> Het West-Vlaamse deel van GR IJzer loopt door een
streek die ook Bachten de Kupe wordt genoemd.
De naam is all-over Vlaanderen bekend, er wordt wel eens spottend naar gerefereerd
als naar een achterlijke streek van keuterboertjes. Niks is minder waar
natuurlijk, Bachten de Kupe is nu een welvarende streek waar het goed wonen
is. Bachten de Kupe is afgeleid van ‘Achter de Kuip’. Met deze
kuip wordt de IJzer bedoeld. Deze streek omvat het hinterland van de westkust,
begrensd noordelijk door de kustlijn, westelijk door de Franse grens en
zuidelijk / oostelijk door de IJzer.
>
Een flink deel van deze etappe loopt over een rustig wandelpad, de hele tijd
langs de linkeroever van de IJzer. Verderop verlaat de GR de IJzeroever om
langs de middeleeuwse zeedijk koers te zetten naar het piepkleine dorpje Sint-Jacobskapelle.
Richtpunt van hieruit is de stoere IJzertoren vlakbij Diksmuide, symbool van
Vlaamse ontvoogding en onnoemelijk veel oorlogsellende.
> Je loopt volledig over West-Vlaams grondgebied, dit
is 'Bachten de Kupe' met een traagstromende IJzer door 'bloot land'.

> De Brouckmolen.
Op deze plaats staat al minstens sinds de 14de eeuw een molen. De staakmolen
behoorde eeuwenlang toe tot de abdij van Roesbrugge, tot eind 18de eeuw,
met de Franse Revolutie, alle abdijbezittingen verbeurd werden verklaard.
In de loop van die vele eeuwen werd de molen verscheidene malen herop gebouwd
als gevolg van brand, stormschade, oorlog of plundering. Na de Franse Revolutie
kwam de molen in privé-handen, met nogal wat verschillende eigenaars.
> Een volledig nieuw molengebouw werd opgetrokken rond
1870, in de stijl van die tijd: Niet langer een houten staakmolen, maar
een bakstenen molen van het type grondzeiler. De bakstenen voor de bouw
van de nieuwe Brouckmolen werden aangevoerd over de IJzer. Er was een loskaai
op de IJzer ter hoogte van de molen. De Brouckmolen die je nu ziet is dus
een 140 jaren oud. Sinds 1944 is hij beschermd als monument. In de 20ste
eeuw heeft de molen nog een aantal grondige veranderingen ondergaan, te
maken met modernere maaltechnieken (oa de inschakeling van stoom) en een
groot aantal restauraties van onderdelen.
> De huidige eigenaars zijn de familie Bulckaert, waarvan
de zonen een molenaarsopleiding genoten. De Brouckmolen staat er, dankzij
hun zorg en liefde voor de molen, weer schitterend bij. Bezoekuren aan de
molen zijn wat onduidelijk. Best passeer je hier op een zaterdag of op speciale
opendeurdagen.


>
Deze dagtocht loopt over het volledige traject over oudere GR-paden. GR IJzer
volgt tot Stavele over 5 km
GR 5A Zuid De
Panne - Kemmel - Antwerpen, onderdeel van de Europese wandelweg E2 Stranraer
- Nice (3000 km). Vanaf Knokkebrug tot Diksmuide loopt GR 130 in het spoor van
GR 131 (Ieperboog - Kreken) over 8 km.
> In Roesbrugge staat weer een IJzer-infohut. Het is
dit plaatje dat de cover van de topografische gids over de IJzer siert.
Het pad volgt over de brug verder de IJzeroever, steekt de Dode IJzer over
en loopt over een smal asfaltstreepje helemaal tot Stavele, 5 km verder.
> Na Roesbrugge-Haringe verlaten we ook meteen het grondgebied
van de gemeente Poperinge. De volgende 8 km lopen volledig in de gemeente
Alveringem. Deze gemeente bestaat uit een groepering van een achttal landelijke
dorpjes met samen niet meer dan 5000 inwoners. Onderweg zie je links de
hallenkerk van Beveren-aan-de-IJzer en
verderop zie je links de Brouckmolen.
> Als je hier het jaagpad langs de Lovaart 3 km volgt
kom je in het oude stadje waarnaar deze vaart is genoemd. Lo
is zeker een bezoek waard als je in de buurt bent. Officieel is Lo een stad,
maar alles straalt er dorpssfeer uit. Eigenlijk is Lo een juweeltje, maar
vrij onbekend, zelfs in Vlaanderen. In de topografische gids is een wandeling
uitgewerkt die langs Lo loopt.
> De Lo-kaas die al in de middeleeuwen vermaard was
wordt al lang niet meer hier gemaakt, maar in Passendale. Daarentegen is
de stad al 120 jaar de zetel van de bekende biscuiterie Jules Destrooper.
In Lo worden de wafeltjes van Jules Destrooper gebakken.
> In dit dorp is nog één van de 14de eeuwse
stadspoorten bewaard. Bij die poort staat een oeroude taxusboom met een
stamomtrek van bijna 3 meter. Hoe oud de taxus precies is weet niemand,
maar het is bekend dat taxussen erg oud kunnen worden. Vermoedelijk is de
boom toch enkele honderden jaren oud (300 jaar?). Hij wordt ook wel de boom van Caesar
genoemd, omdat de Romeinse keizer er ooit nog zijn paard zou hebben vast
gebonden om wat te rusten in de schaduw van de boom. Dat exotische vertelsel
is natuurlijk fantasie, zo oud zal de boom nu ook weer niet zijn. Lo heeft
verder nog een aantal mooie oude gebouwen waaronder een belfort.
Beveren-aan-de-IJzer
Wandelboom
van Grote Routepaden te Roesbrugge
IJzertoren
en infohut IJzerloop te Kaaskerke
Meerkoet
GR
IJzer voorbij Fintele
Stavele,
oude wandelboom GR 5A - GR 130
Roesbrugge,
IJzer-infohut
Bij het kapelletje voor OLV van de IJzer,
naast een sterk geknotte linde,
draait GR IJzer de oude zeedijk op.
Lovaart en sluis te Fintele
>
Langs de traagstromende IJzer is af en toe wat vogelleven waar te nemen. Over
de resterende kilometers verliest de IJzer amper nog hoogte; Ze loopt amper
enkele meters boven de zeespiegel. Zo kom je in
Stavele
alweer bij een wandelboom. Hier splitst GR 5A /E2 weer af om verder naar De
Panne te lopen. Stavele was tot 2010 ook het begin- of eindpunt van een ander GR-pad,
GR 131 'Kreken en
Ieperboog'. We ontmoeten dit pad nu pas in de omgeving van de Knokkebrug.
> Die GR IJzer loopt dus gewoon rechtdoor langs dezelfde
oever en wordt nu een graspad. Over talloze bruggetjes loop je tot de brug
van
Elzendamme. Als je hier onder de weg
Ieper - Veurne doorloopt ben je op de grens van 3 gemeenten: Alveringem, Lo-Reninge
en Vleteren.
> Het pad vervolgt op het grondgebied van Lo-Reninge,
nog steeds langs de linkeroever van de IJzer. Een goeie km verder wacht een
volgende brugje, niet over de IJzer, maar over de
Lovaart
die hier in de IJzer uitmondt.
> We zijn in
Fintele.
Dit nogal idyllische plaatsje bij de monding van de Lovaart is een echt fietsknooppunt.
Oeverpaden en rustige polderwegjes genoeg door het vlakke IJzerlandschap.
Ook de verschillende cafékes en restaurants die het gehucht rijk is
draaien op het fietstoerisme. Bij mooi zomerweer is het hier vollem bak. Nog
in Fintele is een volgende infohut over de IJzer. Er zijn ook picknickbanken.




>
In Fintele steekt GR IJzer de Lovaart over via het kantelbrugje. De huidige
Fintelesluis die overzet tussen de IJzer en de Lovaart of omgekeerd mogelijk
maakt werd tot in de 19de eeuw voorafgegaan door een windasconstructie. De
naam 'Fintele' zou trouwens afgeleid en verbasterd zijn van deze constructie:
'Wind-ele'. Het mechanisch principe van dit overzetsysteem wordt je uitgelegd
in de topografische gids over GR IJzer of op infopanelen ter plaatse. Er wordt
in Fintele ook verder gewerkt aan de verdere uitbouw van de plaats voor zachte
recreatie. Mogelijk komt er in de volgende jaren ook een kleinschalig kampeerinitiatief.
> GR IJzer loopt na de brug dadelijk weer rechts naar
de IJzer om er een graspad te volgen. Daarbij passeer je de plek waar tot
1990 nog de hooipiete werd gelegd, een houten burg over de IJzer die bij de
passage van een groter schip telkens gedeeltelijk weer moest worden afgebroken.
Links zie je ook een oude dijkversterking, waarop nu de weg Fintele - Diksmuide
ligt.
IJzer, vloeiend naar Elzendamme
Voorbij Fintele
>
Over een mooi paadje loop je nog een goeie km langs de IJzer tot het pad er
dan van wegdraait op de plaats waar het jaagpad over gaat in een verkeersweg.
Rechts heb je de hele tijd zicht over de IJzerbroeken,
nat grasland dat met name 's winters een massa vogels aantrekt.
Postbus stijl 'Bachten de Kupe'
>
GR IJzer draait echter weg van de IJzer, we zullen de rivier pas terug zien
bij de IJzertoren in Kaaskerke. In plaats van smalle oeverpaden loop je vanaf
nu nonstop over asfalt, helemaal tot Diksmuide (12 km). Veel keuze om over
onverharde paden te gaan hadden de padenontwerpers niet. Op de IJzeroever
loopt immers een verkeersweg. De asfaltwegjes die je volgt richting Diksmuide
zijn echter rustig en je wandelt over lange tijd over de historische oude
zeedijk.
Infohut IJzer op de site van het Knokke fort
heel 'Bachten de Kupe' aan Frankrijk toegewezen. Frankrijks beroemde militaire
architect Vauban liet hier één van zijn fijnste bastions optrekken
omgeven door een gracht en verbinding met de IJzer, waardoor de hele omgeving
rond het fort onder water kon worden gezet.
> De als oninneembaar beschouwde bastions werden echter
tijdens een verrassingsaanval in 1712 door kapitein Simon de Rue en 180
soldaten ingenomen. De Rue, geboren in Poperinge, was officier in het leger
van de Verenigde Nederlanden. De Fransen probeerden de Rue nog uit te kopen,
maar tevergeefs. Fort Knokke werd een verdedigingspost tegen de Franse vijand
tot onder het Oostenrijkse bewind keizer Jozef II besliste om het fort af
te breken (vanaf 1781).
> Er blijft in de 21ste eeuw dus niks van over, enkel
in de perceelpatronen is nog de lay-out van fortdelen te ontdekken.


>
Het is ook nogal bedenkelijk dat hier in de schaduw van de IJzertoren en in
gebied waar duizenden 'gewone' Vlaamse jongens stierven zo'n kapel werd opgetrokken
voor één adellijke Franstalige soldaat, alsof er ook na de dood
nog onderscheid moest worden gemaakt in stand en rang. Temeer daar in 1925
een paar honderd Vlaamse zerken met AVV-VVK opschrift door de Belgische overheid
schaamteloos werden verbrijzeld en vermaald om er een weg mee te verharden.
>
Sint-Jacobskapelle staat ook in de belangstelling bij pelgrims naar Sint-Jacob-van-Compostela.
Toch is het geen dorp dat gerelateerd is met de Europese wegen naar Santiago.
De kerk werd oorspronkelijk gebouwd in 1420, in opdracht van de heer van het
nabijgelegen Nieuwkapelle, Jacob de Visch. De patroonheilige van de kerk -
St Jacob de Meerdere - droeg zijn voornaam. Vandaar de link.
> Toch reden genoeg voor Santiagovrienden om het dorpje
extra in de kijker te zetten, in een tijd waar pelgrimstochten naar Santiago
de Compostela een revival zonder weerga kennen. Op 25 juli 2007 - feestdag
van Jacobus - werd er een beeld in brons en koper van een pelgrim geplaatst,
gemaakt door Eddy Maelfait. Onthulling gebeurde in aanwezigheid van 500 aanwezigen,
waaronder de West-Vlaamse gouverneur. Meer informatie bij vzw De Gevallen Engel
(langs GR IJzer).
> Andere jacobalia ter plaatse zijn een glasraam (1950)
in de kerk met een afbeelding van Sint-Jacob als pelgrim en een 20ste eeuws
beeld van Sint-Jacob, eveneens in de kerk.
> Sint-Jacobskapelle wordt wellicht opgenomen in de Vlaamse
langeafstandsroutes richting Compostela die door het Vlaamse Genootschap momenteel
worden ontwikkeld en in het Jacobskerkenpad, voorzien in 2010.
>
Achter de IJzer, die zowat een kilometer ten westen van de GR IJzer stroomt,
ligt het 80 hectaren grote natuurgebied Blankaart, één van de
interessantste natuurparken van West-Vlaanderen.
> Na 1 km op de oude zeedijk kom je ter hoogte van de
Knokkebrug (op 300 meter rechts).
GR 131 komt er bij.





>
Als je over de oude zeedijk loopt merk je nog amper een dijk in de
weg. Het land links van de dijk ligt slechts 0 à 2 meter lager dan
rechts van de dijk. Het is een erg oude dijk, aangelegd rond de 9de eeuw,
om overstroming van laaggelegen delen tot ver in het Vlaamse hinterland tegen
te gaan.
> Door de indijking ontstond over de jaren ook een grotere
aanvoer van slib door de zee in het slikkengebied links van de dijk. Dit moerassige
gebied werd de volgende eeuwen sterk ingepolderd, waarbij talloze afwateringsbeken
en -kanalen werden aangelegd. In die tijd ontstonden ook steden zoals Lo,
Diksmuide en Nieuwpoort, die ontwikkelden op de nieuw gewonnen grond. Ook
de aanleg van het Lokanaal paste in deze middeleeuwse waterbeheersplannen.
> Het gebied links van de dijk is eerder broek- en weiland,
omwille van het natte karakter van de gronden. Hooi- en graslanden worden
er met sloten doorsneden. Je zal hier zeker allerlei vogelleven kunnen waarnemen.
Een veel groter broekengebied, de zgn 'IJzerbroeken' ligt aan de andere kant
van de IJzer, het is een natuurlijk overstromingsgebied van de IJzer. Natuur
krijgt er weer volop kansen en de ultieme droom voor natuurliefhebbers is
dat de otter, die hier enkele decennia geleden uitstierf, ooit zal terug keren.

>
'Het kerksken ligt vlak in de weiden, ene sterke
halve ure gaans van Dixmude, en in het schilderachtigste en bekoorlijkste
oord dat men vinden kan.', zo omschreef Guido Gezelle Sint-Jacobskapelle
in 1868. 't Is waar, moeilijk om niet de woorden 'schilderachtig' en 'bekoorlijk'
in de mond te nemen.
> Ook dit piepkleine dorp ontsnapte niet aan het vernietigende
oorlogsgeweld van WO I, trouwens net zoals alle andere dorpen die we nog zullen
passeren onderweg naar Nieuwpoort. Ook hier werd zowat alles heropgebouwd
na WO I.
>GR
IJzer kruist een weg die Lo met Reninge verbindt, loopt weer wat korter naar
de IJzerdijk toe om er even later weer van weg te draaien. Bij het kapelletje
van OLV van de IJzer draai je dan die oude
(nu gebetonneerde) zeedijk op.
>
Op deze plaats vloeit het kanaal Ieper - IJzer in de IJzer. Een belangrijk
waterknooppunt dus toen er nog een bloeiende scheepvaart op de IJzer was.
Om de doorgang te verzekeren tijdens de godsdienstoorlogen eind 16de eeuw
werden er kleine versterkingen gebouwd langs de IJzer, met een groter fort
op de strategische samenvloeiing van de IJzer en het kanaal Ieper - IJzer.
> Halfweg de 17de eeuw werd het fort van Knokke versterkt
door de Spanjaarden om de territoriale uitbreidingsdrang van Lodewijk XIV
te stoppen. Frankrijk veroverde toch dit fort en bij de Vrede van Nijmegen
(1678) werd zelfs zowat
Sloten en grachten in de natte hooilanden
> De spoorweg, ook bekend als 'frontzate' die Nieuwpoort
met Diksmuide verbond, is nu een prettig pad waarover je helemaal tot Nieuwspoort
kan fietsen. De zate speelde ook een belangrijke rol bij de verdediging van
de IJzervlakte tijdens de Eerste Wereldoorlog, zie volgende etappe.
>
Langs een paardenmanège, paardenmelkerij en 2 windgeneratoren die in
2005 weden gebouwd. Bij een kapelletje wordt de oude zeedijk verlaten om rechts
richting Sint-Jacobskapelle te wandelen.
>
Na het kleine Sint-Jacobskapelle kom je rechts langs een klein rietveld. Dat
riet functioneert sinds 2005 als alternatieve 'waterzuiveringscentrale'. In
plaats van kilometers waterbuizen onder de grond te leggen, wordt het afvalwater
van Sint-Jacobskapelle naar hier afgevoerd. Bacterieën op het riet zorgen
voor een zuiverende werking.
> Ondertussen komt de IJzertoren, die we nu al een hele
tijd aan de horizon zien, wel erg dichtbij. Het asfaltwegje richting Diksmuide
komt langs de IJzerhoeve, een goedkope camping
/ verblijfscentrum. Wat verder passeer je op de linkerkant een met struiken
omgeven neogotische kapelruïne, gebouwd
ter ere van Paul de Goussencourt.
>
Langs de kapel voor OLV van Troost bereik
je tenslotte weer de IJzerdijk te Kaaskerke. Naar links, voorbij de spoorzate
van de lijn Nieuwpoort - Diksmuide.
Sint-Jacobskapelle,
kerk en nieuw pelgrimbeeld.
>
Paul de Goussencourt was een militair piloot wiens vliegtuig hier op 12 mei
1917 door de Duitse luchtafweer werd neergehaald. Het vliegtuig stortte brandend
neer in het nabijgelegen veld. Zijn adellijke familie kocht hier een stuk
grond waarop ze in 1923 deze kapel lieten bouwen. Binnenin staat ondermeer
nog een gedenksteen.
> De neogotische kapel ter herdenking van Paul de Goussencourt
staat er in 2008 erg vervallen bij. Blijkbaar is de familie vergeten dat deze
herdenkingskapel hier staat. Het ziet er niet naar uit dat ze snel zal worden
gerestaureerd, hoewel het een beschermd monument is. De Goussencourt was 25
jaar, zijn lichaam rust op het militaire kerkhof van Adinkerke.
In de Diksmuidse polders lopen nogal wat kriskras
boerenwegen, bewegwijzering is hier met gele borden.
Fietsroutebord uit de tijd dat Julius Caesar
nog in Bachten de Kupe kwam fietsen
| Winterflora langs de IJzer |
 |
 |
 |
| Kerstballenboom? Dit zijn de zaadbollen van de plataan. |
Scherpe zegge |
Verdroogde kaardenbollen |
GR
wandelboom te Diksmuide
Sint-Jacobskapelle,
voormalige pastorij
>
GR IJzer komt langs de IJzertoren.
>
De IJzertoren, die het vlakke polderland domineert, is 84 meter hoog. Dit
monument appelleert in de eerste plaats aan de gruwelijke gevechten die in
de IJzervlakte plaatsvonden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het kruisvormige
monument dat hoog uit de polderklei rijst, roept op om ‘Nooit meer oorlog’
te voeren. (Opschrift in 4 talen.)
> De toren symboliseert, behalve een grafkruis, ook een
vuist ter ere van de duizenden en duizenden jonge (Vlaamse) soldaten die stierven
voor de verdediging van België. De letters 'AVV - VVK' staan voor 'Alles
voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus', symbool overgenomen van de eerste
Vlaamse grafkruisen van gevallen soldaten aan de IJzer. Dat soldatenkorps
bestond immers voor zowat 80 % uit Vlamingen, terwijl de bevelende officiersfuncties
bijna volledig in handen waren van Franstalige bourgeoisie en landadel. Soldaten
moesten bevelen uitvoeren in een taal die de hunne niet was. Die neerkijkende
blik op het Vlaamssprekende korps, dat als ‘kanonnenvlees’ massaal
in de frontlinies aan de IJzer werd geduwd en sneuvelde, wekte al tijdens
de oorlog terecht frustraties op bij veel Vlaamse soldaten. Vele Vlamingen
hoopten dat hun opofferingen voor de verdediging van België respect zou
opleveren van de Belgische staat die hun niet langer als tweederangsburgers
mocht behandelen. In die zin is de IJzertoren niet enkel een oproep naar vrede,
maar eveneens een krachtige schreeuw voor erkenning van de eigenheid en de
rechten van het Vlaamse volk.
> Het ongenoegen van de Vlaamse soldaten tijdens de Groote
Oorlog werd gekanaliseerd in de ‘Frontbeweging’ die in 1917 een
brief richtte naar de Belgische koning Albert I om hem te verwijzen naar zijn
oproep tot vrijwillige mobilisatie in het Belgische leger. Albert I deed dit
door de Vlamingen te herinneren aan hun moedigheid tijdens de roemrijke Guldensporenslag.
Daartegenover stond dan de realiteit van het slagveld bij de IJzer, waar Vlaamse
soldaten enkel konden praten in het Frans met hun officiëren en Vlaams
zonder schroom werd beschouwd als een tweederangstaal. De Vlaamse soldaten
moesten niet enkel strijden tegen een externe vijand, maar ook vechten voor
respect in eigen rangen!

>
In de nasleep van de repressie, onmiddellijk na het einde van WO II, wordt
de toren op een nacht opgeblazen. Het Belgische gerecht heeft nooit moeite
gedaan om de daders van de aanslag te berechten. Er werden wel beschuldigden
voorgeleid, maar politiek en gerechtelijk gekonkel op het hoogste niveau manoeuvreerden
de misdaad in de doofpot. Ook na meer dan 60 jaar is het nog onduidelijk wie
de toren opblies en wie de opdrachtgever was, aangenomen wordt dat het vanuit
belgicistische hoek werd georganiseerd. Omwille van de professionaliteit van
de misdaad wordt de ontmijningsdienst DOVO, die in de buurt operatief was,
als uitvoerder beschouwd, anderen houden belgicistische of franskiljonse extremisten
voor verantwoordelijk. Wie precies de uiteindelijke opdrachtgever was zal
wellicht nooit meer worden achterhaald.
> Met de puinen van de oude toren werd de PAX-poort gebouwd.
Er werd een nieuwe toren opgetrokken, de eerstesteenlegging vond plaats in
1952. In 1965 werd de nieuwe IJzertoren officieel ingehuldigd. Met een hoogte
van 84 meter was hij tientallen meter hoger dan de vorige. De toren werd gebouwd
naar een ontwerp van
Robert
van Averbeke. De constructie kan hard stormweer in het blote IJzerland moeiteloos
doorstaan: Het gebouw rust op 230 palen die elk 19 meter diep in de klei zijn
geslagen.
> De bedevaarten trokken in de jaren ’60 en ’70
nog vele tienduizenden belangstellenden. Helaas gaat het vooral in de jaren
’80 en ’90 sterk bergaf. Extremistische groeperingen van allerlei
allooi bezorgen de bedevaarten een slechte reputatie en onder de vredestoren
komt het meermaals tot geschreeuw en rellen tussen extreme en meer gematigde
groeperingen. Eind jaren ’90 komt er een afscheuring tussen de sympathiserende
verenigingen die aan de jaarlijkse bedevaart deelnemen. Aanleiding is de meer
gematigde koers van het IJzerbedevaartcomité dat zijn thema’s
van ‘Nooit meer oorlog, Zelfbestuur en Godsvrede’ veralgemeent
naar ‘Vrede, vrijheid en verdraagzaamheid’. Hierdoor krijgt de
IJzerbedevaart vanaf 2003 een meer extreme tegenhanger, de IJzerwake. Deze
laatste komt er vooral onder impuls van de politieke partij Vlaams Blok (Vlaams
Belang). Zo zijn er dus tegenwoordig eind augustus 2 manifestaties met een
verschillende invalshoek: Onder de IJzertoren in Kaaskerke staat vooral vrede,
vrijheid en verdraagzaamheid centraal, terwijl bij de IJzerwake in Steenstrate
alles vooral rond de strijd voor Vlaamse onafhankelijkheid draait. Beide manifestaties
trekken tegenwoordig evenveel volk, ieder nog slechts een paar duizend sympathisanten.
> Er zijn al verschillende formules geprobeerd om het
afkalvende bezoekersaantal aan de IJzerbedevaart weer op te krikken. In 2008
probeert men het tij te keren door het concept na 80 jaar te veranderen in
‘Diksmuide IJzersterk’ en een breder publiek aan te spreken met
tal van randaktiviteiten, zoals een wandeling en fietstocht.



>
Dit was de geschiedenis van de IJzertoren in een notendop. Ben je geïnteresseerd
in deze thematiek dan raad ik je aan om in het bezoekerscentrum langs te lopen.
Je vindt er een uitgebreide keuze aan boeken en publicaties rond de hier kort
aangehaalde thema’s. Het is ook mogelijk om (tegen betaling) de IJzertoren
zelf te bezoeken en naar de top te gaan. Onnodig te zeggen dat je er een enig
uitzicht hebt over de IJzervlakte.
>
Na een bezoekje aan de IJzertorensite vervolg je over de oeverweg even tot
de brug over de IJzer. GR IJzer steekt de IJzer niet over, aan de overkant
van dit kruispunt kom je bij een
wandelboom van
Grote Routepaden.
GR 131 splitst hier weer
af van GR IJzer na een gezamelijk traject van bijna 10 km.
> Hier eindigen we deze etappe.
> Een bezoek aan
Diksmuide
is zeker de moeite waard. Je kan je hiervoor laten leiden door de witrode
tekens van
GR 131, die na een ommetje langs de monding
van de Handzamevaart langs de mooiste plekken van Diksmuide komt. Of je kan
in het centrum ook de metalen plaatjes volgen die in de wegbedekking zijn
genageld. Meer info kan je vinden bij de toeristische dienst van Diksmuide,
centraal gelegen op het marktplein.
>
Ook Diksmuide lag op de IJzerfrontlijn tijdens de verwoestende Groote Oorlog.
Bij de Duitse verovering werden de overblijvende inwoners die nog niet waren
gevlucht, de stad uitgejaagd. Na het einde van de oorlog werd nog gedacht
om de geruïneerde spookstad zo te behouden als herinnering aan de rampzalige
gebeurtenissen in de IJzervlakte, een plan dat enkele jaren later toch weer
werd opgeborgen. De heropbouw startte. Met mondjesmaat keerden de inwoners
terug, aanvankelijk behuisd in barakken. De middeleeuws uitziende gebouwen
rond het
Diksmuide,
marktplein
marktplein,
zoals het mooie stadhuis of de Sint-Niklaaskerk zijn dus heropgetrokken in
vredestijd en zijn minder dan 100 jaar oud.
> Moeilijk voor te stellen in de 21ste eeuw dat Diksmuide
zo'n puinhoop is geweest. Het is nu een prettig en levendig stadje waar het
aangenaam kuieren is. Een omwegje langs het voormalige begijnhof, waarvan
de geschiedenis terug gaat tot de 13de eeuw, is ook de moeite. De huisjes
van het begijnhof zijn natuurgetrouw heropgebouwd (1933). De gevluchte begijnen
kwamen echter niet meer terug. Sinds 1990 is het begijnhof een thuis voor
een twintigtal mensen met een lichte mentale handicap. De site is momenteel
dringend aan restauratie toe. Gehoopt werd om de VRT-Monumentenstrijd in 2007
te winnen, maar dit sympathieke project haalde het net niet.
Begijnhof
Diksmuide
>
Hoog tijd om even te crashen op een terras in Diksmuide en energie
op te doen voor de allerlaatste etappe langs GR IJzer, die ons net zoals het
IJzerwater naar de Noordzee zal leiden...
>
Kort na het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog ontstonden jaarlijkse
bedevaarten naar de slag- en slachtvelden. De eerste bedevaart vond plaats
naar het graf van Joe English. Deze Vlaamse soldaat van Ierse afkomst ontwierp
de eerste huldezerken voor gesneuvelde Vlaamse strijders, nog tijdens de oorlog
zelf. Van hem zijn ook de beroemde letters AVV-VVK (Alles Voor Vlaanderen,
Vlaanderen Voor Kristus) afkomstig die de kruisen sierden. Joe English overleefde
zelf de oorlog niet. De volgende jaren was de bedevaart telkens naar een ander
graf van een gesneuvelde soldaat tot in 1930 de IJzertoren werd afgewerkt.
De crypte onder de toren bevat de stoffelijke resten van een aantal gesneuvelde
soldaten.
>
In de jaren ’30 trok de bedevaart naar het IJzermonument tot 100.000
bezoekers aan. Helaas groeit de manifestatie ook uit tot een bijeenkomst van
extreme Vlaamse groeperingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaan de bedevaarten
gewoon door, maar ze zijn gedegradeerd tot
Eerste
IJzertoren (1930)
propagandabijeenkomsten
voor het Duitse nazi-regime met enkel een ‘select gezelschap’.
Onder de toren wordt de Hitlergroet gebracht, terwijl op de torenmuren nog
steeds de slogan staat ‘Nooit meer oorlog’. Dit zijn de 'zwartste'
bladzijden uit de geschiedenis van de IJzertoren.