> Vanaf het jaar 'Onzes Heren' 650 is de Ierse monnik Foillan op kersteningstocht in onze gewesten. Vanuit Nijvel trekt hij op een oktoberdag in 655 met een paar kompanen te voet naar een klooster in Frankrijk dat zijn broer heeft gesticht.
Van Nijvel vertrekken ze te voet naar Waudrez, waar ze aansluiting hebben op de heerweg naar Bavay. Zo ver raken ze echter niet. In de buurt van Le Rœulx verdwalen ze in het kolenwoud en worden daar vermoord door bewoners. Later wordt in Le Rœulx een klooster gesticht voor Foillan, die inmiddels heilig is verklaard.
> Deze wandeltocht van 37 km door Henegouwen en een hoekje Waals-Brabant, trekt in het spoor van Sint-Foillan eveneens van Nijvel naar Waudrez via Le Rœulx. Het landschap is uiteraard totaal anders nu dan 1350 jaar geleden. Verdwalen in een groot woud
hoort daar niet meer bij, dat is er niet meer. Moderne man-made infrastructuur en geboetseerd landschap liggen vandaag op ons traject: Terrils, de oude sluizen op de Samme en de merkwaardige scheepsliften van Ronquières en het Centrumkanaal. Bovendien wordt je in de 21ste eeuw geleid door uitstekende padmarkering evenals een topogids.
> Toch is Saint-Feuillien nooit ver uit de buurt, al was het maar in de vorm van een rondborstig glas smakelijk Saint-Feuillienbier. Brouwerij Friart is overigens sponsor van deze wandeltocht. Le Chemin de Saint-Feuillien is bovendien opgenomen in de Santiagoroute 'Via Gallia Belgica' als variant traject tussen Nijvel en Waudrez.
Via Gallia Belgica variante
Startpagina > Wandelen > Pad van Sint-Follianus
Voorstelling
Achtergrond van 'Le Chemin de Saint-Feuillien'
Wie was Sint-Folianus ?
Routeverloop en hoogtepunten in 't kort
Hoe is dit verslag opgebouwd?
> We stellen op deze pagina kort de Weg van Saint-Feuillien voor. Op de pagina wandelinfo zetten we je aan de hand van eigen ervaringen op weg om zelf op stap te gaan met een pak praktische planningtips. We verkennen over 2 pagina's de hele wandelroute meer in detail.
> Dit is enkel een persoonlijk wandelverslag, voor officiële informatie over het Pad van de Heilige Follianus contacteer je Brouwerij Friart of de Les Amis Saint-Jacques van Wallonië.




> Nogal wat Ierse monniken en predikanten kwamen in de 7de eeuw naar Gallië afgezakt. Zo ook Foillan en zijn broer Ultan en halfbroer Fursa. Ze waren op jonge leeftijd in een klooster getreden in Inchiquin, een meereilandje in westelijk Ierland. Fursa heeft op zijn missietocht in Oost-Engeland (East-Anglia) een abdij gesticht waarvan hij het bestuur rond 645 overlaat aan Foillan. Zelf vertrekt Fursa naar het huidige Frankrijk op missie. Fursa zal er overlijden in 650 nadat hij ook daar een abdij heeft gesticht, te Lagny (dép Marne).
> East Anglia beleeft ondertussen woelige tijden. Door oorlog wordt de abdij rond 651 volledig verwoest en abt Foillan kan zelf ter nauwer nood aan de dood ontsnappen. Hij scheept eveneens in voor het merovingische rijk Neustria (in het huidige Frankrijk) om er de begraafplaats van zijn broer op te zoeken in Péronne. In tegenstelling tot zijn broer klikt het daar echter niet tussen Foillan en de gezaghebbende hofmeester van Clovis II, Erchinoald. Foillan en zijn volgelingen moeten al snel Péronne verlaten.
> Ze krijgen een warm welkom in Nijvel door Itta, de vrouw van Pepijn van Landen en Sint-Gertrudis, de dochter van Itta. Gertrudis is in Nijvel sinds enkele jaren abdis van een gemeenschap die haar moeder 10 jaar eerder heeft gesticht. De erkenning is wederzijds. Voor Gertrudis is Foillan met zijn rijke ervaring, ascetische levenswijze en zijn heilige boeken een mentor, terwijl Foillan zelf de kans krijgt een nieuwe abdij te stichten in het huidige Fosses-la-Ville (provincie Namen). De leiding van dat klooster laat hij al snel over zijn broer Ultan. Zelf gaat hij zich verder richten op het missioneren.
> Tijdens één van zijn reizen in 655 wil hij het klooster van Lagny bezoeken, ooit nog gesticht door zijn overleden broer Fursa. Hij vertrekt dus vanuit Nijvel met de bedoeling om ter hoogte van Waudrez de Romeinse weg richting Frankrijk te nemen. Ver raakt hij echter niet. Tussen het huidige Le Rœulx en Strépy verdwaalt hij met zijn metgezellen in het Silva Carbonaria (Kolenwoud). Ze worden er misleid, vermoord en onthoofd door lokale struikrovers.
> Een variant verhaal van de moord vertelt dat Foillan onderweg was van Nijvel naar de abdij van Fosses-la-Ville. Als de avond valt onmoeten Foillan en zijn gezellen een man met slechte bedoelingen die hun voor de nacht onderbrengt in een hut, gelegen in het Kolenwoud, niet zover van waar Strépy nu ligt. Zo komen ze bij ruw volk terecht en worden later op de avond gedood en onthoofd. Volgens die legende worden hun lichamen pas 77 dagen later gevonden. Ze worden naar Nijvel overgebracht en nadat Gertrudis relieken heeft genomen wordt het lichaam van Foillan naar Fosses-la-Ville gebracht om er volgens zijn wens een laatste rustplaats te vinden.
> De moordplaats wordt al snel een bedevaartsplaats en na een eerste houten kapel wordt in 1125 de abdij van Saint-Feuillien van Le Rœulx opgericht. De abdij werd gesloten, verkocht en afgebroken vanaf het einde van het zogenaamde 'ancien régime' (Franse Revolutie).
> In het brede grensgebied van de huidige provincies Waals-Brabant, Namen, Luik en Henegouwen is de cultus rond Saint-Feuillien blijven leven over de eeuwen heen. Verscheidene parochiekerken hebben Saint-Feuillien als parochiepatroon. Meest bekend is misschien wel de zevenjaarlijkse 'Mars van
Saint-Feuillien' te Fosses-la-Ville, waar Sint-Folianus ooit nog zijn abdij stichtte. Al minstens sinds de 16de eeuw gaat deze processie uit. Zoals nogal wat processies in die streek heeft 'de mars van Sint-Feuillien' - behalve een godsdienstig eerbewijs - ook een folkloristisch-militair karakter gekregen.
> Bovenal leeft in deze tijd van ontkerking de naam Saint-Feuillien vandaag in de eerste plaats verder in de naam van het bier van Brouwerij Friart.
> Noot: Sint-Folinanus heeft nogal wat variante namen, zelfs in de streek waar hij wordt aanbeden. Zo is Foillan in Le Rœulx bekend als Saint-Feuillien, terwijl hij het in Fosses-la-Ville met een letter minder moet stellen: Saint-Feuillen. In het Luikse dan weer is hij bekend als Saint-Pholien. Zijn Ierse of Engelse naam is Foillan, verlatijnst klinkt dat als Follianus.
> Le Chemin de Saint-Feuillien is er gekomen binnen het kader van de rehabilitatie van Santiagopaden in België. Het moet echter worden gezegd dat er zo ver noordelijk van Santiago de Compostela niet kan worden gesproken van een aanzienlijke doorstroom van pelgrims over vaste routes. Bovendien werden in de middeleeuwen de grootste wegen gevolgd, die steden, abdijen en pelgrimshospitalen met elkaar verbonden, ze verzekerden de pelgrim de meest veilige doortocht.
> De belangen van de middeleeuwse versus de 21ste eeuwse pelgrim liggen aanzienlijk anders. Vandaag worden liefst zo rustig mogelijke weggetjes opgezocht, weg van verkeers- en andere drukte, maar wel met historische aanknopingspunten. Bij de trajectuittekening van Santiagoroutes wordt dus geprobeerd om plaatsen te linken die enig verband houden met de geschiedenis van de tocht naar Santiago de Compostela en met pelgrimsplaatsen in het algemeen. Een Belgisch Santiagopad profileren als een pad waarover in de middeleeuwen ook al pelgrims liepen is dus minstens voor interpretatie vatbaar.
> In 2004 liet professor Gaston Braive in de krant Le Soir een kritische noot horen. Hij merkte op over de Via Gallia Belgica dat de middeleeuwse pelgrims destijds helemaal niet zulke idyllische wegen volgden zoals nu uitgetekend, maar over de grote verkeersassen van die tijd liepen. Heel wat van die wegen zijn over de eeuwen heen geëvolueerd naar drukke expreswegen, totaal uit ten boze om ze vandaag als wandelaar te gebruiken. Voor de ontwikkeling van de huidige Santiagowegen moeten dus vaak 'compromiswegen' worden gevonden, die vrij recht lopen, langs historische Jacobsplaatsen passeren maar toch niet druk zijn.
> 0 km: Nijvel. Kruispunt van Santiagopaden met zijn Quartier Saint-Jacques en schitterende kapittelkerk. Saint-Feuillien vond er in 650 steun bij Sint-Gertrude van Nijvel. Van hieruit vertrok hij in 655 ook voor zijn laatste missietocht vooraleer hij werd vermoord. We wandelen van Nijvel westelijk, een tijd over een verlaten spoorlijntraject en de oude weg tussen Zinnik en Nijvel.
5 km: We lopen zuidelijk over een wild oeverpad langs het oude kanaal Brussel-Charleroi. Verscheidene oude sluizen langs het pad en een uitbundige oeverbegroeiing met 's zomers een zeer gevarieerde libellenpopulatie.
7 km: Voorbij het Château de la Roque verlaten we de oude kanaalarm om vooral over asfaltwegen verder westelijk te lopen. Rechts piekt boven de velden de uitzichttoren van het hellend vlak van Ronquières.
12 km: We naderen Ecaussinnes-Lalaing en komen het dorp binnen via 'Le Tunnel des amoureux'. Dwars door het dorpscentrum en langs het historische kasteel van Ecaussinnes-Lalaing.
14 km: Over geasfalteerde en steenslagpaden trekken we na het gehucht Mâlon-Fontaine de velden in. Onderweg lopen we over rechte paden langs afgelegen oude boerderijen.
20 km: Bij het kasteel van Viviers nemen me rechts een toegankelijke privéweg en lopen zo langs het kasteeldomein en door populierendreven om in het 'Hameau de l'Enfer' ('Helgehucht') te arriveren.
22 km: Over een oninteressante weg lopen we een tijd over een verkavelde rechte straat (Rouges Terres) om op het einde een bosweg te nemen die al snel daalt naar een vrij drukke weg. Via brede verkeerswegen, waarvan de splitsingen zijn gemarkeerd met kapellen, naderen we Le Rœulx.
25 km: Centrum Le Rœulx. Saint-Feuillien is alom tegenwoordig in de cafés die het bier serveren dat in Le Rœulx wordt gemaakt door brouwerij Friart. Mooi dorpscentrum. Passage langs het historische Sint-Jacobshospitaal.
29 km: Over asfaltwegen zijn we aangekomen bij het Centrumkanaal in Thieu. Onderweg naar Thieu zicht over de enorme nieuwe scheepslift. We kruisen het centrumkanaal bij een oude scheepslift, geklasseerd door UNESCO als waardevol wereldpatrimonium.
31 km: Langs alle zijden duiken oude mijnterrils op als we Strépy naderen. We lopen voornamelijk over verkavelde verkeers- en wijkwegen.
34 km: Na een lange rechte passage over verharde weg door Blanches Terres raken we even aan het dorp Trivières en komen we kort bij Péronnes-lez-Binche. Niet ver hier vandaan ligt links de grote terril van Quesnoy.
35 km: Langs de kleine terril van Sainte-Elisabeth. Over veldweg lopen we naar het eindpunt.
37,5 km: Einde Chemin-Saint-Feuillien in de buurt van Waudrez. Op 500 ligt het gallo-romeins museum, op 2 km het centrum van Binche.
> In 2001 verschijnt, wat de de Chemin de Saint-Feuillien betreft - bovenop de bestaande gids van Via Gallia Belglica - nog eens een exclusief topogidsje, een initiatief van brouwerij Friart die de Tripel Saint-Feuillien brouwt.
> Concreet wat de uitwerking betreft voor de Via Gallia Belgica werd opzoekingswerk verricht naar plekken die verband houden met de Sint-Jacobsverering en -pelgrimstocht. Een doorslaggevende inspiratiebron waren bovendien de notities van de Duitse pelgrim-monnik Albertus van Staden, die in 1236 de tocht ondernam en daarbij minutieus noteerde langs welke plaatsen hij passeerde. Vooral op zijn tochtverslag is vandaag de Via Gallia Belgica gebaseerd. De naam van het pad als 'Via Gallia Belgica' heeft eigenlijk geen historische betekenis, het klinkt gewoon tijdloos. Waarom de variante aftakking 'Le Chemin de Saint-Feuillien' is opgenomen in het traject heeft bijna alles te maken met de eeuwenlange aanwezigheid van een Sint-Jacobshospitaal te Le Rœulx. We komen daarop gedetailleerd terug in het eigenlijke wandelverslag.
> Voor het Waalse genootschap van Compostela was de Via Gallia Belgica niet de eerste route die ze ontwierpen, een deel van de huidige Via Mosana (weg door de vallei van de Maas) werd immers al in 1991 gemarkeerd. Met de Via Gallia Belgica verscheen wel in 1999 voor het eerst een volledig uitgewerkte Belgische route met professionele topogids. Voor de Chemin de Saint-Feuillien, die daarin als variante wordt voorgesteld, is vooral de inbreng van Philippe Massin (uit Le Rœulx) en Auguste Wéry van belang. Het project, inclusief gids, is helemaal klaar in 1999.
> Op de volgende pagina stellen we de Chemin de Saint-Feuillien uitgebreid voor en stoppen we een pak praktische informatie in je rugzak.
Compostelapelgrims, houtsnede van Jost Amman (1568)
17de eeuws Sint-Jacobshospitaal van Le Rœulx



Avond over de Chemin de Saint-Feuillien. Zowel Sint-Folianus als Albert Von Staden zouden vandaag het landschap niet meer herkennen waardoor ze respectievelijk in de 7de en 13de eeuw wandelden. Het uitgestrekte kolenwoud heeft plaats gemaakt voor akkerland, verkaveling, kanalen, scheepsliften en deze terrils en hoogspanningslijnen.
13de eeuws latijns handschrift van monnik-pelgrim Albert Von Staden.
Sint-Follianus, Fosses-la-Ville
Sint-Follianus, Fosses-la-Ville
De nieuwe scheepslift van Thieu
Kasteelhoeve van Ecaussinnes-Lalaing
Pad langs de oude kanaalarm in de omgeving van Féluy
Bierviltje Saint-Feuillien-bier
Buste van Folianus, wordt meegedragen in de processie van Fosses-la-Ville
De Weg van Sint-Folianus- 37 km