plaats rustig, behalve op een zonnige
weekenddag wanneer het hier zelfs vrij druk kan zijn met bbq'ende families,
'Les Rochettes' is immers bereikbaar met de auto.
Oude lavoir: Nu dorpsmuseum. Behalve oude
foto's zie je er ook oa de eerste dorpsfiets, de oude wijzerplaat van
de kerk en nog veel meer waarrond Henri allerlei merkwaardige verhalen
weet te vertellen.
> Al tijdens het bestuur van de graven van Chiny was
Suxy een nederzetting voor de
houtskoolbranders
die hier in het woud werkten. Rond het jaar 1050 was
Sint-Thibault
in Suxy om met de kolenbranders te werken. De bron, naar hem genoemd, wordt
miraculeuze gaven toegedicht. St-Thibaut: Zie ook in het wandelverslag over
GR 57 Marcourt.
Mr Henri van Café 'Au Stop' (Update jul10: Henry is overleden op 17/3/2010) >
Bron Saint-Thibaut,
achter de kerk van Suxy
4° bron die
de lavoir voedt
>
Suxy wordt niet uitgesproken als 'Suksi'
maar als 'Susi'. Het oude Suxy is één
van de meest geïsoleerd gelegen dorpen van de Ardennen. Suxy lag ook
op een Romeins diverticulum, een heerbaan die de grote banen Reims –
Trier en Reims – Keulen verbond. In het centrum van het dorp staat een
oude wasplaats, nu klein dorpsmuseum.
Suxy: Café 'Au Stop' (Update jun 09: Nu gesloten) en de oude dorpswasplaats.
> Via Arduinna volgt deze paden niet langer maar gaat
LINKS verder langs de Vierre in het gezelschap
van de witrode tekens van de TransSemoisienne - Sentier de la Semois (GR16).
> Wil je hier afsnijden en via Chiny Pont St
Nicolas terug naar Suxy wandelen over de variante tak van Via Arduinna,
dan kan dat. Volg dan rechts de TransSemoisienne (witrode tekens). Je komt
zo ondermeer langs de elektriciteitscentrale van de Vierre in de vallei
van de Semois, een camping, een 'strand' aan de Semois, een café
en de mooie Pont St-Nicolas. Pik in de buurt van de Pont St-Nicolas het
variante traject van Via Arduinna op in noordoostelijke richting. Op deze
wijze heb je een circuit van ongeveer 15 km. Met de topofiche over Via Arduinna
in de hand wordt het allemaal wat duidelijker.
Half april kleuren verspreide bosjes wilde narcissen
de oevers van de Vierre geel.
2 maal dezelfde vlinder: Het landkaartje. De eerste
generatie, die in de de lente uitvliegt, is overheersend oranje gekleurd.
De tweede generatie, die je 's zomers op een zonnige dag zeker langs Via
Arduinna kan zien rond witte schermbloemen,
is overheersend zwart gekleurd.
Het landkaartje komt vrij talrijk voor in het land van Arduinna.
De Vierre kort na de stuwdam, meer een brede beek zonder
diepgang.
Notre
Dame du Maquis
>
Ergens in de omgeving van deze plaats die 'Les Croisettes' heet moet een rotsblok
liggen dat 'La Pierre du diable' (de duivelssteen)
heet en waaraan een legende is verbonden. Zelf had ik op dat moment geen tijd
om de steen te zoeken, maar hier is de story met plaatsbeschrijving, vertaald
uit het boek 'Nos pierres et leurs legendes' van Willy en Marcel Brou.
Nounou,
wandelend onder de beschermende zegen van woudgodin Arduinna zou je geen problemen
mogen krijgen om bij de duivelssteen te komen. De rots omwoelen om de schat
te vinden hoef je voor mij niet te doen, maar als je de rots vindt, neem er
een foto van, registreer eventueel een GPS wegpunt en
mail
me AUB je bevindingen. In de beschrijving van de broers Brou is het wel niet
duidelijk langs welke oever van de Vierre je moet zoeken, ik vermoed langs
de rechteroever. Je hebt zeker een gedetailleerde topokaart nodig. Veel zoekplezier
en vergeet niet te mailen!

> De site van Orval vindt zijn oorsprong in de 11de eeuw, toen Benedictijnen er een nederzetting
oprichtten en de omgeving ontgonnen. In 1131 werd er een Cisterciënzerabdij
opgericht. Een brand verwoestte de gebouwen grondig in 1252. In 1637 zijn
het de Franse troepen die de gebouwen in de as leggen. Pas vanaf 1759 wordt
nogmaals aan de heropbouw van de abdij begonnen; naast de oude ruïnes.
Helaas hebben de Cisterciënzers de tijdsgeest tegen als enkele jaren
later de Franse Revolutie uitbreekt en hun eigendommen verbeurd worden verklaard
en geplunderd. Opnieuw wordt Orval verlaten. Pas na de Eerste Wereldoorlog
wordt er weer aan heropbouw gedacht. In 1948 wordt de abdijkerk gebouwd,
in een stijl die voor die tijd redelijk revolutionair is. Aan de ingang
bevindt zich een 17 meter hoog Mariabeeld.
Cisterciënzerabdij van Orval
> Het is de ligging van de site, de mooie combinatie
van de romantische ruïnes en de ‘nieuwe’ abdijgebouwen
in gele steen die het geheel zo prachtig maken. Voeg daarbij nog de vervaardiging
van ambachtelijke producten (kaas en bier) en meteen ook is de populariteit
voor een bezoek aan de site verklaard. De abdijruïnes met museum, kruidentuin
en oude apotheek zijn dagelijks te bezoeken voor enkele euro's.
> Aan de bron van Mathilde kan je je watervoorraad
bijvullen. Aan deze bron, die al van in de Merovingische periode het middelpunt
van de site vormt, is een legende verbonden. Toen Mathilde van Toscane in
het dal haar trouwring verloor riep zij door gebed de hulp van God in. Spontaan
sprong er aan de bron een forel uit het water met de bewuste gouden ring
in zijn bek. Mathilde riep verrukt uit dat deze plaats voorwaar een gouden
dal is (Val d’Or), vanwaar de naam Orval ontsproot. De forel is het
logo van het abdijbier.

> Het is in mogelijk om in het abdijcomplex te overnachten,
in het kader van bezinning- of 'herbronningweekends'. Voor wandelende families
en groepjes is er echter ook accommodatie beschikbaar aan gunstige voorwaarden!
Contacteer de pater-concierge van dienst. Aan het abdijcomplex is ook een
winkel waar je artisanale producten of literatuur kan vinden. Het eten van
kaas of bier moet wel buiten de abdij plaats vinden. De brouwerij zelf wordt
slechts uitzonderlijk voor het publiek opengesteld.
> Er zijn een paar restaurants/tavernes langs de toegangsweg
naar de abdij. In taverne l'Ange Gardien, die het kortst bij de abdij ligt,
kan je gerechten eten die op basis van Orvalkaas of -bier zijn bereid. Je
kan er ook een soort ‘Orval-light’ drinken, een tussenoplossing
als je denkt dat het alcoholgehalte je met je zatte wandelbotten in de Williersbeek
kan doen belanden! Meer info
www.orval.be
.
Update aug 09: Herberg L'Ange Gardien' bij de abdij van Orval is gesloten voor renovatie van 26 oktober 2009 tot de zomer van 2011.



gevonden dat deze deze Galloromeinse tempel van oudere, Keltische, origine
is. Deze vaststelling past perfect in de theorieën van Henri Gratia die
we hier eerder bespraken en wijzen op een preromeinse weg.... richting Arduinna's
heiligdom. We zitten dus op het juiste spoor...
> Onmiddellijk rechts
dus na de watertoren (slechte padmarkering). Je loopt hier op een hoogte van
ongeveer 350 meter op de cuesta. Probeer de Romeinse weg Trier - Reims te
herkennen in het landschap. Hij steekt op ongeveer 100 meter links onder de
grond. Je komt bij een T-kruispunt (verwarrende padmarkering) waar je links
moet om kort daarna onopvallend de Romeinse heirbaan te kruisen.
> Je wandelt nu zuidwestelijk
tussen bos en weide om na 600 meter het Bois de
Watinsart in te duiken. Blijf het hoofdpad volgen tot je na een goeie
kilometer door het bos bij een 5-sprong van paden komt. Er was hier geen Via
Arduinna-markering. De juiste bosweg is de meest linkse, een vrij goede en
duidelijke piste die na een lichte bocht naar rechts en een scherpere bocht
naar links nog scherper weer naar rechts draait.
>
Bij de picknicksite draait Via Arduinna naar links, een licht golvende asfaltweg
op die een hele tijd vrij recht door open weidelandschap loopt. Na 1,5 km
steek je bij een opvallend kruisbeeld een grotere asfaltweg over die op de
waterscheidingslijn (350 meter) tussen de rivieren Vierre en Semois loopt.
> Rechtdoor, bij een
paar mooie eiken bereik je Moyen waarvan
je eerst door de wijk 'La Neuville' loopt om dan rechtdoor te vervolgen naar
het centrum van dit Semoisdorp. Daarmee zijn we dus in de Semoisvallei aangekomen.
> In Moyen de rugzak even afgelegd voor een biertje 'Chez Ginette', een café
gelegen bij de brug over de Semois. We zijn net
over
halfweg tussen Suxy en Orval. Na de Semois-oversteek loop je gewoon
rechtdoor over de hoofdstraat tot een T-kruispunt, hier even links en bij
een bron rechts een geasfalteerde kerkwegel op die je, langs een boomgaard
en een korte bocht, tot bij de kerk van
Izel
brengt.
> In Izel is nog een
bakker. Hier ook zie je witgele padmarkering van de
Gaumeroute,
die we maar heel kort volgen. Na een paar snelle wegwissels kom je op een
pad van betontegels, middenin een watergleuf. Dit leidt naar een derde dorp
op korte tijd:
Pin.
>
Hier, in de Gaume, stroomt de Semois rustiger
en in minder wilde meanders dan verder stroomafwaarts in de Ardennen. Wandelend
door Moyen zie je rechts trouwens een overstromingzone van de Semois, waar
ondermeer een voetgangerspasserelle ligt. Inwoners van Moyen vertelden me
dat het water van de Semois zelden zo hoog komt. We checkten het even na en
blijkbaar dateren de laatste overstromingen van 2003 en 2007, waarbij ook
enkele straten blank kwamen te staan.
>
De vrij drukke N83 (Florenville - Aarlen) snijdt Pin in twee. Op het kruispunt
bij de kerk neem je de brede asfaltweg zuidelijk. Deze weg verlaat je alweer
na ongeveer 200 meter in een bocht bij een zitbank. Rechts over een asfaltweg
die naar een tunneltje onder de spoorlijn
Florenville - Virton loopt. Onder de spoorweg door. Volgende richtpunt is
een watertoren. Onmiddellijk na de watertoren
rechts maar wacht even voor je van richting verandert, lees eerst even volgende
uitleg:

>
We passeerden net langs onze linkerkant een versleten straatbord met de vermelding
'Brunehaut'. Met 'Brunehaut' worden vaak
plaatsen of straten aangeduid die voormiddeleeuws zijn: Frankisch, Romeins
of Keltisch. De naam is afkomstig van 'Brunehilde', koningin van het Frankische
Rijk. Ze zou in het Frankische tijdvak deze wegen weer 'upgraded' hebben en
naar haar laten noemen. De Chaussée Brunehaut die hier passeert is
niet zomaar een zoveelste Romeinse weg, maar de belangrijkste Romeinse
heerbaan die door huidig Zuid-België loopt. Hij verbindt Trier
met Reims en loopt over lange kaarsrechte stukken, meestal op heuvelruggen
en zelden in dalen.

>
Sla je op het kruispunt het weggetje links in (zie kaartje) dan passeer je
na ongeveer 300 meter op je rechterzijde een bosje struiken. Hier stond eeuwenlang
de Tour Brunehaut, een soort versterkte uitzichttoren, wellicht om de doortocht
over de weg te controleren. Hij stond er blijkbaar nog in de 17de eeuw, maar
is nu geheel verdwenen.
> Het onverharde
wegje dat Via Arduinna nu zal volgen (na de watertoren onmiddellijk rechts)
is niet de oude Romeinse heerbaan. Deze loopt parallel op ongeveer 50 à
150 meter meer zuidelijk (zie kaart).
>
Deze plek heet 'La Manse Brunehaut' en hier
werd een klein gebouw bloot gelegd, bestaande uit 2 kamers en een kelder.
50 meter oostelijk werden de resten van een Galloromeinse tempel ontdekt.
Volgens Patrick Menon in 'Chaussée romaine de Reims à Trèves'
zijn er sporen
>
Zo bereik je de N840 in de vallei van de Mouline.
Rechts de N840 op, eigenlijk een rustig asfaltwegje dat Pin met Orval verbindt
over 7 km. De boerderij en molen iets verder zijn nu een luxe buitenverblijf.
Was je van plan om het woud dwars door te steken naar Chameleux, vergeet dat
best, want zowat alle paden en bos de volgende kms zijn hier privé-bezit.
De rest van Via Arduinna is duidelijk: Volg gewoon de N840. Voorbij een aantal
vijvers en een pompstation om tot slot zacht te dalen langs de domeinmuren
van de beroemde abdij van Orval.
De
Semois te Moyen, met rechts het overstromingsterrein.
Zwartwit
Kaart uit 'Le Pays Gaumais' (1956). De dikke zwarte lijn is het traject van
de heirweg Reims - Trier
ten zuiden van Pin. De inkleuring hebben we zelf gedaan: In oranje het trajectverloop
van de nieuwe Via Arduinna.
In
het bos van Watinsart volg je oa een oude steenweg.
In
het landschap herken je na 2 millenia nog de Romeinse heerbaan. Bij het bosje
links stond de Tour Brunehaut. (Foto 'Le Pays Gaumais' 1956)
Nabij
de watertoren van Pin
Bron
onderweg van Moyen naar Izel
Over
oude wegen
Nationale
weg 840 is een rustig asfaltbaantje.
Rechte
asfaltweg richting Moyen
Dit
is niet de officiële site van Via Arduinna.
>
Voilà, een spetterend einde van deze etappe. Tijd voor Orvalbier. Zin
om ook het iets langere variante traject eens te proberen? Lees dan de volgende
pagina als appetizer.