GR AE / GR 15 -151 - 16
SENTIER ARDENNES-EIFEL / ARDENNEN-EIFEL-PFAD
ARDENNEN-EIFEL-RUNDWEG
GR AE


> Het grote nadeel van bivakkeren in de herfst is dat
de nachten zo lang zijn. 12 uren in een tent is een beetje te veel. Het
is wachten tot het eerste zwakke licht doordringt en ondertussen wat muziekjes
luisteren uit de MP3-speler.
> Om 7u30 was ik gepakt en vertrok ik voor nog maar
een mooie herfstdag. Mist vanmorgen, maar het maakt de herfst hier alleen
maar spectaculairder. Schitterend pad dat Erft-Lieser-Moselpad waarover
de Ardennen-Eifel-Rundweg hier tussen Manderscheid en Daun loopt, het beste
van de Eifel. Nog een hut voorbij en even daarna een bron. Het water smaakt
niet lekker, vulkaanwater zeker? In feite zijn er opvallend weinig bronnen
in de Eifel.
> Het pad blijft trouw het riviertje Lieser volgen
tot het Ardennen-Eifelpad na anderhalf uur wandelen weer voor de Vulkanweg
kiest. Die Vulkanweg is een wandelpad dat al 100 jaar geleden werd ontwikkeld
door geoloog/vulkanoloog Dr Otto Follmann als geopad en werd gemarkeerd
met 300 basaltstenen met daarin 'Vulkanweg' gebeiteld. Van die stenen zijn
er nog enkele te zien onderweg. De herfstkleuren in deze omgeving zijn schitterend.

> AE loopt stilaan naar de maren
waarvoor de Vulkaneifel zo beroemd is. Die maren zijn geen meren in vulkaankraters
maar ontstonden ook door vulkanische activiteit. Ze werden gevormd door
het contact van gloeiend hete magma met waterlagen. De stomende massa onderdrukte
waterdampen die daardoor onder de magma ontstonden veroorzaakten krachtige
explosies die diepe trechters sloegen in het landschap. In een aantal van
die enorme putten vormden zicht later meertjes. Een maar is dus eigenlijk
geen vulkaankratermeer (zoals bijvoorbeeld dat op de Mosenberg). Niet in
alle maren ontstonden spontaan meren. Slechts in 8 van de 80 maren is een
meertje. De andere maarbodems zijn ofwel moerassig of hebben gewoon een
verzande bodem. De Weinfelder Maar waarlangs AE loopt heeft een doormeter
op de top van 724 meter, de totale diepte is 92 meter en het meer zelf is
ongeveer 52 meter diep. (geen foto, te mistig !) Voor het Gemündener
Maar zijn die cijfers respectievelijk 644 m / 117 m / 39 m.

> Na de
Mauseberg
wandelt het Ardennen-Eifelpad rond de Weinfelder Maar. Alles is in mist
gehuld, daardoor is het meer zelf niet te zien. In de buurt ligt nog de
Schalkenmehrener Maar (+ camping), maar de Ardennen-Eifel-Rundweg loopt
daar niet langs.
> Na het rondje Weinfelder
Maar komt AE langs de Dronketurm,
een kleine panoramatoren. Er is hier wat overmarkering waardoor het wat
verwarrend wordt.
> AE loopt langs de toren, en verlaat de Vulkanweg
voor het Karl-Kaufmannpad. Het is een mooie afdaling naar Daun, langs nog
een maar, de
Gemündener Maar, daarna
wordt langs de hoofdweg recht op het centrum van Daun afgegaan.
> De mist trekt wat op en als ik in Daun
kom is het volop zon. In Daun is een supermarkt (AE komt er langs) en enkele
bakkers. Even na Daun picknick ik op een bank midden op een zongeoriënteerde
weide. Snel ook de tent uit zodat ze kan drogen van de mistige nacht.


> Ik verlaat dus AE en ga dwars door het woud, zonder
een pad te volgen. Gelukkig laat mijn oriëntatie me niet in de steek,
want de zon gaat alweer onder. Net op tijd op een asfaltweg en de camping
van
Nürburg ligt op slechts 300 meter.
Dit is een echte monstercamping. Enorm groot en in staat om een massa volk
te ontvangen tijdens de evenementen op en langs de Nürburgring, zoals
de Grandprix of het rockfestival ‘Rock am Ring’ (met Pinksteren).
Te vermijden op die dagen want de prijzen swingen dan de pan uit. Eerst
vroeg men mij 20 € voor één nacht, wat na een telefoontje
werd gehalveerd tot 10 €. Ik ben hier helemaal alleen maar moet wel
een waarborg van 15 € betalen (waarvoor?), mijn identiteitskaart afgeven
en bovendien wordt ik ook nog geringeld met een polsbandje! Hallo? De douches
zijn wel OK. Conclusie : Deze camping is erg onpersoonlijk. Het campingcafé
is dicht en er is geen restaurant of snack in de buurt. Er zit dus niks
anders op dan te slapen.
> Tijd genoeg om energie op te doen voor morgen, want
het wordt een monsteretappe van 37 kilometer die me over het hoogste punt
van de hele Ardennen-Eifeltocht moet brengen.

Het AE-pad volgt 34 km lang de Karl-Kaufmannweg
(HWW2), genoemd naar een voormalige voorzitter van het Eifelverein
>
De Eifelse maren zijn een populaire attractie. Bussen braken hele
ladingen toeristen uit aan de maren.
>
De Dronketurm is een kleine uitzichttoren
gebouwd in (vulkanische) basaltsteen en opgedragen aan de stichtende voorzitter
van het Eifelverein, Adolf Dronke. Deze
Trierse schooldirecteur deed in 1888 een oproep aan alle gemotiveerde burgers
uit de Eifel om plaatselijke groepen van zijn pas opgerichte Eifelverein samen
te stellen. Die oproep moet worden gesitueerd in een periode waar het leven
in de Eifel vooral werd gekenmerkt door verpaupering en landvlucht. De akkers
brengen weinig op, ontsluiting door wegenaanleg en een spoornet gaat aan de
Eifel voorbij en de industriële ontwikkeling zet vooral door in de Rijnvallei.
De Eifel stond bekend als 'het Siberië van Pruisen': Slechte leefomstandigheden
en donkere bossen. Met de oprichting van het Eifelverein wou Dronke het potentieel
van de streek onder de aandacht brengen, zowel toeristisch/recreatief als
politiek. Er werd geijverd voor spoorontsluitingen en wegen, promotie van
regionale produkten en ambachten en vooral de creatie van lange afstandswandelpaden
die de natuurlijke troeven van de Eifel met elkaar moesten verbinden. Dronke's
oproep had veel succes. 5 jaar later telde het Eifelverein al meer dan 50
lokale afdelingen. In 1898 werd begonnen met de aanleg van het huidige wandelpadennet
waar je nu over loopt. Het Eifelverein stond ook aan de wieg van de Europese
Vereniging voor Eifel en Ardennen (EVEA) die in 1955 werd opgericht en die
ondermeer de stuwende motor was achter het ondertussen 50 jaren oude AE-pad.
100 jaar na Dronke is de Eifel weer een welvarende streek, waar het aangenaam
vertoeven (en wandelen) is. De donkerte zit enkel nog in het basaltgesteente.
Dronkes beeld staat op de toren.
> Het tweede deel van de dag loopt het pad vooral over
hoogplateau met weidse uitzichten: Velden en weiden afgewisseld met strookjes
bos. 21° vandaag en dat midden oktober. Langs
Darscheid
en dan door meer rustig veld. Nog een pauze aan het
Afelskreuz
(picknickbanken). Als ik een pijl zie naar een ‘Teufelsstein’
besluit ik om dat bordje even te volgen. De Duivelssteen stelt in feite
niet veel voor, een dikke ronde bol midden in het bos, wellicht hang er
een plaatselijke legende aan vast. Een vos rent over de velden.
> Na Kelberg is het
nog even verder dalen en dan volgt een ongewoon stevige stijging naar het
onopvallende 2de hoogste punt op de tocht, naar 620 meter, in de buurt van
Rote Heck.
> Hier ergens moet ik ook het pad verlaten om de camping
van Nürburg te vinden. Ik moet me haasten want de nacht valt en als
ik niet voor donker uit het bos geraak wordt dat weer bivakkeren in het
bos.