Natuur in mei
 |
 |
 |
| Akkerwinde (Convolvulus oleifolius) |
Oleander (Nerium oleander) |
|
 |
 |
 |
| Zeeaster of eenjarige strandster (Astericus aquaticus) |
Bochtig lamsoor (Limonium sinuatum) |
Geel stalkruid (Ononis natrix) |
 |
 |
 |
 |
| Spaanse gouddistel (Scolymus hispanicus ) |
Wantsenorchis (Orchis coriophora) |
Cytinus ruber (parasietplant op de wortels van zonneroosje) |
Bergnachtorchis (Platanthera chlorantha) |
 |
 |
 |
 |
| Gewone affodil (Asphodelus aestivus) |
|
Kalketrip (Centranthus calcitrapa) |
Italiaanse zwaardlelie of gladiool (Gladiolus italicus) |
 |
 |
 |
| Helianthemum obtusifolium |
Kamille (Chamomilla) |
Vijgvactus (Opuntia ficus indica) |
 |
 |
 |
| Cistus monspeliensis (zonneroosjesfamilie) |
Cistus creticus ( zonneroosjesfamilie) |
Ster van Bethlehem (Ornithogalum umbellatum) |
 |
 |
 |
| Gekroonde ganzebloem (Chrysanthemum coronarium) |
Klaproos (Papaver) |
|
>
Lentekleuren zijn in de lagere delen van Cyprus (tot ongeveer 600 meter
hoogte) op hun best van februari tot april. Anemonen
zijn er snel bij om te profiteren van de eerste regens vanaf november. Kleurige
tapijten van veldbloemen en bloesems
zetten de velden in vlam vanaf februari. Voor de meeste orchideeënsoorten
vormen de eerste maanden van het jaar de bloeiperiode. Sommigen ploppen
al uit de grond in januari. Enkele soorten kan je nog waarnemen in mei en
juni of op hogere delen in Cyprus.
 |
 |
 |
| Groot kaasjeskruid (Malva sylvestris) |
Centaurea aegialophila |
Wikke (Vicia villosa - Variante eriocarpa) |
 |
 |
 |
 |
| Mossen |
|
Kuifhyacint (Muscari comosum) |
Cypriotische bremraap (Orobanche cypria) (endemisch!) |
>
Ook wat bomen betreft passeert E4 een aantal
interessante plaatsen. Gebruik de bordjes langs de natuurpaden van het Forest
Department om iets bij te leren over het bomenbestand. Uiteraard zeer interessant
is de passage door de zogenaamde ‘Cedar Valley’. E4 loopt hier
door een gebied met een intense samenstelling van een Cypriotische variant
van de libanonceder. Zo’n uitgebreid
gebied van cedergroei is verder alleen nog te zien in delen van Turkije
(Lycian Way) en in Libanon.
De
pluk van rozeblaadjes op Cyprus is een wat uitstervend eeuwenoud gebruik,
bedoeld om rozewater aan te maken.
 |
 |
 |
 |
| Rotsnavelkruid (umbilicus rupestris) |
|
Arum dioscoridis (aronskelkfamilie) |
Kuiflavendel (Lavandula stoechas) |
 |
 |
 |
 |
| Blaassilene (Silene vulgaris) |
Antirrhinum siculum (Leeuwebekfamilie) |
Erophaca Baetica orientalis |
 |
 |
 |
| Thymus integer (Tijmfamilie) |
Vetkruid (Sedum cyprium) (endemisch !) |
|
Slaapbol
(Papaver somniferum)
Een
late bloeier onder de orchideeën : De paarse aspergeorchis (Limodorum
abortivum). Dit exemplaar is meer dan 50 cm hoog en staat op openbloeien.
Ze groeien meestal onder pijnbomen en de bladloze plant steekt zoveel energie
in de bloemen dat hij er vaak aan kapot gaat.
 |
 |
 |
| Zosima absinthiifolia |
Hondsroos (Rosa canina) |
Driekleurige kamille (Anthemis tricolor) (endemisch!) |
Zonneroosje
Cistus creticus)
 |
 |
 |
| Cypriotische gouddruppel (Onosma Troodi Troodos) (endemisch!) |
Paarse morgenster (Tragopogon Porrifolius) |
Notobasis syriaca |
 |
 |
 |
 |
| Bosviooltje |
Orobanche |
Slaapbol (Papaver somniferum) |
Paarse aspergeorchis (Limodorum abortivum) |
>
In de bergen zijn wilde krokussen er als
eerste bij om door de laatste sneeuw te prikken.Vanaf mei begint Cyprus
uit te drogen, de regens zijn dan voorbij en vele planten beginnen snel
te verdorren. Eind mei wordt de oogst op de velden al binnengehaald. Bruine
stofkleuren beginnen dan het landschap te overheersen tot in de maand november.
Tesamen met het klimmende kwik kruipt ook de bloemenweelde naar hogere delen
in Cyprus zodat in het Troödhosgebergte de flora in de zomermaanden
ook best nog gevarieerd is. Bloemen die al uitgedroogd zijn kort bij de
kust staan nog in bloei boven 600 meter of moeten nog open komen in het
Troodosgebergte.



>
Cyprus heeft een honderdtal plantensoorten die als endemisch
worden beschouwd (komen enkel op Cyprus voor). Vooral de Akamasregio en
het Troödhosgebergte zijn nogal wat endemische soorten. Langs de natuurpaden
die E4 af en toe volgt zijn vaak bordjes geplaatst met de wetenschappelijke
naam van planten. Een bloem waar je niet naast kan zien in de lente is zonneroosje.
Zowel de lichtpaarse als de witte variant van zonneroosje komen massaal
voor op Cyprus en dat zowel aan de kust als boven 1500 meter. De plant overheerst
vaak hele gebieden.
> De beste plekken
om de plantenwereld te ontdekken zijn langs de
natuurpaden
die E4 volgt. Soms wandel je haast door een botanische tuin. Het is ook
makkelijker om biezondere planten te spotten als je langs een smal pad loopt
in plaats van over een brede weg.
>
Er valt zoveel te vertellen over de gevarieerde flora op het eiland dat
beelden misschien meer spreken. De foto’s hieronder zijn slechts een
momentopname van de natuur tijdens de maand mei. Ga naar Cyprus in februari
bvb en je ziet een heel ander kleurenpalet. Sommige van de bloemen die hier
afgebeeld zijn zijn endemisch voor Cyprus. Ik ben geen botanist maar heb
geprobeerd om zoveel mogelijk bloemen te identificeren. Mail
mij aub als je fouten merkt of om open vakjes in te vullen.
>
E4 passeert ook enkele malen monumentale bomen, zoals de plataan
van Goudia of die aan de Komitizi picknick area. Platanen kunnen goed tegen
de hitte zolang ze maar veel water ter beschikking hebben. Niet zover van
Loutra tis Afroditis kom je langs een schitterend exemplaar van de Cypriotische
eik (Quercus infectoria) te Pyrgos tis Rigaenas. Opvallend ook is
de aardbeiboom, makkelijk herkenbaar aan
zijn roestrode bast die nogal eens ‘vervelt’. Zeer algemeen
en vaak hoofdbestanddeel van bossen zijn enkele varianten van pijnbomen.
Dit zijn maar enkele van de opvallendste boomsoorten.
> Sommige geschiedenisbronnen linken de oorsprong van de naam ‘Cyprus’
aan de gelijknamige boom ‘cipres’.
Een meer aannemelijke theorie linkt Cyprus met het Latijnse woord ‘kuprum’,
wat koper betekent, verwijzend naar de aanwezigheid op het eiland van deze
grondstof. Anderen menen dan weer dat het woord ‘kuprum’ net
een afgeleide is van ‘Cyprus’.
Scheefgegroeide
boom langs de weskust van Akamas waar constant een zeebries waait.
 |
 |
 |
| Cyprus eik (Quercus infectoria) te Pyrgos tis Rigaenas |
Pijnboom |
cypres.
 |
 |
 |
| Cypriotische ceders in Cedar Valley |
Olijfboom |
 |
 |
 |
 |
| Pijnboom |
Cypriotische ceder |
 |
 |
 |
 |
| Plataan van Goudia |
Plataan van Komitzi |
Aardbeiboom |
Vijgenboom |
>
Hagedissen zie je overal, behalve de vele
kleinere soorten is de opvallendste vertegenwoordiger uit deze reptielengroep
(omwille van zijn prehistorisch uitzicht) de Hardoen (Laudakia stellio).
Hij kan tot 40 cm lang worden en vlammend gekleurd zijn, vooral in de Akamas
zijn ze overal aanwezig. Met wat geluk kan je mogelijk een
kameleon
spotten. Tarantula’s, schorpioenen en een giftige duizendpoot zijn
insecten die voorkomen op Cyprus, maar je zal veel geluk moeten hebben om
ze ook waar te nemen. Als je schoenen buiten staan ’s nachts controleer
dan ’s morgens even of er geen vreemde bewoner is in terecht gekomen.
Er is een grote variëteit (ongeveer 50 soorten) aan
vlinders,
waarvan een aantal endemisch zijn. Voor de rest zijn er weinig vervelende
insekten. In sommige omgevingen en periodes kunnen vliegen soms wat agressief
zijn.
>
Een uniek jaarlijks wederkerend fenomeen zijn zeeschildpadden
die uitzonderlijk te land gaan om op de stranden hun eieren in te graven.
Helaas moet de schildpad voor het gebruik van de stranden een ongelijke
strijd uitvechten tegen projectontwikkelaars en toeristencomplexen. Ter
hoogte van Lara Beach (vlak bij E4) is nu gelukkig een beschermd gebied
waar prioriteit gegeven wordt aan de schildpadden. Vanaf juni komen ze aan
land.





>
Er kronkelen een zevental slangensoorten
rond op het eiland, daarvan is er slechts 1 echt gevaarlijk, de Levantijnse
adder (Vipera lebetina). Het is waarschijnlijk dat je onderweg verscheidene
slangen zal tegenkomen. Ik heb er een viertal gezien. Ze houden zich nogal
op in de buurt van rotsspleten en water, maar je kan ze evengoed tegenkomen
in een gecultiveerd veld. Meestal hebben ze jouw aanwezigheid opgemerkt
vooraleer je ze zelf ziet en maken ze zich snel ‘uit de voeten’.
Vooral ’s morgens liggen ze nogal eens ‘te zonnen’ op
het pad. Algemeen gesproken loop je weinig gevaar, tenzij je op de slang
trapt of ze op één of andere manier in het nauw hebt gebracht.
>
Er is een erg gevarieerd
vogelleven op
Cyprus, in die mate dat Cyprus een echt paradijs is voor ornithologen. Een
verrekijker en tijd zijn noodzakelijk als je ze in detail wil bestuderen.
’s Winters kan je mogelijk honderden flamingo’s waarnemen in
het zoutmeer rond Larnaca. Cyprus is ook een populaire (tijdelijke) verblijfplaats
voor trekvogels. Helaas lijdt het vogelbestand nogal onder (illegale) vogelvangst.
>
Er bestaan gidsjes die specifiek de vogels of de flora van Cyprus belichten.
Je kan ze kopen in de boekenwinkels van de Cypriotische steden of in sommige
toeristenshops.
>
Een ander slachtoffer van de Cypriotische jachtdrift is de Cyprus
Mouflon. Het dier is van uitsterven gered door een intensief kweekprogramma.
Ik zag enkele malen groepjes moeflons, telkens in het Woud van Pafos. Vooral
de mannetjes vallen op met hun gekrulde horens. De dieren zijn erg schuw.
Als je ze niet in de vrije natuur kan observeren heb je 2 kansen om ze toch
te zien op je E4-tocht. Het pad passeert namelijk een afgerasterd kweekgebied
vlakbij het Stavros Tis Psokas boswachtershuis in het Woud van Pafos en
een ander nabij het Platania boswachtershuis in het Troödosgebergte.
Vlinder
op notabasis syriaca
Hardoen
Moeflons
>
Cyprus was in 2006 even wereldnieuws toen werd aangekondigd dat er een nieuwe
muizensoort was ontdekt. Het biezondere aan dit nieuws was dat in Europa in
geen 100 jaar nog een nieuw zoogdier werd geregistreerd. Vooraleer tot erkenning
van de Mus Cypriacus over te gaan is er grondig
wetenschappelijk en genetisch onderzoek aan vooraf gegaan. Zo werd ondermeer
de vorm van de tanden vergeleken met die van gevonden fossielen in Cyprus.
Daaruit kon worden afgeleid dat de Cyprus muis al lang voor de aankomst van
de eerste menselijke bewoners op het eiland moet aanwezig zijn geweest. De
andere muizensoorten zijn mee gekomen met de neolitische migranten. Over de
eeuwen heen is de Cyprus muis er in geslaagd om te overleven ondanks de vele
nieuwe dierlijke vijanden die de mens invoerde. De Cyprus muis is ook het
enige knaagdier op Cyprus dat nog endemisch is. Ze is gevonden in het Troödhosgebergte.
In vergelijking met de meeste Europese muizen heeft de grijze Mus Cypriacus
grotere oren, ogen en tanden. Merkwaardig is ook dat het geen bioloog is die
de 'nieuwe' soort heeft kunnen onderscheiden, maar een Franse archeoloog voor
Durham Universtiy, Thomas Cucchi. Hij noemt zijn ontdekking een 'levende fossiel'.

Mus
Cypriacus (foto Durham univ)