De Stroopers (Stroperbos)
> Hoewel stropers hier in de bossen de voorbije eeuwen ongetwijfeld aan hun trekken kwamen, heeft de naam van dit bebost gebied daar eigenlijk niks mee te maken, de naam zou eerder verband houden met een familie De Strooper die ooit belangrijke delen van dit gebied bezat. Lokaal bekend als 'De Stroopers' wordt tegenwoordig vaker van 'Het Stropersbos' gesproken.
> Tot de periode waarin Willem het Reynaertverhaal neerpende (rond 1250), moet De Stroopers deel hebben uitgemaakt van ťťn van de grootste onontgonnen gebieden die Vlaanderen rijk was, het Koningsforeest. Het bos van Hulsterloo (nabij wat nu
Nieuw-Namen is), waar Reynaert zijn schat had verstopt, was wellicht een noordelijke uitloper van dit grote woud. Het Koningsforeest bedekte een groot deel van het huidige Waasland en bestond vooral uit bossen met op de randen wastines of woeste graasgronden. Er vonden georganiseerde jachten plaats.
> De monniken van de middeleeuwse abdijen lieten op hun geschonken gronden massaal braakland ontginnen en bossen rooien om inkomsten te genereren. Tegen de 16de eeuw waren grote delen van het Koningforeest veranderd in cultuurland. Ook het huidige Bos van De Stroopers was toendertijd grotendeels gerooid.
> Zoals we reeds tijdens de eerste etappe zagen, was het land doorsneden van verdedigingsdijken en -wallen, resultaat van steeds verschuivende machtslijnen tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, de Spaanse linies en later de Franse. Ook in De Stroopers zijn daar restanten van te zien, zoals de oude walgracht langs de
Liniedreef die we zigzaggend volgen. Deze werd aangelegd rond 1702 op de oude stuifzandruggen door de Fransen en draagt de naam 'Bedmarlinie', naar de Franse markies van Bedmar. Je moet je deze omgeving dus voorstellen als haast bosloos toen. In 2009 werd een deeltje van zo'n oude linieversterking gereconstrueerd in De Stroopers, een opgeworpen aarden wal van een paar meters hoogte, versterkt met een soort geweven takkenril.
> Tot eind 19de eeuw bestonden De Stroopers voornamelijk uit wastines en arme akkergrond, afgewisseld met kleine stukken bos die voor hakhout dienden of die te nat waren en waarop nat elzenbroekbos gedijde. Vanaf
1880 wordt De Stroopers massaal herbost, de den doet zijn intrede voor productiehout. Er is in die tijd een sterke vraag naar hout voor mijnbouw en nieuwe industrieŽn. Zoals je nu nog makkelijk kan zien in de grondstructuur waren De Stroopers eigenlijk veel te nat voor productiebos van naaldhout. Er werden dus op korte onderlinge afstand massaal greppels gegraven voor afwatering. Tussenin werden op de drogere opgehoogde ruggen (= rabatten) dan in rijen de bomen geplant. Hierdoor ontstond verdroging van de ondergrond en verarming van de plantenrijkdom, temeer daar dicht dennenbos weinig ontvankelijk is voor ondergroei van kruidlagen.
> Zowat de helft van het meer dan 400 ha grote Stropersbos is vandaag eigendom van de Vlaamse overheid (beheer door Natuur & Bos) en ondergaat sinds 2007 een grondige verandering in het kader van een Europees LIFE-project, uitgevoerd door de Vlaamse Landmaatschappij. Bedoeling is om weer een veel gevarieerder bos te krijgen met afwisselend ingerichte open en meer gesloten delen, aansluitend bij de natuurlijke geschiedenis van dit bos van heidewastines en elzenbroekbos. De donkere dennenbossen horen niet thuis in dat plan en maken zoveel mogelijk weer plaats voor inheemse soorten. De werken startten in 2007 en werden beŽindigd eind 2009. Er werd bijna 2 miljoen Ä in geÔnvesteerd. In plaats van een droger bos te krijgen wordt er met het LIFE-project nu net naar gestreefd om weer een natter bos te verkrijgen. De vele muggen die hier 's zomers rondzoemen zullen het ook graag horen.
Streek-GR Reynaertland
Startpagina > Wandelen > Streek-GR Reynaertland
> Zo bereiken we de plek waar de Vaart van Stekene in de 22 km lange Moervaart vloeit. Meedraaien met het oeverpad naar rechts en nu volgen we dus de Moervaart. Bij de eerste huizen van Klein-Sinaai kan je eventueel afwijken van de route om 1 km verder het Boudelomonument te bekijken. Het was immers in deze omgeving dat ooit de beroemde abdij van Boudelo stond en waar wellicht het beroemde Reynaertverhaal werd neergepend door een zekere Willem. Hier verlaten we de Moervaart en lopen naar rechts tot op de drukke Brugse Heerweg.
> Bij de kerk links de hoofdstraat door Stekene volgen (Polenlaan) voor een 500 meter. Rechts dan de Nieuwstraat langere tijd volgen om uit te komen bij de oude spoorlijn, nu fiets- en wandelpad. Hier ligt een prachtig Reynaert-rusthoekje: Reinaertbeelden, rustbanken ťn een GR-wandelboom.
> Aan de overkant van de vaart ligt het natuurgebied 'De Fondatie van Boudelo'. Het werd meer dan 800 jaar geleden geschonken aan de lang verdwenen abdij van Boudelo, waar Willem het Reynaertverhaal schreef. Vandaag is het een mooi stiltegebied, bestaande uit een natte lappendeken van perceeltjes bos, weiden, sloten en akkers, waar wandelaars en veel vogelsoorten rust vinden. Beheer gebeurt door de regionale natuurvereniging vzw Durme. Onderweg krijg je langs het jaagpad op panelen wat poŽzie voorgeschoteld. Al snel komt de Koebrug in zicht. Ondertussen was het zwaar bewolkt geworden en hoewel er geen regen was voorspeld begon het toch te druppelen. Regenjas aangetrokken.
> Bij het Reynaertparkje staat een 'wandelboom' van GR/LF-paden. Hier vervoegen we de recreatieve lange afstandsfietsroute LF51 GraveJansroute (Antwerpen - Boulogne-sur-Mer) door de spoorlijn naar rechts te volgen. Eerst ben ik echter nog het natuurgebied Steengelaag gaan bezoeken, gelegen aan de overkant.
> Steeds maar rechtdoor, een paar naar rechts aftakkende wegen negerend. Je botst uiteindelijk op een T-kruising bij een dennebosje. Hier ga je links naar de oever van de Stekense Vaart. Wil je naar camping Vlasaard, dan moet je rechts op die T-kruising, het is 1 km om de hoofdingang te bereiken aan de andere kant. De Reyaertlangeafstandswandeling komt bij de Stekense Vaart, we nemen er het jaagpad naar rechts.
> Geen gebrek aan nog meer picknick- en rustbanken langs de voormalige spoorlijn. We komen langs het oude stationnetje van Stekene, lopen onder de Bormstraat langs 'het Zomerhuis'.
> Rechtdoor over de geasfalteerde spoorbedding en we kruisen de Stekense Vaart. We wandelen tot op de verkeersweg Moerbeke - Stekene, daar naar links. Er is hier weer een kleine trajectverandering tov de gids uit 1998. Pas na zowat 400 meter gaan we weer links, Heimeersstraat. Een eind verder in die straat op een kleine, open rotonde rechtsvoor verder wandelen. Voorbij de laatste huizen wordt de Heimeersstraat een steenslagweg. De weg vormt een buffer tussen met kanaaltjes ontwaterde vochtige weilanden naar de Stekense Vaart en hoger gelegen land van bos, wei en akkers. Populieren domineren het landschap, ook de weg is er mee afgelijnd.
> De Koebrug bij Klein-Sinaai is vandaag een gewone betonnen autobrug. Tot begin jaren '70 zag het er meer idyllisch uit. Er stond hier toen nog een ijzeren ophaalbrug waarnaast een herberg voor schippers was gelegen. De brug werd in 1972 afgebroken en verhuisde naar Bokrijk, in 1973 werd de huidige brug open gesteld. Ook hier een verandering van de markering in vergelijking met het traject uit de topogids. We blijven nu bij de brug het jaagpad volgen. Aan de overzijde van het Kanaal van Stekene zien we het bosreservaat De Heirnisse, in beheer door Natuur & Bos.
> Links de Brugse Heerweg op, er volgt op een paar hoeves na een oninteressant wandelstuk. Bij de ruÔnes van de zogenaamde 'tiendenschuur van de abdij van Boudelo' gaan we links de gekasseide Oostvaart in.
> De Coudenbormbrug is prachtig gelegen bij een rechte populierendreef en een paar oude huizen. Een ideale plek om even te rusten en gebruik te maken van de picknickbanken. Deze ophaalbrug werd gebouwd tussen de twee Wereldoorlogen. Sinds 2001 is deze brug beschermd, tesamen met drie gelijkaardige bruggen op de Moervaart .
> De Coudenbormbrug over en links. Over zowat 7 km zullen we nu de Moervaart volgen, helemaal tot Daknam. De eerste anderhalve kilometer komt natuurlijk bekend over, we liepen immers zonet nog aan de andere oever van de Moervaart.
> Voorbij de samenvloeiing met de Stekense Vaart wordt het landschap wilder en het pad helemaal onverhard. Schitterend wandelen hier, tussen veel groen en nogal wat vogelleven, vooral de meerkoet is hier omnipresent. Af en toe schiet een fazant weg uit de padberm of duikt een konijn op. Mogelijk zie je hier zelfs groter wild.
> Deze etappe in lijn is te combineren met busvervoer vanuit Lokeren. Daar is ook een treinstation met verbindingen naar Sint-Niklaas, Gent en Antwerpen. Horeca onderweg in De Tromp, Hellestraat, Stekene, Klein-Sinaai, bij de Sinaaibrug aan de Moervaart, Daknam en bij de de voormalige spoorlijn (fietspad) naar Lokeren is een wandelcafť. Bivakzone in het Stropersbos / Camping Vlasaard voorbij Stekene.
> Uiteindelijk komen we bij de Sinaaibrug (cafť-restaurant). In een stille omgeving versmalt het pad langs de Moervaart. Gevarieerde planten langs de vaartoevers. Af en toe vliegt een reiger verschrikt op. We komen langs een pompstation met een op het eerste zicht niet zo succesvol project voor zwaluwen. Verderop langs de oever liggen een paar pontons voor bootjes, ideale rustplekken om verhitte voeten in het Moervaartwater te dippen als er geen vissers zijn.
> Een eind verder langs de oever lopen we onder een oude spoorbrug (fietspad), de Spletterenbrug. Dit is nog een brug die aanlegd werd onder de Nazi-bezetting, nadat de vorige door het Belgische Leger werd opgeblazen in 1940.
> Na een biertje in café Den Reynaert terug naar het Reynaertpad gewandeld. Enkele honderden meters over de betonweg tot we bij taverne de Wandelaar komen om er rechts de voormalige spoorlijn 77a op te wandelen. Tot 1971 reden er nog treinen, vooral in het seizoen van de suikerbietenoogst. Er wordt redelijk druk gefietst op dit mooie spoortraject. Aan de rechterzijde een zicht over natuurreservaat de Daknamse Meersen, verlande Durmebeddingen.
> Een eind verder verlaat het Reynaertlandpad de spoorlijn naar links maar ik wandel door over de spoorlijn tot bij het station van Lokeren. Nog even snel een pitta gehaald en dan de trein op. De mooiste delen vandaag waren zonder twijfel de passage door het Stropersbos en de tocht langs de Moervaart. Stekene en Daknam waren een ontdekking.
> We steken een brugje over op de samenvloeiing van Moervaart en Zuidlede. Vanaf nu lopen we langs de 'echte' Durme. Een mooi pad afgezoomd met knotwilgen leidt ons in de richting van de Daknambrug. Over deze brug en hier verlaten we alweer de Durme. Daarna eerste weg rechts, op het centrum van Daknam af. We passeren een mooie Reynaertbank (zie pagina over de Reynaertbanken). Iets verder op een T-splitsing gaat het Reynaertpad naar links maar het is zeker de moeite om even tot het centrum van Daknam te wandelen.
> Rechts van de Moervaart liggen stukken natuurgebied die beheerd worden door de vzw Durme. We passeren ook het Liniepad dat we een tijd zullen volgen langs de oever van de Moervaart.
> Even de Heilige Kruiskerk bezocht, die was open doordat een uitvaartdienst net ten einde was. Daarna even een broodjeszaak binnen gelopen en buiten op een zonnig bankje gepicknickt. Ondertussen was ik dus nu tot de vaststelling gekomen dat de te wandelen afstand veel langer is dan ik had voorzien: 30 km ipv 19 km tot Lokeren, tel daar dan nog 1,5 km bij tot het station. Ik moet er dus wat meer vossenpas inzetten.
Daknam.
> Daknam ligt wat verstopt in de weidse natte meersen van de Durme. Het dorpje past perfect in het Reynaertverhaal. Niet enkel hield koning Nobel hier zijn hofzitting, het was ook in Daknam dat de kip Coppe begraven werd, onder een linde en een marmeren grafsteen, nadat Reynaert haar de nek had overgebeten. De ongelukkige kip met krolse trekken kreeg zowaar een staatsbegrafenis, waarmee schrijver Willem wellicht alludeerde op de ijdelheid van middeleeuwse notabelen.
> De twee Reynaertbanken die aan 'deze feiten' herinneren zijn perfect geplaatst: De ene op de Middendam, uitkijkend over Koning Nobels vroeger hofdomein, de andere bij de kerk van Daknam, onder de linde waar de kip Coppe begraven werd.
> Toen in 1955 de eerste Reynaertroute werd voorgesteld en de aanknopingslocaties werden bepaald, was men er rotsvast van overtuigd dat Daknam onlosmakelijk verbonden was met het Reynaert-dierenepos, inmiddels is niet iedereen daar nog zo sterk van overtuigd. Feit is wel dat het dorpje reeds bestond toen Willen het Reynaertverhaal neerpende.
> Er was al zeker sinds de 12de eeuw een kerk. Het huidige stemmige kerkgebouw met zijn achthoekige toren is een mengeling van stijlen als gevolg van brand en verbouwingen over de eeuwen heen maar je herkent er toch nog heel wat middeleeuwse romaanse en gotische stijlkenmerken in. Het is beslist ťťn van de oudste kerkgebouwen uit het Waasland. Ook de oude kerkhofmuur is beschermd. Opvallend in die muur is het overdekte roephuisje. Hier kondigde de ambtenaar van dienst, gewoonlijk de veldwachter, luidkeels officiŽle mededelingen af na de zondagse hoogmis.
> Net voor we de N403 bereiken, komen we langs een kleine parking en infoborden bij de Reynaertbank van De Trompe. Aan de overkant van de N403 vervolgen we in dezelfde richting tussen ijzerwinkel Donckers en de 'Hollandse Viscentrale'. Langs domein 'De Wal' (restaurant) en meedraaien naar rechts. We lopen langs een beek om wat verder langs een veldrand en langs T.C. Zilverberk te passeren. Hier links, de Sint-Jansteenstraat in. In de eerste bocht van die straat rechts een pad op. Hier gebeurde een belangrijke trajectverandering ten opzichte van de topogids uit 1998! (Zie correct verloopt op de GR-website).
> De Durme lijkt vandaag dan ook niet echt een bron te hebben, eeuwen geleden was het vooral een samenvloeiing van beken die ontsprongen op de lage hoogten tussen de huidige provincies Oost- en West-Vlaanderen, ter hoogte van Aalter en Beernem.
> De loop van de rivier en haar aanvoerbeken was dus voornamelijk west-oost georiŽnteerd, terwijl vanaf de middeleeuwen de noodzaak ontstond om vanuit het binnenland de steden te ontsluiten met kanalen die noordelijk naar de zee liepen. Zo werd de hydrografische loop van de Durme al flink verstoord. Kwam daar dus nog bij dat de cisterciŽnzers van de abdij van Boudelo vanaf ongeveer 1300 al grote delen van de natte meersen rond Moerzeke en Sinaai (waar de Durme liep) inpolderden en de afwatering hierdoor grondig hertekenden.
Natuurgebied Het Steengelaag
> Dit was sinds de 19de eeuw een kleiwinningsgebied. De overgebleven putten en waterbekkens zijn nu vogelrijke vijvers. De dichtere begroeiing er omheen lokt nog heel wat andere vogels en ook vele libellensoorten voelen zich hier thuis. De kleiwinning vond plaats over een periode van zowat 100 jaar, van 1880 tot het jaar waarin de steenbakkerij waarvoor de klei diende, sloot, in 1979. Je kan bij de jongste vijver nog een stukje industrieel erfgoed zien uit begin 20ste eeuw: een 'excavateur' of kleibaggermachine waarmee de klei van de wanden werd afgeschraapt. Nog vroeger werd de klei uitgegraven met de spade.
> Sinds 1992 wordt het Steengelaag door de gemeente Stekene aan Natuurpunt in beheer gegeven. Vrijwilligers maaien in het 30 ha grote natuurgebied ook een veldje, zodat de bloemende planten er maximale kansen krijgen om te ontwikkelen. Er is ook een vogelkijkhut.
> Het Steengelaag is een mooi voorbeeld van hoe een oud industrieterrein een mooie nabestemmng kan krijgen. Het natuurgebied is steeds toegankelijk en vormt een leuk ommetje vanaf het Reynaertparkje.
Abdij van Boudelo
> De naam Boudelo is mogelijk een samentrekking van 'Boudewijn' en 'Loo' (?), een beboste lage heuvel. Zoals vele abdijen ontstond ze eind 12de eeuw, een periode waarin de katholieke godsdienst waanzinnig sterk haar stempel drukte op Vlaanderen en in grote delen van Europa. De stichting van een abdij werd vaak voorafgegaan door de vestiging van een kluizenaar. Ook hier, de abdijsite ontwikkelde op de kluis van de monnik Boudewijn van Boekel, die zich hier als kluizenaar tijdelijk had afgezonderd uit de Gentse Sint-Pietersabdij. De abdij moet vanaf de 13de eeuw een zekere uitstraling hebben gehad in de streek, aangezien ze zelf bijhuizen bezat in Gent en Hulst. De monniken zijn ook grotendeels verantwoordelijk voor de ontginning en hertekening van het meersenlandschap waar we eerder en ook straks door lopen, met name wat de afwatering van de natte gronden betreft en de omvorming tot graasgronden en akkers.
> Bijzonder is dat in deze abdij wellicht het Reynaertverhaal werd geschreven door een zekere Willem, waarvan de achternaam niet bekend is. Vooral Nederlandse 'vossenjagers' stellen dat Willem van Boudelo afkomstig moet zijn geweest, of minstens een tijd moet hebben verbleven in de regio rond Hulst, gezien zijn vertrouwdheid met Zeeuws-Vlaanderen, wat blijkt uit de plaatsnamen die in het Reynaertverhaal voorkomen.
> De abdij van Boudelo werd verwoest in 1578, een periode waarin Gent enkele jaren bestuurd werd door calvinisten. De gevluchte monniken keerden later terug naar Vlaanderen maar bouwden hun nieuwe abdij op in de stad Gent, toen de calvinisten weer van de macht waren verdreven.
Stekense Vaart.
> De aanleg van deze kunstmatige waterloop gaat terug tot begin 14de eeuw, toen de Graaf van Vlaanderen een waterverbinding tussen Gent en Hulst liet aanleggen. Het kanaal kreeg een strategische functie toen Alexander Farnèse in 1584 het zogenaamde kanaal van Parma liet aanleggen tussen Gent en de Schelde te Kallo. Het maakte deel uit van zijn plan om Antwerpen te veroveren. De uitgraving van dat kanaal gebeurde in de recordtijd van amper 3 maanden. Farnèse kon hierdoor de bevoorrading naar de stad Antwerpen blokkeren wat uiteindelijk de val van de stad veroorzaakte.
> Het kanaal is grotendeels verdwenen maar de Stekense Vaart is gebleven en de voorbije eeuwen
Reynaertparkje
> Beeldhouwer Albert de Smedt uit Sint-Niklaas is een bedrijvig kunstenaar wat beelden van Reynaert en de dieren uit het verhaal betreft. Zijn werken staat op heel wat plaatsen in het Waasland en langs de Reynaertlangeafstandswandeling. In dit parkje, dat werd geopend in 2004, is zowat 'de hele familie' present: Cuwaert de haas, Bruun de beer, Tiecelijn de raaf, Tybeert de kater, Grimbeert de das, Coppe de kip, Canteclaer de haan.... en uiteraard Reynaert zelf. We zien hem weer op het moment dat hij afscheid neemt van het hof van Koning Nobel om zijn boetetocht te beginnen. De versregels op deze Reynaertbank zijn overgenomen van die bij De Trompe aan De Stroopers.
Het Zomerhuis / Zomererf
> Geen Stekenaar die 'het Zomerhuis' niet kent. Tijdens het interbellum kwam lokale brouwer Charles Vijdt op het idee om een ontspanningscentrum voor jongeren uit te bouwen. Niet enkel een feest- en danszaal, maar ook een zwemkom met kantine. Dat was in 1937. Het Zomerhuis hield het zowat 70 jaar vol. In de jaren '00 raakte de infrastructuur sterk verouderd en voldeed niet meer aan strengere uitbatingsvoorwaarden. Het terras was nog wel populair en even werd nog geprobeerd om het plezierdomein in een dierenparkje te veranderen. Weinig succesvol blijkbaar, in 2008 koopt de gemeente Stekene de infrastructuur op. Een groot zwembad en dansavonden zijn er nu niet meer maar de vereniging Transitie Stekene bouwde het Zomerhuis om tot een ecologisch voorbeelddorp. De nieuwe naam is nu 'Het zomererf'.
Lokeren
> Deze stad in het hart van het Waasland, lijkt veel later tot ontwikkeling te zijn gekomen dan veel andere steden, hoewel oude sporen uit het neolithicum er op wijzen dat er in de streek vanouds menselijke aanwezigheid was. De oudste vermelding van Lokeren gaat terug tot de 12de eeuw. Geleidelijk ontstond een nederzetting van boeren, die op de vochtige gronden ondermeer vlas kweekten. Voor de verdere ontwikkeling van Lokeren zouden vlasteelt en afgeleide textielprodukten een cruciale rol spelen tot diep in de 20ste eeuw.
> In de 16de eeuw verleende Keizer Karel marktrechten maar het duurde tot 1804 vooraleer Lokeren (tijdens de Napoleontische bezetting) de titel verwierf van 'stad'. Sinds 1977 maken ook Daknam en Eksaarde deel uit van Lokeren.
> Het loont de moeite om de stad even door te wandelen. Enkele oude gebouwen in de omgeving van het Marktplein vallen op, zoals het stadhuis, de barokke Sint-Laurentiuskerk en verscheidene statige openbare en burgerwoningen. Vooral architectuur in rococo, neo-renaissance, neogotiek en art nouveau zijn goed vertegenwoordigd. Lokeren heeft een stadsmuseum met 'bijhuis', Huis Thuysbaert. Interessant om weten is dat in dit neobarokke burgerhuis - naast tijdelijke tentoonstellingen - ook een permanente Reynaerttentoonstelling te bekijken is (openingsuren zie Toerisme Waasland). Deze Reynaerttentoonstelling is vlot te combineren als je in Lokeren de trein neemt. Het is het okerkleurig gebouw linksvoor op het langgerekte stationsplein als je uit het station komt. Net buiten de stad ligt langs de Durme het grote natuurgebied Molsbroek, een moerassig gebied van broekbossen en natte hooilanden. Er is een bezoekerscentrum.
> Misschien is Lokeren vandaag wel het meest bekend omwille van zijn Lokerse Feesten in augustus, met ieder jaar maar liefst 10 dagen lang een opvallende line-up van muzikale popartiesten. De Lokerse Feesten vonden aanvankelijk plaats op de Vismarkt. Het was een echt muzikaal volksfeest met vooral Belgische pop, kleinkunst en charmezangers. In 1994 verhuisden de Lokerse Feesten naar het parkeerterrein op de Grote Kaai, tussen de markt en de sporthal. Dat was niet naar de zin van een aantal medewerkers die op de Oude Vismijn begonnen met de Fonnefeesten. Sindsdien vinden beide evenementen tegelijk plaats. De Lokerse Feesten evolueerden naar een grootschaliger festival met grote namen uit de popwereld, terwijl op de Fonnefeesten nog steeds de volkse gezelligheid centraal staat, de inkom gratis is en er een kermissfeer hangt van bier en Lokerse paardenworsten. Begin augustus gaat het er dus echt wel muzikaal aan toe in Lokeren.
uitgebaggerd en verbreed. De vaart had voor Stekene immers een belangrijke ontsluitingsfunctie. Langs hier werden tot in de 20ste eeuw massa's bakstenen vervoerd, afkomstig van de steenbakkerijen die hun klei ondermeer uit het Steengelaag onttrokken.
Liniewegelpad
> Een prettig wandelpaadje van 8 km dat naar Eksaarde loopt langs enkele vrij woeste natuurreservaten en enkele historische gebouwen. De naam liniewegel verwijst naar de lijn van aarden wallen die voor een deel worden gevolgd, deze werden aangelegd in 1702 door de Fransen ter verdediging van de grens met de Nederlanden. Na de vrede van Utrecht in 1713 werd deze 'Bedmarlinie' alweer ontmanteld. In de omgeving van Eksaarde zijn nog resten van de grillige verdedigingslijn bewaard gebleven. Nogal wat Lokeraars vinden dit het mooist natuurtraject van hun gemeente. Het stukje Liniewegel dat we hier zien langs de Moervaart, vormt sinds 2006 eigenlijk maar een 2 km lange verbinding naar het permanent gemarkeerde Liniepad. Het wordt opengesteld door de vzw Durme (natuurbeheer) buiten het broedseizoen van de vogels, je kan er dus over wandelen buiten de periode 15 maart Ė 15 augustus.
Moervaart & Durme
> De Moervaart is een mooi voorbeeld van hoe door sterke inmenging van de mens het natuurlijke rivierenpatroon van Vlaanderen vanaf de middeleeuwen sterk wijzigde. In dit gebied vloeide de Moerbeek, tesamen met de Zuidlede de Durme vormend. De huidige Durme, die we verder langs het Reynaertpad tegen komen, is een zijrivier van de Schelde. Ze was dus eigenlijk veel langer maar tijdens de middeleeuwen begonnen de monniken grote delen van de natte 'meersen' in de Moervaartdepressie af te wateren voor akkerbouw.
> De voormalige abdijsite ligt niet langs het pad, een herdenkingsplaat voor Boudelo is aangebracht op 1 km ten oosten van de plaats waar de GR de Moervaart tijdelijk verlaat te Klein-Sinaai.
Spoorlijn 77.
> Het wandel- en fietspad waarover we een tijdje lopen maakte tussen 1873 en 1974 deel uit van de spoorlijn Sint-Gillis-Waas - Zelzate. Al rond 1980 werd de bedding omgevormd tot fiets- en wandelpad.
> Hier was ik vorige keer geŽindigd. Ditmaal links dus op die T-splitsing van bospaden. Een tijd rechtdoor en dan eerste bospad rechts, een zanderige steenslagweg. Een tijdje volgen, meedraaien met 'de Linie' en het verdedigingskanaal daarvan. Eerste links en 100 meter verder rechtdoor vervolgen met het kanaaltje. Onderweg verscheidene rustbanken. Er ligt sinds september 2014 ook een bivakzone in de buurt. Zie bivakzone.be. Het Stropersbos was op het moment dat ik er passeerde onderhevig aan grote werken in het kader van een LIFE-project, inmiddels zijn die werken voltooid.
> Deze tweede etappe van de Streek-GR Reynaertland loopt door het hart van het 'het Soete Waesland'. Sporen van de vos Reynaert zijn talrijk aanwezig, niet in het minst door de Reynaertbanken. We lopen door land dat grotendeels tot de (verdwenen) abdij van Boudelo behoorde, waar lekenbroeder-schrijver 'Willem' rond 1250 zijn unieke versie van het Reynaertverhaal neerpende. Dit is ook de meest groene etappe. Een lange bospassage door De Stropers tussen De Klinge en Stekene maar ook langere onverharde, zelfs wat wilde wandelstroken langs de Moervaart tussen Klein-Sinaai en Daknam. Mooie dorpen die de herinnering aan Reynaert levendig houden zijn Stekene en Daknam. Deze 30 km lange etappe eindigt in de buurt van Lokeren.
> De hoofdafwatering werd rond 1530 verder uitgegraven, rechter getrokken en verbreed tot de huidige Moervaart. Er werd veel turf vervoerd, later ook baksteen (via de Stekense Vaart) en vlas.
> Tegenwoordig heeft de Moervaart geen economische betekenis, enkel pleziervaart heeft er nog wat aan. Vandaag wordt de riviernaam Durme gebruikt voor dat deel stroomafwaarts van waar de Zuidlede in de Moervaart vloeit. We passeren dat punt even nadat we een oude spoorbrug zijn gepasseerd, onderweg naar Daknam. Ook verder stroomafwaarts onderging de Durme nog sterke menselijke ingrepen. Door het gestegen hoogwaterpeil van de Schelde liep Lokeren, dat ontwikkelde langs de Durme, al eens onder water in de 20ste eeuw. Door de bouw van een waterkering ter hoogte van het natuurgebied Molsbroek bij Lokeren werd de sterke invloed van getijdenstromingen onder controle gebracht. Pas vanaf Waasmunster is de Durme nu nog een getijdenrivier.
Stekene
> Stekene was lang geleden het grootste dorp van het Waasland. De geschiedenis van Stekene gaat dan ook zo ver terug in de tijd dat het moeilijk is om nog uitsluitsel te krijgen vanwaar de dorpsnaam afkomstig is. Het ligt voor de hand om 'Stekene' in verband te brengen met kleisteken en de baksteennijverheid. Heemkundigen verklaren de naam echter eerder als een oude betekenis voor een inham van stilstaand water. Feit is dat de dorpsnaam al minstens sinds de 13de eeuw in zwang was.
> Klei en steenbakken was eeuwenlang een belangrijke aktiviteit in Stekene, het droeg zeker bij tot de ontwikkeling van het dorp. Vandaag is deze nijverheid volledig verdwenen maar tot 1979 ging het steenbakken door en zorgde het voor belangrijke tewerkstelling.
> Opvallend in het centrum is zeker de Heilige Kruiskerk, een hallenkerk gebouwd in zogenaamde Scheldegotiek. Het gebouw gaat terug tot begin 13de eeuw maar de huidige constructie is vooral 16de eeuws, aangevuld met latere verbouwingen en vergrotingen. Zowel binnen als buiten de kerk kan je een aantal interessante details opmerken, zoals een 18de eeuwse zonnewijzer op de buitengevel en een unieke fundatiesteen uit 1407 in het koorgedeelte. Het meubilair uit fijn houtsnijwerk is voornamelijk 18de en 19de eeuws.
> Opvallend is ook de goed bewaarde schandpaal die op het kerkplein staat opgesteld. Hij dateert uit 1774, enkele tientallen jaren voor het Franse bezettingsregime dit soort volksberechting afschafte. Richting het neogotische gemeentehuis (1882) van Stekene zie je ook nog een oude stadspomp, geplaatst eind 19de eeuw. Verder langs de Streek-GR Reynertland zullen we in Belsele nog een gelijkaardige pomp zien.
> In het parkje achter de kerk werden in 1991 een aantal beelden geplaatst van dieren uit het Reynaertepos, gemaakt door beeldhouwer Albert de Smedt. Sinds 2004 zijn deze beelden echter verplaatst naar een apart Reynaertparkje waar we straks langs komen. Reynaert is echter nog steeds prominent aanwezig in het centrum van Stekene. Het mooie beeld van Reynaert (1988) als de 'valse devote' pelgrim is prachtig, eveneens van de hand van Albert de Smedt en misschien wat geÔnspireerd op het Reynaertbeeld in het de Vidtspark van Sint-Niklaas waar we tijdens de laatste etappe passeren.
> We lopen dus verder door dan oorspronkelijk, tot het einde van een vijver. Daar rechts, langs een afspanning en bij het einde daarvan links meevolgen. Een eind verderop een pad rechts negeren en een woonwijk aanvankelijk langs de rechterkant houden. Zo komen we de wijk Hellestraat in, een straatdorp met een respectabele geschiedenis.
> Op het einde van het Preekekeplein is een broodjeszaak, beenhouwer en bakker evenals een drankautomaat en een broodautomaat. De meeste zaken hier lijken maandag en dinsdag gesloten. Rechtdoor vervolgen in de Pastoor van Lierdestraat. 50 meter voorbij het kerkhof links meevolgen. We draaien verderop naar rechts, een pad links negeren wat verder en op een kruispunt van paden links.
> We draaien wat door een dennenbos, komen uit op een bredere steenslagweg langs een paar huizen en verder lopen we weer over een veldweg van paden die zijn afgezoomd met knotwilgen. De weg hier draagt nog steeds de naam 'Hellestraat'. De witrode bewegwijzering onderweg is van een lokaal pad, niet van GR! We blijven de inmiddels vertrouwde geelrode streepjes nog steeds volgen.
> Zo komen we in de Polderstraat, links hier. Op het einde van deze weg rechts de Nachtegaalstraat in richting de E17. Bushalte, frituur en drankautomaat. Bij de snelweg even links en 50 meter verder de tunnel onder de E17 door. Aan de andere zijde rechts en na 100 meter links (richting Stekene). Even verder opnieuw links, de Kiekenhaag in.
> Waar deze een bocht maakt, gaan we rechts de Ketelaarstraat in. Deze eindigt op een rond punt. Links aanhouden hier en de eerst straat rechts, de Pastoor Annaertstraat. Einde links-rechts en we zijn in het centrum van Stekene. Een verrassend mooi en levendig stadscentrum en zoals op vele plaatsen in Reynaertland is er ook hier een standbeeld van Reynaert, het staat op een vluchtheuvel op de weg langs het kerkplein.
> In feite had ik me wat misrekend in de etappe-afstand van vandaag. Niet 19 km maar 30 km zou ik later op de dag merken. Dom optelfoutje van mij. Net op het moment dat de zon opkwam stapte ik uit de bus, niet zover van De Klinge. Even het stukje ex-spoorlijn 54 nogmaals gevolgd en dan in het begin van het Stropersbos gewandeld tot op de plek waar Streek-GR Reynaertland afsplitst van GR 5A.
Reynaertbank De Trompe
Langs de oude liniegracht
Zwarte berkenboleet
Onderweg in de omgeving Hellestraat
Stekene, gemeentehuis
Stekene, Reynaert als pelgrim
Oude baksteenvloer uit de kerk van Stekene. Links vierkante vloertegels van rond 1220, rechts vloersteen van 14de of 16de eeuw.
Over de bedding van ex-spoorlijn 77
Populieren lijnen de weg af
Kardinaalsmuts
Aansluiting langs de Moervaart op de Liniewegel
Ook Urbanus heeft hier zijn eigen fietsroute
Over ex-spoorlijn 77a
Lokeren, schandpaal en postgebouw
Met wilgen afgelijnd pad langs de Durme
Pad langs de Moervaart voobij de Sinaaibrug
Coudenbormbrug
Wandelend door klein-Sinaai richting de Coudenbormbrug kom je langs ruÔnes van wat bekend staat als resten van een tiendenschuur van de abdij van Boudelo. Sommige heemkundigen zijn het daar totaal niet mee eens en stellen dat het niks met een tiendenschuur heeft te maken maar met een 16de eeuwse pachthoeve. De resten zijn beschermd en mogen dus niet verder worden afgebroken. Voor enige restauratie is de natuurlijke afbraak echter in dusdanige staat dat en eigenlijk niks te restaureren valt.
Tiecelijn de raaf
Schandpaal
Stekene, H. Kruiskerk
Gele trilzwam
De Stroopers herbergen vanaf het zomereinde een grote rijkdom aan paddenstoelen, waaronder eekhoorntjesbrood
Zonsopgang nabij De Klinge
Steengelaag, natuurgebied en industrieel erfgoed
Streek-GR Reynaertland - 80 km