> Bij sluis 22 steken we wel de Samme over ter hoogte van die sluis en dan rechtdoor over een asfaltwegje dat in een bocht wegloopt van de Samme. Een oude boerderij voorbij en na een volgende huis gaan we rechts een stijgend asfaltwegje op. Zijwegen negeren onderweg, deze asfaltweg bocht wat en komt uit op een T-kruispunt. Rechts hier, de Chemin du Bois d'Horrues in.
> We dalen en stijgen wat en in een bocht bij een hoeve met indrukwekkende schuur verlaten we de asfaltweg. De Chemin de Saint-Feuillien loopt over een privéweg dwars over het erf van de vierkantshoeve Ferme de Bienne. Je moet hier even toestemming vragen om te passeren. De boer maakte er geen probleem van en wuifde mij door. Aan de andere kant van de boerderij volg je een veldweg, licht stijgend.
> De oude weg is gedeeltelijk bedekt met grind en verderop met steen, duidelijk een oude toegangsweg tot deze boerderij. Op het hoogste punt bereik je een kruispunt, waar we rechts de brede asfaltweg oplopen. Rechts een pad laten liggen en de Chemin des Ecaussinnes bereikt een drukke weg (Ronquières - La Louvière). Opletten bij de oversteek. Via een spanbrug het kanaal Brussel - Charleroi over.
> Aan de overzijde van het kanaal rechts een asfaltweg nemen die naar het gehucht Bas Rouge slingert. In dit gehucht van oude huizen verlaten we het asfalt. We gaan dus lustig rechtdoor over een grasweg door de velden. Die grasweg kan over delen nogal sterk overgroeid zijn en mogelijk moet je wat uitwijken op de veldrand. Rechts ontplooit zich een panorama dat wordt gedomineerd door de toren van het hellend vlak van Ronquières.
> Hoewel we zelf de Chemin de Saint-Feuillien in één dag van begin- tot eindpunt stapten, splitsen we dit tochtverslag op in 2 pagina's. Vanuit het treinstation van Nijvel is het nog 1 km wandelen dwars door het centrum tot de schitterende kapittelkerk,
waar ons pad begint. Bij die kerk begint ook het verhaal van Sint-Folianus die in 650 bescherming vond in het klooster van de jonge Sint-Gertrudis. Een bezoek aan het schitterende romaanse gebouw is dan ook eigenlijk een must, kwestie van wat middeleeuwse sfeer op te snuiven om je in het verhaal van Sint-Folianus in te leven. Hoewel...het huidige romaanse gebouw is een afspiegeling van het kerkgebouw uit de 12de eeuw, 4 eeuwen na de dood van Folianus en Gertrudis...
Spoorlijn 141

> We nemen hier het oude spoortraject Manage - Nijvel - Court-Saint-Etienne, omgevormd tot wandel- en fietsroute. Deze spoorlijn bestond al sinds 1854. Precies 100 jaar later werden de eerste stukken spoor verlaten. Lange tijd was lijn 141 nog gedeeltelijk in gebruik tussen Genappe en Court-Saint-Etienne voor de afvoer van suikerbieten naar Antwerpen. In 2004 kondigde de suikerfabriek plots de sluiting aan, de NMBS sloot de lijn in 2005 en in 2006 werd de lijn ontmanteld. Er wordt nu gewerkt aan een RAVeLtraject over de hele 41 km. Het deel waarover we nu wandelen is al enkele decennia buiten gebruik en ook al langer omgevormd tot recreatief fiets- en wandelpad.
Château La Rocq
> Eind 14de eeuw al werd hier een eerste kasteel opgetrokken, daarvan is enkel een donjon overgebleven. De huidige gebouwen dateren grotendeels uit de 17de en 18de eeuw en werden in kalksteen en baksteen gebouwd. Het vierkant grondplan werd later gewijzigd door een gevelzijde weg te nemen om de tuinen en het park volledig tot hun recht te laten komen. Het kasteel is in privébezit van de familie Michiels en staat niet open voor toerisme. Dit kasteel maakt deel uit van een keten van exlusieve locaties die door het bedrijf 'Restauration Nouvelle' worden verhuurd voor feesten, recepties en seminaries. Er zijn ook 20 kamers in La Rocq voor overnachtende gasten. Zaterdag 13 november 2010 liep het kasteel door overstroming van de Samme in minder dan een uur helemaal onder water. Gasten van een receptie moesten in allerijl worden geëvacueerd, het water steeg tot 1 meter en richtte behoorlijke schade aan.
Via Gallia Belgica variante
Startpagina > Wandelen > Pad van Sint-Follianus
> Het mooie zomerweer in Nijvel was te aanlokkelijk om nog even op een terras neer te vleien en letterlijk op te warmen. En zo was het al snel tegen elven vooraleer ik vertrok, veel te laat eigenlijk voor een tocht van 37,5 km.
> Via een brug van de spoorweg de ring rond Nijvel over en we kruisen een paar honderd meter verder superieur de autostrade. Enkele andere lange afstandspaden verlaten verderop de spoorbedding maar wij blijven ze nog even volgen. De variëteit aan wilde bloemen langs de spoorzate is vrij boeiend, eigenlijk het interessantste stukje van de hele tocht qua flora.
> Waar de spoorbedding een asfaltwegje kruist ter hoogte van een kleine parking, gaan we rechts die asfalweg op. Dadelijk rechts aanhouden, dus niet de weg naar Arquennes nemen. Mooi uitzicht hier over landelijk Waals Brabant en de vallei van de Ruisseau de Pont-à-Mousson.
> Met zijn lange pelgrimtraditie lopen er vandaag nogal wat lange afstandspaden langs de collegiale kerk. In de buurt van de collegiale van Nijvel zal je dus padmarkering vinden van zowel Via Brabantica, Chemin de Saint-Feuillien als Via Gallia Belgica. Ook GR 121 loop hier sinds 2008 én de Tour du Brabant Wallon. Even opletten dus.
> Eerste markering van de Chemin de Saint-Feuillien vind je bij cultureel centrum Waux-Hall, vlakbij de collegiale kerk. Neem daar de Rue de Soignies en volg deze een tijd.
> Na zowat 1 kilometer neem je op een driesprong van asfaltwegen licht links de stijgende weg (goed aangeduid). Een 200 meter hogerop rechts de Rue de Monstreux tot de kruising met een voormalige spoorbedding. Hier links, de met fijne kiezel licht verharde spoorbedding op.
> Aan een electriciteitscabine links nemen over een veldweg die is verhard met brikkeljon. We lopen naar de rand van het Bois de l'Hôpital en dalen tot de Ruisseau de Pont-à-Mousson. Die beek vormt hier de provinciegrens tussen Waals-Brabant en Henegouwen. In deze omgeving bloeit in het bos uitbundig daslook in mei, je kan niet ontsnappen aan de geur. Iets eerder, eind maart en begin april, bloeit hier ook volop gevlekte aronskelk. Delen van het Bois de l'Hôpital zijn dan ook overwoekerd met de eveneens vroeg bloeiende kleine maagdenpalm.
> Bij een kapel bereiken we een T-kruispunt. Hier rechts tesamen met het GR-pad. 200 meter verder bij een V-splitsing met een oude haagbeuk in het midden nemen we de linkse tak. Voorbij de ingang naar een villa krijgen we weer steenslag onder de voeten, we dalen nu snel over kassei naar de Samme.
> Schitterend wandelen hier langs de soms wat overgroeide oever. In het water bloeit gele plomp en langs de oever vliegen honderden libellen en waterjuffers in de hete middagzon. Ondanks het feit dat ik er eigenlijk wat de wandelpas moet inhouden was het te verleidelijk om niet op jacht te gaan met mijn fototoestel naar die vliegkampioenen.
> Het prettige oeverpad bereikt sluis nr 23. Niet oversteken hier, maar de Samme langs dezelfde oever volgen. We lopen nu tussen de Samme en een overstromingsgebied van vijvers met riet en massaal veel kwakende kikkers. Het aangename wandelpad langs de oever passeert langs het kasteeldomein La Rocq waar we even een steenslagpad volgen.
> Waar de veldweg 'Chemin Privé' wordt bereiken we een asfaltweg. Links hier dus, de asfaltweg op. Op het volgende kruispunt rechts richting Braine-le-Comte. 250 meter verder links een veldweg op die verderop een bocht naar rechts maakt. Blijf de veldrand volgen in een draai. Ook hier kan het pad wat overgroeid zijn, er wordt hier niet zo geweldig veel gewandeld blijkbaar! Verderop passeer je langs de rand van een bosje en je komt bij een huis en een rustbank bij de resten van een kapel (de eerste rustbank in 10 km!). Opgelet, scherp links hier, een tunneltje in! Dit is de merkwaardige 'Tunnel des amoureux'.
> Zo kronkel je rond het kasteeldomein 'La Folie'. Het pad rond het domein (rustbanken) loopt over in de Rue des Robinettes. Links is de kerk van Ecaussinnes-Lalaing maar we lopen rechts naar een pleintje met oorlogsmonument (Place des Martyrs). Rechts ligt de kerk van Ecaussinnes-d'Enghien.
> Verder over de Rue de Pilori en lager rechts de Rue de La Grande Ronce in. We passeren café Maison du Peuple (jawel, hier regeert de Parti Socialiste). Voorbij een friterie komen we in Ecaussinnes-Lalaing bij een opvallend kasteel.
> Langs het kasteel en het riviertje Sennette lopen we onder het spoorviaduct rechtdoor. 50 meter na het spoorviaduct de Sennette over en dadelijk links. De Boulevard de Sennette blijven volgen, verderop nogmaals de Sennette over en de straatnaam is nu veranderd in Rue Beaugrand. We passeren een 'chambre d'hôte'. Op een T-kruispunt de Sennette nogmaals oversteken en dadelijk op een V-splitsing naar links Rue Noire Terre (niet richting Braine-le-Comte volgen). Hier staat een standbeeld voor Ernest Duray, industrieel en politieker uit Ecaussinnes. 100 meter verder links nemen we richting Mâlon-Fontaine.
> Verder langs de bosrand. Bij een huis wordt de weg half verhard met steenslag en ook hier hangt de geur van daslook in de lente. De weg die we nu al een tijd volgen is blijkbaar de oude weg tussen Nijvel en Soignies (Zinnik). We lopen verder langs en door bosstroken, tesamen met GR 121. Bij een beek bereiken we een woning en wordt de Chaussée de Soignies geasfalteerd. Even klimmen, voor ons doemt de toren van het Hellend Vlak van Ronquières op.
De spoorzate is in de lente zeer gevarieerd gekleurd:
Oa bosroos (links), oranje havikskruid (midden) en beemdooievaarsbek (rechts).
Over de oude spoorlijn 141

Fijne ooievaarsbek
Langs de oude arm van
het kanaal Brussel - Charleroi
Vuurjuffer
Azuurwaterjuffer
Oude hoeve langs de Chemin de Saint-Feuillien
Dwars door de Ferme de Bienne
Onderweg naar Bas-Rouge
Kasteel en spoorviaduct van Ecaussinnes-Lalaing,
Gewone oeverlibel
Op de grens tussen Waals-Brabant en Henegouwen
Nijvel

> 'Djan Djan': De onvermoeibare Jan van Nijvel is de vergulde klokkenluider die je aan de top van het meest zuidelijke torentje van de Collegiale ziet. Hij slaat om het half uur met zijn hamer op een klok. Het beeld zou 350 wegen en bestaat uit vergulde messing. Djan Djan is een symbool in Nijvel, met 25.000 inwoners zowat de hoofdstad van het Waals-Brabantse Roman Païs.
Djan Djan
> De collegiale kerk van Nijvel wordt beschouwd als één van de mooiste en zuiverste romaanse constructies van België. Toch is wat je ziet vandaag niet het originele bouwwerk. Bij de aanvang van WO II vielen over Nijvel op 14 mei 1940 brandbommen die de kerk zwaar beschadigden. Het dak en de toren werden daarbij verwoest en zelfs het waardevolle reliekschrijn smolt onder de hitte. Na de oorlog werd het dak hersteld maar over de heropbouw van de toren ontspon zich een oneindig durende discussie. Moest men de 18de eeuwse toren weer herstellen of zich baseren op de oorspronkelijke middeleeuwse (romaanse) toren? Uiteindelijk besliste de burgemeester in 1974 om er een volksraadpleging over te houden. 60 % koos voor de oude romaanse westbouw uit de 11de eeuw.
Interieur van de collegiale
> In 1984 werd deze geslaagde heropbouw voltooid. Tijdens de werken aan de kerk lieten archeologen de kans niet liggen om onderzoek te doen naar de oudste fundamenten van de collegiale. Zo werden sporen teruggevonden van meerdere vroegere kerkgebouwen, de oudste zijn merovingisch. Wellicht uit de 7de eeuw, de periode waarin Sint-Folianus hier was.
Maquettes van de keuze die aan de inwoners van Nijvel
werd voorgesteld: Links de kerk voor ze in 1940 werd verwoest,
rechts restauratie in romaanse stijl.
Daarop werden verschillende malen andere (karolingische) kerken gebouwd tot in de 11de eeuw het romaanse bouwwerk tot stand kwam waarvan het huidige gebouw een afspiegeling is. Het onderging over de eeuwen heen een aantal niet altijd even geslaagde aanpassingen tot het in 1940 grotendeels werd vernield.
Kloostergang
Oude muurschilderingen
Nieuwe relikwiekast Sinte-Gertrude
> De oudste resten bevestigen dat hier in de tijd van Gertrudis en Folianus al een eerste abdij moet zijn opgericht, onder de leiding van Sint-Gertrudis. Vooraan in de collegiale zie je de gereconstrueerde relikwiekast (1988) van Sinte-Gertrudis, de originele was immers grotendeels weg gesmolten bij de oorlogsbrand van 1940. Al
Nieuw beeld van Sint-Gertrude (2005)
eeuwenlang worden de beenderrelikwieën van Gertrudis rond gedragen tijdens een jaarlijkse processie van 14 km door Nijvel en omstreken. Je kan de 500 jaar oude processiekar trouwens zien in de kerk. Gertrudis was de dochter van Pepijn van Landen. Na zijn dood wou zijn vrouw Ida een klooster laten oprichten in Nijvel, waarvan Gertrudis dus de eerste abdis werd. Ze moet vrij populair zijn geweest in Nijvel. Gertrudis wordt nogal eens afgebeeld met ratten en muizen, wellicht symboliseert dit haar bescherming tegen pest, een ziekte die ondermeer werd verspreid door knaagdieren.
>Het schip van de kerk is ongeveer 100 meter lang. Ook de kloostergang is de moeite waard om te bezoeken, het is zowat het enige overgebleven deel van de oude abdij. De wijze waarop de 19de eeuwse restauratie van 3 zijden van de kloostergang werd uitgevoerd wordt door kenners als een misbaksel beschouwd. Op het plein voor de collegiale zie je ook een oude perronfontein uit 1523.
Oude grafsteen in de kloostergang
> Het mag duidelijk zijn dat Nijvel al sinds de middeleeuwen een belangrijk religieus centrum was. Niet zo verwonderlijk dus dat hier vanuit Duitsland en Nederland ook nogal wat pelgrims passeerden waarvan een aantal ook onderweg waren naar het verre Santiago de Compostela. Het tochtverslag van de Duitse monnik Albert von Staden uit de 13de eeuw (waarop de huidige Via Gallia Belgica is gebaseerd) getuigt daarvan. Eerder langs hun route waren velen al via de basiliek van Halle gepasseerd en daarvoor langs Brussel. Die route is vandaag weer hersteld als pelgrimstraject naar Compostela onder de naam Via Brabantica.
Detail van het mooie houtsnijwerk
uit de koorstallen van 1566
In Nijvel zelf is ook nog het Sint-Jacobskwartier (Quartier Saint-Jacques) dat aan de pelgrimstraditie herinnert. Deze kleine wijk met zijn kasseistraten ontsnapte aan de bombardementen van 1940 en hierdoor bleef het oude karakter nog wat bewaard. Ze ligt onmiddellijk ten zuidwesten van de collegiale.
Rommelmarkt in Nijvel
Hellend vlak van Ronquières
> Het beroemde Hellend Vlak van Ronquières werd in de jaren '60 van vorige eeuw gebouwd om een pak sluizen op het kanaal Brussel-Charleroi te vervangen. Aldus kaderde dit prestigieuze project in de modernisering van het kanaal, waarbij schepen een stuk sneller zouden kunnen avanceren. Het eerste kanaal van Brussel naar Charleroi, dat werd gegraven tussen 1827 en 1832, liet slechts schepen toe met een tonnenmaat tot 70. Maar liefst 54 sluizen zorgden voor een waar hindernissenparcours voor de schepen. Nog voor het begin van de 20ste eeuw werd begonnen met de verbreding van het kanaal voor schepen tot 300 ton. Het duurde tientallen jaren vooraleer dat klaar was en toen het zover was in 1917 bleek het kanaal Brussel - Charleroi alweer verouderd.
> Pas in 1957 werd - onder druk van de staal- en steenkoolboeren uit Charleroi - besloten tot een radicale modernisering. Bedoeling was het kanaal aan te passen voor schepen van de gangbare Europese maat van 1350 ton. Door de bouw van zo'n dubbele 'waterbak op rails' kon in één keer 68 meter hoogteverschil worden overbrugd. Het railtraject op het kanaal is 1400 lang en heeft dus een stijgingsgraad van bijna 5 %.
> In 1968 was het project klaar. Prijskaartje: Meer dan 3 miljard frank. Echt gerendeerd op volle capaciteit heeft het nooit, wellicht gedeeltelijk te verklaren door de uitdovende mijnindustrie in het Henegouwse steenkoolbekken.
Tunnel des amoureux
> De graaf de Lichtervelde, die het vlakbij gelegen kasteel 'de la Follie' bewoond, was eind 19de eeuw nogal paranoïde om pottenkijkers weg te houden van zijn kasteeldomein. Het wandelpad dat er door liep kapselde hij dus in met hoge muren en een tunnel, waardoor het meer op een loopgraaf lijkt. Marcel Tricot, de man die het folklorefeest 'Goûter Matrimonial' in gang zette (zie verder) gaf deze passage geheel in het kader van het folklorefeest de toepasselijke naam 'Tunnel des amoureux'. Verliefden konden hier ongestoord kussen.
Goûter Matrimonial - Verlovingsdrink
> Het was de 20-jarige Marcel Tricot die in 1903 op het idee kwam om Ecaussinnes op de kaart te zetten als de ontmoetingsplek voor mannen en vrouwen op zoek naar een levenspartner. Hij introduceerde opnieuw het feest van de meiboom, wat hier in de streek traditioneel ook een lentefeest was voor jongeren en het ontluiken van prille liefdes. Tricot pakte dat in 1903 slim aan. Overal hing hij affiches met het bericht dat 60 jongedames uit Ecaussinnes een grote kennismakingsdrink aanboden aan geïnteresseerde trouwlustige mannen. De schalkse Tricot zorgde ervoor dat de kranten het bericht overnamen en zo was meteen een nieuwe jaarlijkse traditie geboren. Een soort speed-dating avant-la-lettre...
> Tricot toverde Ecausinnes om tot het dorp van de poëtische liefde, zoals we al eerder merkten met 'le tunnel des amoureux'. Het spoorviaduct met zijn 12 bogen, dat we wat verder langs de Chemin de Saint-Feuillien passeren werd zo 'les douces arcades' ipv 'les douze arcades'. Nog elk jaar wordt het feest van de verlovingsdrink rond Pinksteren gevierd. Het is inmiddels bijna aan zijn 100ste editie toe. En het zijn nog steeds de dames die uitnodigen...
Kasteel Ecaussinnes-Lalaing
> Ecaussinnes is al sinds de middeleeuwen 2 kastelen rijk. Het eerste, 'de la Follie', passeerden we bij het binnenkomen van Ecaussinnes, het tweede lopen we hier langs. Oorspronkelijk was er rond het jaar 1200 één heerlijkheid Ecaussinnes, de opsplitsing kwam er door erfopvolging en verdeling van de gronden en bezittingen onder zonen. Aldus volgde in de 14de eeuw door huwelijken een Ecaussinnes dat van de graaf van Edingen was (Enghien) en een Ecaussinnes van het huis van Henegouwen (adellijke geslacht Lalaing).
> De locatie van het kasteel van Lalaing op een richel boven de vallei van de Sennette, verraadt meteen dat het kasteel oorspronkelijk een strategische, controlerende en verdedigende functie had. De huidige gebouwen zijn voornamelijk 17de en 18de eeuws. Telgen van het machtige adellijke geslacht de Croÿ woonden hier een tijd. Ook de Vlaamse adellijke familie van der Burch was eigenaar (van 1624 tot 1854 en 1928 tot 1954).
> Tegenwoordig beheert de Stichting van der Burch het kasteel van Ecaussinnes-Lalaing. Binnenin is een museum dat een typische laatmiddeleeuwse sfeer oproept (open op zondagen van 1 mei tot 1 november, in juli en augustus elke dag open behalve vrijdag). Net zoals het kasteel zijn ook de kasteeltuinen beschermd patrimonium.
Spooklijn XXX
> Hoe indrukwekkend het 12 bogen tellende spoorviaduct ook mag zijn, er heeft nooit een reguliere stoomtrein over gerold. De lijn werd tussen 1914 en 1916 gebouwd maar nooit afgewerkt. Het was de bedoeling om Nijvel met Zinnik te verbinden over 29 kilometer. Tussen 1927 en 1965 werd de spoorbedding dan verhuurd aan de steengroeve Scoufflény om er blauwe steen over te transporteren naar het station van Ecaussinnes. De fabrieksgebouwen van Scoufflény zijn al lang dicht en de omgeving vormt vandaag een curiosum voor urban explorers. De zuivere waters in de groeve zelf waren jarenlang ook een zeer geliefde locatie voor duikers. Er is sprake van dat de groeve na zovele jaren opnieuw zou openen over enkele jaren omdat de vraag naar blauwe steen weer groot is. Vanop het viaduct, waarvan de bedding geasfalteerd is, heb je een mooi zicht over kasteel en dorp.
> In de jaren '70 waren de scheepslift en de 125 meter hoge uitzichttoren wel een populaire toeristische attraktie.
De scheepslift van Ronquières wordt wel eens als één van de grote nutteloze werken van België gecatalogeerd, gebouwd ter wille van de Belgische wafelijzerpolitiek waarbij Wallonië en Vlaanderen evenredig moesten worden bediend met projecten. De Chemin de Saint-Feuillien zal er niet in de buurt komen. Om een bezoek te brengen neem je bij de kruising met het kanaal Brussel - Charleroi het jaagpad in noordelijke richting.
De Weg van Sint-Follianus- 37 km