>
Dit pad loopt door typisch Ardens landschap: Veel bos dus, vooral samengesteld
uit beukensoorten en eik en daar waar de mens de aanplant economisch aanwendt
zijn dat grote percelen van vrij monotone dennencultuur. Het noordelijke deel
van GR 571 (Amblèvevallei) verschilt geologisch sterk van de meer zuidelijke
wandelstroken (ten zuiden van Remouchamps), wat ook een verschillende plantengroei
tot gevolg heeft. Hieronder enkele foto's van merkwaardigheden en natuurcreaturen
om naar uit te kijken. Iedereen kan deze natuurpareltjes ontdekken, we fotografeerden
zomaar wat op en langs het pad met een pocketcamera.
Natuur
langs GR 571
> Zowel in Comblain-au-Pont als in Remouchamps kan
je grotten bezoeken die zijn uitgesleten
door inwerking en oplossing van licht zuur water op kalkhoudende lagen.
Moeilijk te bereiken hoewel je er vlak bij wandelt maar biezonder is het
natuurreservaat Heid des Gattes. Die steile,
zongeoriënteerde rotsen tussen Aywaille en Remouchamps van psammiet
( een soort zandhoudende grijze steen) herbergen zeldzame planten. Echt
speciaal is een plantje dat nergens anders in het wild voorkomt: De Joubarbe
d'Aywaille (Nl: Amblève-huislook, Lat: Sempervivum funckii).
> Er zijn enkele schitterende stokoude
bomen te zien langs of in de buurt van GR 571. Tijdens de klim door
de vallei van de Chefna loop je langs enkele dikke eiken, maar de dikste
boom daar in de buurt is geen eik maar een beuk, de beuk van Bablette, op
korte afstand van het wandelpad. De kerk van Rahier, op 2 km van GR 571
wordt geflankeerd door een oude eik en bij de kapel van Chauveheid staat
dan weer een stokoude beuk. Om de meest schitterende boom langs GR571 te
zien moet je echter geen omwegje maken. Je passeert hem kort voor Trou-de-Bra.
Op de eik, die daar een mooie oude hoeve overschaduwt, wordt een leeftijd
van 600 jaren geplakt ... en hij blaakt van gezondheid.
> Voor een grote variëteit aan grassoorten is het
de moeite waard om het natuurreservaat 'Prés
de la Lienne' te bezoeken. GR 571 loopt er langs maar je moet wel
een stevige natuurkennis hebben om dit natuurgebied ten volle te kunnen
appreciëren.
> Merkwaardig zijn de grote blokken hard kwartsiet die
in de Amblève liggen tussen Sedoz en Quarreux.
Ze zijn het resultaat van duizenden jaren differentiële erosie waarbij
schiefergesteente veel sneller wegsleet door constante opstroming van rivierwater.
> De Ardennen zijn een paradijs voor paddenstoelenspeurders.
De koele temperaturen en vaak vochtige omgeving zijn voor vele soorten ideaal.
Waar dichte dennenbossen bijna geen ondergroei hebben van planten is vaak
een hoge concentratie van zwammen te vinden. In oud dennenbos is het niet
zo moeilijk om in de vroege herfst op 10 minuten 30 verschillende soorten
te ontdekken. Vanaf half augustus ploppen de boleten massaal op. Het 'hoogseizoen'
loopt tot eind oktober.
> De zijrivieren van de boven-Amblève en de
Salm zijn berucht voor hun goudhoudend slib,
aangevoerd bij sterke stroming uit fijne goudaders. Niet nodig om dadelijk
te goldrushen en te gaan goudpannen, want het gaat over flinterdunne schilfertjes,
de opbrengst is al de moeite niet waard, maar er zit wel degelijk goud in
de Ardennen. De Chefna en de Ninglinspo
zijn twee van die 'gouden riviertjes'. Beide beken, met een spectaculair
verval, zijn echt wandelparels, met watervalletjes, kleine draaikolken en
bruisend water.
> Onderweg zal je ook enkele plantensoorten zien die
eigenlijk niet thuishoren in het Ardense plaatje. 3 exoten
zijn berucht voor hun agressieve voortplanting langs rivierbermen en op
braakland. Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw en reuzenbalsemien zijn
hier terecht gekomen nadat ze in de vorige eeuw als sierplant werden ingevoerd.
Ze gedijen allen zeer goed in verwilderde toestand. Door hun overweldigende
groei verdringen ze lokale planten. Bij reuzenberenklauw zit het kwaad vooral
in de fototoxische stof die brandwonden kan veroorzaken bij aanraking met
stengel of sap. Deze exoten worden lokaal bestreden maar momenteel nog zonder
weinig algemene coördinatie.
> Ter hoogte van Salmchâteau is de Ardense leisteen
diep paars gekleurd, je loopt er door lagen van het Salmiaan.
Die geologische lagen zal je regelmatig terug kruisen verder op GR 571.
Bvb boven Lierneux, net voor Bra-sur-Lienne en tussen Meuville en Xhierfomont.
> Rond Salmchâteau liggen nog vele putschachten
en galerijen van oude mijnexploitaties. Er werd hier een grondstof opgedolven
die men nergens anders ter wereld boven haalde: 'Coticule'
wordt het ter plaatse genoemd en de toepassing was gericht op hoogwaardige
wetsteen voor bvb scheermesjes.
Vallei
van de Chefna: Pad op het pad.
Uniek:
Amblève-huislook (foto JM Darcis)
Amblève
te Fond de Quarreux
Salmiaan:
Schist met mangaanzouten
Chefna
< De koningsmantel, één van de kleurrijkste paddestoelensoorten.
(Martinrive)
>
Lente en zomer zijn de seizoenen om langs GR 571 vanalles in bloei te zien.
De weiden bij het brongebied van de Lienne kleuren geel en langs de padbermen
en bosranden zoeken bloemen de zon op. Soms vind je de grootste variëteit
aan wilde bloemen gewoon langs de wegkant.
Neem nu het geasfalteerde wegje dat boven de Chefnavallei van Ville-au-Bois
naar de N606 loopt. In de beekkant groeit daar s' zomers een geweldige variëteit
aan planten: Verscheidene muntsoorten, blauwe knoop, wilde chicorei, bloedooievaarsbek,
margrieten,...
> Op het noordelijke deel van GR 571, tussen Martinrive
en Remouchamps kan je planten vinden die een meer kalkhoudende bodem prefereren,
zoals het kruidige wilde marjolein, hemelsleutel of witte engbloem. In de
omgeving van de kasteelruïnes van Aywaille zie je op de meer donkere
stukken verscheidene varensoorten.


Aardappelbovisten
zijn één van de meest voorkomende zwammen in België, vooral
in loofwoud ploppen ze massaal op. Zeldzamer is dit tafereeltje. Hier wordt
een groepje van 3 bovisten aangevallen door parasieten: De kostgangerboleet
profiteert van hun vruchtlichaam. De gele aardappelbovist is geen beschermde
soort, de parasiterende kostgangerboleet is dat wel. (Chefna)
Zwarte
naaktslak op vreettocht: Deze collybia's of vezelkoppen
is wellicht geen lang leven meer beschoren. (St.-Martin)
>
Meer natuurbeelden kan je vinden op de volgende etappepagina's over GR571...
De lekkerste en de giftigste op amper één meter van elkaar!
Links de hanenkam of cantharel, herkenbaar aan zijn knalgele kleur en de
in de steel overlopende sporenplaatjes.
Rechts de dodelijk giftige groene knolamaniet, de meest giftige zwam die
er bestaat. Gelijkt wat op de gewone champignon.
(Monthouyet)
Blauwe knoop (Ville-au-Bois)
Orchideeën zijn niet zo talrijk in het landschap waardoor GR 571 loopt,
maar er zijn er. De brede wespenorchis bloeit vrij laat voor een orchidee.
In juli kan je hem ondermeer zien in de buurt van de bovenbekkens van de
elektriciteitscentrale van Coo. De brede wespenorchis kan wel een meter
hoog worden. (Brume) >
< Een erg territoriumgebonden Argusvlinder op beemdkroon. Schraal grasland,
zoals hier nabij het kruis van Septroux, is zijn favoriete terrein.
Een hoge variëteit aan mossoorten kan je vinden langs GR 571 in de
omgeving van het kasteel van Salmchâteau. >
< De prachtige zomereik van Trou-de-Bra
Opvallende pionierplanten op vrijgekomen terrein na de kap van een dennenbos
zijn vingerhoedskruid en struikheide. (Cierreux)>
Reuzenbalsemien uit de Himalaya: Prachige rozerode bloem, maar de plant
is eigenlijk een pest langs de oevers van de Amblève.
(Fond de Quarreux)
< Reuzenberenklauw, wordt wel 3 meter hoog. Elk contact met de Kaukasische
plant is te vermijden.
(Grand-Halleux)