>
Uiteindelijk kom je zo uit bij het provinciaal kasteeldomein d’Aertrycke.
Prachtige oude bomen hier in een park dat is ontworpen als Engelse landschapstuin.
Helaas had ik geen batterijen meer en kon ik geen foto’s meer nemen,
ben er de volgende dag met de fiets nog eens terug gekeerd.
Aertrycke
> Het kasteeldomein d’Aertrycke is 49
ha groot. Centraal ligt het kasteel, gebouwd in 1869
in opdracht van de Gentse ingenieur en politieker Auguste
de Maere die later nog bekendheid kreeg als de ‘geestelijke vader’
van de nieuwe zeehaven van Zeebrugge.
> Het kasteel is opgetrokken in Vlaamse neorenaissance.
Tesamen met de vijvers en de kronkelende lanen vormt het een mooi kader voor
de huidige kasteelfunctie: Internationale seminaries, congressen en recepties.
Er zijn ook hotel- en restaurantfaciliteiten.
> Het kasteel is nog steeds eigendom van de familie de
Maere. De tuinen worden beheerd als
zijn
inderdaad sporen die wijzen op een bewoning die minstens terug gaat tot het
Gallo-Romeinse tijdvak. De oudste schriftelijke vermelding van Torhout gaat
terug tot 564 n/C en in de 7de eeuw was er een bloeiende kloostergemeenschap.
Als machtscentrum ontwikkelde Torhout zich echter vooral toen de eerste Graven
van Vlaanderen de omgeving van Torhout in de 11de eeuw kozen als hun vestingsplaats.
Het kasteel van Wijnendale, dat we verderop langs GR 131 zullen passeren,
dateert wellicht oorspronkelijk uit die periode.
> Van die rijke geschiedenis is in Torhout niet zoveel
meer aanwezig, toch niet als je de vergelijking maakt met bvb Brugge. Het
oudste monument van de stad is een 17de eeuwse kapel. Het fraaiste gebouw
in Torhout is wellicht het laatbarokke stadhuis
(1713).
> Een bezoekje waard is het museum
van aardewerk, gelegen in het kasteel Ravenhof,
waar ook de VVV is gevestigd. Dit museum
biedt een overzicht van de aardewerkproduktie in Torhout en omstreken vanaf
de 17 de eeuw. Nogal wat van de meest imposante stukken dateren uit de art
nouveauperiode toen deze kunst hier een hoogtepunt bereikte.
> De mooiste troeven van de stad liggen wellicht buiten
het centrum, in het omringende Houtland, en dan met name de kasteeldomeinen
van Aartrijke en vooral Wijnendale, plaatsen waarlangs we al wandelend passeren.
>
Een hele tijd over asfalt dan om uiteindelijk veel meer noordelijk dan oorspronkelijk
de spoorweg te kruisen. Het was al redelijk
laat en blijkbaar is dit traject veel langer, zodat ik er de pas stevig moest
inzetten. Ik was trouwens al van de kaart af aan het wandelen. Een beetje
vervelend dat je geen zicht meer hebt waar je wandelt. Hopen maar dat de witrode
bewegwijzering feilloos te volgen is. Op je linkerkant ligt de stad Torhout,
waar je in een grote bocht omheen wandelt.
> Het
bos is populair bij joggers. De komende maanden wordt er hier blijkbaar flink
gekapt want er zijn nogal wat merktekens in de bomen gekapt. Wat de kruidlaag
betreft, in de lente zie je hier ondermeer varens, witte klaverzuring en viooltjes.
> Op het einde van de bos bij een manège rechts.
Ietsje verderop was dan een onverwachte (en aanzienlijke!) routeverandering.
Deze verandering was mij niet bekend maar is ondertussen gemeld bij Grote
Routepaden en is nu beschikbaar op hun site. Verandering vanaf pag 35 ‘aan
het einde domein Borgia…’. GR131 loopt dus gewoon rechtdoor, bocht
mee met de weg en loopt dan onder een grote verkeersweg door via een korte
tunnel.
>
Met het Meetjesland en Beverhoutsveld achter de rug zijn we aangekomen in
'de Bossen van Vlaanderen', het Houtland. Het meest beboste gebied van West-Vlaanderen
was in een lang verleden de schuilplaats bij uitstek voor roversbendes of
de plek om duistere moorden te camoufleren, maar het was ook het decor van
Rock Torhout en het decor om enkele van de mooiste kastelen van Vlaanderen
in neer te planten, zoals het slot van Wijnendale.
> GR 131 gidst je er met witrode streepjes probleemloos
door heen, nu ja, vergeet niet rekening te houden met enkele aanzienlijke
trajectwijzigingen in het oorspronkelijke
routeverloop. Een etappe met toch behoorlijk wat afwisseling, ook nu steden
vermijdend, je wandelt de hele tijd door velden met af en toe een domeinbos
om even te ontsnappen van de beerlucht die overal rondhangt in de lente.

GR
129
> GR 129 is een pad dat onder het thema '
Dwars
door België' van Brugge naar Aarlen loopt. Hoewel dit pad al werd
ontwikkeld in de jaren '80 duurde het nog tot de lente van 2012 vooraleer het hele traject tot Aarlen werd afgewerkt. Hiermee is GR 129 uitgegroeid tot een pad van meer dan
550
km lengte. Het hele traject is beschreven in 3 topografische gidsen. 119 km lopen op Vlaamse bodem (Brugge - Ronse), vandaaruit gaat het Henegouwen in langs Ath en Bergen. Dan door de provincie Namen met Dinant en verder naar de Gaume tot de bron van de Semois te Aarlen. GR 131 loopt in Bulskampveld een paar km te samen met deze
wandelroute. Meer info en topogidsen bij
Grote
Routepaden te verkrijgen.

> Voorbij een boomgaard links en bij een mooi domein
met klokje op het dak draait GR131 zacht mee naar rechts. Verderop neemt
het pad de toegangsweg tot de hoeve ’t Soetewey.
Als je hier doortrekkend bent kan je hier zowaar flink je proviand aanvullen
met hoeveprodukten: Van chocopasta tot yoghurt! Via een zigzagje passeer
je de mooi gelegen hoeve en trek je door een halfverharde veldweg, omzoomt
met populieren langs nog een paar afgelegen hoeves.
De moorden van Beernem.
> Tot op de dag van vandaag is Beernem misschien nog
het best beken voor de moorden die er in de bossen plaats vonden. De moorden
van Beernem vormen met ondermeer de verdwijning van het Lam Godspaneel tot
op de dag van vandaag één van de
grote mysteries van Vlaanderen. Waarover gaat het?
Op 15 mei 1915 verdwijnt baron Henri d’Udekem
d’Acoz. Zijn half begraven lijk werd in de bossen van Bulskampveld
gevonden op 2 september 1915.
Op 28 augustus 1915 verdwijnt Kamiel Dierickx,
boswachter in Bulskampveld, zijn lichaam werd nooit gevonden. Mogelijk was
hij getuige geweest van de moord op de baron.
Op 16 mei 1921 valt René de Baene
dood op het erf van een herberg. De officiële vaststelling is dat hij
stomdronken over een omheining is gevallen. Praat hij in zijn dronken gelal
zijn mond voorbij? Als 10 jaren later de zaak wordt heropend is zijn lijk
niet meer te vinden...
Op 30 november 1926 wordt het lijk van
Hector de Zutter uit het kanaal Brugge – Gent gevist, er waren duidelijk
sporen die wezen op moord. Hij verdween 3 weken eerder na een avondje op
de kermis.
Op 9 mei 1927 kwam Ernest van Poucke om
het leven door verdrinking in dezelfde vaart, alweer in verdachte omstandigheden.
Mogelijk was hij getuige hoe het lijk van de Zutter, dat onder een mesthoop
was verborgen, met een kar naar de vaart is gevoerd.
Behalve deze 5 moorden is er nog het verdachte overlijden van Omer van Haecke
in 1944, schoonbroer van veldwachter Hoste.
> Vreemd is de lange moordperiode: Van 1915 tot 1944.
Vermoed wordt dat de eerste moord mogelijk in verband stond met buitenechtelijke
relaties en ruzies, waarbij de toenmalige burgemeester van Beernem, baron
Etienne de Vrière, betrokken was. Over Baron de Vrière
werd wel eens gefluisterd dat hij een bastaardkind was van Leopold II. Hij
bleek alvast dezelfde amoureuze escapades gemeen te hebben. Henri d’Udekem
d’Acoz zou mogelijk wat ‘in de weg hebben gestaan’ voor
een geheime relatie tussen zijn echtgenote en de burgemeester van Beernem.
De daaropvolgende moorden zijn blijkbaar gepleegd op personen die mogelijk
getuigen waren van een andere moord of op personen die zich wat te fel roerden
over de zaak.
> Er zijn weinig concrete bewijzen om dat hard te maken
of zelfs om een verband te leggen tussen de verschillende moordzaken maar
alles wijst er op dat alle moeite werd gedaan van hogeraf om de eerste moorden
in de doofpot te duwen. Er was blijkbaar
een verlammende angst van de Beernemnaren tegenover de lokale landadel en
gezagsdragers. Pas met de moord op Hector de Zutter in 1926 kreeg de zaak
meer aandacht in de media en werd de beerput van Beernem open getrokken.
Journalist Victor de Lille beet zich vast
in de zaak en richtte zelfs een steunfonds op om de getroffen familie De
Zutter bij te staan tijdens het proces dat in 1929 plaats vond. 2 mannen
werden tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor deze moord, veldwachter
Hoste en diens schoonbroer Schepers.
> Heemkundige Alfons Ryserhove
uit Knesselare spitte de zaak verder uit en publiceerde na de Tweede Wereldoorlog
verscheidene boeken over de moorden van Beernem. Als geboren verteller hadden
ook zijn urenlange voorstellingen over deze zaak overal in Vlaanderen een
groot succes. Alfons Ryserhove stierf in 1997, maar zijn dochter Katrien
nam het thema over, publiceerde op haar beurt een boek over de zaak en voert
nog steeds monologen op over de moorden.
> De moorden werden echter helemaal in de schijnwerper
geplaatst toen de VRT in 1991 er een prestigieuze
dramareeks over maakte, 'De Bossen van Vlaanderen',
waarin het kruim van Vlaamse acteurs meespeelde. In Beernem is het drama
decennia lang door de meeste inwoners laffelijk in de doofpot gehouden,
tot voor kort rustte er over de moorden in het dorp een groot taboe. Het
leek hier wel een Siciliaans maffiadorp waar je op een woord teveel genadeloos
kon worden afgerekend. Alfons Ryserhove heeft bijvoorbeeld nooit de toelating
gekregen om zijn voorstelling in een Beernemse zaal op te voeren.
> De generatie uit de periode van de dramatische opeenvolging
van moorden is bijna geheel uitgestorven en de zaak lijkt ook weer meer
bespreekbaar te worden. Zoals dat wel meer gebeurd met historische feiten,
worden ze naar de toekomst toe wellicht in een meer folkloristische sfeer
verpakt: Zo kan je sinds kort in de bossen van Beernem zowaar een moordspel
doen waarbij alles draait rond teambuilding en waarin de meest saillante
details van de Beernemmoorden zijn verwerkt. Zelfs een combinatie met champagnepicknick
is mogelijk…Ondenkbaar zoiets enkele jaren terug, maar dit nieuwe
spel lijkt zelfs de steun te hebben van het gemeentebestuur van Beernem.
De moorden van Beernem als toeristische attraktie! Tja. De gemeente Maldegem
dan weer organiseert zowaar ramptoeristische rondritten van drie uren waar
je zelf de plaatsen van het onheil kan ontdekken.
Bulskampveld
> GR131 loopt langs de rand van het provinciaal domein
Lippensgoed-Bulskampveld. Dit provinciedomein is met zowat 232
ha het grootste van West-Vlaanderen. In de middeleeuwen was het huidige
Bulskampveld onderdeel van een veel groter wastinegebied,
onvruchtbare grond van heide en struweel dat zich haast uitstrekte van Brugge
tot Gent. Dit gebied werd voor de bevolking dan ook hoofdzakelijk gebruikt
om vee te laten grazen. Wellicht zit in deze aktiviteit ook de naamsoorsprong
verborgen: ‘Bulnas kampa’, veld van de stieren. Vanaf eind 18de
eeuw werden delen gerooid voor landbouw, de minst geschikte stukken werden
bebost voor hout en jacht. Typisch vanaf de Oostenrijkse periode was dat
bossen en velden werden doortrokken met rechte dreven, wat nu nog duidelijk
merkbaar is op een topografische kaart. In de 20ste eeuw was Bulskampveld
grotendeels eigendom van de familie Lippens
tot ze het domein, inclusief kasteel, in 1970
verkochten aan de provincie West-Vlaanderen.
Het kasteel heeft een bezoekerscentrum
en verder is er ondermeer een vogelopvangcentrum, museum van landbouwmachines
en kruidentuin (niet langs GR 131, maar wel langs GR 129).
Bosviooltje
>
Terug in de buurt van de weg Wingene - Beernem. GR 131 zigzagt over asfaltwegels
tot de wandelboom bij de eerste kruising met GR
129.
Deze wandelboom blijkt zowat 1 km te zijn verplaatst in vergelijking met het
oude traject! Hij staat nu in het bos van Bulskampveld
voorbij de kruising met de weg Ruiselede – Beernem.
Wandelboom
Grote Routepaden GR 129 X GR 131
Ruddervoorde
Stadhuis Torhout
Torhouts
aardewerk
Industriële
veestallen
Zingende
watermolen
>
Kort na Kortekeer verlaat GR131 het oude traject uit de topogids voor een
traject dat 1,3 km langer is en volgens Grote
Routepaden afwisselender is en bevoorrading in Ruddervoorde mogelijk maakt.
GR131 loopt dus langs het erf van een veekwekerij en het pad wordt lekker
onverhard, neemt een veldweg die bij een opvallend kromgegroeide populier
over de Leugaartsbeek loopt. GR131 houdt
dezelfde richting aan door dit open landschap, kruist de weg tussen Brugge
en Kortrijk en draait links bij de rand van een wijk die tot Ruddervoorde
behoort. Aan de rechterkant passeer je een speelweide met zitbanken. Hier
kan je de wandeling onderbreken om naar het centrum van Ruddervoorde te wandelen
dat vlakbij ligt.
>
Na een laatste en erg pompeuze woning op je rechterkant loop je nog even over
een wilder stukje bos, stevige modderpaden tonen het meer oorspronkelijke
karakter van Bulskampveld. De Getebeek, waarlangs
het traject loopt, durft hier nog wel eens ongemoeid uit haar meanders te
treden.
> GR131 bereikt weer asfalt en gaat bij het eerste kruispunt
links, weg van de dorpskern van Hertsberge. Je loopt nu een hele tijd over
open weidelandschap en passeert daarbij ondermeer
de Ringbeek en een mooie linde met kapel bij de ingangweg naar een hoeve in
het gehucht Kortekeer. De hoevekapel uit
1899 is gewijd aan OLV van Troost en de voorbijganger langs GR 131 wordt er
met een bord aan herinnerd dat God het vloeken verbiedt.
>
Het volgende uur loopt GR131 door het bos van Bulskampveld, helaas zowat volledig
verkavelt hier. De éne woning is nog
storender in de omgeving dan de volgende. Veel slechte
smaak hebben de bewoners ook in de aanplantingen rond hun huizen, de
keuze in haag- en andere planten staat vaak als een tang op een West-Vlaams
varken met de bosomgeving. De bewoners kappen ook nogal wat tuinafval in het
bos, wat resulteert in ondermeer uitzaaiingen van allerlei plantensoorten
die helemaal niet thuishoren in het bos. De bosstroken die nog overbleven
zijn een wat trieste opvulling geworden die de smakeloze optrekken wat moeten
camoufleren. Het bos heeft hier dus alles behalve een homogeen karakter.
Zingende watermolen
> Achter het gebouwtje met fabrieksschouwpijp schuilt
een oude watermolen. Een zekere Francis Maes
liet de molen optrekken op de Ringbeek rond 1820.
Al vlug bleek het debiet van de Ringbeek vaak te laag om de werking van de
molen continu te verzekeren. De eigenaar kreeg na wat aandringen de toestemming
om op de top van het gebouw een windmolen
toe te voegen. Blijkbaar niet zo'n succes want de windmolen verdween alweer
een tijd later.
> Nieuwe eigenaars en nieuwe technieken: In 1910 werd
een stoommachine toegevoegd aan het gebouw. Tesamen met de watermolen moest
de stoominstallatie de werking van pletstenen
voor allerlei granen en zaden garanderen. In die periode begon men er een
boterfabriekje. Vanaf 1920 werd er ook vlas
geroot en in 1926 kwam er zelfs een vlaszwingelarij. De vlascrisis van 1929
bracht tegenspoed en in 1930 stopte deze aktiviteit alweer.
>GR131
kruist even later de drukkere weg Wingene –
Beernem en vervolgt over een gedeeltelijk onverhard pad langs een plantenkwekerij
dat blijkbaar een privé-weg is. Zo bereikt het gemeenschappelijke traject
met GR129 alweer zijn einde en kom je langs een tweede
wandelboom.
>
De volgende decennia kwamen er ondermeer een turbine,
dieselmotor en elektrische
motor. Al in 1925 kon de molen voorzien in de opwekking van electriciteit
voor verbruik ter plaatse. Tot 1987 werd de maalderij in gebruik gehouden
waarna de machines voorgoed zwegen. Verval trad in, in die mate dat een groot
deel van de constructie tot voor enkele jaren dreigde in te storten.
> Guy van Wassenhove renoveerde de molensite grondig en
herbestemde de gebouwen door er ondermeer enkele verblijfskamers en een feestruimte
in te richten. Het project kreeg de naam 'Zingende watermolen'
Torhout
> Torhout claimt de oudste
stad te zijn van het vroegere graafschap Vlaanderen, een stuk ouder
dus dan nabij gelegen grotere broer Brugge, dat veel later tot ontwikkeling
kwam. Er
Aertrijcke
en werd tijdens Open Monumentendag 2005 voorgesteld aan het grote publiek.
In 2008 werd een procedure ter bescherming van de watermolen ingeleid.
>
In de buurt van Baliebrugge neem je dan een brede asfaltweg links die je via
een brug over de A17 leidt. Vlak na de brug
rechts naar het Groenhovebos. Best leuk wandelen
hier, de boswegen zijn wel geasfalteerd, maar de giergeur heeft weer even
plaatsgemaakt voor verfrissende boslucht.
19de
eeuwse boom in het
provinciaal domeinpark Aertrycke
> Kort na de watermolen ligt een huis bij een kruispunt,
met een soort ‘loergat’ waardoor de bewoners je zien aankomen
over GR131.
> Verderop wandel je weer op een graspad met rechtsvoor
de kerk van Baliebrugge die uit de velden
opdoemt en rechts een industriële veekwekerij (gelukkig zat de wind goed).
Rock Torhout.
> Misschien wel het meest bekend in Vlaanderen is Torhout
omdat het 20 jaren was gekoppeld aan Rock Werchter in de vorm van het dubbelfestival
Torhout / Werchter, afgekort als T/W.
> Eigenlijk had het Koekelare / Werchter moeten heten.
De West-Vlaamse organisator Noël Steen was immers eerst gaan aankloppen
bij het gemeentebestuur van Koekelare, dat het festival niet zag zitten. Voor
de omdoping tot T/W in de jaren ’80 was het Torhouts luik bekend als
het Woodland festival (cfr ‘houtland’).
> Tussen 1977 en 1998
kwam de wereldtop van de rockmuziek hier langs: U2, R.E.M., Talking Heads,
Dire Straits, Jackson Browne, Simple Minds, Lou Reed, Bob Dylan, Sting, Paul
Simon, David Bowie, het zijn maar enkele namen van de artiesten die hier passeerden.
Zaterdag werd er opgetreden in Torhout, zondag in Werchter. Groepen en zangers
waren altijd verwonderd hoe, op een afstand van slechts een goeie 100 km,
dit dubbel optreden zo veel volk trok. Herman Schueremans wist dit rockconcert
op een uitgelezen wijze te promoten, niet in het minst met de steun van het
weekblad Humo, dat rond T / W elk jaar maandenlang voor de concertdata een
hype op gang trok.
>
Voor jou loopt in de verte terug de weg Brugge-Kortrijk maar GR131 blijft
nog even zigzaggen over asfalt door de velden waarna je weer over onverharde
ondergrond door een prachtige eikendreef
loopt. Als je weer asfalt bereikt kom je weer op het oude oorspronkelijke
traject van GR131.
> Het pad volgt nu een hele tijd asfaltwegels
in westelijke richting, waarbij tijdens de maand april de geur van beer en
veestallen nooit ver weg is. Je komt ondermeer langs ‘de
zingende watermolen’, een taverne-restaurant, waar je bij goed
weer ook buiten kan zitten.





aandacht en de potentiële recreatieve mogelijkheid. Stimulans voor de
provincie West-Vlaanderen om de spoorbedding van de NMBS aan te kopen. De
sporen werden opgebroken in 1984 en 1985 en de bedding werd belegd met een
laagje fijn grind. Gelukkig dus geen asfalt of beton, zodat het ook voor wandelaars
prettig blijft.
> Vanaf 1991 is de Groene
62 dus een fietspad van 22 km, erg populair bij fietsrecreanten. Kijk ook
(vooral tijdens de zomer) uit naar de gevarieerde kruidlaag aan wilde planten
langs de beddingrand. De Groene 62 is een prachtig voorbeeld van een project
waarbij oud industrieel patrimonium een nieuwe nuttige bestemming krijgt en
perfect wordt geïntegreerd in de omgeving door ze uit te bouwen voor
zachte recreatie.
Centrum
Torhout
(niet langs GR 131)
Groene
62 omgeving Wijnendale
Ingang
domein Wijnendale
>
Van een festivalletje in 1977 met 2000 bezoekers in Torhout en 3000 in Werchter
groeide het dubbelfestival naar een uitverkocht evenement met op beide locaties
tot 70.000 bezoekers.
> Waar liep het dan verkeerd? Waarom werd het Torhout-luik
dan op een bepaald moment afgeschaft? In 1998 bleek plots dat de populariteit
van het dubbelfestival een plafond had bereikt, de mindere toeloop van festivalgangers
dat jaar werd echter ook toegeschreven aan het ontbreken van een sterke hoofdact.
Het luik Torhout werd afgeschaft en Rock
Werchter
ging alleen door als een meerdaags festival. Schueremans had echter ook andere
plannen, hij verkocht Rock Werchter in 2000 aan de multinational Clear Channel.
Ondertussen is Rock Werchter een puur commercieel festival geworden.Toegangsprijzen
kosten een veelvoud van jaren terug en allerlei lucratieve nevenevenementen
werden op touw gezet. Eigenlijk is Rock Werchter geëvolueerd naar een
ordinair pretpark waarbij zangers de kermisattrakties vervangen en waarbij
het publiek organisatorisch vooral vanuit commercieel standpunt wordt benaderd.
> Terug naar Torhout. Van de éne dag op de andere
was het dus gedaan met Rock Torhout. De plaatselijke organisator Noël
Steen probeerde een nieuwe formule, Torhout
World, wat geïnspireerd door ‘wereldmuziek’. Het werd
niet echt een succes. In 2002 kwam de formule ‘Feeling
the world’, waar in het kader van het kasteeldomein Aertrycke
zachte pop/folk ten gehore werd gebracht voor 5000 festivalgangers. Meer succesvol
was het hardcorefestival Earect, maar de
spaarpot die was opgebouwd in de jaren ’90 met Rock Torhout was in 2003
uiteindelijk leeg en de NV Rock Torhout werd failliet
verklaard. Dat had ook rechtstreekse gevolgen voor het domein Aertrycke
omdat de hotel- en restaurantuitbating daar in beheer was van dezelfde NV
onder leiding van Noël Steen.
De Groene 62
> De spoorweg Oostende – Gistel – Torhout
– Ieper – Armentières is tussen Oostende en Torhout omgetuned
in een zeer prettig, 22 km lang, fietspad:
De Groene 62. De spoorlijn werd oorspronkelijk aangelegd tussen 1867 en 1873
en was 68 km lang. Bouw en uitbating gebeurden
door een privé-genootschap, zoals dat gebruikelijk was in die tijd.
Bedoeling was in de eerste plaats om de nieuwe badplaats Oostende te verbinden
met Parijs en zo mondain stadsvolk aan te lokken. In de andere richting kon
de spoorlijn dan vooral West-Vlaamse pendelaars naar de Noord-Franse industriële
metropolen vervoeren.
> De aanleg van zo’n spoorlijn ging altijd met het
nodige gekonkel en ellebogenwerk van de lokale burgemeesters en gezaghebbers
gepaard. De flauwe bocht die de lijn maakt om door het centrum van Eernegem
te lopen is daar een mooi voorbeeld van. De kasteelheren van Aertrycke en
Wijnendale dan weer behaalden een pyrrusoverwinning in de strijd om een station
bij hun domein te krijgen: Er kwam een station maar dan precies halfweg tussen
de 2 kastelen en zo werd de kerk, euh…het station in het midden gehouden.
De Belgische staat kocht de lijn op enkele jaren later. Oorspronkelijk droeg
deze spoorlijn nummer 63, maar vanaf 1955 werd de lijn opgesplitst in 62 (Oostende
– Torhout) en 63 (Torhout – Ieper).
> Precies 100 jaar nadat de eerste sporen werden gelegd
reed de laatste trein tussen Oostende en
Torhout. Bussen namen de dienst over. De Houtlandse Milieuvereniging bracht
de plantenrijkdom van de zateranden onder de
provinciaal
domein (open voor het publiek) door de provinciale overheid, terwijl
de uitbating van het kasteel en bijgebouwen in privé-handen is.
>
Op een Michelin wegenkaart die ik toevallig in de rugzak heb zitten ontdek
ik ondertussen waar ik ongeveer loop. GR 131 loopt immers nog steeds over
een nieuwe route die niet in de topografische gids is opgenomen maar sinds
kort beschikbaar is via de website van Grote Routepaden.
> Door het domein en
aan de andere kant over een asfaltwegje naar Wijnendale-dorp
toe. Wijnendale is ondanks de uitstraling met het kasteel, nooit een onafhankelijke
gemeente geweest, enkel een parochie. Aan het voormalige station links de
oude spoorweg op.
>
500 meter verder komt GR131 weer op zijn oorspronkelijke traject door rechts
te gaan. Langs een wat vervallen hoeve en dan over veldwegen en graspaden
door veld (toch nog even verkeerd gelopen),
tot uiteindelijk de grote weg Torhout – Oostende wordt bereikt. Even
links hier (horeca) en oversteken naar het domein
Wijnendale.
> Voor het laatste stukje tocht, dwars door het Wijnendalebos
was het door de onvoorziene extra kilometers te donker geworden. Morgen maak
ik dus de etappe maar wat langer door aan het kasteel van Wijnendale te beginnen.
De full story over het historische kasteel van Wijnendale lees je dan ook
in het volgende etappeverslag. We zijn ondertussen over halfweg tussen Maldegem
en Stavele.
Ooievaarsbek
Omgeving
Leugenaarsbeek te Ruddervoorde
Kortekeer:
Linde en kapel van OLV van Troost.
GR
131 langs een wilder stukje Bulskampveld
Paadje
tussen de 1ste en de 2de wandelboom GR 129 / GR 131
Groenhove
Vrijgeweed
> Terwijl je licht stijgt naar de brug over de A 17 kijk
dan even links. Het uitgestrekte landbouwgebied was honderden jaren lang een
gemeenschappelijke goed, het Vrijgeweed.
> Deze oppervlakte van zowat 460
hectaren werd op 24 april 1424 door de toenmalige kasteelheer van Wijnendale,
Adolf van Kleef, geschonken aan de bewoners van het gebied tegen een symbolische
rente. In de keure werd ondermeer het volgende bepaald: "Sy
sullen mueghen hebben ende haelen eeuwick gedeurende water ende gemeene wede
met heur lieder beeste...ende sullen meughen gars maeien ende plokken gaeghel,
biesen, maeien ende snieden ende turfen delven". (noot: gagel
= aromatische struik uit venig of zanderig gebied, in de middeleeuwen oa gebruikt
als ingrediënt voor 'gruut', diende om bier te kruiden.)
> Dit wastinegebied bestond
hoofdzakelijk uit moeras en braakland en werd vooral gebruikt om turf
te steken. Mogelijk dienden de turfputten later om vijvers in aan te leggen
waar vis werd gekweekt. Die vijvers verdwenen alweer eind 19de eeuw, vermoedelijk
omdat snellere transportmogelijkheden de aanvoer van verse Noordzeevis verbeterden.
> Er is over de eeuwen heen enkele malen geprobeerd om
het Vrijgeweed in eigendom te krijgen maar pas in
1940 (eigenlijk zeer recent dus) werd het gebied toegeëigend door
de Belgische Staat. De Maatschappij voor Kleine Landeigendom liet er een aantal
typische modelhoeven optrekken, hoeves waarvan zowel woonhuis, schuur en stal
onder een zelfde dak lagen. Je kan een aantal van zulke boerderijen nog steeds
bekijken in het Vrijgeweed. Ook het landschap onderging een onomkeerbare metamorfose:
De waterhuishouding werd radicaal aangepakt door drainage en inbeking. Het
Vrijgeweed werd helemaal herverkaveld voor landbouwuitbating.
Het landschap dat je nu ziet links zag er dus een eeuw geleden erg verschillend
uit.
> Op 26 september 2008 werd op het grondgebied van Zwevezele
de gemarkeerde landschapswandelroute 'Vrijgeweed' ingewandeld.
Groenhovebos
> Dit bos behoort grotendeels toe aan het Virgo
Fidelisklooster en -bezinningscentrum, gelegen midden in het bos op
je linkerkant langs het GR 131-traject. Sinds 1967 staan die gebouwen open
voor groepen tot 200 personen die er op retraite komen en kunnen beschikken
over volledige verblijfsfaciliteiten.
> Het bos dankt zijn naam aan een boschalet die werd opgetrokken
in 1870 door boseigenaar en burgemeester van Brugge, Anatole Van de Walle.
De huidige kloostergebouwen vervingen die chalet na WO II. Ook hier zien we
weer een staaltje van West-Vlaams bosbeheer. Een deel van het bos werd verkwanseld
voor verkaveling en een soort park met weekendhuisjes. Een ander stuk bos
werd eigendom van de gemeente Torhout die het herbestemde als recreatief bos.
> Wil je dit Groenhovebos en zijn begroeiing wat grondiger
exploreren dan kan je in de topografische gids over GR 131 de mooie wandelsuggestie
volgen.
Boshyacint