> De eerste etappe van onze tocht loopt door het meest oostelijke deel van GR 576. Meteen een boeiende etappe, vooral geologisch bekeken. We lavéren immers een hele tijd op de rand van Ardennen en Condroz, merkbaar aan de aard van de paden waarover we lopen: Condruzische kalksteen en Ardense schist wisselen af. Vertrekpunt Remouchamps, in de Amblèvevallei, is al meer dan een eeuw beroemd om zijn druipsteengrotten die door de onderaardse rivier Rubicon werden gecreëerd. Drommen toeristen lokt het plaatsje nog steeds op een zomerdag. Het leuke is dat we via GR 576 op zoek gaan naar de 'chantoirs' die de Rubicon voeden. Die verdwijngaten van water zijn echt apart en massatoerisme is afwezig. De chantoir van Grandchamps vond ik zelf het hoogtepunt van deze etappe.
> Eindpunt Méry heeft een treinstation. Beginpunt Remouchamps heeft er geen maar Aywaille heeft wel een treinstation en er zijn frequente busverbindingen tussen Remouchamps en Aywaille. De stations van Méry en Aywaille liggen wel niet op dezelfde lijn, je moet dus wisselen in Luik om van de éne naar de andere plaats te reizen. Sneller is het om van Méry naar Comblain-au-Pont te reizen met TEC-bus 577 en dan bus 42a te nemen naar Remouchamps. Soms rijdt bus 42 enkel tot Aywaille en dien je daar nog een andere bus te nemen. De snelste combinatie brengt je in ongeveer een uur tussen eind- en beginpunt. Remouchamps heeft een af- en oprit van de E25 Luik - Bastogne. Er is onderweg langs dit deel van GR 576 weinig horeca. Enkel te Remouchamps en Mery heb je alle voorzieningen. In Deigné vind je mogelijk een café of restaurant open. In Rouge Tier (eveneens bij Deigné) is er een camping (vnl stacaravans) en in het toeristisch seizoen kan je er een taverne open vinden. Camping te Fechereux (3 km na Méry over GR 576).

!!! Update april 12: Opgelet, 2012 en 2013 zijn overgangsjaren: GR 575 fuseert met GR 576, traject en bewegwijzering veranderen vrij radicaal.
> Klaar voor de start in Remouchamps. Dé attraktie in dit Amblève-dorp zijn de grotten.
Remouchamps
Kasteel Montjardin en spoorwegbrug
Porallée
> De zone die nu bekend staat als de Porallée is een beboste strook met een breedte tot 1 km die NW - ZO loopt en waarbij we hier op het meest noordelijk stuk zijn. De geschiedenis ervan gaat minstens terug tot de 17de eeuw, mogelijk is de oorsprong veel ouder (Karolingische periode?).
> Met de vorming van machtstructuren, opgebouwd door de abdij van Stavelot en feodale rijkjes was de Porallée mogelijk lange tijd een soort bufferzone. Er zijn nog grensstenen te vinden die daarop wijzen. Op de kaart in je topogids over GR 576 zie je dat de strook kaarsrecht loopt. De weg die hier loopt wijst mogelijk op een van oorsprong nog veel oudere
grensweg. Hij is gelegen op de waterscheidingslijn tussen de bekkens van Vesder en Amblève. De indeling in bospercelen langs de Porallée is recenter. In een ver verleden waren de bossen van de Porallée wellicht gemeenschappelijk bezit, waarbij de boeren van de omliggende dorpen vrij konden gebruik maken van de grond voor begrazing, houtwinning ed.
> Het woord Porallée is afkomstig van
'Pour aller' (interpretatie = een strook weg met recht op doorgang). Zie ook het verslag over
GR 571 waar we het zuidelijke punt van de Porallée verkennen en dieper ingaan op de geschiedenis hiervan.
Deigné
> Dit dorpje is sinds 1995 opgenomen in de lijst van mooiste dorpen van Wallonië. Van die 24 dorpen zijn er wel een stuk of 8 die in de Condroz liggen. Deigné is echter het enige daarvan dat in de Luikse Condroz ligt. We bevinden ons hier trouwens echt op de oostelijke uithoek van de Condroz. Eerder liepen we over GR 576 al over paden die verraden dat ze eerder Ardens zijn, ook het omliggende landschap lijkt meer op iets tussen het bocagelandschap van Herve en de donkere hellingen van de Ardennen. Toch wel erg verschillend met de grote landbouwplateaus van bvb de Naamse Condroz. Wat wel echt Condruzisch is is de bouwstijl in Deigné. Ook hier is vooral van kalksteen gebruik gemaakt in de woningbouw.
> Ondanks het feit dat hier in de omgeving al bewoning is sinds de Keltische tijd (archeologische bewijzen), zijn de meeste huizen die je nu ziet pas 19de eeuws. Wellicht ook een reden waarom er weinige een beschermd statuut hebben gekregen. De enige geklasseerde constructie is de zgn 'schaapskooi', een stenen stallenrij (we komen er langs bij het verlaten van Deigné over GR 576).
> Er hangt best een pittoreske sfeer in Deigné. Rond het typische dorpspleintje met linden en een bron takken een aantal straten en steegjes af. Op het plein is ook een 'Halle Touristique' ingericht waar je meer info en picknickbanken vindt. Het label van 'één van de mooiste dorpen van Wallonië' heeft de bewoners er zeker toe aangezet om de straatzijde van hun huis te verfraaien.
> De attraktie van Deigné ligt hem zeker ook in de omgeving, we zijn hier nu echt in het land van de chantoirs gearriveerd. We bekijken ze van nader bij de volgende kilometers.
Monde Sauvage
>'Monde sauvage' of 'Wilde wereld' is een dierentuin, te bezoeken van midden maart tot midden november. Veel exotische dieren en een speeltuin. Ideaal voor kinderen dus. We passeren hier dus langs een uithoek van het park. De officiële ingang ligt aan de andere zijde, een paar km verder (3, Rue de Deigné).
Chantoir Grandchamps
> Het karstfenomeen van de Vallon des chantoirs is één van de vreemdste geologische verschijnselen in België. Water van beken stroomt van de Ardense schist en komt op de kalkgrond van de Condroz. Het schurende beekwater lost over duizenden jaren heen de kalk in de ondergrond op en net zoals grotten ontstaan vormt het beekwater een ondergrondse loop.
> Er zijn ongeveer een 60 (meestal kleine) verdwijngaten hier op de rand van Ardennen en Condroz rond Deigné en Remouchamps. Het water dat er in verdwijnt, vormt ondergrondse kanaaltjes die uiteindelijk samen vloeien in de Rubicon. Waar de naam 'Rubicon' vandaan komt heb ik niet kunnen achterhalen maar ik vermoed dat de naam aan de ondergrondse rivier in de 19de eeuw is gegeven, in het kader van het ontluikend grottoerisme in Remouchamps. Inspiratie zocht men dan bij de Italiaanse Rubicon, waar Julius Caesar ooit de legendarische woorden 'Alea jacta est' ('de teerling is geworpen') uitsprak.
> In het Waalse woord 'chantoir' herken je het werkwoord 'chanter' = 'zingen'. De naam duidt wellicht op het geluid van het vallend water dat wordt versterkt door de akoestiek bij de ingang van de verdwijngaten.
> De chantoirs en de onderaardse rivier hebben altijd tot de verbeelding gesproken en terecht. Wie weet wat de Rubicon misschien nog meer herbergt aan ondergrondse grottenstructuren? Soms overtreft de werkelijkheid ook de verbeelding. In de Cosyngids 'Vallée de l'Amblève' uit de jaren '30 van vorige eeuw, lezen we dat er zich in de chantoir van Adseux (bij Rouge Thier) in de 19de eeuw ooit een atelier van valsmunters bevond!
> De chantoir van Grandchamps had tot 2003 eigenlijk 3 ingangen. Daarvan is er door instorting nog 1 beperkt toegankelijk. Ondergronds loopt het water dan in tegengestelde richting dan die van bovengrondse beek die het water aanvoert. Het gangenstelsel onder de 'cirque' van Grandchamps zou zowat 480 meter lang zijn.
Henri Simon
> Standbeeld voor een vergeten dichter, schilder en muzikant. Hij schreef in het Waals en leefde van 1856 tot 1939. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Lincé. Nog in het jaar van zijn dood zelf werd dit monument gemaakt door Maurice Bar uit Sprimont.
Afslachting Lincé - Monument Hazotte
> Het dorpje Lincé was in de nacht van 6 op 7 augustus 1914, bij de Duitse opmars, het triestige schouwspel van een Duitse wraking. Op de plek waar deze moderne menhir (afkomstig uit een steengroeve te Lillé) staat, werden 35 burgers van Lincé gefusilleerd.
Over de aanleiding voor deze slachting verschillen de meningen nogal. We baseren ons hier op het boek 'Quand les conflits troublent la paix de nos vallées' van René Henry.
> De volksmond vertelt dat de Duitse soldaten in het kasteel van Lincé de wijnkelder hadden 'soldaat gemaakt'. De dronken troep trok vervolgens weer naar het dorp. Onderweg moest één van de soldaten kakken en daarvoor ging hij achter de struiken van de weg. Andere soldaten die achter kwamen hoorden geritsel in de struiken. Ze namen geen risico en openden het vuur...op
één van hun eigen mannen. Ze waren daarover zeer ontstemd en schoven de schuld voor hun zwaargewonde makker op een aanval van weerstanders in Lincé. Vervolgens gingen ze ongemeen wreed te werk. Ze joegen de mensen 's nachts uit hun huizen, deze hadden amper de tijd om een kledingstuk aan te trekken. Door de tussenkomst van de pastoor konden nog een paar inwoners het fatale lot ontsnappen. Een groep van 35 personen werd naar een weide bij de rand van het dorp gedreven en daar gefusilleerd. Vreselijk. In het dorp zelf brandden de Duitsers zowat alle huizen af.
> Een andere versie, heeft het over een Duitse eenheid die onderweg op een Franse hinderlaag stoot. In de paniek die daarop ontstaat doden ze door friendly fire één van hun eigen mannen. Dat wreken ze later in het nabijgelegen Lincé.
> De precieze plaats van de fusillade is ook wat onduidelijk. Mogelijk is het niet hier waar dat menhir-monument staat maar iets verder, op 200 meter ten Z van het monument. Daar groeit een haagbeuk ter herinnering.

Grotten Remouchamps
> Dit is één
van de oudste attrakties van de Ardennen. Tesamen met de waterval van Coo
was dit lange tijd dé trekpleister in de vallei van de Amblève.
In 1820 start de Luikse professor Philippe-Charles Schmerling een eerste
onderzoek. Sinds 1829 komen er toeristen, hoewel er toen maar een 80 meter
galerij te bezoeken was. In het begin van de 20ste eeuw
Remouchamps,
ingang grotten, uitgang Rubicon
Pad op kalksteenondergrond in de buurt van La Haute Folie
vindt
er voor het eerst grondig onderzoek plaats en worden de galerijen gedetailleerd
in kaart gebracht. Vanaf 1913 zijn langere delen van de galerijen te bezoeken
en komt er een regelmatige toeristenstroom op gang.
> Onderzoek en toegankelijk
maken van de grotten is voor een groot deel het werk van geoloog Edmont Rahir, die Remouchamps ook op de toeristische kaart zette met zijn gidsen waarin ook suggesties voor wandelingen waren opgenomen. Tegenwoordig zijn er zowat 2 kilometer aan galerijen op 2 verdiepen
opengesteld. Opmerkelijkste zaal is de 40 meter hoge kathedraalzaal met grillige
stollingen. Deel van het spektakel tijdens een bezoek is de terugtocht per
bootje over de volledig onderaardse rivier Rubicon.
> Biezonder merkwaardig
is dat het riviertje Rubicon wordt gevoed door water dat in een wijde omgeving
rond Remouchamps in allerlei – door kalkoplossing ontstane – verdwijngaten
is terechtgekomen. Zo’n verdwijngaten of ‘chantoirs’ zullen zien langs de eerste 10 kilometers van GR 576, zie verder in dit etappeverslag.


>
100 jaar geleden werd er duidelijk met minder respect voor de natuurlijke
kunstwerken in de grot omgesprongen, met nogal wat afgebroken stalactieten
en stalagmieten als gevolg. Verlichting gebeurde met fakkels, zwarte roetafzetting
op de druipsteenformaties vormt daar ook nu nog een onuitwisbaar spoor van.
> Binnenin overwinteren
ook verscheidene soorten vleermuizen, maar liefst 12 verschillende soorten
zijn er waargenomen. In het water van de Rubicon leven een soort blinde en
transparante garnaaltjes.
'Le
palmier' (foto Monde Sauvage)
>
Een bezoek aan de grotten van Remouchamps bestaat uit een wandeling langs
galerijen, zalen en druipsteenformaties. Daarna vaar je over 700 meter de
Rubicon af met als hoogtepunt op het einde een enorme kalkzuil die feeëriek
is verlicht en ‘de palmboom' heet. De grotten zijn dagelijks te bezoeken
met een gids, foto’s nemen is verboden, voorzie anderhalf uur. Trek
iets warms aan voor een zomers bezoek, de temperatuur is er zo’n 12°
tijdens de zomer en 8 à 10° ‘s winters. Die lichte schommeling
wordt veroorzaakt door de watertemperatuur van de Rubicon, die het hoogst
is na zomerse stortbuien. Tot slot nog deze waarschuwing van de populaire
wandelauteur Julien van Remoortere: “Loop de grotten niet in als er
niemand te zien is. Mijn vrouw en ik waren ooit zo vermetel. Toen we naar
schatting een kilometer ver waren floepten alle lichten uit. Op de tast, terug
naar de ingang, hebben we op de wanden duizenden vingerafdrukken achter gelaten…”

Onderweg komen we ook langs het mooie Condrozdorp Deigné. Het tweede deel van deze etappe loopt vooral door stroken bos met beekvalleien maar ook langere tijd over panoramische paden met kilometers verre uitzichten. Uiteindelijk dalen we af in de vallei van de Ourthe te Méry.
> Rechts en GR576 verlaat al snel de asfaltweg voor een parallelle grasweg achter de huizen. Dit pad draait verderop naar de watertoren die we 7 km eerder al zagen in de verte. De toren dateert uit 1937 en is in baksteen opgetrokken. Na de watertoren moet je dezelfde wandelrichting aanhouden.
> Nog 10 km tot Méry en ik ben al behoorlijk moe tijdens deze eerste etappe. Een mooi pad langs haagbeuk daalt wat en komt bij een asfaltwegje. Rechts hier en 400 meter verder links door open landschap. Dit pad komt bij een ander asfaltwegje en gaat kort daarna links. Afdalen in een vochtige zone. Beneden op asfalt even links-rechts om verder in westelijke richting te wandelen. Door nog een vochtige zone en wat stijgen tot een kruispunt van paden bij een zitbank. Links hier, langzaam dalen naar een valleitje waardoor een wild slingerende beek loopt.

> Rechts is een variantmarkering die naar het Natuurvriendenhuis 'Gervava' loopt. GR576 loopt hier gewoon rechtdoor over de brede Porallée. Verderop de brede brandweg links negeren en wat dalen tot een T-kruispunt. Opnieuw is hier een afslag voor een variante. Hier vertrekt een verbindingsroute die langs het natuurvriendenhuis Gervava loopt en verder naar GR573 en GR5 (7 km). (Staat niet ingetekend in de topogids, maar is wel beschreven en gemarkeerd).
> De hoofdroute van GR 576 vervolgt links op dit punt, loopt licht dalend en als het pad uitvlakt neem je rechts een ander pad. Je steekt hier een beekje over in de vallei van Mainire en stijgt wat over een mooi rotsig pad door eikenbos. Verderop scherp rechts, een stijgend pad, dat sommige plaatsen flink modderig kan zijn. Aan een driesprong het middelste pad nemen en verderop aan een T-kruispunt links over een stuk dat bij nat weer mogelijk onderwater staat. We lopen hier achter het dierenpark Monde Sauvage.
asfaltwegje. Links hier, voorbij een containerpark en drankenbedrijf en dan rechts een stijgend smal paadje door bos. Af en toe is dit pad wat afgebrokkeld, rustig aan dus als je ook een rugzak torst.
> Het paadje daalt tenslotte een straat van Méry in, vlakbij de kerk. Hier staat ook de verbindingsroute gemarkeerd naar GR 5. GR 576 draait in Méry rond de kerk, kruist de drukke valleiweg die de Ourthedorpen verbindt en loopt dan rechts langs de oever van de Ourthe tot bij de brug over deze rivier. Hier eindig ik deze lange wandeldag, net op tijd, want het wordt echt donker nu.
> Vlak voor het monument rechts een onopvallend graspaadje op. Het slingert tussen achtertuintjes en hagen om bij een hekje aan een weide te komen. Aan de overkant van de weide door nog een hekje en de afsluiting naar omhoog volgen. Zo kom je bij een derde hekje en de toegang tot een grassige veldweg. Deze arriveert op een asfaltweg bij een monument voor een drama tijdens de Eerste Wereldoorlog.












> Dat viaduct onder, even rechts en links meedraaien om in een volgende bocht via een hekje rechtdoor te lopen over een weide. Richt je hier op een elektriciteitspaal om dan naar de weiderand te wandelen ter hoogte van een lange hoop stenen. Aan de andere weiderand weer een hekje door en links een veldweg op. 100 meter verder opnieuw door een hekje en de weide in. GR 576 loopt nu langs de rand van de weide om in een hoek via een hekje op een rotsig pad te komen. Voilà, de wandelvoeten zijn door het natte gras meteen gedoopt voor nog 160 km GR 576. Tijd om even te dalen en lager links te houden naar het gehucht Secheval.
GR 576 onder de E25 door
Zelfs de enorme plassen kleuren oranje-rood
van de mangaanhoudende schistgrond.
Plaatsen waar zich 'chantoirs' bevinden worden vaak gekenmerkt door een golvend aflopend terrein en een verzakt landschap.
Schubbige bundelzwam
Hoeve in Hotchamps
GR 576 dwars door een weide
Haagbeuken die vroeger steeds werden geknot voor hun hakhout. Vandaag kunnen ze ongestoord uitgroeien.
Zonsondergang over de hoogten boven de Ourthevallei, kort voor Méry
Haast een paradijselijk zicht, de Ruisseau de Haze die sterk meandert
Door het Bois de Warnoumont
Chantoir van Grandchamps. Onder rechts bevindt zich het verdwijngat.
Een 'Croix d'occis': 'Vous qui passez priez pour l'âme de Gi Strivai de Deigné qui a été tué ici le 26 février 1830 à l'age de 41 ans.'
Dagkoekoeksbloem
Deigné, 'de schaapskooi'
Deigné, kalkstenen huizen
> Tegenover de ingang van de grotten van Remouchamps een zijstraat inslaan en na 50 meter
start GR 576, daar waar de route afsplitst van
GR 571. Het pad stijgt aanvankelijk hard door - na een paar trappenstukjes - tot aan het viaduct van de E25.
E25-viaduct Secheval
> Een constructie van 295 meter, ontworpen door de Luikse architect René Greisch (1929 -2000). De man is verantwoordelijk voor enorm veel overspanningen en andere grote spectaculaire constructies in België. Het bedrijf dat hij na zijn dood achterliet gaat op hetzelfde élan verder.
Dit viaduct werd gebouwd tussen 1974 en 1979 en in gebruik gesteld in 1981. Het wegdek bestaat uit 2 delen die ieder apart worden ondersteund. Het zuidelijk einde (waaronder we via GR 576 lopen) ligt 5 meter hoger dan het noordelijk einde (211 / 206 meter), een stijgingspercentage in zuidelijke richting dus van 2%. Met zijn 295 meter is het viaduct van Secheval een stuk korter dan dat van het nabijgelegen Remouchamps (939 meter).
Secheval
> De naam van dit gehucht betekent 'droge vallei'. Dat is ze ook, ondanks de lage ligging en het ingesneden karakter. Waarom er hier geen beek of rivier stroomt is te verklaren door het feit dat het aflopende water verdwijnt in verscheidene 'chantoirs'. Ondergronds stroomt er dus wel water, het riviertje de Rubicon dat kort weer aan de oppervlakte komt bij de grotten van Remouchamps. In de oude toeristische gids 'Vallée de l'Amblève' van Maurice Cosyn lezen we het volgende: 'In 1859 stroomde door Secheval een vloedgolf van water, het gevolg van een verschrikkelijk onweer. Het water sleurde de inwoners van Secheval mee. In de Amblève werden 14 lijken gevonden'. Mogelijk konden de chantoirs de massale watertoevoer niet slikken?
> In een wijde bocht klimt GR 576 naar de weg Dolembreux - Esneux. Over een mooi kiezelpad dalen naar Hautgné. Mooie uitzichten over de Ourthevallei in de verte. In dit gehucht rechts dalen naar de weg Dolembreux - Méry. Even links daar en dan over enkele erg stenige en drassige paden (bij regen) stijgen tot een goeie kiezelweg. Dalen naar Hayen.
> In dit dorpje neemt GR 576 een dalend bospad, duidelijk een zeer oude weg. In een bocht loopt deze weg door een privé-bos (je zal het geweten hebben aan de vele plakkaten te zien). Als de oude weg in een draai een beekvallei bereikt verlaat je hem voor een rechtlijnige brede bosweg. Deze daalt na een tijdje verder, versmalt tot een pad en komt op een
> Een linkse afslag brengt je op de weg Remouchamps - Louveigné. Hier loont het zeker de moeite om even 100 meter rechts langs de drukke weg te lopen om dan links een paadje langs een weideafspanning te nemen. 100 meter verder kom je aan de redelijk spectaculaire chantoir van Grandchamp. Wauw. Een prachtige plek. Op het moment dat ik de chantoir bezoek klettert een rustig beekje watervallend naar het verdwijngat. Bij zware regen moet het er hier zeker een stuk spektaculairder aan toe gaan. Gepicknicked hier aan het grote verdwijngat dat de Rubicon voedt.
> Aan het andere tunneleinde rechts, een tijdje met de snelweg mee en dan links het Bois du Warnoumont in. GR576 volgt in dit bos steeds het hoofdpad door het bos, het kan er af en toe flink modderig wandelen zijn na regenperiodes. Hogerop passeer je een bank.
> Door het gehucht 'Sur le Tige', waar we aan een grote asfaltweg over steken om aan de overkant te vervolgen in de Rue Château d'Eau. Een drietal asfaltwegen worden gekruist, vooraleer 576 over een zwarte kiezelweg langs de watertoren passeert.
> Aan de kerk van Deigné neemt GR579 een mooi straatje met erg typische huizen, fraai gerestaureerd. Einde straat links en daar op het einde, bij de schoolgebouwen, rechts. Na 5 minuten links een pad op dat de hele tijd is afgezoomd met haagbeuk tot je Rouge Tier bereikt. Voor de naamsoorsprong van dit gehucht moet je niet ver zoeken, het slaat uiteraard op de roodachtige kleur van de bodem. Verderop loopt GR 576 door een tot woonwijk uitgegroeid deel van een camping: Een bonte collectie van lelijke chalets en caravans. GR576 loopt door dit domein en loopt dan rechts op een graspad achter een aantal van die koterijen.
> Onderweg heb je weer prachtige uitzichten. In de verte rechts is een andere watertoren (in oranjerode baksteen) naast een rij populieren zichtbaar op het tegenoverliggende plateau. Voorlopig is die nog ver weg maar GR576 zal over enkele uren aan de voet van die watertoren passeren.
Over rode schist de vallei van Secheval uit
> Aangekomen in het valleitje draaien we rechts mee over een stijgend asfaltwegje dat al snel een paarskleurige rotsige weg wordt. Langs een steengroeve en aan een jagershut het beekje rechts van ons houden. De hele tijd blijven stijgen over dit pad, tot boven 300 meter hoogte. GR576 bereikt zo de Porallée.
Door de Porallée
> De weg daalt naar de grotere weg Sprimont - Comblain. Aan de overkant loopt GR576 door het gehucht Lillé en aan een veldweg naar de drukkere N678 Sprimont - Chanxhe. Even links deze weg op en dan aan de overkant een stijgende bospad nemen. Rechts zie je het kasteel van Higné liggen temidden van bos en golvende velden en weiden. Het pad stijgt naar een volgende gehucht, Lincé, en loopt naar het monument van de Waalse schrijver Henri Simon.
> Dalen naar een voormalige boerderij (nu een luxueus buitenverblijf). Hier rechts langs een manège over stenig pad, een asfaltweg kruisen en verder dalen tot een kruispuntje.
> Rechts staat een wegwijzer die naar een menhir verwijst. 30 meter verder in die richting kan je naar een gallo-romeins oppidum klimmen maar een korte verkenning leverde niks interessants op. GR576 gaat aan dit kruispunt links om wat later Deigné binnen te lopen.
>
Terug op GR 576 bij de kruising met de grote weg. Aan de andere kant nemen we een graspad dat we een hele tijd in dezelfde richting volgen. In een bocht van een asfaltweg rechts. Dit graspad - met af en toe natte stroken - passeert langs 3 oude veldkruisen om dan voorbij enkele luxueuze huizen links af te slaan over een goede steenslagweg die na een tijdje sterker gaat dalen (en natter wordt).
> Door het gehucht Hot Champs en bij het einde daarvan door een oude holle weg die na een bocht naar de tunnel onder de E25 loopt.