Startpagina > Wandelen > Trans-Semoisienne > Traject Arelerland
Traject Arelerland
> We beginnen de lange trekking niet aan de bron van de Semois maar in het archeologisch museum van Aarlen. Dit museum heeft ondermeer de fijnste collectie Romeins beeldhouwwerk in België. De meeste objecten zijn gevonden in Aarlen zelf, langs de Grand'Rue. Tussen al die kapitelen en godenbeelden is dit merkwaardige beeld van deze 2000 jaar oude wandelaar. Dat hij te voet onderweg is zien we aan zijn wandelstok en zijn pij met kap. Hij laaft zich met een beker aan een gemetselde bron. Vermoedelijk gaat het hier over de bron van de Semois, gelegen in Aarlen. De bronnen van de Semois werden onder de Romeinen gewijd aan de god Apollo. Nog vroeger, onder de Trevieren, heette de Semois Sesmara, met bron in Are Launos (Aarlen).
De open stad krijgt betere versterkingen in de vorm van wallen om de aanvallen in die onzekere tijden te weerstaan. In de middeleeuwen wordt de stad op de Sint-Donaasheuvel gekroond met een burcht. Door de strategische ligging tussen het Germaanse en Frankische gebied valt Aarlen nogal eens ten prooi aan plundering, vernieling en brandstichting. Hierdoor verdwijnt in de loop van de eeuwen ook voor een groot stuk het historisch erfgoed van de stad. Waar in de vroege middeleeuwen nog een kasteel stond verrees op de Sint-Donaasheuvel (450m) een kapucijnerklooster. Op de top kan je nu nog de dominante Sint-Donaaskerk bezoeken en wat resten van omwallingen. Plezierig is de kloosterrondgang van charmilles
De man aan de bron.
(een soort 'boomtunnels') bestaande uit kornoeljestruiken. Hier heb je ook een mooi uitzicht over het Arelerland. Resten van de Romeinse omwalling kan je bezoeken niet ver van de Grote Markt (voor een kleine vergoeding). Enkele andere Romeinse overblijfselen bezoeken we onderweg langs de TransSemoisienne.
> Aarlen verlaten zonder de stad ook even te bezoeken is in feite zonde. Belgiës kleinste provinciale hoofdstad verdient een korte wandeling. Het is een kleine stad, en alles ligt dan ook redelijk dicht bij elkaar. Gevonden voorwerpen uit steen en brons wijzen op een erg oude bewoning van het gebied. De stad kende een bloeitijd onder de Romeinen, vanaf 50 v/C. Hier in de buurt kruisten 2 belangrijke heerwegen: Reims-Trier (waarop we later nog zullen wandelen) en Tongeren-Metz.Tijdens de 3de eeuw vervalt Aarlen wat, door de voortdurende invallen van de Barbaren.
Bron semois
Eeuwenoude charmille, Aarlen
> Waar anders dan bij de bron van de Semois begint de Trans-Semoisienne. Die bron ligt aan de kruising van de Rue des Tanneries met de Rue Sonnetty. We ontmoeten weer de Romeinse
reiziger van 2000 jaar geleden, dit maal in de vorm van een afgietsel van het echte beeld, dat is aangebracht over de bron. Het bronwater wordt opgevangen in wat er uitziet als een vijvertje, kompleet met waterplanten. In feite is het een gerestaureerde looiput. Vele eeuwen geleden werd het bronwater van de Semois op deze plek gebruikt voor leerlooierij. De straatnaam 'Rue des Tanneries' verwijst nog
naar die ambachtelijke bedrijvigheid hier. De putten raakten echter in verval. Tussen 1968 en 1971 werden de looiputten weer uitgegraven en werd de bron blootgelegd. Op deze plek komt het water van de Semois dat her en der hogerop uit de ondergrond opborreld tesamen. Het afgietsel van de Semoisreiziger werd eveneens in deze restauratiefase aangebracht. Er staat een infobord over de Trans-Semoisienne en je kan hier nog even op één van de rustbanken energie opdoen voor de 180 kilometer lange tocht.
Bron semois
Sint-Maartenkerk, Aarlen
> We volgen de wit/rode GR-markering van de Trans-Semoisienne, rechts de Rue des Déportés in en al dadelijk naar links, de Rue des Thermes Romains. Mis het kleine archeologische park niet op de linkerkant. Het is wel heel biezonder.
> Het eerste wat je ziet als je het toegangspoortje tot het archeologisch park indraait (toegang gratis) is een 'versleten' kerkhof. Her en der steken nog wat verweerde stenen kruisen in de grond. Deze grafkruisen uit lokale grijze steen dateren uit de 17de tot 19de eeuw. Tot 1853 was deze plek nog in gebruik als kerkhof. Bij opgravingen tussen 1936 en 1938 werden ook 21 Merovingische graven uit de 6de en 7de eeuw bloot gelegd. De waardevolle vondsten zijn tegenwoordig uitgestald in het hier eerder bezochte archeologisch museum van Aarlen, op het eerste verdiep. Achter het kerkhof stuit je op de fundamenten van wat de oudst bekende kerk (basiliek) van België is. Ze dateert van de vroegste kersteningperiode in België. De resten dateren dus uit de 4de of 5de eeuw, de kerk was ongeveer 25 m lang en 12 meter breed. Je kan nog duidelijk het grondplan van koor en schip ontwaren. Later kwam er nog een kapel op die was gewijd aan Sint-Maarten. Rechts achterin het park zie je een overdakking. Hieronder liggen de resten van de Romeinse thermen. Van dit oude badhuis is helaas nog weinig over. Het werd (onbegrijpelijk) in 1906 redelijk grondig vernield. De thermen waren centraal gelegen in de vicus (= niet-militaire Romeinse nederzetting zonder stadsrechten).
Ingang archeologisch park Oud kerkhof Resten van de oude basilica
Aarlen, oud kerkhof
> De hoogste tijd om nu toch eens stevig wat te wandelen, we zijn nog maar een paar honderd meter opgeschoten. Het traject dat volgt zet trouwens aan tot stevig doorwandelen. Laten we er geen doekjes omwinden: De eerste kilometers zijn werkelijk lelijk: Garagepoorten, grijze huizen, industrie, drukke wegen, spoorwegen: Aarlen op zijn lelijkst. Blijkbaar bestaat er weinig alternatief voor deze route want ook Julien van Remoortere heeft in zijn gids voor dit traject gekozen. Zelfs de Semois stroomt er treurig bij, het is een licht stinkende beek. Het Contrat du Semois is hier precies nog niet erg nageleefd wat waterzuivering betreft. Mogelijk wordt het iets beter in de toekomst als het pad langs de Semois kan lopen, de werken zijn nog bezig.
> De meeste dorpen hier in de omgeving hebben allemaal lavoirs. We kwamen in Altenuewen er al één tegen en we zullen er nog enkelen passeren vandaag. Het waren behalve wasplaatsen ook sociale ontmoetingsplaatsen bij uitstek, met name voor het vrouwelijk deel van de dorpsbevolking. Die lavoirs zijn in de 21ste eeuw vooral interessant voor wandelaars die bvb op de Trans-Semoisienne lopen. Bij heet weer is het hier heerlijk om de voeten even te verfrissen of om de watervoorraad bij te vullen aan de bron. Bij nat weer zijn het goeie plekken om te schuilen of om even op adem te komen van al de nattigheid...
> De tocht door Aarlen wordt nog lelijker als het pad de invalsweg Rue de Neufchâteau indraait. Net voor deze drukke weg de N82 oversteekt, draait de Trans-Semoisienne een grasweg op naar rechts. Van het drukke verkeer blijft enkel nog het lawaai over. We kruisen de Semois nogmaals en lopen na de N82 even later Altenuewen (Viville) binnen.

> Van Altenuewen loopt het pad over asfalt naar Frällen (Freylange), maar nog voor dat dorp wordt bereikt draait de Trans-Semoisienne rechts over een prettig - met dicht struikgewas omringd - graspad. Zo kom je op een kruispunt van kleine asfaltwegen.

> Een boswachter stapt uit zijn 4X4 en vraagt of ik 10 minuten tijd heb. Hoewel ik moet doorstappen na al het geslenter in Aarlen kan ik natuurlijk niet anders dan ja zeggen, alleen al uit nieuwsgierigheid waarom een boswachter mij nodig zou hebben. Hij vraagt mij om een vragenslijst in te vullen ivm met recreatie in het bos. Dat doe ik dus maar even, ik kan er mijn mening in kwijt over jagers. Daarna helpt de boswachter mij nog even op het juiste pad want ik ben even wit/rood kwijt en als ik problemen heb met jagers mag ik hem altijd bellen. Voilà, iedereen gelukkig. Hij moet lang naar een wandelaar hebben gezocht hier in het Arelerland want het is niet dadelijk het meest populaire wandelgebied.

> De Trans-Semoisienne loopt langs een schietclub en gaat dan voor het eerst door een streep bos, het Jungenbusch. Eens daar weer uit loopt het pad even langs de rand van het dorp Häischel (Heinsch) om dan weer door bos te lopen.

> Aan de vijvers van Tattert is een goeie picknickplek, maar de Trans-Semoisienne draait even daarvoor scherp naar links omhoog door het bos. Geen nood, een nog betere picknickplek of zelfs bivakplek komt er even later aan: De 'lavoir' (wasplaats) van Lottert, aan de rand van het bos. Het is een prachtige plek. De lavoir is overdekt met een tongewelf. Het water komt van een bron die het begin van een beekje vormt. Deze lavoir is nog maar pas geleden gerestaureerd.

Lavoir, Lottert
Sponszwam, Jungenbusch
Vervuilde Semois, Aarlen
Semois net voor Altenuewen
Semois tussen Aarlen en Altenuewen
Onderweg naar Häischel
> De Semois tussen Aarlen en Chantemelle loopt door een van oorsprong erg moerassig gebied. Het vlakke landschap van de Boven-Semois waar een waaier aan beken door loopt, de vele bronnen die opborrelen uit de zandlaag (rustend op een ondoordringbare mergellaag) en de regelmatige overstromingen van de Semois vormen de ideale omstandigheden voor het ontstaan van moerasgebied. Over vele eeuwen heen ontstonden door afgestorven plantenresten dikke veenlagen. Van landbebouwing kon door de natheid dan ook weinig sprake zijn. De minder natte delen dienden voornamelijke voor begrazing of voor hooiwinning. Hakhout kappen en turfsteken waren andere populaire vormen van exploitatie in het moerasgebied. Na de Tweede Wereldoorlog zien we het snel verdwijnen van deze moerasgronden, ten voordele van huizenbouw en
spoor- en wegenaanleg (vnl de E411). Ook het recht trekken van de Semois op sommige plaatsen zorgde voor een snelle uitdroging. Economisch werden de moerassen de laatste decennia ook van minder nut, waardoor sterk waterzogende vegetatie zoals riet en wilgen opschoten, uitdroging verder in de hand werkend. Vanaf de jaren '60 wordt gestart met een aktief aankoop- en beheersbeleid van overgebleven moerasgebied door natuurgroepen. Dankzij hen zijn een aantal stukken van uitdroging gered. Het onderhoud (zoals kappen, maaien en het dichten van oude ontwateringssloten voor de turfontginning) van deze natte stroken vraagt veel inzet van vrijwilligers op een gebied waar het moeilijk werken is door de drassigheid. Er zijn hierdoor 5 reservaten gecreëerd: Häischel (32,5ha), Affen (15,5ha), Sues (33,5ha), Vance (12ha) en Chantemelle (8,5ha). Je treft er biotopen aan waar een aparte verscheidenheid van zowel moerasplanten als broedvogels en insecten aanwezig zijn. Orchideeën, de grote boterbloem, zeggesoorten, trilveen zijn er maar enkele. De grauwe kiekendief vindt er een ideaal habitat. Hij is redelijk gemakkelijk te spotten als je langs de Trans-Semoisienne loopt. Ons pad loopt niet door de moerassen zelf maar komt er wel vaak vlakbij. Moerasminnende planten zoals pijpestrootje of paardestaart verraden de aanwezigheid van moerassig gebied. Wil je de moerassen exploreren informeer je dan goed op voorhand. De natuurreservaten zijn toegankelijk maar voorzichtigheid is absoluut aangeraden.
Moerasgrassen, Sainte Marie
De Trans-Semoisiennne over de (gekanaliseerde) Semois te Affen
> Er volgt weer een behoorlijk oninteressant stuk over asfalt. Het pad kruist de N40, een hoogspanningslijn, de spoorlijn Brussel - Luxemburg en de Autoroute des Ardennes (E411). Deze laatste snijdt het moeras van Häischel en Affen in 2. Aan de andere kant van de snelweg ligt Affen (Fouches). We hebben haar een tijd moeten missen, maar hier is ze weer, de Semois. In Affen zoeken we aansluiting op de oude Romeinse weg Trier - Aarlen - Reims.
> Na 2 millenia vind je zelfs nu nog de Romeinse weg Trier - Reims gemakkelijk terug op je topografische kaart. Van Aarlen tot net voor Affen (Fouches) vormt hij nu de snelle N83 (Aarlen - Florenville). Van Affen loopt hij als een kaarsrechte veldweg tot net voor Etalle waar hij weer 3 kilometer over de N83 loopt. Trek dezelfde lijn rechtdoor waar hij weer als veldweg loopt tot Pin om daar af te buigen naar Chameleux - Carignan - Mouzon - Reims. De weg dateert ten laatste uit de regeerperiode van keizer Claudius (41-54 n/C). Bewijs daarvan werd gevonden op een mijlpaal die werd gebruikt als bouwmateriaal op de oude site van Buzenol-Montauban maar die in feite afkomstig was van Etalle (op de heerweg). Over het hele traject zijn bovendien diverse Gallo-Romeinse sites blootgelegd die langs de weg lagen. Versterkingstorens, villa's, necropolen, relaisstations, tempels of oude woonkernen. Deze weg was voor de Romeinen van primair belang in de ontwikkeling van hun noordelijk wegennet dat vooral in functie stond van een betere ontsluiting van hun veroverde gebieden en de militaire overheersing daarvan. De weg was 7,5 meter breed. Je hoeft niet te zoeken naar grote plavuizen of kasseien die de weg ooit bedekten, die zijn al lang gerecycleerd in oude huizen, muurtjes of versterkingen. De weg raakte al gedeeltelijk in verval tijdens de Frankische periode, veroorzaakt door machtsversnippering en lokale belangen. Deze Romeinse weg proberen te volgen over zijn hele traject en de Romeinse overblijfselen in het landschap opzoeken vormt het thema van een boeiende tocht. Misschien wat eentonig om helemaal te voet af te leggen omdat het traject zo recht loopt, daarom is de fiets beter. Ik heb de weg enkele jaren geleden gefietst en het is best boeiend als je je ook wat ingraaft in de lokale geschiedenis van de dorpen en gebieden onderweg. Andere paden die ook een stukje over de oude weg Trier - Reims lopen zijn de Transgaumaise® en GRAE (15), deze laatste passeert ook langs ruïnes van het oude relaisstation van Chameleux. Zie hiervoor elders op Trekkings.be.
De Trans-Semoisiennne over de oude Romeinse weg Trier - Aarlen - Reims nabij Sues. In de volksmond heet de weg nog Reimerwee.
> Het dorp Affen (Fouches) loopt vlot over in Sues (Sampont). De doortocht door het dorp loopt langs verscheidene kapellen. Aan het einde van het dorp gaat de geasfalteerde Romeinse weg over in een verharde weg en daarna in een veldweg. Let even op de ondergrond. Die is van een geelbruine specie: We verlaten na Sues het Arelerland en komen de Gaume binnen met zijn zandleemgrond. We verlaten hier ook het taalgebied Frans/Letzebuergesch voor dat van het Frans/Waals. In het natte landschap zijn hier en daar ook geïsoleerde stukken moeras te ontdekken.
Boerderij in zandsteen van de Gaume, Sues
Traject wordt herzien in 2008 en wordt GR 16
Update sep 10: Aanzienlijke stukken door het Arelerland volgen nu een ander gemarkeerd traject als GR 16. De beschrijving op deze pagina komt dan ook niet altijd overeen.
Trans - Semoisienne (180 km)
Sentier de la Semois (GR 16)