>
Dit is naar 'Ardense maatstaven' een spectaculaire
etappe. Er zitten lange en stevige stijgingen in, telkens beloond met mooie
uitzichten. Onderweg allerlei merkwaardigheden: De rotsblokken van Fonds de
Quarreux, de schitterende klim langs de Chefna die in watervalletjes klatert
en de watervallen van Coo met bijhorende kermis. De Amblève is ook
vandaag de rivier waarvan we enkele malen opnieuw het dal opzoeken. Een etappe
voor wandelaars met een goeie conditie.
> Langs het pad groeit
ook nogal wat reuzenbalsemien, een agressieve exoot uit de Himalaya. Na
een goeie kilometer bereik je het einde van dit gebetonneerd pad, bij een
kleine camping ga je onder de spoorweg tot de weg Remouchamps – Trois-Ponts.
Hier was tot 2000 decennia lang een café-restaurant-hotel met de
naam 'Le Moulin du Diable'.
> Het pad houdt dezelfde
richting aan en daalt over een brede weg naar Monthouet.
Bij het binnen komen van dit dorp daal je sterker en ga je links bij een
kruispunt. Je passeert hier een bron op de linkerkant. Dit asfaltwegje slingert
door het dorp en daalt lager door bos richting Stoumont. Onderweg heb je
op 40 meter rechts een picknickbank met mooi uitzicht over de beboste hellingen
rond Stoumont en de Amblèvevallei.
> Na een paar padwisselingen
bereik je de N633 (Remouchamps –
Trois-Ponts) en het centrum van Stoumont.
GR571 volgt deze drukke weg een tijdje en loopt zo langs het gemeentehuis,
de VVV en de kerk van Stoumont.
> Update aug 11: In de wijde omgeving rond het Croix Honnay zijn de dennen gekapt. Eén van de beuken rond het kruis is in het voorjaar van 2011 op het kruis gevallen, waardoor het afbrak.
Fond de Quarreux
> De enorme rotsblokken
zijn hier gevormd door het schurende effect van het Amblèvewater
op gesteente van een verschillende hardheid. De overgebleven blokken bestaan
uit het keiharde kwartsiet. Opvallend is dat het rotsen zijn met een volume
van soms meer dan 1 kubieke meter.
> De volgende kilometers
zijn werkelijk schitterend. We zijn klaar voor een doorlopende klim die
uiteindelijk bij 560 meter hoogte zal afklokken, meer dan 350 meter hoger
dus. Het pad vernauwt al snel, wordt rotsig en nat, steekt de Chefna een
paar malen over, passeert kleine watervallen en stroomversnellingen en loopt
door woud waarin hier en daar indrukwekkende bomen staan. Het is er heerlijk
rustig op een mistige zaterdagmorgen.
> Tijdens deze etappe zijn er onderweg enkel cafés
en beperkte shoppingmogelijkheid te Stoumont (km 13) en Coo (km 25)en uiteraard
in Trois-Ponts. Café te Ville-au-Bois is dicht sinds 2006.
>
Start en aankomst van deze etappe zijn vlot bereikbaar per bus, bus 42a
volgt GR 571, of althans toch de loop van de Amblève en de Salm.
Stops te Sedoz, Quarreux, Stoumont, Coo, Trois-Ponts. Er is een treinstation
in Coo en Trois-Ponts, beide stations liggen dadelijk langs GR 571.
> Camping
langs de Amblève te Nonceveux, een kleine in Quarreux, Coo. Niks
biezonders aan te raden, ze richten zich in de eerste plaats op residentiële
verblijvers.



> Het volgende stuk
van deze etappe loopt over het grootste hoogteverschil tijdens een GR in
België. Van 170 meter gaat het naar ongeveer 560 meter hoogte. Het
pad verlaat de vallei van de Amblève door op de weg Remouchamps –
Trois Ponts even rechts te lopen en na 200 meter een pad links te nemen
dat kort en stevig stijgt om bij een slingerend asfaltwegje even uit te
vlakken naar het dorpje Quarreux. Als je
op het laagste punt dan het riviertje Chefna
bereikt draait het pad weg uit de Amblèvevallei.
Pad
langs de Amblève te Quarreux
> De plaats staat bekend
als Fond de Quarreux en is toegankelijk gemaakt voor wandelaars in de jaren
’20 van vorige eeuw. Het is dat pad waarover GR 571 nu loopt, hoewel
het pad ondertussen gebetonneerd werd, de Amblève treedt hier immers
geregeld eens buiten haar bedding.
> De aanwezigheid van
de vreemde kwartsietblokken heeft echter nog een andere verklaring: In de
buurt van Quarreux woonde ooit een molenaar die graag een windmolen had
in plaats van een watermolen. Zijn watermolen viel immers nogal vaak stil
door het sterk wisselende debiet op de Amblève. De duivel bood de
molenaar aan die windmolen voor hem te bouwen op voorwaarde dat hij zijn
ziel dan aan hem zou overleveren. De molenaar vond het een aantrekkelijk
voorstel, hij nam het aan op voorwaarde dat de duivel klaar was met de bouw
van de molen vooraleer de haan de volgende morgen zou kraaien. Zo gezegd,
zo gedaan en de duivel begon aan de bouw van de windmolen. Dat was echter
buiten de vrouw van de molenaar gerekend. De molenaar was immers zo opgewonden
dat hij ’s nachts het hele complot onbewust en hardop nadroomde. Zo
kreeg zijn vrouw lucht van het duivelse complot. Ze nam een lantaarn en
ging naar het hok waar de haan sliep. Opgeschrikt door het lantaarnlicht
schraapte de haan midden in de nacht zijn keel en begon uit volle kracht
te kraaien. De duivel die het hanengekraai nog helemaal niet had verwacht
werd biezonder woest en vermoordde in zijn toorn de molenaarsvrouw. De onafgewerkte
windmolen zelf liet hij in de Amblève storten. De dikke bouwblokken
van de duivelse molen liggen nu verspreid in de Amblève…












> Aan het kruispunt
van GR-paden in Sedoz bij café 'Le
Ninglinspo' kies je een zuidelijke richting. Helaas volgt eerst zo’n
700 meter over de asfaltweg richting Coo. Dan neem je een wegje rechts dat
parallel loopt en bij de laatste huizen overgaat in een gebetonneerd pad
langs de Amblève. Bij hogere waterstand kan het eerste deel van dit
pad onderwater staan, zoals een paar dagen voordien duidelijk het geval
moet zijn geweest. Nu is er echter geen probleem om het pad te volgen. Al
dadelijk wordt je geconfronteerd met de enorme rotsblokken die langs en
in de Amblève liggen over een afstand van zowat 4 km.
Pad
langs de Amblève
Toegang
tot de Chefna
Fond
de Quareux
> Een pad springt over
het pad, een eekhoorntje hopt een boom op en steeds het klaterende geluid
van de Chefna. Eind augustus en de eerste paddenstoelengolf is opgeplopt.
Een aardappelbovist wordt geparasiteerd door opvallend grote kostgangerboleten.
De halve boomstammen die als brug over de Chefna dienen zijn vaak te mossig
en glad om ze te gebruiken, te gevaarlijk. Meestal hop ik over de stenen,
ondanks de relatief hoge waterstand.
> Dit pad met zijn bruggetjes
was al opgenomen in Cosyns 'Sentier de l'Amblève', het werd aangelegd
in de jaren '20 van vorige eeuw door 'Les amis de l'Amblève'.

> GR571 komt op een
iets bredere (nog steeds stijgende) parallelle piste en klimt daarover voort.
De eerste zonnestralen komen in de mistige vallei piepen. De beuk van Bablette
is de dikste met een omtrek van meer dan 5 meter. Ik vond hem niet dadelijk.
Je zou na een stevige klim langs de Chefna bij een brugje een klimmend pad
links moeten nemen.
> We volgen nu verder
de Chefna hogerop, nog steeds flink stijgend. In een hoger deel, bebost
met den en waar nogal wat boskap is gebeurd loopt GR571 weer naar de linkeroever
van de rivier (oversteken dus en de Chefna aan de linkerkant houden). Je
komt via een andere dikke oude eik op een bospiste die je links een hele
tijd volgt door bos en halfopen, wat venig landschap. Verderop verlaat je
deze onverharde weg weer voor een pad dat terug vlakbij de Chefna gaat lopen.
Het riviertje is ondertussen op hoogte verdund tot een venig beekje.
Porallée
> De zone die nu bekend
staat als de Porallée is een beboste strook met een breedte tot 1
km die NW - ZO loopt en waarbij we hier op het meest zuidoostelijke punt
staan. De geschiedenis ervan gaat minstens terug tot de 17de eeuw, mogelijk
is de oorsprong veel ouder (Karolingische periode?).
> Met de vorming van
machtstructuren, opgebouwd door de abdij van Stavelot en feodale rijkjes
was de Porallée mogelijk lange tijd een soort bufferzone. Er zijn
nog grensstenen te vinden die daarop wijzen. De kaarsrechte weg die hier
loopt wijst mogelijk op een van oorsprong nog veel oudere grensweg. Hij
is gelegen op de waterscheidingslijn tussen de bekkens van Vesder en Amblève.
De indeling in bospercelen langs deze weg is recenter. Een deel van die
bossen zijn trouwens privé. In een verder verleden waren de bossen
van de Porallée wellicht gemeenschappelijk bezit, waarbij de boeren
van de omliggende dorpen vrij konden gebruik maken van de grond voor begrazing,
houtwinning ed.
> De Porallée
omvatte echter eeuwen geleden een groter - ingesloten - gebied met ondermeer
de Amblève vanaf Aywaille en de dorpen Sougné en Remouchamps.
De Chefna vormde de zuidelijke grens van dit gebied. We lopen dus al even
op de oude Porallée, concreet sinds we de Chefna in haar bovenloop
overstaken naar de linkeroever en er een dikke getopte eik passeerden.
> Het woord Porallée
is afkomstig van 'Pour aller' (interpretatie = een strook weg met recht
op doorgang). Die afgebakende weg is tot op de dag van vandaag ook nog herkenbaar
in de historisch gevormde gemeentegrenzen. Hier bij de N606 staan we immers
op de grenzen van Theux, Aywaille en Stoumont. Kortbij ligt ook de grens
met de gemeente Spa.
> Je kan de kaarsrechte
Porallée in NW richting gebruiken om naar het brongebied van de Ninglinspo
te wandelen en daar over de schitterende beekvallei weer af te dalen naar
de vallei van de Amblève te Sedoz. Pik daarvoor na 4 km langs de
Porallée de tekens op van het GR-pad 15 (Ardennen - Eifelpad) en
volg ze daar in westelijke richting.
> Kort daarna bereik
je het gehucht Ville-au-Bois, erg rustig
gelegen. Het café-restaurant, dat hier een aantal jaren weekendwandelaars
verwelkomde, is sinds 2006 gesloten. Verhuur van de panden als gîtes
is wellicht een meer lucratieve business.
> Via de geasfalteerde
toegangsweg tot Ville-au-Bois stijg je nog zacht door. In de beekbermen
van deze weg groeit een opvallende kleurrijke combinatie van wilde planten:
Wilde bertram, blauw knoopkruid, wilde chicorei en wollige munt zijn maar
een paar soorten die je hier aantreft.
> Deze weg komt uit
op de grotere weg N606 Stoumont - Haute
Desnié, waarop nogal snel wordt gereden. Net voor je deze weg bereikt
passeer je op je linkerkant (schuinlinks) het begin van een kaarsrechte
weg, de Porallée.
> Aan de N606 even rechts
over 200 meter om links een brede onverharde brandweg op te lopen die verderop
is afgezoomd met hoge dennen en een kaprijp stadum. Deze brede weg, die tegenwoordig
enkel nog voor houtvesters lijkt dienst te doen is de Vècquée.
Opnieuw een historische weg!
Braakrussula
of appelrussula
Wilde
chicorei
Bloedooievaarsbek
Onderweg
naar de Chefna-vallei
Chefna:
Alles wat blinkt is goud?
Croix
Honnay in 2008 en in 1930 >
De KAJ-jongens van Peizegem passeerden in 2009 tijdens hun tweedaagse trekking langs het kruis van Honnay. Het kruis, net zoals de lijdende Christus, hadden net een fris kleurtje gekregen.
(ingezonden foto Berten van Herp)
Boswederik
Brugje
over de Chefna
Schuimkoppen
op de venige Boven-Chefna
Langs
de Chefna op een mistige zomermorgen
> Een asfaltwegje
draait stijgend uit Monceau, onderweg word je ook nu weer getracteerd op
een prachtig panorama. Deze weg loopt naar een bos toe, een privé-bos,
opengesteld voor wandelaars over het GR571-pad. Afwijken van het pad is
niet toegestaan, evenals loslopende honden.
> Een flink stijgend
bospad, afgezoomd met bloeiende heidestruiken (in augustus/september) leidt
naar een bredere bosweg die maar blijft stijgen. Voorbij een bareel kom
je weer in publiek bos.
> De afrastering hogerop
is van de waterbekkens die tot de elektriciteitscentrale
van Coo behoren. De bekkens zelf krijg je niet te zien. Het pad loopt door
een gebied met langs de éne kant gekapt bos en aan de andere kant
de afrastering van de waterbekkens. Je bereikt een punt rond 480
meter hoogte.
> We zijn dus weer zo’n
280 meter gestegen en daarmee zit de tweede lange stijging van de dag er
op. Net voor het hoogste punt op de weg gaat GR571 op een kruispunt van
paden rechts. We zijn hier op de Mont de Brume. Achter de afspanning aan
je linkerzijde liggen 2 enorme waterbekkens.
> De boven-Amblève
en zijn bijrivieren trokken in de loop van de 19de eeuw wel eens meer avonturiers
aan, maar op het einde van de 19de eeuw ontstond er zowaar een mini gold-rush.
Professor Esser verklaarde in 1878 de vele heuveltjes die soms nog langs
Ardense rivieroevers te herkennen zijn als hopen steen- en slibafval, resten
van goudwasserij door onze voorouders lang geleden (tot 2500 jaar?).
> Een Pruisische ingenieur
neemt in 1886 te Montenau (langs de bovenloop van de Amblève) de
proef op de som door zelf slib te wassen. Het resultaat zijn enkele schilfertjes
goud. Het nieuws verspreidt zich als een vuurtje en gesterkt door de wilde
verhalen over goudzoekers in Amerika wagen ook hier nogal wat gelukzoekers
hun kans in de Amblève en zijn zijriviertjes. De geschreven pers
draait de zaken nog wat op door te stellen dat er een waar Eldorado verscholen
ligt in die Ardense goudaders.
> De goldrush in de
Ardennen levert echter weinig op voor veel inspanning: 1 ton gezift alluvium
bevat 0,25 tot 5 gram goud. De Staat ziet echter de goudwinning op grotere
schaal niet zitten omwille van het lage rendement en legt een verbod op
om het landschap te beschermen. De grote schade die wordt veroorzaakt door
rivierbeddingen en hun oevers om te keren staat niet in verhouding met de
schamele opbrengst.
Goldrush
> De Chefna is één
van die kleine riviertjes waar in het verleden naar goud werd gespeurd,
met succes overigens. Hier is het wonderlijke verhaal dat terug gaat naar
het begin van de 19de eeuw. In 1802 meldden zich 3 gezagsgetrouwe mannen
uit de omgeving van Quarreux bij de prefect van het toenmalige 'departement
Ourthe'. Ze hadden stalen bij zich om te bewijzen dat ze goud hadden ontdekt.
De prefect gaf de mannen een symbolisch schouderklopje en scheepte hen verder
af door hen te vertellen 'dat ze zich toch maar beter met hun patattenveld
zouden bezig houden'. Verbouwereerd dropen de mannen af.
> Begin 20ste eeuw werden
op beperkte schaal tijdelijk enkele concessies verleend en werd nog onderzoek
verricht. Locaties waar de mini-goldrush plaats vond liggen ondermeer aan
de randen van Baraque de Fraiture, de loop van de Salm, de bovenloop van de
Amblève en aftakkende beken en rivieren.
> Nu nog kunnen sporen
van goudwinning worden herkend in de streek: Honderden heuveltjes die zijn
samen gesteld uit alluvium uit de rivieren en beken met daarop een humuslaag
wijzen er op dat er ooit zeer intensief goud werd gepand. Die heuveltjes zijn
wellicht meer dan 2000 jaren oud. Ze zijn 0,5 tot 5 meter hoog en 2 tot 15
meter lang. De goudader van de Ardennen loopt over lange afstand dwars door
het massief, de goudsplinters komen vrij door erosie (door bvb water) op kwartsietgesteente.
> In het dorpje Faymonville
wordt sinds enkele jaren een kampioenschap voor goudzoekers georganiseerd.
Om ter snelst goudsplinters uit een hoeveelheid (aangevoerd) zand filteren.
Het evenement wordt hier gehouden omdat in Faymonville de laatste Belgische
goudzoeker woonde. Maar goud zoeken gebeurde niet enkel door rivierslib te
filteren. In 2000 werd na het droogpompen van een put op een afgelegen plek
vlakbij de Baraque de Fraiture voor het eerst een echte antieke goudmijn ontdekt!
De meeste huizen in Monceau zijn opgetrokken uit natuursteen van de streek,
de ene restauratie is al meer geslaagd dan de andere, maar het is wel een
mooi dorp. In de kant van de weg nog maar een wegkruis.
boerderij links een pad op dat aanvankelijk hard stijgt en je snel in een
volgend dorp brengt: Monceau. Het water
van de bron die je passeert in het dorp is officieel niet drinkbaar volgens
een inwoner van het dorp, maar de dorst is sterker.
> Het pad daalt kort
daarna naar een asfaltweg (La Gleize – Cheneux). Scherp rechts hier
en over deze asfaltweg dalen naar een brug over de Amblève. Denk
het asfalt en de auto’s weg en je wandelt hier werkelijk in een schitterende
omgeving van beboste heuvels en groene weiden. Nog een spoorwegviaduct.
Even stijgen naar de ingang van het dorp Cheneux.
> Waar de asfaltweg
scherp gaat draaien bij de ingang van Cheneux ga je links een wegje op dat
langs een mooie boerderij komt. Net voorbij deze
> Helaas volgt je deze
weg met veel verkeer nog enkele honderden meters. Er zijn wel mooie uitzichten
onderweg. Rechts dan, je wisselt asfalt voor een mooi grassig paadje rechts
dat tussen weidenafspanningen in op een bosje toeloopt. Even een strook
bos door om dan langs een weide en onder overhangende haagbeuk te wandelen.
> Links heb je ondertussen
een prachtig uitzicht over het neoklassieke kasteel van Froidcour
(1912 -1919), een beeld dat werd gebruikt voor de cover van de tweede topogids
over GR 571 in 1971.
>
Na bijna 2 km over de Vecqué gaat GR 571 rechts aan de rand van een
bos. Het pad was slecht zichtbaar en in feite was het eenvoudiger om door
het bos maar wel kort bij de bosrand te lopen. Zo bereik je een nogal karakterloos
betonnen kruis, Croix Honnay, aan een open
hooggelegen ruigte bij een kruispunt van onverharde wegen. Hier eindigt de
lange klim vanuit de vallei van de Amblève. We zijn ondertussen zowat
400 meter hoger beland, meteen ook het hoogste punt van deze etappe, ongeveer
565 meter en bijna het hoogste punt langs
de hele GR 571.
Vècquée
> De naam 'Vècquée'
slaat op het Franse woord 'Evêché', 'bisdom'. Die betekenis
staat in verband met het gebruik van deze weg door notabelen en geestelijken
onderweg tussen de ooit machtige abdij van Stavelot en het prinsbisdom Luik.
Ook de geschiedenis van deze weg deemstert weg in een ver verleden, hij
was mogelijk al in gebruik onder de Galliërs. De Vecquée loopt
van hier helemaal tot Baraque Michel op de Hoge Venen.
Stoumont
Froidecour
Berijpte
russula
Vècquée
Bos
van mos
Croix Honnay
> Het betonnen kruis
is ouder dan je zou vermoeden. Het is hier ingezegend op 28 oktober 1928
ter gelegenheid van het katholieke feest 'Christus Koning'. Het vorige (houten)
kruis was immers verwoest in een grote veenbrand in de zomer van 1927. Rond
het kruis werden jonge beuken aangeplant in een cirkel. Die beuken deden
het niet zo goed, momenteel is het Croix Honnay vooral ingesloten door hoge
dennen. De kruisbeelden van de verbrande kruisen werden oorspronkelijk op
de sokkel van het betonnen kruis geplaatst. Volgens de legende liep hier
ooit een reiziger verloren in de met sneeuw bedekte Venen. Hij beloofde
een kruis op deze plek te plaatsen om andere reizigers te gidsen als hij
behouden terecht zou komen, wat ook gebeurde. De naam 'Honnay' is teruggevonden
in lokale parochieregisters uit begin 19de eeuw maar uitsluitsel over de
man op wiens initiatief hier een kruis werd geplaatst is er niet.
>
De plaats waar het om ging is Heid de la Mine d'Or, gelegen in het bos van
Bablette op de rechteroever van de Chefna. Dat verhaal is opgetekend door
Dr Bovy, kroniekschrijver, in 1838. Maar daar eindigt het niet. Volgens Bovy,
heeft één van de 3 mannen de raad van de prefect in de wind
geslagen en is hij blijven volharden. Is hij dan op een aanzienlijke brok
goud gestoot? Bijna dagelijks pendelde hij naar Luik om er zijn vondsten 'te
verzilveren'. Feit is dat die man 30 jaren later bekend stond als miljonair.
Wat er ook van aan is, de mijnputten zouden nu nog te merken zijn ter plaatse.
Mail en neem foto's van de plek als
je ze vindt!

>
Zoals dat gaat in de Ardennen met landschapskenmerken waarvan de oorsprongsverklaring
in de tijd wegdeemstert is ook aan de Porallée een legende verbonden.
Ze speelt zich af rond het jaar 1200: De kasteelheer van Montjardin (nabij
GR 571 te Remouchamps) gaf op een avond zijn jachtopziener Emprardus de opdracht
hem voor zonsopgang te wekken om op tijd te kunnen jagen die dag. Zoals afgesproken
was Emprardus present net voor zonsopgang bij de bedsponde van zijn meester
om hem te wekken. De kasteelheer - wellicht in een ochtendhumeur - maakte
zich echter kwaad tegen een verontwaardigde Emprardus omdat het al veel te
laat was naar zijn zin. 'Probeer eens een stuk land rond te gaan voor de zon
opkomt' morde de kasteelheer, 'al wat je rond loopt mag je hebben'. Emprardus
nam die uitspraak letterlijk, sprong op zijn paard en begon een enorm stuk
land te omcirkelen. De zon bleef als bevroren hangen onder de horizon tot
Emprardus maar liefst 4 mijlen had omcirkeld en terug in Montjardin arriveerde.
De kasteelheer kon enkel maar zijn belofte houden en hij gaf de grond aan
zijn dienaar. Bij zijn dood in 1230 schonk Emprardus alles aan de inwoners
van Remouchamps en omstreken en zo ontstond de 'Heilige Porallée'...
Pad
in de buurt van Froidecour
Klim
uit de vallei van de Amblève naar 480 m.
Brede
wespenorchis
Stuifzwam
Dit
wegkruis te Monceau werd opgenomen in het boek 'Heritages de Wallonie', petit
patrimoine sacré' als typisch voorbeeld van een volledig in ijzer gegoten
kruis.
Verdere
klim uit het Amblèvedal na Monceau, met rugzicht over het kasteel van
Froidcour
Elektriciteitscentrale Coo
> De waterverbekkens
behoren tot de electriciteitscentrale van Coo. Waterkrachtcentrales werken
meestal op aanvloeiend water dat opgehouden wordt in een hoog bassin. De
kracht van neerstortend water over korte afstand zet turbines in werking
die electriciteit produceren. Nu, in Coo werkt dat lichtjes anders.
> Het grote verschil
is dat de kunstmatige bassins op de Mont de Brume niet worden bevoorraad
door beken of een rivier. Om de bekkens te vullen moet water worden opgepompt
uit de dode Amblèvemeander die 250 meter lager ligt en daarvoor speciaal
is afgedamd. De pompen, turbines en pijpleiding tussen het benedenreservoir
van de dode Amblève en de bekkens bovenaan werden onder de grond
gestopt om het landschapsuitzicht wat te sparen. Het volume van de bekkens
boven stemt zowat overeen met de capaciteit van de aan beide zijden afgedamde
Amblèvemeander lager.
> Dat oppompen naar
boven verbruikt meer energie
> GR 571 loopt verderop
door jonge denaanplant, neemt een pad links dat even terug stijgt tot je
op een asfaltweg komt. Op deze brede asfaltweg met weinig verkeer ga je
weer links. Na 500 meter kom je voorbij de Fontaine
Saint-Remacle. De waterbron stond echter droog op het moment dat
ik er passeerde. Rustbank
dan de geproduceerde energie bij neerstorting vanaf de Mont de Brume. Wat
is dan de zin van een electriciteitscentrale die maar 75 % van de energie
produceert dan wat ze verbruikt? Het lijkt erg onlogisch maar het principe
is gebaseerd op de economische wetmatigheid van vraag en aanbod. Dat zit zo:
De elektriciteit van de centrale van Coo wordt ingeschakeld op pieken met
een hoog stroomverbruik. Op dat moment wordt electriciteit geproduceerd die
aan een dure prijs kan worden verkocht. Op kalme momenten met weinig en goedkoop
stroomverbruik (zoals ’s nachts) wordt het water dan weer naar de bekkens
op de Mont de Brume gepompt. De centrale van Coo is dus echt bedoeld om pieken
op te vangen. De nucleaire centrales in België kunnen immers veel minder
inspelen op deze pieken.
> Om het water op te pompen
en de bassins bovenaan te vullen zijn er zowat 8 uren nodig. In dalende richting
kan er dan 6 uren electriciteit worden geproduceerd, wat zo’n 900 MW
oplevert.


> Verder rechtdoor
hier over een mooie veldweg omringd door groene weiden en bossen. Deze weg
houdt een tijdje gelijke hoogte, loopt langs de rand van het bos
van Monti en gaat uiteindelijk dit bos in. Je begint sterker te dalen.
Nog steeds loopt het pad algemeen in oostelijke richting tot je scherp rechts
en dan links draait.
> Weer kort stijgen
en dan stevig dalen naar de Amblèvevallei waarin Coo ligt. Op je
rechterkant heb je enkele doorkijkjes op de oude
Amblèvemeander van Coo, nu dienst doende als waterbekken.
Je kruist een asfaltweg en loopt langs de eerste huizen van Coo.
Dalen tot in het centrum en tot bij de waterval onder de brug van Coo.
Gespleten
franjezwam
>
!!! Opgelet: De gecumuleerde stijging
op deze wandeling bedraagt zo'n 1000 meter; waaronder de sterkste continue
stijging van alle GR-paden in België: Sedoz (op 160 meter) tot bij het
verlaten van de Vêckée (op 560 meter). Vertrek dus op tijd 's
morgens. Je kan eventueel eindigen in Coo (inkorting van 5 km en -260 meter
stijging). De houten overbruggingen over de Chefna kunnen superglad zijn.
Rechte
koraalzwam
> Bij de transformators
ga je rechts over een wegje dat begint te dalen. Je passeert een wegkruis
omringd door een paar mooie eiken van verschillende ouderdom.
> In Coo kan je deze
etappe breken door eventueel bus of trein te nemen, maar we wandelen nog
5 kilometer door. De brug over de waterval over. Even links over de drukke
weg Trois-Ponts – Remouchamps om op de rechterkant een trap omhoog
te nemen. Klaar voor de derde grote stijging van de dag.
> Hier begint een zigzagpad
dat zich snel omhoog werkt. Het kruist hogerop een breder bospad en klimt
verder tot een volgende brede bosweg wordt bereikt op een hoogte rond 400
meter. Vlakbij draaien liftstoeltjes af en aan. Hier rechts, deze weg volgen
over zowat 500 meter om dan een onopvallend pad links te nemen dat weer
harder doorstijgt in zigzags.
> Zo kom je bij een
eerste overdekte picknickplaats en kort daarna aan een tweede picknickhut.
Dit is het uitzichtpunt van Ster, het derde
hoge punt op deze etappe langs GR 571. We zijn weer zowat 270 meter gestegen
sinds we Coo verlieten.
Croix
des chênes
> Aan het uitzichpunt
neemt GR571 een pad dat door kaarsrechte dennen loopt, even langs een weide
en dan rechts een bredere weg op. Bij een volgende kruispunt met wandelinfoborden
(en een beter uitzicht over de streek) scherp rechts over een asfaltwegje.
> GR 571 daalt nu in
zuidelijke richting. Voorbij een schuilhut met een kruis voor een ontmijner
vertrekt een pad dat continu daalt en dat op sommige plaatsen sterk is uitgesleten.
Bij regen is dit wellicht meer een beek dan een weg.
> Dit pad blijf je maar
de hele tijd volgen tot je op het einde kort een asfaltwegje bereikt dat
tussen 2 tunnels in uit mondt vlakbij het centrum van Trois-Ponts.
Onder de rechtse tunnel en dadelijk links over de weg Stavelot – Trois-Ponts.
Deze weg loopt over een Amblèvebrug en draait na een paar honderd
meter 90° naar rechts. In deze bocht loop je echter gewoon rechtdoor,
richting station, tesamen met GR14. Bij het station gekomen zit ook deze
dagetappe er op.
Coo
>
Over het ontstaan van de watervallen is geen uitsluitsel. Aangenomen wordt
dat het waarschijnlijk de monniken van Stavelot zijn die hier in de 17de
eeuw de Amblève op een scherpe meander doorstaken en zo de beroemde
waterval creëerden. Wellicht nooit gedacht dat deze attraktie zo’n
toeristische goudmijn zou worden.
> Zoals je ziet valt
de Amblève in feite in 2 stromen neer. Op de kleinere tak van de
waterval was ooit nog een watermolen gebouwd. Die kleine doorsteek bestond
mogelijk al veel langer dan de grote, want uit documenten van de 15de eeuw
blijkt dat er toen al een watermolen was hier. Al sinds eind 18de eeuw trok
de waterval bezoekers aan. Sinds eind 19de eeuw is het hier echter een massaal
komen en gaan van dagjestoeristen.
> De waterval van Coo
behoort dus tot de oudste en meest populaire attrakties van de Ardennen.
Nu nog trekt de waterval op een zomerse dag duizenden toeristen, hoewel
een flink deel van hen natuurlijk ook in de eerste plaats voor kabouter
Plop en C° naar Coo komt afgezakt. Sinds 2006 heeft de Studio 100-fabriek
immers het toen tanende pretpark TeleCoo overgenomen. Een aantal attrakties,
zoals de stoeltjeslift (1250 meter lang), maakten oorspronkelijk deel uit
van het oude TeleCoo. De Plopsakoorts is alvast beter dan sommige attrakties
waarmee de molenaar en zijn kinderen een paar eeuwen geleden de toerist
trachtten te verleiden, zoals voor geld een hond in de Amblève gooien
en kijken of het dier de waterval overleefde.
> Ondanks alle toeristische
verpakking blijft het toch een indrukwekkend zicht die waterval. De Amblève
stort hier met veel geweld zo’n 13 meter lager. De site van de waterval
zelf is vrij te bezoeken, de pretfabriek van Gert Verhulst heeft wel de
wandeldijk wat ingepalmd met hamburger- en worstenkramen en een merchandisingshop.
Behalve veel jonge families is Coo blijkbaar ook een populaire verzamelplek
voor bikers die hier op een zondag met veel lawaai door de Amblèvevallei
scheuren en zich dan op de terrassen van Coo neerploffen. De hele kermis
is eigenlijk nogal een zicht na de stille paden van GR 571.
Stoeltjeslift
PlopsaCoo
Ster (498 meter)
> Ster is één
van de bekendste uitzichtpunten van de streek. Een wandeling naar deze plek
stond al beschreven in de eerste wandelgidsen uit het begin van vorige eeuw.
Toen bood het uitzichtpunt blijkbaar één van de meest schitterende
panorama's over de Ardennen. Eigenlijk valt het uitzicht hier tegenwoordig
behoorlijk tegen. Dat heeft alles te maken met de dichte dennenaanplant
in de omgeving. Vlakbij de overdekte picknickhut staat ook een geodetische
paal van het NGI.
Ster
>
Verder rechtdoor tot aan een transformatorpark
van de electriciteitscentrale. Onderweg, vlak langs de straatkant (rechterkant),
bloeien van eind juli tot begin september prachtige brede wespenorchissen.
Dalend
pad naar Trois-Ponts
Trois-Ponts
> Trois-Ponts was altijd
al een plaats met een zeker strategisch belang. Hier vloeien de Salm, Bodeux
en Baleur in de Amblève. De naam van het dorp is dan ook toepasselijk,
de plaats waar 3 bruggen liggen. Mogelijk komt er nog een vierde brug bij
in de toekomst en zou dus ook de plaatsnaam beter worden aangepast...
> Toch is Trois-Ponts
altijd een bescheiden nederzetting gebleven. Het machtscentrum van de streek
lag eeuwenlang in Stavelot waar de monniken tot ver in de Ardennen belangen
hadden. Pas in de 20ste eeuw heeft het dorp zich echt ontwikkeld, gestimuleerd
door de
aanleg
van het spoor en de ligging op een knooppunt van een paar belangrijke verkeersaders.
Er is nogal wat doorgaand wegverkeer dat door de 'flessenhals' van Trois-Ponts
passeert.
> De jonge gemeente draagt
Sint-Jacob in haar wapenschild, verwijzend naar het plaatsje Saint-Jacques,
hoog op een heuvel gelegen. Hoewel er weinig historische bewijzen zijn denkt
men in Trois-Ponts dat de plek ooit een belangrijke plaats van passage was
van pelgrims onderweg naar Santiago de Compostela.
Trois-Ponts
voor WO II
tijdverdrijf
in de omgeving. In Trois-Ponts ontmoet GR571 voor de eerste maal
GR
14 (Sentier de l’Ardenne). Dat pad loopt vanaf Trois-Ponts richting
Stavelot over een traject dat tussen 1965 en 1993 deel uitmaakte van GR 571
en een verbinding vormt met de beroemde GR 5.
> Voor vandaag is het
wel even genoeg na zowat 1000 meter hoogteverschillen. Er wacht morgen weer
een ander avontuur, dat vanaf hier niet langer meer langs de Amblève
loopt maar langs de Salm.
>
Rond Trois-Ponts liggen veel interessante plaatsen om te exploreren als je
er de tijd voor hebt. Wandelen is dan ook zeker een leuk